Posts tonen met het label boekhandel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label boekhandel. Alle posts tonen

zondag 2 februari 2020

De bekentenissen van een boekhandelaar


Digitaal of anaal (1)

Ik moet beginnen met de klant te bedanken die mij het onderwerp voor deze column in de schoot wierp, toen hij vorige week de boekhandel bezocht en mij vroeg waar de e-boeken stonden.
     E-boeken. De een is voor de ander is tegen. Of, om het met de gevleugelde woorden van een andere klant te illustreren: 'Ik moet niets van digitaal weten. Ik zweer bij anaal!' Ik durfde haar niet corrigeren.
     Maar wat vind ik van digitale boeken en e-readers? Is er iemand geïnteresseerd? Mijn boeken zijn immers ook digitaal beschikbaar en daar heb ik op het eerste gezicht niets op tegen, alleen verdien je er nauwelijks iets mee en worden ze vaak gekopieerd. Dat neemt niet weg dat ik soms ook digitaal lees, vooral wanneer ik op reis ben en wanneer ik een boek wil lezen dat niet meer 'anaal' te verkrijgen is. Meestal zijn het dan oude, obscure teksten die enkel nog in een schaduwrijke hoek van het internet te vinden zijn. Vooral dat laatste vind ik een verrijking voor deze eeuwige student.
     Bij de introductie van e-readers schreeuwden de media en puriteinse opiniemakers moord en brand. Het tijdperk van het papieren boek was voorbij. Boekenkasten zouden vervangen worden door één karakterloos toestel. Boekhandels zouden overbodig worden en de duimen moeten leggen voor de servercomputer van een onlinewinkel. Bibliotheken zouden hun deuren moeten sluiten, et cetera. Much ado about nothing was dat, om het met de woorden van Shakespeare te zeggen, die doorgaans gevleugeld zijn. Ondertussen is de verkoop van e-boeken gestagneerd en hebben we geleerd dat digitaal lezen een mooie aanvulling is op 'anaal' lezen.     De grote Brit – ook letterlijk – Stephen Fry wist het nog het best te omschrijven: 'Het papieren boek verhoudt zich tot het e-boek, zoals de trap zich verhoudt tot de lift.' Bij mijn weten bestaat de trap nog steeds en ik raad iedereen aan om die zo veel mogelijk te gebruiken, want dat is gezond.
     Digitaal lezen heeft voordelen – je kan duizenden boeken meenemen in een toestel dat nog geen tweehonderd gram weegt, voor mensen die anderstalige literatuur lezen, verschijnt er met het aanraken van een woord een verklaring van dat woord, er is een lettertype voor mensen met dyslexie en de slechtzienden kunnen de grootte van het lettertype naar believen aanpassen – maar een papieren boek heeft meer voordelen: de batterij gaat eindeloos lang mee, een vaste bladspiegel is volgens wetenschappers bevorderlijk voor het geheugen, het ruikt lekker, je kan er gemakkelijk aan tekeningen in maken, je kan het laten signeren, het staat mooi in de boekenkast, en ga zo maar verder, ga zo maar door. Maar...
     Jawel, er is een maar. Volgens mij is het dringend tijd om het boek als object te opwaarderen en dat is de taak van de uitgevers. Sommigen doen dat goed, anderen falen spectaculair. Het probleem valt te vergelijken met wat er in de muziekindustrie is gebeurd. Terwijl cd's nog steeds verpakt worden in breekbare plastic doosjes en de meeste muziek tegenwoordig ook digitaal wordt aangeboden of simpelweg wordt gestreamd, is er al enige tijd een niet te onderschatten tegenbeweging aan de gang. Een steeds groter wordende groep – waar ook ik lid van ben – koopt muziek op vinyl. De goede, oude lp is terug van nooit helemaal weggeweest. Muziek wordt op die manier terug tastbaar, de luisterervaring is helemaal anders, platen en platenspelers zijn bijzonder mooie voorwerpen en bovendien moet de geluidskwaliteit van vinyl helemaal niet onderdoen voor die van een cd – wie had dat ooit gedacht? Oké, het kost doorgaans iets meer, maar je krijgt er ook veel meer voor in de plaats.
     Boeken zouden baat hebben bij een dergelijk opwaardering. En dan heb ik het vooral over leesboeken, want er worden wel degelijk prachtige salontafelboeken en prentenboeken gemaakt in de Lage Landen. Mijn uitgever Lannoo is daar bijvoorbeeld erg goed in.
     Maar het leesboek – of het nu een roman, een thriller of een historisch werk is – wordt te vaak over het hoofd gezien. In de Lage Landen zijn we niet altijd even goed in het ontwerpen van covers. Vaak gaat de uitgever op zoek naar een passende stockfoto, worden er wat letters over geplakt en klaar is Kees. Kees komt namelijk in de Nederlandse taal vaak klaar. Het gebeurt echter zelden dat er een illustrator aan de slag gaat met een cover, zoals dat wel vaak gebeurt in de Angelsaksische wereld en dat is jammer. En wat te zeggen van een ingenaaid boekblok met een leeslint en een harde kaft in de plaats van gelijmde pagina's in een slappe kaft? Dat zijn allemaal zaken die de leesbevordering wel degelijk bevorderen.
     Veel heeft te maken met het feit dat uitgevers al twintig jaar krampachtig proberen vast te houden aan het idee dat een boek niet meer dan twintig euro mag kosten. Dat is onzin natuurlijk, want als boekhandelaar zie ik duurdere boeken even gemakkelijk over de toonbank gaan. Kijk maar naar de prachtige editie van Pfeijffers Grand Hotel Europa: ingenaaid, harde kaft, leeslint, sterke cover, mooi binnenwerk, uitstekend boek. Prijs: achtentwintig euro. En het staat al meer dan een jaar in de Top 10 en De Bestseller 60.
     Het grootste slachtoffer van het krampachtig vasthouden aan die twintig euro is echter het binnenwerk van een boek. Het credo van veel uitgevers lijkt te zijn dat er zo veel mogelijk tekst op een pagina moet staan, wat vaak resulteert in te kleine letters, te smalle marges en een te krappe interlinie. Bijzonder vervelend is dat, niet alleen voor mensen die een bril nodig hebben om te lezen, maar ook voor mensen, zoals ik, die vinden dat het oog ook weleens gestreeld mag worden. Het oog – ook dat van u – vindt namelijk dat de witruimte op een bladzijde even belangrijk is dan de tekst. Marges moeten breed genoeg zijn en er moet voldoende wit tussen de regels zijn. Het lettertype is ook belangrijk, minstens even belangrijk dan de witruimte.
C Koen Broos

Wordt vervolgd…

K.R. Valgaeren
www.krvalgaeren.com


zondag 5 januari 2020

Bekentenissen van een boekhandelaar, januari 2020


Priceless

Elk product dat in een winkel te koop wordt aangeboden, moet voorzien zijn van een prijsaanduiding. Dat is een wet en die wet geldt ook voor boeken. De etiketten die wij om die reden in onze winkel gebruiken zijn tamelijk groot en staan boordevol informatie waar alleen de boekhandelaar de betekenis van kent. Ze worden op de achterkant van een boek gekleefd; bij voorkeur over de barcode die daar staat gedrukt.

