Posts tonen met het label Leuven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Leuven. Alle posts tonen

donderdag 19 mei 2022

Anita vroeg Jo Claes weer het hemd van het lijf!

 


Wie zegt Jo Claes, zegt Thomas Berg, Leuven en kunst.  Ook ‘Slagschaduw’ bevat weer de vaste ingrediënten.  ‘Slagschaduw’ is alweer de zestiende Thomas Berg, maar de formule werkt nog steeds.  Wat maakt dat Thomas Berg ‘het’ nog altijd heeft?  Misschien geeft Jo Claes het antwoord op deze vraag?  

Dag Jo!

•  Het is een traditie geworden dat jaarlijks in het voorjaar een nieuwe Thomas Berg aan het publiek wordt gepresenteerd.  Doe je er ook effectief een jaar over om een nieuw boek te schrijven?

Ik schrijf met opzet maar één Thomas Berg per jaar. Ten eerste omdat ik vrees dat als ik er meer schrijf, dat ten koste gaat van de kwaliteit. Ten tweede wil ik de nodige tijd uittrekken om de roman te schrijven zoals ik dat wil. Een plot bedenken kost me ongeveer een maand, soms meer. Het schrijven zelf duurt zes tot acht maanden, dat varieert van verhaal tot verhaal.

•  Met ‘Slagschaduw’ verblijd je de fans van Thomas Berg op een zestiende keer een inkijk in zijn leven.  Kan je je een leven zonder Berg indenken? 

Op dit ogenblik neemt Thomas Berg inderdaad een aanzienlijk deel van mijn leven in beslag, maar daarnaast schrijf ik nog andere dingen. Bijvoorbeeld de jeugdreeks ‘Niet voor mietjes’ waarvan intussen al vijf delen bestaan. En af en toe publiceer ik ook een gewone roman, zoals ‘Het kaïnsteken’ of ‘Spiegelgevechten’. Er bestaat dus - op vlak van schrijven – wel degelijk een leven zonder Berg, al moet ik eerlijk toegeven dat ik hem zou missen als hij er niet meer was.

• Kan Berg jou nog steeds verrassen?  Zijn er nog nieuwe kantjes van zijn karakter te ontdekken?  Leer ook jij hem nog steeds beter kennen?

Ik denk niet dat de lezer veel ‘nieuwe’ kantjes van Bergs karakter leert kennen. De man is in ‘Slagschaduw’ dezelfde als degene die hij al in vijftien romans is. Maar net als in het echte leven evolueert Berg als mens en dat onder invloed van de dingen die hij meemaakt, zowel professioneel als privé. Vooral dat laatste heeft op elk van ons – en dus ook op hem – een grote invloed. Dus nee, ik leer hem niet beter kennen. Hij is nog altijd hetzelfde hoofdpersonage dat ik zestien jaar geleden heb bedacht, maar af en toe stel ik zelf vast dat hij ietwat anders reageert dan vroeger, net als ikzelf doe.

•  Thomas Berg heeft zijn vaste schare fans.  De federale hoofdinspecteur houdt ons nog steeds in zijn ban.  Wat is zijn geheim volgens jou?

Ik denk dat dat te maken heeft met het feit dat hij als mens heel herkenbaar is. Hij is een bijzonder goed politieman, maar hij heeft ook een hele reeks kleine kantjes. Bovendien bestaan de meeste verhalen uit twee delen: de eigenlijke plot, maar ook hetgeen zich in zijn persoonlijk leven afspeelt en die twee facetten hebben een invloed op elkaar. Volgens mij willen lezers ook graag lezen wat er in het privéleven van een hoofdpersonage gebeurt, daardoor wordt die voor hen een mens van vlees en bloed.

•  Berg komt deze keer Leuven niet uit.  Is corona daarvoor verantwoordelijk of lag de verhaallijn al voor de uitbraak van het virus vast?

Het verhaal had ik grotendeels in mijn hoofd voor de epidemie uitbrak. Toen het eenmaal zover was, was ik zelfs van plan om niet over corona te schrijven omdat ik dacht dat iedereen dat zou doen. Maar mijn romans spelen zich altijd twee jaar af voor het jaar waarin ze verschijnen en dat doe ik bewust omdat ik op die manier weet wat er in dat ene jaar is gebeurd. Al snel moest ik echter vaststellen dat ik niet om corona heen kon omdat ‘Slagschaduw’ gesitueerd is in 2020 en nagenoeg het hele jaar door de epidemie is gekentekend. Ik heb daarom van de nood een deugd gemaakt en corona gebruikt als een leitmotief.


•  In ‘Slagschaduw’  bezorgt cineast Jonathan Van Cauwenbergh met zijn film heel wat kopzorgen aan Berg.  Vanwaar het idee om het verhaal van een film te verwerken in een Bergverhaal?

Ten eerste omdat ik een verhaal in een verhaal wilde, waardoor de roman een heel aparte gelaagdheid krijgt. Ten tweede omdat ik het interessant vond om de wisselwerking af te tasten tussen fictie en non-fictie. In hoeverre komt wat in een roman of in een filmscenario staat uit het privéleven van de auteur – in dit geval uit dat van de regisseur? En hoe bepaalt dat de inhoud of zelfs de herkomst van een verhaal? Daar peil je trouwens zelf naar, twee vragen verder. Zie dus aldaar.

•  Karlien Debraekeleer vraagt zich verontrust af wat de plot van de film zal brengen?  Weet jij altijd al van bij aanvang hoe de plot zal evolueren?

Voor ik aan het schrijven zelf begin, weet ik perfect hoe de plot zal evolueren. Bij een misdaadroman kan dat moeilijk anders omdat het een ongelooflijk ingewikkelde puzzel is waarin alles tot in detail moet kloppen. Dat wil niet zeggen dat er tijdens het schrijven niet nog wat details kunnen veranderen, maar het staat wel op voorhand vast hoe ik van punt A tot bij punt Z moet komen.

