Posts tonen met het label column. Alle posts tonen
Posts tonen met het label column. Alle posts tonen

maandag 19 augustus 2019

Oma – een ontroerend blogbericht door Lara Reims

Oma was er altijd. Als ik er logeerde, en ‘s ochtends heel vroeg op stond en om het hoekje van haar slaapkamer ging kijken. Als ik bij haar in bed kroop en we samen wachtten op kaneelbeschuitjes die opa kwam brengen, met een kopje thee. Onder de warme dekens speelden we aap-pauw-wolf-fazant. Opa maakte ontbijt. Een zachtgekookt eitje dat Oma me voerde, ook toen ik daar al te groot voor was, gewoon voor de gezelligheid. Ze haalde me uit school en we speelden mens-erger-je-niet. Elk jaar kwam Sinterklaas en aten we oliebollen. Breien leerde ze me, drie pennen zelf en Oma maakte het af.

Toen ik groter werd, kocht ik met Opa een pot gel omdat die op en dringend nodig was, gingen Oma en ik samen ‘stadten’ in plaats van naar de hertenkamp. Opa werd vergeetachtiger, dus stopte Oma het briefje van vijf dat hij me altijd gaf vast in zijn zak zodat hij het niet kon vergeten. En toen stierf Opa, op de stoep en later nog eens in het ziekenhuis, en was Oma alleen. Verdrietig, en soms ook wat opgelucht omdat ze weer eens iets kon doen en niet meer constant waakzaam hoefde te zijn.

Bij Oma leerde ik voor mijn eindexamen, en kreeg ik zelfgemaakte soep. Toen ging ik studeren, zagen we elkaar minder vaak, maar als ik kwam kreeg ik overlevingspaketten mee met blikjes tonijn en kaneelbeschuitjes. Soms was ze boos als ik te lang niet geweest was, maar het was altijd snel weer goed. En oma bleef. Ik trouwde en ze was er, zij werd 80 en ik was er, en altijd was er soep.

Later vertrokken wij naar Frankrijk en Oma naar het bejaardentehuis. Voor ons allebei een grote en moeilijke stap. Dagelijks belden we. Ik probeerde haar via de telefoon zover te krijgen wat contacten op te doen in het huis. Oma had tijd nodig, maar vond uiteindelijk de moed om haar kamer uit te komen en ‘gein’ te gaan maken met de medebewoners en met het personeel. Ze vroeg me of ze naar het kerstdiner moest gaan. ‘Ja oma, ga maar,’ zei ik. ‘Zal ik dan mijn mooie jurk aan doen?’ ‘Ja oma, doe dat maar.’ En dat deed ze. Ondanks de afstand waren we dichtbij elkaar. Over alles praatten we, want ik lijk op Oma, zoveel. En als het moeilijk was zei ze de dingen die ik wilde horen, en andersom deed ik dat ook. En dat ze steeds dezelfde bladzijde las in haar boek omdat de inhoud niet meer wilde blijven hangen, maakte niets uit.

Oma werd bijna honderd. Bijna. Elk dag nog praat ik tegen haar. Zachtjes meestal, soms hardop. Ze is weg, en toch ook niet. Oma zit in mijn hoofd, in mijn hart. Maar dat boek, met mijn naam. Dat had ik haar zo graag willen laten zien. Dan zou ze met een trots gezicht elke dag opnieuw de eerste bladzij hebben gelezen.

Lara Reims

donderdag 15 augustus 2019

Luna’s perfecte boek tijdens het studeren

Examens betekent stress, dat weet zowat iedereen. Het is een feit, net zoals rode bloedcellen rood zijn… en soms ook een beetje blauwig. 😉

Zelfs vrije tijd wordt dan plotseling een opgave. Want wat doe je in die paar minuten tussen studeren en slaap in? Ik hoor ze het in Londen nog zo roepen: ‘Mind the gap!’. Dat stomme kwartier tussenin is een verraderlijk iets. Je moet het opvullen, overbruggen. Schrijven is een uitgesloten piste, want dan kan het plotseling twee uur ’s nachts zijn. (Daar ben ik deze examenperiode maar twee keer ingetrapt.) En slaap is een kostbaar goed in deze barre tijd. Lezen is dan toch nog een tikkeltje veiliger, volgens mij.

Deze keer koos ik voor het boek ‘Upgrade’ van mijn collega bij Hamley Books, Lara Reims. De perfecte keuze, bleek al snel.