     Die etiketten hebben helaas een weerbarstig karakter. Het is te zeggen, de lijm reageert niet altijd goed met eender welk oppervlak. Het is een fenomeen waar geen enkele consument van wakker ligt, maar ik garandeer u dat uw favoriete boekhandelaar er ’s nachts al wel eens over gedroomd heeft. De lijm gedraagt zich naar behoren op geplastificeerde kaften, hoewel er een verschil is in het resultaat tussen blinkende en matte folie. De laatste schudt de etiketten makkelijker van zich af. Kaften die niet geplastificeerd zijn, maar al dan niet een vernislaag hebben, of zijn afgewerkt met van die speciale folie die aanvoelt als kattenvacht — zoals de Engelse paperbacks van de Fifty Shades-trilogie — moeten niets van onze labels weten. Met andere woorden, de lijm gedraagt zich op die kaften als water op een vettig oppervlak.

     Dergelijke boeken zijn gelukkig in de minderheid, maar ze zijn er desalniettemin verantwoordelijk voor dat u op onze winkelvloer regelmatig verdwaalde etiketten kan aantreffen. Hoe moeilijk ze bij de boeken blijven die ze van de juiste prijs moeten voorzien, zo gemakkelijk blijven ze aan een schoen kleven die veel meer kost dan de twintig euro die geadverteerd wordt. Wanneer de boekhandelaar zo’n etiket aantreft, raapt hij het op en zal hij met een binnensmondse verwensing op zoek gaan naar de oorspronkelijke eigenaar. Behalve wanneer het druk is en hij van klant naar klant moet rennen om iedereen tevreden te houden. Dan is er geen tijd om zich met rebelse labels bezig te houden, laat staan de schoenzolen te checken wanneer er daar eentje aan kleeft dat irritant over de vloer schuurt.

     Goed. De content is geschetst. Nu de context. Het is de zaterdag voor Kerst: traditioneel de drukste dag van het jaar voor een winkelier. Als hij niet door druk-druk-drukke klanten bij de kraag wordt gegrepen, dan holt hij achter hen aan als een puppy achter een tennisbal. Dat gold dus ook voor mij, terwijl ik door mijn schoenzool heen een of meerdere etiketten gewaarwerd, maar koen als ik was, negeerde ik dat vervelende besef, zelfs toen daar, naarmate de dag vorderde steeds meer labels leken bij te komen. De klanten kwamen eerst en ik had geen tijd om mijn voet op te heffen om de prop papier van mijn schoen te verwijderen.

De drukste dag van het jaar verloopt steevast als een hardloopwedstrijd waarin de deelnemer geen moment heeft om over tijd, ego en andere ongemakken na te denken.
Maar dan is het plots zes uur ’s avonds en gaan de deuren dicht. Kassa’s worden leeggemaakt en tijdens het tellen van de buit kan men voor de eerste keer sinds men die dag uit bed is gekomen, gaan zitten.

Mijn benen kreunden onder een zeurderige vermoeidheid en terwijl ik het geld telde, werd ik mij terug bewust van de etiketten die aan mijn schoenzool kleefden. Ik had er blijkbaar gedurende de dag een heleboel verzameld, want de vloer onder mijn voeten was zacht geworden, alsof ik op pantoffels liep. Dadelijk, dacht ik, dadelijk zal ik mijn schoeisel van die irritante labels verlossen, maar eerst moet het geld geteld worden. Zowel ik als mijn collega’s wilden na het sluiten van de winkel natuurlijk zo snel mogelijk naar huis, dus was voortmaken de boodschap.

     We stonden met z’n allen buiten, toen ik eindelijk, na een dag hard labeur, tijd had om mijn schoenen te inspecteren, terwijl een van mijn collega’s de persbakken naar buiten bracht en een ander de poort van de garage naar beneden liet zakken.

Eindelijk kon ik mijn voet optillen, om tot mijn verbazing geen etiket onder mijn schoenzool aan te treffen, maar een onderbroek.

     Een onderbroek, vraagt u zich af? Ja, dat leest u goed: een onderbroek.

     Ik heb namelijk de neiging om ’s avonds, voor ik ga slapen, mijn broek en ondergoed in één beweging uit te trekken, waardoor mijn boxershort op mijn broek blijft liggen tot de volgende ochtend. Dan raap ik die op en gooi ze in de wasmand, want u hoeft zich geen zorgen te maken: deze boekhandelaar trekt elke dag proper ondergoed aan. Alleen was ik in de vroege ochtend van de drukste dag van het jaar blijkbaar vergeten om mijn vuile onderbroek in de wasmand te gooien en had ik mijn broek aangetrokken zonder te beseffen dat mijn ondergoed er nog bovenop lag. In de loop van de dag moet, met dank aan het heen en weer geloop in de winkel, die onderbroek langs mijn broekspijp naar omlaag zijn gekropen, tot ze bleef haken achter de hiel van mijn schoen.

     Het was een zwarte boxershort van Hugo Boss. Dat mag u gerust weten. En ik heb ze die zaterdag gedragen als de sleep van een bruidsjurk. Ik vermoed dat er onder de klanten heel wat stiekem leedvermaak heeft plaatsgevonden, want hoewel niemand de moeite nam om mij attent te maken op mijn vestimentaire blunder, kan ik nog steeds moeilijk geloven dat het iedereen is ontgaan.

     Ik moest denken aan iets dat mijn vrouw soms tegen mij zegt: ‘Met jou kan je maar één keer ergens komen.’ En dat klopt, want mijn vrouw heeft namelijk altijd gelijk. Behalve dan dat de bewering problematisch wordt wanneer het een plek betreft waar ik nagenoeg dagelijks aanwezig moet zijn…

K.R. Valgaeren




zondag 1 december 2019

Kevin Valgaeren in december 2019


Niet Slovenië

Midden augustus. Iedereen verkeert in vakantiestemming, behalve deze boekhandelaar die zo nodig al zijn vrije dagen in het voorjaar moest inzetten. Het is rustig in de winkel: een tiental snuisterende klanten op de eerste verdieping, een kind op de gelijkvloerse verdieping dat begint te huilen omdat het zijn zin niet krijgt, een dame met een Brusselse wafel die niet doorheeft dat ze vlokjes poedersuiker op onze koopwaar laat dwarrelen. Allen vinden ze in de kunstmatige verkoeling van onze boekhandel beschutting tegen de verschroeiende recordtemperaturen. Ik overweeg om de vrouw met de wafel erop attent te maken dat het niet beleefd is om al smikkelend en smakkend een winkel te bezoeken, wanneer ik word benaderd door een man van gezegende leeftijd met twee landkaarten van verschillende merken in zijn handen.

     ‘Kan u mij uitleggen wat het verschil is?’ vraagt hij enigszins verlegen.
     Zonder te kijken wat er precies op de kaarten staat, zeg ik hem dat de rode van Michelin is en de groene van Freytag & Berndt. Het zijn beide uitstekende merken, hoewel ik een persoonlijke voorkeur koester voor het laatste.

     ‘Ik bedoel waarom er op de ene kaart Slovenië staat en op de andere Slowakije.’
     Ik knipper verrast met mijn ogen en probeer te begrijpen wat hij wil zeggen.
     ‘Omdat de ene kaart van Slovenië is en de andere van Slowakije,’ zeg ik voorzichtig, hopend dat ik hem niet in verlegenheid breng.
     ‘Maar dat is een het hetzelfde land,’ beweert hij.

