zondag 1 december 2019

Kevin Valgaeren in december 2019


Niet Slovenië

Midden augustus. Iedereen verkeert in vakantiestemming, behalve deze boekhandelaar die zo nodig al zijn vrije dagen in het voorjaar moest inzetten. Het is rustig in de winkel: een tiental snuisterende klanten op de eerste verdieping, een kind op de gelijkvloerse verdieping dat begint te huilen omdat het zijn zin niet krijgt, een dame met een Brusselse wafel die niet doorheeft dat ze vlokjes poedersuiker op onze koopwaar laat dwarrelen. Allen vinden ze in de kunstmatige verkoeling van onze boekhandel beschutting tegen de verschroeiende recordtemperaturen. Ik overweeg om de vrouw met de wafel erop attent te maken dat het niet beleefd is om al smikkelend en smakkend een winkel te bezoeken, wanneer ik word benaderd door een man van gezegende leeftijd met twee landkaarten van verschillende merken in zijn handen.

     ‘Kan u mij uitleggen wat het verschil is?’ vraagt hij enigszins verlegen.
     Zonder te kijken wat er precies op de kaarten staat, zeg ik hem dat de rode van Michelin is en de groene van Freytag & Berndt. Het zijn beide uitstekende merken, hoewel ik een persoonlijke voorkeur koester voor het laatste.

     ‘Ik bedoel waarom er op de ene kaart Slovenië staat en op de andere Slowakije.’
     Ik knipper verrast met mijn ogen en probeer te begrijpen wat hij wil zeggen.
     ‘Omdat de ene kaart van Slovenië is en de andere van Slowakije,’ zeg ik voorzichtig, hopend dat ik hem niet in verlegenheid breng.
     ‘Maar dat is een het hetzelfde land,’ beweert hij.

     Er valt een stilte waarin ik op zoek ga naar mijn kluts en waarin ik mij de bedenking maak dat dit incident mogelijk nieuw materiaal is voor een column. De stilte wordt pas doorbroken nadat de man met zijn vingers door de resterende haren van zijn kapsel heeft gekamd en zich nader begint te verklaren. Zijn exposé getuigt van een degelijke kennis op gebied van de Europese geschiedenis, op één belangrijk detail na.

     ‘Slovenië is het oude Slowakije,’ beweert hij. ‘Het grondgebied heeft lang deel uitgemaakt van Tsjecho-Slowakije tot de val van de Sovjet-Unie. Na de Fluwelen Revolutie heeft het zich in 1993 afgesplitst van Tsjechië en is het verder gegaan als Slovenië.’
     ‘Dat klopt,’ zeg ik, ‘maar het heet nog steeds Slowakije. Slovenië is een ander land. Het ligt zuidelijker op de kaart.’

     ‘Dat lijkt mij erg onwaarschijnlijk. Ik vrees dat de kaart waar ze het Slowakije noemen hopeloos verouderd is.’

     ‘Wacht,’ zeg ik. ‘Ik zal het u laten zien,’ en open Google Maps: een prachtig stukje software waar mijn museumstuk van een computer echter moeilijk mee overweg kan.
Anderhalve minuut duurt het vooraleer ik naar de betreffende plek op de kaart kan scrollen.
     ‘Kijk, hier ligt Slowakije. Naast Tsjechië. Onder Slowakije hebben we Oostenrijk en Hongarije. En daaronder, gekneld tussen Italië en Kroatië ligt Slovenië. Als ik mij niet vergis, maakte het vroeger deel uit van Joegoslavië.’

     De man drukt zijn bril zo hoog mogelijk op zijn neus; een neus die vervolgens met overbodige argwaan mijn computerscherm nadert.
     ‘Oh, nee,’ kermt hij na enkele beladen seconden. ‘U heeft gelijk.’
     Natuurlijk heb ik gelijk, maar ik begrijp niet wat hij daar zo erg aan vindt. Ik zie hoe het bloed uit zijn hoofd wegtrekt en hoe de kaarten die hij vastheeft uit zijn handen dreigen te vallen.
     ‘Ik vertrek volgende week met het vliegtuig op vakantie,’ zegt hij, en hoewel dat heuglijk nieuws is, klinkt hij angstig. ‘Ik heb altijd al eens naar Slo… Slowakije willen gaan. En nu ik het nog kan, dacht ik…’

     Dat is het moment waarop ik besef dat dit wel degelijk het onderwerp van mijn volgende column zal worden.

     ‘Oh, nee,’ herhaalt hij. Hij laat de kaarten op mijn veel te kleine bureau vallen en brengt zijn rechterhand voor zijn mond. ‘En ik dacht nog: waarom vliegen we niet rechtstreeks naar Bratislava?’
     ‘Waar landt uw vliegtuig dan?’
     ‘In Ljubljana,’ zegt hij, ofschoon hij de naam uitspreekt als Loebana, wat wel eens correct kan zijn.
     ‘Ljubljana is de hoofdstad van Slovenië,’ zeg ik, met mijn vinger op de betreffende plaats in Google Maps. ‘Ik vrees dat u een reis naar Slovenië heeft geboekt in plaats van naar Slowakije.’
     ‘Godverdomme,’ zegt hij, nu met beide handen voor zijn mond. ‘Dat is dertienhonderd euro in de prullenmand.’

     ‘Oei,’ zeg ik, want ik kom niet meteen op de juiste troostende woorden.
     Dat komt omdat de situatie in wezen iets dolkomisch heeft. Alleen ligt de prijs van de grap aan de hoge kant, waardoor ik niet in lachen kan uitbarsten. Ik probeer het dan maar met: ‘Slovenië schijnt ook mooi te zijn.’

     ‘Ja,’ zegt hij, terwijl ik merk dat zijn ogen vochtig worden. ‘Dat moet dan maar.’
     Hij plukt met trillende handen de kaart van Slovenië van mijn bureau. Ik beeld mij in dat er een smiley op de hoes staat gedrukt: eentje dat zijn tanden bloot lacht en tranen in de ooghoeken heeft bengelen.

     Ik wil hem nog zeggen dat hij van geluk mag spreken dat zijn vergissing op tijd aan het licht is gekomen en dat hij na zijn aankomst in Ljubljana geen taxi naar Bratislava heeft besteld. Gelukkig weet ik mij tijdig in te houden.

     De man druipt moedeloos af en ik word overmeesterd door een vlaag van medelijden, hoewel ik tegelijk blij ben dat ik dit heb mogen meemaken.

K.R. Valgaeren

Copyright Koen Broos





    
    


1 opmerking:

  1. Haha: “...en dat hij na zijn aankomst in Ljubljana geen taxi naar Bratislava heeft besteld”

    BeantwoordenVerwijderen