Ik ben helemaal gefascineerd door bio(techno)logische wetenschap. Ontwikkelingen die zo snel gaan en terwijl een wereld aan mogelijkheden met zich mee sleuren. Het doet mijn hart sneller slaan als ik er mensen over hoor spreken. Tijdens de lezing op school over het bio lab en de laatste biotechnische ontwikkelingen voelde ik een hitte zo uit mijn maag omhoog sluipen en hem zachtjes mijn keel dicht knijpen.
‘Ik ben – denk ik – verliefd,’ stamelde ik ademloos. Mijn vriendinnen vonden het grappig en we hebben nog met mijn rode kop gelachen. Maar het was de waarheid op dat moment.
Ik was verliefd.
Verliefd op de wetenschap.
En dat ademstokkende gevoel… die fascinatie… die heeft Lara Reims gevangen in haar boek. Voor een deeltje alleszins, want de wereld van de wetenschap, die blijft maar exponentieel groeien. Dat is ook de moraal die Lara tussen de regels door wil meegeven, denk ik.

De hoofdstukken zijn bovendien niet zo ellenlang als bij sommige boeken. Om het hoofdstukje werd ik weer lief op de ‘gap’ gewezen, maar nu om me duidelijk te maken dat ik ook mijn voet eróver moest zetten en slapen.

Upgrade was een boek dat ik kon lezen zonder dat ik me er schuldig over moest voelen, omdat ik er hier en daar een sprankel van mijn eigen leerstof in herkende. En het was toch zo avontuurlijk en luchtig gebracht dat het toch nog in mijn propvolle hoofd paste.

Hoe vreemd het ook mag klinken, het boek gaf me zelfs de moed om me er elke keer weer volop tegen te smijten als het weer ‘blokken’ werd.
Alsof het boek me zachtjes toefluisterde: ‘Kijk, wil je dit ook? Wil je ook meewerken in zo’n wereld? Zorg dan dat je jouw leerstof tot in de puntjes kent, verdorie!’ 
Dat deed ik dus. En ’s avond leken het boek en ik telkens weer af te spreken, als het (vaak nachtelijke) uur en de studieplanning het toelieten. In het Creodroom is studeren belangrijk en dat feit leek die innerlijke studiedrang in mij alleen nog maar op te doen flakkeren.
‘Alleen als je studeert, kom je op het Creodroom,’ fluisterde het boek.
Ik knikte gehoorzaam.

Als dit boek mensen geen zin geven om wetenschap te studeren of te lezen, dan weet ik het ook niet meer hoor, Lara.

PS: Volgens de laatste berekeningen volgt er over een zestal jaar een forse stijging gemotiveerde(!) leerlingen in een hele resem aan wetenschappelijke studies.

PSS: Hopelijk zijn mijn punten goed genoeg voor naar het Creodroom te mogen!

PSSS: O ja… Mama? Ik wil van school veranderen.

maandag 10 juni 2019

Rokjesdag in februari

De zon brandt aarzelende narcissen de grond uit. Voorzichtig steken ze hun kopjes naar buiten, vragend kijken ze de wereld in. ‘Mag ik zonder jas?’ vraagt het meisje. Zweetdruppeltjes parelen op haar voorhoofd. Ik aarzel. Mijn eigen winterjas hangt open, de te warme sjaal prikt in mijn nek. Maar zonder jas, in februari …

‘Doe hem maar open,’ vind ik een compromis tussen redelijkheid en vastgeroeste principes.  Het parkje ligt uitnodigend in de zon en vraagt om zitten en spelen. Vogels fluiten opgewonden, alsof ze verwikkeld zijn in een felle discussie.

‘Mama, mag mijn jas nou uit?’

‘Nee lieverd, open zei ik toch?’

‘Maar ik heb het zo warm!’

Ze heeft gelijk. Ik capituleer voor de werkelijkheid en leg haar winterjack naast me neer.

‘Wel je vest aanhouden!’ wil ik nog zeggen, maar ik besluit los te laten. Stiekem schuif ik de pijpen van mijn spijkerbroek een stukje naar boven. Ik pak een boek en lees met het gekwetter van vogels en spelende kinderen als achtergrondmuziek. De warmte ontspant mijn spieren. Lentegeluk. Een onverwacht cadeau. Na een kwartier moet ik een bankje in de schaduw zoeken, het wordt te heet in de zon. Als ik opsta, valt mijn blik op een bloemperkje. Sneeuwklokjes staren verdwaasd in het felle licht. Vragend lijken ze me aan te kijken, ruw opgeschrikt uit hun winterslaap.

Ik steek de speelplaats over, gebarend naar mijn dochter, die me wegwuift als een lastige vlieg. Ja mama, doe maar, ik zie je heus wel. Ik vind een plekje in de schaduw en lees verder. Maar hoe goed het boek ook is, het lukt me niet in de flow van het verhaal op te gaan. Mijn telefoon leidt me af. De narcissen, de sneeuwklokjes en de vogels zijn niet de enige die zich zorgen maken. Nieuwsberichten over de warmste dag sinds jaren proberen ploppend en pingend mijn rust te verstoren. Ik krijg een appje binnen met een foto van familie op wintersport. T-shirts, zonnebrillen en detonerende sneeuw op de achtergrond, fel schitterend in de zon. Het lijkt wel virtual reality.