     Er valt een stilte waarin ik op zoek ga naar mijn kluts en waarin ik mij de bedenking maak dat dit incident mogelijk nieuw materiaal is voor een column. De stilte wordt pas doorbroken nadat de man met zijn vingers door de resterende haren van zijn kapsel heeft gekamd en zich nader begint te verklaren. Zijn exposé getuigt van een degelijke kennis op gebied van de Europese geschiedenis, op één belangrijk detail na.

     ‘Slovenië is het oude Slowakije,’ beweert hij. ‘Het grondgebied heeft lang deel uitgemaakt van Tsjecho-Slowakije tot de val van de Sovjet-Unie. Na de Fluwelen Revolutie heeft het zich in 1993 afgesplitst van Tsjechië en is het verder gegaan als Slovenië.’
     ‘Dat klopt,’ zeg ik, ‘maar het heet nog steeds Slowakije. Slovenië is een ander land. Het ligt zuidelijker op de kaart.’

     ‘Dat lijkt mij erg onwaarschijnlijk. Ik vrees dat de kaart waar ze het Slowakije noemen hopeloos verouderd is.’

     ‘Wacht,’ zeg ik. ‘Ik zal het u laten zien,’ en open Google Maps: een prachtig stukje software waar mijn museumstuk van een computer echter moeilijk mee overweg kan.
Anderhalve minuut duurt het vooraleer ik naar de betreffende plek op de kaart kan scrollen.
     ‘Kijk, hier ligt Slowakije. Naast Tsjechië. Onder Slowakije hebben we Oostenrijk en Hongarije. En daaronder, gekneld tussen Italië en Kroatië ligt Slovenië. Als ik mij niet vergis, maakte het vroeger deel uit van Joegoslavië.’

     De man drukt zijn bril zo hoog mogelijk op zijn neus; een neus die vervolgens met overbodige argwaan mijn computerscherm nadert.
     ‘Oh, nee,’ kermt hij na enkele beladen seconden. ‘U heeft gelijk.’
     Natuurlijk heb ik gelijk, maar ik begrijp niet wat hij daar zo erg aan vindt. Ik zie hoe het bloed uit zijn hoofd wegtrekt en hoe de kaarten die hij vastheeft uit zijn handen dreigen te vallen.
     ‘Ik vertrek volgende week met het vliegtuig op vakantie,’ zegt hij, en hoewel dat heuglijk nieuws is, klinkt hij angstig. ‘Ik heb altijd al eens naar Slo… Slowakije willen gaan. En nu ik het nog kan, dacht ik…’

     Dat is het moment waarop ik besef dat dit wel degelijk het onderwerp van mijn volgende column zal worden.

     ‘Oh, nee,’ herhaalt hij. Hij laat de kaarten op mijn veel te kleine bureau vallen en brengt zijn rechterhand voor zijn mond. ‘En ik dacht nog: waarom vliegen we niet rechtstreeks naar Bratislava?’
     ‘Waar landt uw vliegtuig dan?’
     ‘In Ljubljana,’ zegt hij, ofschoon hij de naam uitspreekt als Loebana, wat wel eens correct kan zijn.
     ‘Ljubljana is de hoofdstad van Slovenië,’ zeg ik, met mijn vinger op de betreffende plaats in Google Maps. ‘Ik vrees dat u een reis naar Slovenië heeft geboekt in plaats van naar Slowakije.’
     ‘Godverdomme,’ zegt hij, nu met beide handen voor zijn mond. ‘Dat is dertienhonderd euro in de prullenmand.’

     ‘Oei,’ zeg ik, want ik kom niet meteen op de juiste troostende woorden.
     Dat komt omdat de situatie in wezen iets dolkomisch heeft. Alleen ligt de prijs van de grap aan de hoge kant, waardoor ik niet in lachen kan uitbarsten. Ik probeer het dan maar met: ‘Slovenië schijnt ook mooi te zijn.’

     ‘Ja,’ zegt hij, terwijl ik merk dat zijn ogen vochtig worden. ‘Dat moet dan maar.’
     Hij plukt met trillende handen de kaart van Slovenië van mijn bureau. Ik beeld mij in dat er een smiley op de hoes staat gedrukt: eentje dat zijn tanden bloot lacht en tranen in de ooghoeken heeft bengelen.

     Ik wil hem nog zeggen dat hij van geluk mag spreken dat zijn vergissing op tijd aan het licht is gekomen en dat hij na zijn aankomst in Ljubljana geen taxi naar Bratislava heeft besteld. Gelukkig weet ik mij tijdig in te houden.

     De man druipt moedeloos af en ik word overmeesterd door een vlaag van medelijden, hoewel ik tegelijk blij ben dat ik dit heb mogen meemaken.

K.R. Valgaeren

Copyright Koen Broos





    
    


zondag 10 maart 2019

Bekentenissen van een boekhandelaar, maart 2019

foto door Koen Broos 

Intermezzo

Het is een zaterdagmiddag in februari en voor de tijd van het jaar uitzonderlijk druk in de boekhandel. Dat het druk is in de winkel kan natuurlijk slechts worden toegejuicht, maar toch... Ik zit aan mijn bureau en zie dat het dringend nodig is om in de chaos die er in mijn boekenkasten is ontstaan terug orde te scheppen. Het probleem is dat ik omsingeld word door mensen met veel vragen en weinig geduld. Nee, dat is geen probleem. Dat is mijn job. En ik hou van mijn job. Ik ben er zelfs erg goed in, if I may say so myself. Maar toch... Vanuit mijn ooghoeken zie ik iemand een boek uit het lineair nemen — zoals wij in boekhandelstaal een plank met boeken plachten te noemen — en het betreffende werk even later tussen twee andere volumes stompen, zonder rekening te houden met de alfabetische orde die voor harmonie en duidelijkheid in het geheel zorgt. Uit een andere ooghoek zie ik hoe iemand een exemplaar van de Engelse uitgave van Normal People stiekem achterlaat op een stapel van de nieuwste thriller van Jo Claes. De rommel zwelt aan. De chaos neemt toe. Er verschijnen enkele zweetdruppels op mijn gelaat. Mijn hart gaat sneller slaan, en ik begin hoog op mijn borst te ademen.

Voor mij staat een vrouw die drie minuten geleden vroeg naar de boeken van Elena Ferrari. Ik zei haar dat ik geen boeken van Elena Ferrari heb, maar haar wel kon helpen aan het werk van Elena Ferrante. Nee, hield ze vol, het moesten de boeken van Elena Ferrari zijn, over Napels. Ik zeg haar nogmaals dat ze Elena Ferrante bedoelt, en dat Elena Ferrari niet bestaat. (Om het niet nodeloos moeilijk te maken voor de arme vrouw, verzwijg ik het feit dat Elena Ferrante eigenlijk ook niet echt bestaat.) Drie minuten later gelooft ze mij nog steeds niet.

Het is binnen dat korte tijdsbestek dat ik de bovengenoemde chaos lijdzaam zie aanzwellen. Ook de rij met wachtenden achter mevrouw Ferrari wordt langer. Ik zie een man eigenhandig zijn nek kraken en een vrouw met haar ogen draaien. De jongedame aan het einde van de wachtrij maakt een afwijzend gebaar en gaat elders op zoek naar hulp.

En dan, geheel onaangekondigd, word ik in al die drukte plots de trotse eigenaar van een revelatie. Deze boekhandelaar heeft nood aan vakantie, zegt die revelatie.

Vakantie...