•  Jonathan verwerkt heel veel elementen uit zijn leven in zijn film. ‘Niets vertelt meer over hoe we in elkaar zitten dan de verhalen die we verzinnen.’ wordt verderop in het boek beweerd.  Wat leren we uit ‘Slagschaduw’ over jou?

Dat citaat van Pascal Mercier staat niet voor niets in het boek. Ik zal dus niet ontkennen dat er in deze roman een flinke autobiografische moot zit. Maar het verhaal zelf is natuurlijk pure fictie. In hoeverre het geënt is op mijn leven, is enkel en alleen mijn zaak. Ik wil alleen dit nog zeggen: ik heb me nooit meer geamuseerd met het schrijven van een Thomas Berg dan met dit boek en dat was niet enkel een verrassing voor mij, het heeft blijkbaar ook een positieve invloed gehad op de leeservaring, want als ik op de reactie van lezers mag afgaan, vinden ze deze roman één van de beste, zoniet het beste deel uit de hele Thomas Berg-reeks tot nu toe.

•  Corona is heel aanwezig.  Onze levens werden goed twee jaar geregeerd door het virus.  Ben je niet bang dat lezers gaan afhaken omdat het virus met dit boek ook in hun leeswereld een rol speelt?

Waarom? Aangezien ik een bestaande stad als achtergrond gebruik en elk verhaal zo levensecht als mogelijk probeer weer te geven - mét elementen die in dat jaar ook daadwerkelijk zijn voorgevallen - kan het de beleving van lezers alleen maar ten goede komen als ze in het verhaal geconfronteerd worden met gebeurtenissen die ze zelf voor een deel hebben meegemaakt.

•  ‘Nadenken moet hij bij een espresso, bij voorkeur bij meer dan één.’ Een straffe espresso, een cognac, het zijn Bergs favoriete dranken.  Ook van jou?  Ook een noodzaak om goed na te denken voor jou?

Ik gebruik geen alcohol als ik schrijf omdat ik een ochtendschrijver ben. Ik schrijf van zes of zeven uur ’s ochtends tot ongeveer twaalf à één uur. Dan zit het erop voor die dag. Maar de plot zelf bedenken doe ik ’s nachts en dan komt er wel eens een cognac aan te pas, dat klopt.

•  Museum- en bioscoopbezoekjes, … deze keer moet Berg zonder.  Wat deed het met jou dat die culturele uitstapjes niet mogelijk waren?

Hetzelfde als met Berg. De pure horror.

•  De Gambrinus bleef gesloten.  Is dat ook toevallig jouw favoriete kroeg  in Leuven?  Na al die reclame via Berg, moeten ze jou daar toch als VIP behandelen ondertussen?

Ik zit af en toe op het terras van de Gambrinus, al is het niet – zoals in Bergs geval – mijn stamkroeg. Soms ga ik daar ook iets drinken als ik tijdens het schrijven bezig ben met een scène die zich in de Gambrinus afspeelt en probeer ik me voor te stellen wat Berg op zo’n moment ziet, denkt en voelt. Ook dat is een vorm van research, een heel aangename dan nog.

•  Leuven lijkt wel een heel groot museum.  Altijd is er wel een kunstwerk dat een grote rol speelt in jouw misdaadromans.  Ga jij veel op museumbezoek?  En is dat dan vooral in functie van je schrijven? 

Soms wel, soms niet. Als de research voor een roman dat vereist, bezoek ik bepaalde musea, tentoonstellingen, steden of zelfs landen. Meestal echter gebeurt het omgekeerde en put ik uit herinneringen aan wat ik ooit ergens heb gezien.

•  Hoe maak je de verbinding tussen een kunstwerk dat je ziet en een nieuw plot?  Hoe vind je net dàt kunstwerk dat nodig is om een heel verhaal rond te schrijven?

Dat varieert. Vaak bedenk ik een plot en ga dan op zoek naar een kunstwerk dat aansluit bij de inhoud en de sfeer van het verhaal. Soms gebeurt het andersom. Bij ‘Tot de dood ons scheidt…’ bijvoorbeeld was ik zo getroffen door het grafmonument dat op de cover staat dat ik omgekeerd heb gewerkt en op basis van het kunstwerk een verhaal heb bedacht. Bij ‘Slagschaduw’ ging het weer anders. De plot van dat verhaal bevat een film die over een boom gaat en toch ook weer niet. De trapconstructie van Hannes Van Severen toont een trap die eigenlijk geen trap is omdat de treden omgekeerd staan. De link lag voor de hand.

•  Tijdens de Thomas Bergwandelingen in Leuven kunnen lezers met eigen ogen de kunstwerken die aan bod komen in jouw boeken aanschouwen.  Die wandelingen worden met elk boek langer?  Gids je die wandelingen zelf? Kan je hierover een woordje uitleg geven?

De wandelingen worden geleid door twee stadsgidsen die zich gespecialiseerd hebben in de boeken over Thomas Berg. Ze maken een tour langs een reeks locaties die belangrijk zijn in de verschillende verhalen, maar dat zijn er intussen zoveel dat ze natuurlijk een selectie moeten maken. Zelf gids ik zulke wandelingen heel zelden. Dat gebeurt alleen op speciale aanvraag.

•  Hoe kan de lezer hieraan deelnemen, zich daarvoor inschrijven?

Meestal kondig ik de wandelingen aan op mijn Facebookpagina, maar je moet snel zijn omdat ze doorgaans meteen volzet zijn. Deze zomer worden er nog enkele georganiseerd, heb ik me laten vertellen.

•  Tot slot, een nieuwe Thomas Berg is reeds in volle ontwikkeling?  Blijft Thomas thuis of trekt hij naar het buitenland?  Heb je al een titel voor het volgende boek?

De volgende Thomas Berg is zo goed als klaar. Aangezien het boek in 2023 verschijnt, speelt het zich af in 2021. Meer wil ik er voorlopig nog niet over kwijt.