Het gevolg is dat ik uiteindelijk orde in de chaos wist te scheppen, en alle mensen heb kunnen verder helpen, behalve de mevrouw die op zoek was naar de boeken van Elena Ferrari. Die is ze elders gaan zoeken. Achteraf bekeken ben ik haar desalniettemin erg dankbaar, want zonder haar was het waarschijnlijk nooit tot mij doorgedrongen dat ik er even tussenuit moest.

Dit allemaal om te zeggen dat ik er de komende weken niet ben. Dus volgende maand voor één keer geen column op deze website. Deze boekhandelaar legt de boeken neer en vertrekt voor een poos naar de andere kant van de wereld, met pen, papier, fototoestel, wandelschoenen en vrouwlief.

Met dank aan Elena Ferrari.


zondag 3 februari 2019

Bekentenissen van een boekhandelaar februari 2019


Waarom ik schrijf?

Als schrijver in een boekhandel werken, brengt natuurlijk een heleboel interessante voordelen met zich mee, al is het maar dat je op die manier verplicht wordt om een grondige kennis van de boekenmarkt te kweken. Die opgelopen kennis steekt al gauw te kachel aan met het romantische beeld dat je jezelf hebt opgelegd als liefhebber van boeken. De waarheid is dat er, tussen het woeste proces van de creatie en het wonderbaarlijke gebeuren dat lezen heet, een zakenwereld gekneld zit die in de eerste plaats commercieel denkt. Op zich is daar niets mis mee. Er moeten nu eenmaal broden op de planken komen van uitgevers, verdelers, ontwerpers, zetters, boekhandelaars, en auteurs, ofschoon die laatsten vaak tevreden moeten zijn met de overgebleven broodkorstjes.

Zoals ik reeds meermaals heb benadrukt, werk ik in een winkel waar gemiddeld 20.000 verschillende titels staan te pronken. Dat kolossale getal is echter een fractie van het totaalaanbod dat uitgevers in hun fondsen hebben. Elke dag worden er nieuwe boeken aangeleverd die voor het grootste deel een zichtbare plaats in de winkel verdienen en vervolgens hopen op aandacht in de grote media: de enige kans op een potentieel bestsellersucces. En dan vraag ik mij soms wel eens het volgende af: waarom doe ik het? Waarom verplicht ik mijzelf om elke avond, na een zware dag, achter mijn bureau te kruipen en opnieuw aan de slag te gaan met pen en papier? Waarom spendeer ik mijn vrije tijd niet aan lezen, afspreken met vrienden, gezellig met mijn vrouw naar een film kijken, wandelen in de velden en de bossen waar ik middenin woon, Red Dead Redemption 2 spelen op de Playstation, en wat nog allemaal? Elke maand verschijnen er zoveel boeken dat er werkelijk niemand in huilen zal uitbarsten als er in de toekomst geen nieuwe Valgaeren meer op de nimmer eindigende stroom van vers leesvoer dobbert.

Er is natuurlijk een reden waarom er in ons taalgebied — en elders; het maandelijkse aanbod op de Engelse markt is een veelvoudig van wat er bij ons verschijnt, en dan heb ik het nog niet over al die honderden boeken die in eigen beheer worden uitgegeven of printing on demand worden aangeboden door drukkerijen die zich voordoen als uitgevers — zoveel wordt gepubliceerd. En die reden is puur commercieel. Een uitgever schiet graag met hagel, want hoe meer boeken hij uitgeeft, des te groter de kans dat hij een bestsellerbeest kan raken. Op zich is daar ook niets op tegen, want op die manier zal er nooit een tekort aan goede boeken zijn, en bovendien zorgen de winsten van die bestsellers ervoor dat andere auteurs ook op rendabele wijze gepubliceerd kunnen worden. Auteurs die anders nooit een kans zouden krijgen. En misschien hoor ik daar ook wel bij. De keerzijde van die medaille is dat er op het podium waar alle aandacht naartoe gaat slechts een beperkt aantal boeken kunnen pronken, en dat de meeste boeken daar nooit op terecht zullen komen.

Ooit, toen ik nog in een ei zat en de dieren nog spraken, was dat enigszins anders. Toen was er nog geen sprake van een bestsellercultuur, en had een uitgever een financiële buffer in de gedaante van een uitgebreide backlist. Dat was tot veertig jaar geleden het geval. Vandaag moeten de magazijnen zo snel mogelijk geleegd worden.

Dus, dan vraag ik mij als schrijver/boekhandelaar wel eens af: waarom doe ik het? Ik zou het mezelf veel gemakkelijker kunnen maken. Maar 'gemakkelijk' is natuurlijk niet interessant. Alle auteurs zijn ooit ergens begonnen, en vaak in minder fraaie omstandigheden dan ik. Stephen King, bijvoorbeeld, schreef zijn debuut in een caravan met twee gillende baby’s op de achtergrond. Voor de eeuwige roem moet je het ook niet doen. Slechts heel weinig schrijvers doorstaan de tand des tijds, zelfs diegenen die bij leven op handen en voeten werden gedragen, met alle prijzen gingen lopen, en de grootste van hun generatie werden genoemd. Twijfelt u daaraan? Dan moet u mij maar eens vragen hoeveel boeken ik per jaar nog gemiddeld van Hugo Claus of Harry Mullisch verkoop.

Waarom doe ik het dan, als ik het niet voor het geld doe, noch voor de eeuwige roem, wetende dat ik het mezelf nodeloos moeilijk maak? Ik zou kunnen zeggen dat ik het doe omdat het een van de weinige dingen is waarvan ik weet dat ik er goed in ben. Ik zou ook kunnen zeggen dat schrijven zich bij mij manifesteert als een vorm van compulsief gedrag. Als ik het een dag niet heb gedaan, dan word ik vervelend en ben ik gefrustreerd. Vraag dat maar aan mijn vrouw. Ik zou ook kunnen zeggen dat ik het graag doe... meestal. (Is het een hobby? Natuurlijk niet, want dan zou ik alleen maar schrijven wanneer ik er zin in had, en op die manier ontstaat er geen boeiende literatuur.) Ten slotte zou ik ook nog kunnen zeggen dat ik mijn verhalen graag wil delen met andere mensen. Ik schrijf, dus ik ben.

Al deze dingen zijn een waarheid als een koe, behalve dan die paarse van de Milkareclame. Maar waarom heb ik dan de indruk dat deze antwoorden niet geheel de lading dekken? Waarom doe ik het eigenlijk? Waarom spendeer ik zo enorm veel energie en tijd om dat hele kleine en tijdelijke plaatsje te veroveren op de boekenplank van een boekhandel en een lezer? Waarom doe ik mezelf continue een beetje pijn? Ongetwijfeld doe ik het om alle bovenstaande redenen. Maar er nog iets. En daar kan niet de vinger op leggen. Misschien is het daar, op die plek, waar de magie van het schrijversambacht ligt.

zondag 5 augustus 2018

Bekentenissen van een boekhandelaar aflevering 3


Zijn er nog vragen?

Af en toe verschijnt er wel eens boek waarin men anekdotes terugvindt van boekhandelaars, om nog maar te zwijgen over de websites die het onderwerp genegen zijn. Het is niet de bedoeling om van deze column een afkooksel van dergelijke boeken en websites te maken, al is het maar omdat zulke anekdotes de indruk wekken dat alle klanten idioten zijn. En dat is natuurlijk niet het geval. Ik kan vanuit mijn eigen ervaring alleen maar aanraden dat u de boekhandelaar aanspreekt als u ergens mee verveelt zit. Doen! Zolang het boek gerelateerd is, uiteraard. Al bent u op zoek naar een boek waarvan u de titel, noch de auteur kent. Al weet u alleen dat het boek een geel kaft heeft. Al bent u op zoek naar iets waarvan u niet weet wat het is. Spreek hem aan, want hij doet niets liever dan zijn totale kennis aan te wenden om u verder te helpen. Voor de boekhandelaar is het niet meer en niet minder dan een spelletje Triviant. En dat spelen we allemaal graag, nietwaar? Bovendien streelt het zijn ego en zijn de kansen reëel dat hij u verder kan helpen. U wilt de mensen niet te eten geven waarvoor ik ooit het juiste rode boek heb kunnen vinden, of die ene thriller over dat lijk in hoofdstuk 1. Boekhandelaars zijn nu eenmaal dol op vragen die hun kennis op de proef stellen.

Dat gezegd zijnde, schuilt er natuurlijk wel een kern van waarheid in die komische anekdotes. Zelf mocht ik enkele jaren geleden, zonder een krimp te geven, antwoorden op de vraag of er ook boeken bestonden over The Lord of the Rings? En vorige week moest ik nog iemand corrigeren die bij de H op zoek was naar de Max Havelaar.

Een vaak terugkerende these in bovengenoemde werken en websites is dat, al is er slechts één klant in de winkel, die klant altijd voor de kast zal staan waar de boekhandelaar net op dat moment dringend dat ene boek uit moet halen. Dat kan ik bij deze volledig beamen. Dus, als u aan het snuisteren bent, en u merkt plots dat er zich achter u een boekhandelaar bevindt die nerveus heen en waar staat te schuifelen als een mug die zich voorbereidt om toe te slaan, dan weet u hoe laat het is.

Anderzijds zijn er twee vragen die wekelijks meer dan eens de revue passeren en die eigenlijk niet gesteld hoeven te worden, toch zeker niet na het lezen van deze column.

De eerste overbodige vraag is: 'Werkt u hier?' Vreemd genoeg wordt ze nooit gesteld wanneer ik een zwak moment heb, en, ik zeg maar iets, wezenloos voor mij zit uit te staren in het midden van de winkel, terwijl ik mij afvraag wat ik vanavond zal eten. De vraag komt steeds wanneer ik druk bezig ben om mezelf een burn-out te zwoegen, wanneer ik rondloop met een stapel boeken die groter is dan mezelf, wanneer ik tijdens de wintermaanden de enige ben in de winkel die gekleed is in een T-shirt, wanneer ik een lamp aan het vervangen ben of de koffiemachine een grondige poetsbeurt aan het geven ben. Dergelijke signalen zouden de klant erop attent moeten maken dat de persoon in kwestie daadwerkelijk betaald wordt voor zijn noeste arbeid.

De tweede overbodige vraag is: 'Staan de boeken alfabetisch gerangschikt?' Als het op fictie aankomt, zal het antwoord steevast 'ja' zijn. Er is geen andere of betere manier. Het is ook niet nodig om die vraag voor de zekerheid op te volgen met: 'Per auteur of per titel?' Niet doen. Boeken staan alfabetisch per auteur in de kast. Ik ken geen enkele boekhandelaar die het anders doet, hier of elders in de wereld. Het kan zijn dat de geschiedenisafdeling chronologisch is geordend, of de wetenschappelijke afdeling per discipline, maar de literatuur zal steevast alfabetisch. Daar hoeft u niet aan te twijfelen.

Ik neem aan dat er mensen zijn die het thuis anders doen. Ik ken inderdaad iemand die haar boekenkast per titel rangschikt, en er zijn ongetwijfeld mensen die hun boeken per favoriet of op kleur ordenen, of gewoon helemaal geen rangschikking aanbrengen — de gruwel! En, toegegeven, in een ver verleden had ik een collega die de reisboeken in de winkel onderverdeelde in drie categorieën: de plekken waar ze was geweest, de plekken waar ze nog naartoe wou, en de plekken die ze nooit zou bezoeken. Trust me, dat is al heel erg lang geleden.

Dat gezegd zijnde, in de boekhandel is iedereen meer dan welkom! Want zonder klanten — hoe gek hun vragen soms ook mogen zijn — zou er geen boekhandel zijn.

Kevin Valgaeren

dinsdag 20 maart 2018

Thrillers in de boekenzaak

Ik was onlangs bij een boekpresentatie in Breda. Deze vond plaats bij Van Kemenade en Hollaers. Voorheen zaten ze in een prachtig pand, maar ze zijn verhuisd naar dichterbij het centrum van de stad.
 In de hele zaak staat 1 smal kastje met thrillerboeken. Op de collagefoto zie je het totale aanbod van de thrillers die je daar direct kan kopen.



 Een paar dingen vallen op
:
1. Er staat geen 1 van de boeken waar ik vorige boekpresentaties van bijwoonde. Waarvan de eigenaar dan ook altijd even enthousiast vertelt hoe goed hij het boek vindt. Oke, al die titels zouden natuurlijk toevallig net allemaal uitverkocht kunnen zijn.

2. Het is allemaal oude meuk. Sommigen van echt jaren geleden. Bijna antiek te noemen. Het heeft dus als thrillerliefhebber geen enkel nut om er gewoon als klant langs te gaan. Als je het vergelijkt met Libris Buitelaar op de Grote markt in dezelfde stad waar wel een enorm en actueel  aanbod van spannende boeken, is het bijna om te huilen. Gelukkig voor mij als veellezer van spannende boeken, woon ik in een stad en daar zijn altijd meerdere boekhandels. Een echte boekenwurm houdt van de pret in een winkel om het ene na het andere boek op te pakken, achterflap te lezen, in het boek een stukje mee te pikken en vervolgens met de keuze van de dag naar huis te vertrekken.
Groot voordeel van boekhandel Van Kemenade en Hollaers: ik zie nooit een spannend boek wat ik perse wil kopen. Goed voor de huishoudknip zeggen we dan.

Hoe is het bij jullie boekhandels? Leuk zou ik het vinden als je toch langsgaat bij  de winkel waar jij altijd komt, je eens een foto van de thrillerhoek maakt en die stuurt. En jouw boekhandel vindt dat vast ook erg leuk. Dan publiceren wij die fot's hier op het blog.


maandag 19 maart 2018

Boekpresentatie De verkeerde vriend van Gert-Jan van den Bemd

Zaterdag 17 maart vond de boekpresentatie plaats van De verkeerde vriend van Gert- Jan van den Bemd. Een ijzig koude dag in heel Nederland, maar onder de rivier ook met sneeuw, weerhield de mensen niet om in grote getale naar boekhandel Van Kemenade in Breda.