Alvast een antwoord dat de fans van de politie-inspecteur heel nieuwsgierig maakt naar zijn volgende op te lossen misdaad.  Afspraak dus in 2023 voor de zeventiende Thomas Berg!  Daar drinken we voor nu een dubbele espresso op!  Of een cognac, voor de liefhebbers.

Anita voor Thrillerlezers!

vrijdag 10 april 2020

Jo Claes ondervraagd


Hoi Thrillerlezers!!

Mijn naam is Anita en ik hou van lezen.  Sinds ik lid ben van deze groep ben ik naar een nog hoger tempo geschakeld.  Mooie boekenpareltjes volgen elkaar op.  Maar waar mijn lezershart écht, maar dan écht, écht sneller van gaat slaan, dat zijn de boeken van Jo Claes.  Dus toen ik laatst ‘Van de hemel in de hel’, zijn allerlaatste misdaadroman, voor mijn deur mocht vinden, was ik ongetwijfeld de gelukkigste lezeres in de wijde omtrek.  En voor zijn boeken neem ik de tijd: geen haastwerk, het leestempo gaat omlaag, want een ‘Jo Claes’ lezen, dat is genieten!

Voor zij die Jo Claes nog niet zouden kennen - hoe onwaarschijnlijk is dat? - een kleine introductie.

Jo Claes was tot vóór enkele jaren werkzaam als leraar Nederlands-Engels aan het H.-Hartinstituut in Heverlee.  Zijn onderwijsopdracht combineerde hij eerst met het schrijven van verhalenbundels, novelles en romans. Later verschenen van zijn hand een  reeks non-fictie werken over mythologie, hagiografie en iconografie.  Zijn specialisatie in de apocriefe literatuur, de religieuze kunst en de Romeinse sagenwereld duikt regelmatig op in zijn recente misdaadromans.  Ondertussen kan hij leven van zijn schrijverschap.


Met ‘De zaak Torfs’ lanceerde Jo Claes in 2008 zijn eerste misdaadroman met als hoofdpersonage de Leuvense hoofdinspecteur Thomas Berg.  Leuven, kunst, geschiedenis, archeologie, de psychologische analyse van Berg, een spannend moordonderzoek, het zijn de vaste ingrediënten in zijn boeken.  Meerdere keren viel hij in de prijzen: ‘De mythe van Methusalem’ leverde hem de Gouden Strop op alsook de publieksprijs Hercule Poirot; met ‘Het gewicht van de haat’ haalde hij eveneens de publieksprijs Hercule Poirot binnen.
Mij viel de eer te beurt om hem een aantal vragen te mogen stellen voor Thrillerlezers!. 

Lezen jullie mee?


Jouw misdaadromans hebben als thuisbasis Leuven.  Heb je bij aanvang van een nieuw boek een soort van stratenplan voor ogen, een stukje van Leuven dat in die bepaalde roman extra in de verf wordt gezet? 
Leuven als thuisbasis is met opzet gekozen omdat ik het grootste deel van mijn leven in deze stad heb gewoond en ze heel goed ken. Bovendien heeft Leuven een rijk historisch verleden en heeft de stad zwaar te lijden gehad tijdens de wereldoorlogen, twee aspecten die in mijn romans geregeld aan bod komen. Daar komt nog eens bij dat de mix van studenten en gewone Leuvenaars heel apart is. 60.000 studenten op een bevolking van 100.000 inwoners is uniek in dit land.
Als ik een nieuw verhaal bedenk, is het niet de bedoeling om een bepaald stukje Leuven in de verf te zetten. Wat ik wel doe, is urenlang door straten en steegjes dwalen om locaties te vinden die ik kan gebruiken voor de plot. Net zoals ook regisseurs van films doen, maar die hebben daar natuurlijk assistenten voor.


Je hebt ondertussen de  veertiende  Thomas Berg geschreven.  Waar haal je telkens de inspiratie om jouw hoofdpersonage weer een nieuwe misdaad te laten oplossen?
De vraag waar een schrijver zijn inspiratie vandaan haalt, is zo oud als het schrijven zelf en heeft nog nooit iemand naar tevredenheid kunnen beantwoorden. Ik doe dus ook geen poging, alleen dit. De manier waarop een verhaal ontstaat, is het resultaat van een melange van allerlei elementen: persoonlijke ervaringen, toevallige gebeurtenissen in je omgeving of in die van vrienden, je eigen fantasie, dingen die je gelezen hebt of gehoord, voorvallen uit je jeugd, herinneringen die plots komen bovendrijven, associaties die god-weet-waar vandaan komen enz… enz… Eigenlijk is het opbouwen van een plot een soort kettingreactie tussen al deze factoren, maar waar die begint en welke de katalysatoren zijn, is achteraf onmogelijk na te gaan.

Soms gaat Thomas Berg ook naar het buitenland.  Is dat dan naar aanleiding van een gebeurtenis daar dat het verhaal ook die kant wordt uitgestuurd?
De scènes in het buitenland zijn inderdaad een gevolg van de reizen die ik heb gemaakt. Een voorbeeld. In de roman ‘Van de hemel in de hel’ komt de Cappella degli Scrovegni in Padua aan bod. Toen ik die twee jaar geleden voor het eerst zag, vond ik die zo mooi dat ik dacht: dit moet ik ooit in een roman gebruiken. Hetzelfde geldt voor Verona.



Thomas Berg is een heel menselijke rechercheur: gedreven, ietwat koppig, intelligent, loyaal, dikwijls eenzaam, nors, soms laat hij de lezer schrikken op momenten dat hij serieus uit zijn sloffen schiet.  Als lezer kennen we hem ondertussen heel goed.  Met elke nieuwe roman ontmoeten we een oude bekende.  Als je zo lang met een personage ‘samenleeft’, wordt dat karakter dan geleidelijk aan ook niet Jo Claes?  Lijkt Thomas Berg op jou?  
Lijkt Berg op mij? Ook die vraag wordt vaak gesteld. Ik begrijp dat lezers daar nieuwsgierig naar zijn, maar eigenlijk heeft het geen enkel belang hoeveel van mij in Thomas Berg steekt. Laat ik enkel dit zeggen. Denk je dat het mogelijk is om veertien romans te schrijven met hetzelfde personage zonder dat er iets van jezelf in dat personage kruipt? Volgens mij is dat nagenoeg uitgesloten. Maar wat autobiografisch is en wat niet, laat ik in het midden.