Het eerste exemplaar, al is die term altijd raar ,want nooit krijgt iemand echt het allereerste exemplaar uitgereikt op zo'n dag, was voor Hans van der Prijt. Slechts 1 jaar had Gert-Jan les van deze docent op de middelbare school. Maar deze Hans zette de kraan open om met taal bezig te gaan. Regelmatig gaan ze nu nog naar een museum of uit eten.
Hans vertelt dat de auteur toen al opviel. Hij zat altijd achterin de klas en had net iets meer haar dan nu, maar had een bijzonder mysterieuze glimlach. 
Gert-Jan schijnt een zeer bescheiden man te zijn, want zoals op zijn website te zien is, is de man een veelzijdig kunstenaar:  beeldend kunstenaar, wetenschapsjournalist en publicist van verhalen, columns, blogs, gedichten en essays. Momenteel staat er ook werk in het Stedelijk museum van Breda. Qua schrijven debuteerde hij  in 1993 in Mens & Gevoelens van Margreet Dolman / Paul Haenen. In 2013 won hij de Delta Lloyd poëzieprijs van België en in 2014 de eerste prijs in de schrijfwedstrijd van literair tijdschrift Tirade. In 2015 won hij Heel Nederland Schrijft.
Maar waar het echt begon te lopen met schrijven, was toen hij in 2016 de Aspe Award won in België. Aspe is wereldberoemd in België, dus de prijs stelt daar echt wat voor. Alhoewel Gert-Jan had gehoopt de derde prijs te winnen, want dat was een jaar gratis Omer bier drinken. Trouwens vers op de tap bij de Boterhal Gert-Jan! Aspe persoonlijk en o.a. Ish Ait Hamou koos uit de stapel inzendingen van rond de 150 de enige Nederlandse inzender van de shortlist. Hij kwam vervolgens in gesprek met Manteau en had een klik. Nog wat heen en weer over hoe het einde van het boek zou moeten zijn, kwam het dan uiteindelijk dit jaar op de markt.
Er is ook een audioversie, maar dat is wel voor de luie lezers, meent hij, want er gaat niets  boven een  papieren boek.

Gert-Jan leest nog wat voor, meldt dat je het boek het beste kan lezen in de zomer, maar dat het ook weer geen vakantieboek is. Volgt u het nog?
In een recensie werd gemeld dat het boek leest als een Thalystrein die steeds sneller gaat. Je bijt je vast en laat nooit meer los.

Daarna staat er een enorme rij van mensen die het boek kochten en willen laten signeren. Echt leuk om te zien.
Ik zelf heb lang staan kletsen met Alice die de pr doet voor de uitgeverij en die maakte mij zo enthousiast met haar verhaal dat ik het snel ga lezen binnenkort. Ook had ze nog twee leuke nieuwtjes over twee Vlaamse auteurs, maar daar volgt binnenkort nieuws over.



Ink

vrijdag 12 januari 2018

Vreemde vragen van vreemde klanten

Een Amerikaanse toerist kwam in een boekwinkel in Engeland binnen en zei dat ze iets zocht om haar geest verder te ontwikkelen. Nadat hij een paar seconden had nagedacht, vroeg de boekhandelaar: 'Heeft u Shakespeare gelezen?
'Nee', zei de toerist. 'Wie heeft het geschreven?'


Uit: Gekke dingen die klanten in boekwinkels zeggen

zondag 10 september 2017

Wat leest Wally zelf

Al een aantal columns zijn er over de boekhandel geschreven maar misschien vinden jullie het ook weleens leuk om te weten wat voor soort boeken ik nu zelf lees.

Eigenlijk is dat heel verschillend want ik vind van alles leuk, maar mijn eerste aandacht gaat uit naar YA-boeken. Ik houd me daar erg mee bezig in de boekhandel (nieuwsbrief, Facebook, etc.) dus dan vind ik het ook wel leuk om een beetje op de hoogte te zijn waar de boeken dan over gaan. Als we een leesexemplaar krijgen van nieuwe YA-titels lees ik die meestal wel gelijk. Maar soms kan ik ook ineens een wat oudere serie lezen. Op vakantie neem ik altijd dwarsliggers mee omdat deze zo lekker klein zijn. Toen ik 2 jaar geleden op zoek was naar een dwarsligger voor de vakantie zag ik ineens ” De selectie” liggen. De eerste 3 delen in één boekje. Ik was eigenlijk wel nieuwsgierig omdat ik al veel jongeren er had over praten. Na het gelezen te hebben kan ik me wel voorstellen dat veel meiden dit een leuke serie vinden.

Maar naast Young Adult vind ik ook spannende boeken erg leuk. Zo heb ik laatst
“Wat jij niet ziet” van Sarah Pinborough gelezen. Dat vond ik een geweldig boek, iedere keer als je denkt dat je weet welke kant het op gaat dan is het toch weer anders! Zulke boeken vind ik altijd erg leuk om te lezen. Het liefst wil ik dan als ik het boek uit heb, weer opnieuw beginnen om te kijken of alles klopt en of ik bepaalde dingen toch niet eerder had kunnen ontdekken. Helaas gun ik mezelf
nooit de tijd om een boek voor een 2e keer te lezen omdat er nog zoveel andere boeken op mij wachten.

Het kan ook gebeuren dat ik in de winkel een klant over een boek hoor praten en dat ik daardoor erg nieuwsgierig word. Vaak zet ik het dan op mijn lijstje om het later nog eens te gaan lezen.

Ook kinderboeken worden door mij gelezen. Ieder jaar in oktober tijdens de Kinderboekenweek zijn er weer veel bekroonde boeken waar veel aandacht aan wordt besteed. Ik heb me voorgenomen om te proberen dit jaar alle griffels van tevoren gelezen te hebben. Of ik het ga halen, geen flauw idee maar de volgende keer meer hierover.

Wally

dinsdag 27 december 2016

Meesterdeal de wereld in...

“Boekpresentatie Meesterdeal groot succes” kopte de website van Uitgeverij Ellessy, en terecht.

Op vrijdag 16 december vond de presentatie plaats van het tweede boek van Marlen Beek-Visser, Meesterdeal, op het plein voor boekhandel De Kler (winkelcentrum De Winkelhof, Leiderdorp). Het was een van de drukker bezochte boekpresentaties waar ik dit jaar bij ben geweest, met veel mensen die Marlen wilden komen aanmoedigen en die natuurlijk een gesigneerd exemplaar van Meesterdeal wilden bemachtigen – ook Pjotr Vreeswijk, die eigenlijk dienst had maar toch even kwam aanwippen (in uniform), onder andere omdat Marlen ook bij de presentatie van zijn Masterplan was geweest. Zelf heb ik een kerstdiner van kantoor ‘opgegeven’, want hoe vaak presenteert iemand nou zijn of haar tweede boek? Samen met Miriam en Alex ben ik er dus ook bij om een beetje te cheerleaden (en een mooie bos bloemen te overhandigen).

Terwijl de flessen wijn nog werden aangesleept voor de afterparty, besteeg Hennie Dreuning van De Kler alvast het kleine podium dat voor de boekhandel was aangelegd, om de presentatie te openen. De redacteur van Marlen kon niet aanwezig zijn wegens familieomstandigheden, dus las hij een brief van de redacteur voor over de totstandkoming van Marlens nieuwe boek.
Vervolgens was Marlen zelf aan de beurt. Zij vertelde over haar bewondering voor de schrijfsels van David Endt (auteur/columnist, voormalig teammanager van Ajax 1) en de intensieve mailwisseling die zij de afgelopen twee maanden met hem had. Aan Endt wilde ze nu graag het eerste exemplaar van Meesterdeal uitreiken en natuurlijk was Endt graag op Marlen’s uitnodiging ingegaan.
Endt beschrijft het boek Meesterdeal als een soort sexy striptease, waarbij het plot laag voor laag uit de doeken wordt gedaan – vergelijkbaar dus met een vrouw die zich langzaam uitkleedt. De thriller is een sexy vorm van literatuur, vindt hij, waarbij Marlen erin is geslaagd om het – net als bij die sexy striptease – spannend te houden tot het eind.

Na zijn lovende woorden mag Endt het eerste exemplaar van Meesterdeal in ontvangst nemen uit handen van Marlen. Er wordt gefeliciteerd, gezoend, geapplaudisseerd, en dan worden de flessen wijn opengetrokken. Het feest kan nu echt beginnen! Men haast zich naar de kassa van De Kler met een exemplaar van Meesterdeal en sluit aan in de rij om het boek door Marlen te laten signeren.
Jeffrey Heidstra neemt ondertussen plaats op het podium en brengt met zijn rauwe stemgeluid verschillende rockballads ten gehore terwijl hij zichzelf begeleid op gitaar, bijgestaan door de vocalen van Dave Bordeaux. Miriam en ik vergapen ons nog een tijdje aan het lekkers dat De Kler qua boeken te bieden heeft voordat we toch maar met alleen Meesterdeal naar buiten lopen, waar we nog even een praatje maken met Pjotr Vreeswijk. Door zijn verhaal over de reacties op zijn debuut en hoe hij nu zelf naar Masterplan kijkt, ben ik erg benieuwd hoe zijn volgende boek eruit zal zien!

Wanneer Pjotr toch echt weer aan het werk moet (en misschien ook omdat zijn uniform toch wat bekijks trekt), sluiten wij aan in de rij voor Marlen. Het is zo druk dat het signeren af en toe onderbroken moet worden om iemand te knuffelen of een selfie te nemen – en dat is alleen maar leuk, want hoe fijn is het wel niet als zoveel mensen (groot en klein) blij zijn voor jou en je boek, en het ook graag willen hebben?


Blij met onze bloemen schrijft Marlen in onze boeken een mooie boodschap en poseert voor foto’s, maar daarna moet ze snel weer verder want er zijn nog meer mensen in de rij aangesloten. Later dit jaar zullen Alex en ik nog voldoende kans hebben om meer met Marlen te praten – en met volle agenda’s en drukke weekendplannen kunnen we het niet laat maken – dus ook dat is niet erg. Benieuwd naar Meesterdeal gaan we richting de uitgang, terwijl we nog proberen gedag te zwaaien naar bekenden, maar iedereen is te druk aan het lezen, praten en lachen. Een betere avond kun je je volgens mij niet wensen. 

Het was super, Marlen, ik hoop dat jij ook genoten hebt!

Yfke!

zaterdag 24 december 2016

Moordwijven bezetten Tillietown


De Moordwijven in Tilburg

De Moordwijven gingen Gianotten Mutsaers in Tilburg opvrolijken met hun aanwezigheid en dat was een mooie gelegenheid voor het management van Thrillerlezers om weer eens samen op pad te gaan. Dat was namelijk al weer veel te lang geleden. Ik moest eerst even mijn TomTom afstoffen, want die zou ik wel nodig hebben. Meestal kan ik de navigatie met de daaromheen gebouwde auto van de echtgenoot wel meenemen, maar die had nu zoiets van ‘misschien is het wel goed als je die van jezelf weer eens laat rijden, gezien het gedoe met die accu van de laatste tijd’. Oh ja, dat is wel een idee. Maar dat betekende dus dat de TomTom afgestoft moest worden, want in het bouwjaar van mijn koekblik bestond er nog niet echt zoiets als ingebouwde navigatie. Breda kan ik met mijn ogen dicht vinden, maar Tilburg is een ander verhaal. Dat is wel een jaar of 20 plus geleden dat ik daar geweest ben maar dat zou mijn ietwat gedateerde TomTom wel kunnen vinden dacht ik zo.
Ink opgehaald en hup, richting Tilburg. So far, so good. Veel kletsen tijdens het rijden is niet altijd even handig, want je mist wel eens een afslagje hier of daar en een TomTom die eigenlijk beter in de la had kunnen blijven liggen helpt ook niet echt, maar ach, uiteindelijk kom je er wel.
De eerste stop was de bibliotheek in Tilburg, want ‘nee in Gianotten kun je echt niet plassen’ volgens Ink en aangezien ik een zeikwijf ben, zou dat wel eens voor problemen kunnen zorgen… Daarna snel naar Gianotten. Een prachtige, ruime boekwinkel en in het midden een kleine verhoging waar de Moordwijven al snel plaats namen.




Ingrid Oonincx, Marlen Beek-Visser, Anja Feliers en Isa Maron stellen zich kort even voor en na dit voorstelrondje gaan de dames elkaar interviewen. En wat kom je dan zoal te weten in dit vragenuurtje?
Isa is toch wel een beetje in een zwart gat gevallen na Eindspel. Ze krijgt nu regelmatig de vraag van lezers om vooral meer over Kyra en Maud te schrijven. Het is ontzettend leuk dat de personages zo zijn gaan leven bij anderen in plaats van enkel en alleen in haar hoofd. Ze gaat er eens heel hard en diep over nadenken of ze verder gaat met Kyra en Maud.
Bijna elk Moordwijf geeft antwoord op de vraag: ‘welk boek van jou moeten we absoluut lezen en waarom?’. Een moeilijke vraag vindt Anja, commercieel gezien begin je bij een reeks natuurlijk bij het begin, maar als ze zelf zou moeten kiezen, dan geldt voor haar ‘Vergeet me niet’, daar had zij tijdens het schrijven het meest voeling mee. Marlen vindt het ook lastig, zeker gezien het feit dat op die dag ‘Meesterdeal’ nog niet te krijgen is en alleen ‘Stem!’ in de winkel ligt, maar zij denkt dat ze met ‘Meesterdeal’ meer de nuance heeft kunnen raken en daardoor de spanning wat meer heeft kunnen opvoeren. Isa is wat wispelturiger, die vindt zelf steeds haar laatste boek haar beste, maar ja ‘moet je nu iets willen missen?’ gezien het feit dat ‘Eindspel’ het laatste deel in een serie is?
Ingrid wilde vroeger Olympisch kampioen 800 meter worden en toen actrice, muzikant. Schrijfster was iets wat pas later kwam. Ze las als kind veel en ze schreef ook al vroeger, toneelstukken vooral. Pas op haar 30e ontdekte ze dat het schrijven echt iets was dat haar lag.

Anja krijgt haar ideeën voor haar boeken vooral door goed om je heen te kijken en de gekke dingen in de wereld op te zoeken. Als een idee eenmaal in haar hoofd zit en dan laat ze haar fantasie en haar angsten op dat idee los. Ingrid vraagt of het dan ook een soort therapie is, maar dat is niet zo, het werkt niet volgens Anja. ‘Ik ben een ontzettende bange kip’.
Marlen noemt zichzelf een ‘situationele auteur’, ze moet echt achter een laptop te zitten met haar handen aan het toetsenbord en dan begint het te stromen. Het enige andere moment dat ze met een boek bezig is, is als ze onder de douche staat, alsof haar gedachten stromen net als het water dat stroomt.
Het is wel raar dat je tegenwoordig niet meer kunt schrijven zonder internet volgens Isa. Ze heeft constant Google open bijvoorbeeld en mocht je ooit willen weten wat er met een lijk gebeurt dat twee weken dood in een kamer ligt met de rug tegen de verwarming, Isa is your woman, dat kan ze je precies vertellen; ze heeft ook anderhalve meter aan boeken met onder andere dat soort fijne naslagwerken. Ze vindt dat je goed je huiswerk moet doen als je aan het schrijven bent, maar je moet de waarheid ook weer niet te nauw volgen. Het is ook fictie natuurlijk, het hoeft niet 100% te kloppen, als de lezer het maar niet merkt…