Is hij geïnspireerd op iemand die je kent?  Dat vraag ik me trouwens ook af wat de andere personages betreft.
Berg is niet geïnspireerd op iemand die ik ken. Hetzelfde geldt voor alle andere personages in de romans. Af en toe gebruik ik wel karaktertrekken, uiterlijke kenmerken, hobby’s, eigenaardigheden, uitspraken enz… van mensen uit mijn vrienden- of kenniskring. Ook met hun voor- of familienamen doe ik dat. Soms maak ik bij de keuze van een nieuwe naam voor een personage een combinatie van de voornaam van een vriend of vriendin en de familienaam van zijn of haar partner. Mijn vrienden vinden dat grappig. Het zijn knipoogjes, meer niet.

Gaat er aan elke misdaadroman van jou veel onderzoek vooraf?   Archeologie, geschiedenis, …  het zijn vaste ingrediënten in jouw boeken.   Dit is toch niet enkel parate kennis?
Ik doe voor elke roman erg veel research. Vaak zitten er referenties aan geschiedenis, literatuur, kunst, Bijbel, Griekse mythologie of christelijke iconografie… in mijn verhalen verwerkt. Dat zijn vakgebieden waar ik goed in thuis ben, ofwel door mijn studies, ofwel omdat ik me er altijd voor heb geïnteresseerd. De rest is opzoekwerk. In de roman ‘De mythe van Methusalem’ gaat het bijvoorbeeld over stamcelonderzoek. Daar wist ik weinig of niets over, dus heb ik me uitvoerig moeten informeren. Wat dat betreft, is Leuven ideaal. Je hebt hier specialisten van wereldniveau voor nagenoeg elke discipline en het kost meestal maar enkele telefoontjes of mailtjes om bij de juiste persoon terecht te komen en alle informatie te krijgen die je nodig hebt. Dergelijke mensen staan meestal vermeld in mijn nawoord.

Waarin onderscheiden jouw misdaadromans zich van de misdaadromans/thrillers van jouw collega-auteurs?  Mag ik spreken over ‘intelligente’ misdaadromans?
Mijn boeken zijn geen gewone thrillers, het zijn romans in elke betekenis van het woord, met dit verschil dat er een misdaad in wordt gepleegd. Wat ze van de overige Nederlandstalige misdaadverhalen onderscheidt, is misschien het feit dat er zovele verwijzingen in aan bod komen naar die elementen die in de vorige vraag zijn vermeld. Waarom is dat? Omdat ik intertekstualiteit heel belangrijk vind. Uiteindelijk schrijf je als auteur toch altijd het soort boeken dat je zelf graag leest. Het omgekeerde is trouwens zo goed als onmogelijk. Of mijn boeken daarom ‘intelligente’ misdaadromans genoemd kunnen worden, laat ik aan de lezer over.

De covers van jouw boeken zijn echte ‘Jo Claes’-covers, een handelskenmerk, zeg maar.  Er is ook telkens een duidelijk verband met het verhaal.  Wat is er eerst?  De cover of het verhaal?
Op elke cover staat een kunstwerk uit Leuven. Dat gebeurt enerzijds om een link te leggen met de stad, maar anderzijds ook omdat het beeld van belang is voor de plot. Doorgaans bedenk ik eerst een verhaal en zoek dan naar een bijpassend kunstwerk, maar soms gebeurt ook het omgekeerde. Dan zie ik een beeld dat me bijzonder aanspreekt en op basis daarvan bedenk ik dan een plot. Dat was onder meer het geval bij ‘Tot de dood ons scheidt…’ en ‘Van de hemel in de hel.’

Welke  van jouw 14 misdaadromans ligt jou het meest aan het hart, aan welke hou je de beste herinneringen?  Waarom?
Aan een schrijver vragen welk boek uit de reeks hem het nauwst aan het hart ligt, is zo’n beetje hetzelfde als aan een vader vragen welk kind hij het liefst ziet. Maar goed, ik doe een poging. Boeken waar ik heel tevreden over ben, zijn: ‘Want alles gaat voorbij, maar niets gaat over’, ‘Tot de dood ons scheidt…’ en ‘Van de hemel in de hel.’ Het boek waar ik de slechtste herinneringen aan hem, is ‘De mythe van Methusalem’ omdat de research ronduit een verschrikking was en ik lange tijd het verhaal niet verteld kreeg zoals ik wilde. Aan de andere kant heb ik met die roman ‘De Gouden Strop’ gewonnen en is dat weer een heel prettige herinnering.

Had je ooit, toen je misdaadromans begon te schrijven, een bepaalde auteur, binnenlands of buitenlands, als voorbeeld? 
Toen ik aan de Thomas Berg-reeks begon, had ik geen specifiek personage uit een andere misdaadreeks voor ogen. Ten eerste omdat ik zelf weinig misdaadverhalen lees, ten tweede omdat ik geen epigoon wilde worden van een andere schrijver.
Soms wijzen lezers mij erop dat Berg wel wat wegheeft van Morse. Er zijn inderdaad enkele overeenkomsten, maar er zijn veel meer verschillen. Morse was gek op zijn Jaguar, Berg rijdt niet eens met de auto. Morse was een bierdrinker, Berg is een wijnliefhebber. Morse kookte niet, Berg kookt heel graag. Morse loste kruiswoordraadsels op, Berg kweekt orchideeën en verzamelt klein antiek zilver. Bij Morse lukte het bijna nooit met vrouwen, bij Berg af en toe wel, ook al loopt het eveneens vaak mis. Morse was eenzaat en had geen vrienden, Berg is heel goed bevriend met Zeebos. Enz… enz…




Lees je zelf (veel)?  Stel dat ik in jouw boekenkast zou mogen neuzen, welk genre, welke auteurs vind ik daar dan vooral terug?
Ik lees zoveel ik kan, afhankelijk van de hoeveelheid vrije tijd die ik op een bepaald ogenblik heb. Mijn boekenkast bevat literatuur uit de hele wereld en vele klassieke werken. Ik heb natuurlijk mijn favoriete schrijvers, maar het zou me te ver voeren om die hier allemaal op te sommen. Misdaadliteratuur heb ik niet veel, behalve enkele boeken van Jo Nesbø en Jussi Adler-Olsen. Daarnaast heb ik ook veel non-fictie en een verzameling eerste drukken van oude Vlaamse romans.

Je was leraar?  Thomas Berg kan het niet verbergen dat correcte taal hem nauw aan het hart ligt.  Zit er dan ook een beetje een ‘taalopvoedkundig’ aspect in jouw boeken?
Twee jaar geleden ben ik met lesgeven gestopt omdat ik fulltime wilde schrijven. Wat Thomas Berg betreft, die heeft de onaangename gewoonte om zijn medewerkers te wijzen op fouten die ze maken tegen het Nederlands. Dat is een van de eigenaardigheden die ik hem heb meegegeven en die geen enkele leraar Nederlands vreemd is, dus mij ook niet. Of er daarmee een ‘taalopvoedkundig’ aspect in mijn boeken zit, is wellicht overdreven. Ik ben wel een beetje een taalpurist en dat zal zijn weerslag wel hebben op de manier waarop ik schrijf. Bovendien ben ik een perfectionist wat stijl betreft, maar ook dat zal waarschijnlijk beroepsmisvorming zijn.

Kreeg jij jouw leerlingen beter aan het lezen omdat je zelf als auteur aan het werk was? 
Mijn leerlingen vonden het leuk dat ik schrijver ben en als er een nieuw boek verscheen of er stonden recensies in de kranten, dan lieten ze duidelijk merken dat ze daarvan op de hoogte waren. Soms kwamen ze na de les zelfs vragen om een boek van hun ouders te signeren. Leerlingen zelf doen lezen, is de dag van vandaag niet meer eenvoudig, maar wat altijd werkt – niet alleen bij jongeren, ook bij de meeste volwassenen – is een roman met een sterke plot. Iedereen houdt van een goed verhaal. Dat bewijst het succes dat dit genre al decennialang heeft.


En met deze vraag besloot ik deze vragenronde met Jo Claes, een absoluut aimabele en boeiende auteur die nog lang niet uitgeschreven is!


zondag 2 februari 2020

De bekentenissen van een boekhandelaar


Digitaal of anaal (1)

Ik moet beginnen met de klant te bedanken die mij het onderwerp voor deze column in de schoot wierp, toen hij vorige week de boekhandel bezocht en mij vroeg waar de e-boeken stonden.
     E-boeken. De een is voor de ander is tegen. Of, om het met de gevleugelde woorden van een andere klant te illustreren: 'Ik moet niets van digitaal weten. Ik zweer bij anaal!' Ik durfde haar niet corrigeren.
     Maar wat vind ik van digitale boeken en e-readers? Is er iemand geïnteresseerd? Mijn boeken zijn immers ook digitaal beschikbaar en daar heb ik op het eerste gezicht niets op tegen, alleen verdien je er nauwelijks iets mee en worden ze vaak gekopieerd. Dat neemt niet weg dat ik soms ook digitaal lees, vooral wanneer ik op reis ben en wanneer ik een boek wil lezen dat niet meer 'anaal' te verkrijgen is. Meestal zijn het dan oude, obscure teksten die enkel nog in een schaduwrijke hoek van het internet te vinden zijn. Vooral dat laatste vind ik een verrijking voor deze eeuwige student.
     Bij de introductie van e-readers schreeuwden de media en puriteinse opiniemakers moord en brand. Het tijdperk van het papieren boek was voorbij. Boekenkasten zouden vervangen worden door één karakterloos toestel. Boekhandels zouden overbodig worden en de duimen moeten leggen voor de servercomputer van een onlinewinkel. Bibliotheken zouden hun deuren moeten sluiten, et cetera. Much ado about nothing was dat, om het met de woorden van Shakespeare te zeggen, die doorgaans gevleugeld zijn. Ondertussen is de verkoop van e-boeken gestagneerd en hebben we geleerd dat digitaal lezen een mooie aanvulling is op 'anaal' lezen.     De grote Brit – ook letterlijk – Stephen Fry wist het nog het best te omschrijven: 'Het papieren boek verhoudt zich tot het e-boek, zoals de trap zich verhoudt tot de lift.' Bij mijn weten bestaat de trap nog steeds en ik raad iedereen aan om die zo veel mogelijk te gebruiken, want dat is gezond.
     Digitaal lezen heeft voordelen – je kan duizenden boeken meenemen in een toestel dat nog geen tweehonderd gram weegt, voor mensen die anderstalige literatuur lezen, verschijnt er met het aanraken van een woord een verklaring van dat woord, er is een lettertype voor mensen met dyslexie en de slechtzienden kunnen de grootte van het lettertype naar believen aanpassen – maar een papieren boek heeft meer voordelen: de batterij gaat eindeloos lang mee, een vaste bladspiegel is volgens wetenschappers bevorderlijk voor het geheugen, het ruikt lekker, je kan er gemakkelijk aan tekeningen in maken, je kan het laten signeren, het staat mooi in de boekenkast, en ga zo maar verder, ga zo maar door. Maar...
     Jawel, er is een maar. Volgens mij is het dringend tijd om het boek als object te opwaarderen en dat is de taak van de uitgevers. Sommigen doen dat goed, anderen falen spectaculair. Het probleem valt te vergelijken met wat er in de muziekindustrie is gebeurd. Terwijl cd's nog steeds verpakt worden in breekbare plastic doosjes en de meeste muziek tegenwoordig ook digitaal wordt aangeboden of simpelweg wordt gestreamd, is er al enige tijd een niet te onderschatten tegenbeweging aan de gang. Een steeds groter wordende groep – waar ook ik lid van ben – koopt muziek op vinyl. De goede, oude lp is terug van nooit helemaal weggeweest. Muziek wordt op die manier terug tastbaar, de luisterervaring is helemaal anders, platen en platenspelers zijn bijzonder mooie voorwerpen en bovendien moet de geluidskwaliteit van vinyl helemaal niet onderdoen voor die van een cd – wie had dat ooit gedacht? Oké, het kost doorgaans iets meer, maar je krijgt er ook veel meer voor in de plaats.
     Boeken zouden baat hebben bij een dergelijk opwaardering. En dan heb ik het vooral over leesboeken, want er worden wel degelijk prachtige salontafelboeken en prentenboeken gemaakt in de Lage Landen. Mijn uitgever Lannoo is daar bijvoorbeeld erg goed in.
     Maar het leesboek – of het nu een roman, een thriller of een historisch werk is – wordt te vaak over het hoofd gezien. In de Lage Landen zijn we niet altijd even goed in het ontwerpen van covers. Vaak gaat de uitgever op zoek naar een passende stockfoto, worden er wat letters over geplakt en klaar is Kees. Kees komt namelijk in de Nederlandse taal vaak klaar. Het gebeurt echter zelden dat er een illustrator aan de slag gaat met een cover, zoals dat wel vaak gebeurt in de Angelsaksische wereld en dat is jammer. En wat te zeggen van een ingenaaid boekblok met een leeslint en een harde kaft in de plaats van gelijmde pagina's in een slappe kaft? Dat zijn allemaal zaken die de leesbevordering wel degelijk bevorderen.
     Veel heeft te maken met het feit dat uitgevers al twintig jaar krampachtig proberen vast te houden aan het idee dat een boek niet meer dan twintig euro mag kosten. Dat is onzin natuurlijk, want als boekhandelaar zie ik duurdere boeken even gemakkelijk over de toonbank gaan. Kijk maar naar de prachtige editie van Pfeijffers Grand Hotel Europa: ingenaaid, harde kaft, leeslint, sterke cover, mooi binnenwerk, uitstekend boek. Prijs: achtentwintig euro. En het staat al meer dan een jaar in de Top 10 en De Bestseller 60.
     Het grootste slachtoffer van het krampachtig vasthouden aan die twintig euro is echter het binnenwerk van een boek. Het credo van veel uitgevers lijkt te zijn dat er zo veel mogelijk tekst op een pagina moet staan, wat vaak resulteert in te kleine letters, te smalle marges en een te krappe interlinie. Bijzonder vervelend is dat, niet alleen voor mensen die een bril nodig hebben om te lezen, maar ook voor mensen, zoals ik, die vinden dat het oog ook weleens gestreeld mag worden. Het oog – ook dat van u – vindt namelijk dat de witruimte op een bladzijde even belangrijk is dan de tekst. Marges moeten breed genoeg zijn en er moet voldoende wit tussen de regels zijn. Het lettertype is ook belangrijk, minstens even belangrijk dan de witruimte.
C Koen Broos