Anja schrijft altijd ‘s nachts, na 21.00 uur krijgt ze altijd een energieboost (waarvan ze zich afvraagt waarom die niet gewoon ‘s ochtends komt) en in de rust die er dan in huis heerst, gaat ze aan de slag. Overdag is het lastiger om het schrijven te combineren met haar baan op een middelbare school. De duisternis geeft een goede sfeer voor het schrijven van een spannende scene bijvoorbeeld. Ink vraagt hoe het kan dat ze dan juist ‘s nachts schrijft, omdat ze net vertelde dat ze ook bang is in het donker, als ze in bed ligt. Het is een ander gegeven om niet in je bed te liggen in je pyjama, antwoordt Anja, dan ben je kwetsbaar. Als ze dan aan het schrijven is met een muziekje aan, lichten aan, dan is het prima. En als er dan wat is, dan kan ze altijd nog haar man uit bed halen ;-)
Isa hoeft niet per sé beroemd te worden, haar boeken wel, maar ze zou het zelf niet zo heel leuk vinden als ze overal en altijd herkend zou worden. Dat lijkt haar best akelig, je bent niet meer anoniem (‘nu kan ik gewoon in mijn joggingbroek en mijn haar alle kanten op naar de bakker en niemand die zegt ‘goh, die Isa Maron, het gaat niet goed met haar hoor’’). Haar zwager (André Kuiper) wordt altijd en overal herkend en mensen willen steeds met hem op de foto. Zeg je eens een keer nee…dan ben je meteen een arrogant onsympathiek type…. Maar ja, ze wil wel dat haar boeken beroemd worden en het een gaat niet helemaal zonder het andere.
Ingrid heeft als auteur geen voorbeeld, Isa dan weer wel een paar (o.a. Stephen King). Ingrid denkt dat het ook moeilijker is om een eigen stijl te ontwikkelen als je een groot voorbeeld hebt. Anja is druk bezig met een nieuw boek met Kathleen in de hoofdrol, er gaat ook een bundel uitkomen met drie korte verhalen met een hoofdrol voor Kathleen en ze is aan het brainstormen over een nieuw boek dat gepland staat voor het eind van 2017 en er zit een onderwerp in het boek dat nog niet eerder is be- en omschreven. Ze wilde een totaal andere invalshoek. Wij zijn nieuwsgierig!

Uit het publiek komt de vraag hoe Isa zo in het hoofd van een psychopaat kan kruipen. Nou ja, die anderhalve meter aan boeken is niet voor niets en ze zoekt ook filmpjes op YouTube op. Veel van dat soort ‘types’ zijn vaak geïnterviewd en dan valt op dat ze eigenlijk allemaal wel de schuld bij een ander neerleggen. Ted Bundy bijvoorbeeld, want tsja, als hij nooit porno had gekeken, dan was hij nooit aan het moorden geslagen. Ze heeft nooit iemand in de gevangenis opgezocht, maar ze weet ook niet of ze daar überhaupt toestemming voor zou krijgen en ze vraagt zich ook af of dat wel iets zou toevoegen.
Hoe kijk je terug op de vorige boeken, de boeken vóór de Noordzeemoorden, vraagt Ink. Ze neemt zich altijd voor om haar boeken eens tijdens de kerstvakantie ofzo te herlezen om zo haar eigen ontwikkeling te zien, maar dat komt er natuurlijk nooit van. En ze durft het ook niet zo goed. Haar beste vriendin vindt Schaduwkant haar beste boek (maar Isa weet niet of ze Eindspelal gelezen heeft). Als ze haar eigen boeken zou herlezen, dan zou ze wel wat opmerkingen voor haarzelf hebben, dan zou er wel wat roods in de kantlijn komen te staan :-)
Anja begint pas met schrijven als een idee dat zij in haar hoofd heeft ook echt een goed gevoel geeft, als ze er dag en nacht mee bezig is. Dan kunnen er nog een aantal weken of maanden overheen gaan voor ze ook echt begint met schrijven, eerst aantekeningen maken, maar het verhaal is voor 70% in haar hoofd klaar voordat ze echt aan het schrijven gaat. Haar boeken hebben altijd een aanloopje nodig, ze vindt dat de lezers eerst de personages goed moeten leren kennen. Op die manier hoopt ze dat een lezer zich meer kan inleven in een situatie waar een personage in terecht komt.
Isa vertelt dat ze de beginscène van Galgenveld al voor zich zag en het einde van Eindspel was iets wat ze gedroomd heeft, een nachtmerrie eigenlijk. Dus ze is van haar ‘fantasiebeeld naar haar nachtmerrie gaan schrijven’. Je houdt er wat rare fantasieën op na Isa…(alhoewel, het heeft een retegoede serie opgeleverd!). Ze maakt overigens wel een synopsis, alle korte en lange verhaallijnen op een rijtje en dan is het eigenlijk een invuloefening. Maar er komen af en toe ook bijvoorbeeld personages tevoorschijn, die ze eerst niet had bedacht en dat maakt het schrijven dan wel heel erg leuk en verrassend.
Ingrid is nu met haar vijfde boek bezig, weer een standalone en ze weet niet of ze ooit een serie zou willen schrijven.
De Moordwijven hebben onderling wel contact en het is qua contact een beetje hollen en stilstaan. Een chatgroepje op Facebook is ideaal, want als je dan toch achter je laptop zit, kun je tussendoor snel even wat typen. Het zijn niet alleen hoera-momentjes ‘ik heb een gave scene bedacht!’, maar ook praktische dingen over uitgevers of redacteurs en het is gewoon heel fijn om even te kunnen spiegelen.
Marlen kwam met het onderwerp voor Meesterdeal doordat het de afgelopen jaren redelijk veel in het nieuws is geweest, leraren die iets hadden met leerlingen. In haar boek geeft ze de docent ook een stem, omdat die docent niet alleen maar fout is, dus hij komt in hele korte hoofdstukjes aan het woord. Dat zijn juist de scenes waar zij heel erg tevreden over is.
Vanuit het publiek wordt gevraagd of de dames een favoriete serie hebben. Anja leest momenteel de serie van Nicci French; Harry Potter is een favoriete serie van Isa, net als Lord of the Rings of de Hongerspelen. Ingrid leest geen series, maar kijkt ze wel heel graag: The Walking Dead en die vindt ze echt geweeeldig!
En welke thrillers raden ze zelf aan, wordt gevraagd? De boeken van de Moordwijven…

Na dit vragenuurtje zit het er weer op, de dames stappen van het podium af en komen gezellig kletsen met het publiek, signeren een boek hier en daar. Anja neemt al vrij snel afscheid, want die moet nog een aardig eindje naar huis, Ingrid duikt de kroeg in en wij drinken met Isa en Marlen nog een kopje koffie, dat we nog net konden bestellen. Gezellig nog even kletsen over van alles en nog wat, zo ontzettend leuk!
We worden de boekhandel uitgeveegd, het is echt echt echt sluitingstijd en de cheffies stappen in de auto om richting Raamsdonksveer te rijden: next stop Zusje! Voor diegenen die het niet kennen…als je van tapas houdt, ga dan eens bij Zusje eten. Er zijn meerdere vestigingen in het hele land en het is zooo lekker! En het was ook nog eens heel gezellig zo met zijn tweeën :-D, moeten we vaker doen!

Miriam