Wordt vervolgd…

K.R. Valgaeren
www.krvalgaeren.com


zondag 1 december 2019

Kevin Valgaeren in december 2019


Niet Slovenië

Midden augustus. Iedereen verkeert in vakantiestemming, behalve deze boekhandelaar die zo nodig al zijn vrije dagen in het voorjaar moest inzetten. Het is rustig in de winkel: een tiental snuisterende klanten op de eerste verdieping, een kind op de gelijkvloerse verdieping dat begint te huilen omdat het zijn zin niet krijgt, een dame met een Brusselse wafel die niet doorheeft dat ze vlokjes poedersuiker op onze koopwaar laat dwarrelen. Allen vinden ze in de kunstmatige verkoeling van onze boekhandel beschutting tegen de verschroeiende recordtemperaturen. Ik overweeg om de vrouw met de wafel erop attent te maken dat het niet beleefd is om al smikkelend en smakkend een winkel te bezoeken, wanneer ik word benaderd door een man van gezegende leeftijd met twee landkaarten van verschillende merken in zijn handen.

     ‘Kan u mij uitleggen wat het verschil is?’ vraagt hij enigszins verlegen.
     Zonder te kijken wat er precies op de kaarten staat, zeg ik hem dat de rode van Michelin is en de groene van Freytag & Berndt. Het zijn beide uitstekende merken, hoewel ik een persoonlijke voorkeur koester voor het laatste.

     ‘Ik bedoel waarom er op de ene kaart Slovenië staat en op de andere Slowakije.’
     Ik knipper verrast met mijn ogen en probeer te begrijpen wat hij wil zeggen.
     ‘Omdat de ene kaart van Slovenië is en de andere van Slowakije,’ zeg ik voorzichtig, hopend dat ik hem niet in verlegenheid breng.
     ‘Maar dat is een het hetzelfde land,’ beweert hij.

     Er valt een stilte waarin ik op zoek ga naar mijn kluts en waarin ik mij de bedenking maak dat dit incident mogelijk nieuw materiaal is voor een column. De stilte wordt pas doorbroken nadat de man met zijn vingers door de resterende haren van zijn kapsel heeft gekamd en zich nader begint te verklaren. Zijn exposé getuigt van een degelijke kennis op gebied van de Europese geschiedenis, op één belangrijk detail na.

     ‘Slovenië is het oude Slowakije,’ beweert hij. ‘Het grondgebied heeft lang deel uitgemaakt van Tsjecho-Slowakije tot de val van de Sovjet-Unie. Na de Fluwelen Revolutie heeft het zich in 1993 afgesplitst van Tsjechië en is het verder gegaan als Slovenië.’
     ‘Dat klopt,’ zeg ik, ‘maar het heet nog steeds Slowakije. Slovenië is een ander land. Het ligt zuidelijker op de kaart.’

     ‘Dat lijkt mij erg onwaarschijnlijk. Ik vrees dat de kaart waar ze het Slowakije noemen hopeloos verouderd is.’

     ‘Wacht,’ zeg ik. ‘Ik zal het u laten zien,’ en open Google Maps: een prachtig stukje software waar mijn museumstuk van een computer echter moeilijk mee overweg kan.
Anderhalve minuut duurt het vooraleer ik naar de betreffende plek op de kaart kan scrollen.
     ‘Kijk, hier ligt Slowakije. Naast Tsjechië. Onder Slowakije hebben we Oostenrijk en Hongarije. En daaronder, gekneld tussen Italië en Kroatië ligt Slovenië. Als ik mij niet vergis, maakte het vroeger deel uit van Joegoslavië.’

     De man drukt zijn bril zo hoog mogelijk op zijn neus; een neus die vervolgens met overbodige argwaan mijn computerscherm nadert.
     ‘Oh, nee,’ kermt hij na enkele beladen seconden. ‘U heeft gelijk.’
     Natuurlijk heb ik gelijk, maar ik begrijp niet wat hij daar zo erg aan vindt. Ik zie hoe het bloed uit zijn hoofd wegtrekt en hoe de kaarten die hij vastheeft uit zijn handen dreigen te vallen.
     ‘Ik vertrek volgende week met het vliegtuig op vakantie,’ zegt hij, en hoewel dat heuglijk nieuws is, klinkt hij angstig. ‘Ik heb altijd al eens naar Slo… Slowakije willen gaan. En nu ik het nog kan, dacht ik…’

     Dat is het moment waarop ik besef dat dit wel degelijk het onderwerp van mijn volgende column zal worden.

     ‘Oh, nee,’ herhaalt hij. Hij laat de kaarten op mijn veel te kleine bureau vallen en brengt zijn rechterhand voor zijn mond. ‘En ik dacht nog: waarom vliegen we niet rechtstreeks naar Bratislava?’
     ‘Waar landt uw vliegtuig dan?’
     ‘In Ljubljana,’ zegt hij, ofschoon hij de naam uitspreekt als Loebana, wat wel eens correct kan zijn.
     ‘Ljubljana is de hoofdstad van Slovenië,’ zeg ik, met mijn vinger op de betreffende plaats in Google Maps. ‘Ik vrees dat u een reis naar Slovenië heeft geboekt in plaats van naar Slowakije.’
     ‘Godverdomme,’ zegt hij, nu met beide handen voor zijn mond. ‘Dat is dertienhonderd euro in de prullenmand.’

     ‘Oei,’ zeg ik, want ik kom niet meteen op de juiste troostende woorden.
     Dat komt omdat de situatie in wezen iets dolkomisch heeft. Alleen ligt de prijs van de grap aan de hoge kant, waardoor ik niet in lachen kan uitbarsten. Ik probeer het dan maar met: ‘Slovenië schijnt ook mooi te zijn.’

     ‘Ja,’ zegt hij, terwijl ik merk dat zijn ogen vochtig worden. ‘Dat moet dan maar.’
     Hij plukt met trillende handen de kaart van Slovenië van mijn bureau. Ik beeld mij in dat er een smiley op de hoes staat gedrukt: eentje dat zijn tanden bloot lacht en tranen in de ooghoeken heeft bengelen.

     Ik wil hem nog zeggen dat hij van geluk mag spreken dat zijn vergissing op tijd aan het licht is gekomen en dat hij na zijn aankomst in Ljubljana geen taxi naar Bratislava heeft besteld. Gelukkig weet ik mij tijdig in te houden.

     De man druipt moedeloos af en ik word overmeesterd door een vlaag van medelijden, hoewel ik tegelijk blij ben dat ik dit heb mogen meemaken.

K.R. Valgaeren

Copyright Koen Broos





    
    


donderdag 16 mei 2019

Luna van Roosen op de YA-day Leuven

Luna met Greet Ilegems
Zondag 5 mei was het YA-day Young Adult-day bij
Standaard Boekhandel - uit te spreken als Yaaaaydaaay! - was ook wérkelijk een yaaaaydaaay. 
Een hele namiddag rondhangen met mede-boekenliefhebbers, kan het dan ook anders?
Er was zoveel te doen, en tot nu toe kan ik mezelf nog niet dupliceren, vandaar dat ik enkel mijn ervaring met jullie kan delen. 
(Waar waren jullie, want jullie hebben nogal iets gemist, hoor. 😀 )
Dus, mijn dag… (Samen met mijn moeder, Ilse Van Rode uiteraard.)

Eerst hebben we in een gezellig groepje de steunpilaren van een spannend kortverhaal leren kennen met niemand minder dan Sandra J. Paul (mijn mentor!😀) van Uitgeverij Hamley Books. 
Daarna hebben de auteurs Lara Reims (mijn collega! 😉) en Greet Ilegems een lezing gehouden over de toekomst in én naast boeken en hoe die letterlijk aan onze voordeur staat de drummen om binnengelaten te worden in onze levens. Sciencefiction noemen we het. Het is niet allemaal fictie, maar wel allemaal zo
fascinerend!

Er was een zoektocht door de hele Standaard Boekhandel op poten gezet, met als prijs een boekenbon die net voor onze neus werd weg gevist.

Luna met collega Lara Reims
Tussendoor waren er interviews tussen de auteurs onderling. Het was best vreemd om mezelf soms in uitspraken van andere auteurs te herkennen, hoewel de interviews ook net de diversiteit tussen deze schrijvers deed opvallen. Elk hun eigenheid, hun humor, hun genre… En toch zijn het allemaal zulke aardige en ‘gewone’ mensen.
Naar het einde toe, hebben we ook samen – schrijvers én lezers - in een kring een mondeling verhaal verzonnen. Niemand wist waar het werkelijk over ging, maar het was hi-la-risch om te doen. 
Ik heb op dit evenement zoveel nieuwe mensen leren kennen dat mijn hoofd begon te tollen. (Hierover binnenkort misschien meer.) Ik had de eer om met velen van hen op de foto te mogen. Ze hebben zelfs een persoonlijk woordje willen schrijven en daar ben ik zo dankbaar voor.
Sommige auteurs waren op het einde van mijn ‘schriftenrondje’ wel al naar huis. Maar dat is niet erg. Volgend jaar is er nog een jaar om mijn schrift aan te vullen. Of ik er dan sta als auteur of als lezer, staat nog niet vast. (Fingers crossed!) Wat wél vast staat is dat ik er sowieso weer zal staan. 
Zie ik jullie daar ook, volgend jaar?

Bedankt aan alle mensen die dit mogelijk maakte: 
Uitgeverij Hamley Books
Standaard Boekhandel
Odisee hogeschool
Deze mensen hadden ook voor iedere bezoeker een leuke goodiebag voorzien!

Jen Minkman en Luna
En de auteurs. Leuk om jullie (nogmaals) in werkelijkheid te ontmoeten!
Laura Janssens
Lara Reims
Chinouk Thijssen
Joanne Carlton
Auteur Jen Minkman
Greet Ilegems
Tine Bergen
Miriam Borgermans
Guido Eekhaut
Astrid Boonstoppel
Wendy Brokers
Tamara Haagmans Auteur
Christine Charliers





Geschreven door Luna van Roosen, die in september met haar eigen debuut gaat uitkomen.

maandag 13 juni 2016

Voor wie de klok slaat van Jo Claes

Titel: Voor wie de klok slaat
Auteur: Jo Claes
Uitgeverij: Houtekiet
386 bladzijden
Verschenen: Maart 2016

Op de achterflap
In Leuven gebeurt het onvoorstelbare: op de openingsdag van het nieuwe academiejaar worden plots schoten afgevuurd op de stoet professoren in toga. De toeschouwers stuiven gillend uit elkaar; de chaos is compleet. Op de straatstenen blijft een man dood achter.
Hoofdinspecteur Thomas Berg is niet alleen getuige van de aanslag, tijdens de achtervolging van de dader verliest iemand van zijn team het leven. Berg voelt zich verantwoordelijk voor de dood van zijn collega en is vastbesloten uit te zoeken wie er achter de aanslag zit.
De eerste tekenen wijzen op een politieke moord, maar wie heeft er belang bij op een groep professoren te schieten? Berg staat voor een raadsel. Hij krijgt hulp van Tatyana, de assistente van het slachtoffer. Stilaan begint er iets tussen hen te groeien. Tot Tatyana hem iets vertelt wat niemand had vermoed en de zaak een bijzonder dramatische wending krijgt.

Over de auteur
Jo Claes woont en werkt in Leuven. Voor wie de klok slaat is zijn nieuwe Thomas Bergroman. Uit dezelfde reeks werd De mythe van Methusalem bekroond met de Hercule Poirot-publieksprijs 2014 en de De Gouden Strop 2015.
Naast misdaadverhalen schreef Claes ook novellen en romans en publiceerde hij bestsellers over mythologie, hagiografie en icanografie.

Cover
Een beeld van een man die op een klok slaat. Uiteraard een directe verwijzing naar de titel.
Ook komt dit beeld, zoals bij alle andere boeken van Claes, in het boek voor. Het wordt in Leuven de jacquemart genoemd.
De cover is voor mij geen reden om het boek op te pakken in de winkel. Dat zou ik alleen doen vanwege de naam van de auteur. Het is een beetje een 13 in een dozijn cover.

Mijn mening
Het is inmiddels het vierde boek dat ik van Jo Claes lees. En ook dit keer krijg je precies wat je verwacht als je een boek van hem leest.
Een moordzaak, privé-beslommeringen van Berg, een mooie vrouw, mythologische verwijzingen.
Dat zou tegen hem kunnen gaan werken, omdat het voorspelbaar kan worden. Zoals ik bijvoorbeeld erg heb bij de Baantjer-boeken. Maar de klasse van Claes voorkomt dit. In elk boek zit voldoende spanning om het toch weer een fijn boek te laten zijn.

De tekst op de achterflap geeft naar mijn mening al wat essentiële elementen weg. Bijvoorbeeld dat een lid van zijn team omkomt. Ik vind dat jammer. Ik denk dat ik het liever niet van te voren had willen lezen. Een behoorlijk minpunt.

Er wordt bij de opening van het academiejaar een buitenlandse gast vermoord. Het gaat om het hoofd van een universiteit in Uganda die het homo's verbiedt om te studeren.
Daarnaast heeft de zoon van het hoofd van de universiteit in Leuven zelfmoord gepleegd omdat hij homo is.
Hebben beide zaken met elkaar te maken?

Al ruim voor het einde is bekend hoe de vork in de steel zit. Maar dat haalt de spanning absoluut niet uit het verhaal. Vanaf dan begint er een kat-en-muisspel met de dader. Waarin het vooral gaat om wie de ander te slim af is. Zal het Berg en zijn team lukken de dader te pakken voordat hij opnieuw toeslaat?

In de boeken van Claes komen veel verwijzingen naar de mythologie en oudheid voor. Ik zou bijna zeggen dat het een duidelijk signatuur van de schrijver is. Ik vind het wel grappig. Zo leer ik ook nog wat bij tijdens het lezen, want mijn kennis van de mythologie is zeer beperkt.
Het lijkt alsof Jo Claes bij elk boek beter wordt. De spanning blijft tot het eind hoog. Daarnaast heeft hij een zeer prettige schrijfstijl. De kleine voorspelbaarheden in het boek, en in de serie, maken het ook dat je je beter gaat inleven in de hoofdpersonages, met name Thomas Berg. Waarvan ik nog steeds niet goed weet of ik hem sympathiek, een sukkel of een eikel vind.

Plot: 4
Spanning: 4
Schrijfstijl: 4
Leesplezier: 4
Orginaliteit: 4

Een duidelijke 4 sterren voor Voor wie de klok slaat.

Juul



Nieuwsgierig? Bekijk het boek hier op Bol.com!