‘Mag ik water?’

Hijgend van het rennen, schommelen, hinkelen. Haar wangen rood van warmte en inspanning. Zij weet niet dat je in mijn jeugd in deze tijd van het jaar sneeuwpoppen maakte. Zij geniet gewoon van deze onverwachte buitenkans, zonder te denken aan het feit dat, als dit zo doorgaat, rokjesdag en Sinterklaas over een paar jaar op dezelfde dag zullen vallen.

Lara Reims

maandag 6 mei 2019

Column mei Kevin Valgaeren

c Koen Broos

Knooppunten 1

Nu mijn vakantie naar de andere kant van de wereld deel uitmaakt van een voltooid verleden, en verworden is tot een zoete herinnering die trouw blijft aan de werkelijkheid dankzij honderden foto's die als referentiepunt dienen, word ik door Ilja Leonard Pfeijffer en zijn verpletterende meesterwerk Grand Hotel Europa in mijn rol als toerist schaamteloos in mijn hemd gezet. Wat een boek is me dat, trouwe lezer! Mag ik u vriendelijk aansporen, mocht u het nog niet gedaan hebben, om naar de boekhandel te rennen en een exemplaar aan te schaffen?

Mijnheer Pfeijffer deed me over het een en ander nadenken, en niet alleen wat mijn doorgaans voorbeeldige gedrag als toerist aangaat, maar ook wat de vakantiegangers betreft die dezer dagen, nu de zon wat zelfverzekerder is geworden, en velen daardoor worden aangespoord om te gaan wandelen of om die nieuwe fiets met batterij eens grondig uit te testen, een bezoek brengen aan onze winkel voor een interessante route die is afgedrukt op een kaart die zo weinig mogelijk mag kosten, want deze toeristen houden hun geldbeugel zo vaak mogelijk gesloten, en hebben geen behoefte aan comfortabele hotels en culinaire orgieën, vermoedelijk omdat alle spaarcenten reeds geïnvesteerd werden in die nieuwe elektrische fiets; die blitse e-bike, zoals dat in het Nederlands heet.

Nou goed, daar heb ik als boekhandelaar absoluut geen probleem mee, maar het valt mij wel op hoe onvoorbereid sommige van die fietsers aan hun queeste naar een Instagramvriendelijk einddoel beginnen.

Zo mocht ik enkele jaren geleden een Nederlands koppel in de winkel ontvangen dat het spoor, letterlijk, totaal bijster was. Uitgehongerd en uitgedroogd strompelden ze de winkel binnen in de hoop dat ze bij mij de weg naar Breda konden vinden. En dat kon, want dankzij het knooppuntennetwerk kan het kleinste kind een weg uitstippelen op basis van nummertjes, waardoor men in principe met de vingers in de neus van Leeuwarden naar Hoegaarden kan trappen. Het probleem is echter dat in België het auteursrecht van die knooppunten toebehoort aan de provincies. Elke provincie heeft dus zijn eigen kaart, of zelfs meerdere kaarten, afhankelijk van hoeveel geld zij de fietsers afhandig willen maken. Vooral Oost- en West-Vlaanderen zijn hier gewiekste meesters in door hun netwerk fragmentarisch uit te geven op een twintigtal kaartjes, waar men in geen tijd is doorgefietst.

Soit, dat verdwaalde en uitgemergelde Nederlandse paar had, volgens mijn advies — en het was goed advies — drie kaarten nodig om van Leuven naar Breda te fietsen. Er waren toen namelijk nog geen fietsatlassen en overzichtskaarten beschikbaar van ANWB en Falk. Het duurde een twintigtal minuten voor ik het klaarspeelde om hen ervan te overtuigen dat hun woonstee slechts driemaal zes euro van hen verwijderd lag, maar een dergelijk bedrag neerleggen om komaf te maken met hun levensbedreigende situatie was duidelijk totaal ongehoord. In de plaats daarvan zette, terwijl ik even een andere klant bediende, het mannelijke gedeelte van het koppel zich op de stoel achter mijn bureau, nam pen en papier, alsof hij zelf al jaren op die plek werkte, en begon, gebruik makend van de kaarten die ik hem had gepresenteerd, alle knooppunten tussen Leuven en Breda over te schrijven. Daar sta je dan als provincie met je auteursrechten en als boekhandelaar met je koopwaar. Ik maakte er bij mijnheer nog even gewag van dat hij zich in een boekhandel bevond en niet in een openbare bibliotheek, maar dat scheen hem worst te wezen. De nummertjes werden genoteerd, de kaartjes werden teruggelegd, en mijn pen verdween per ongeluk in de binnenzak van zijn sportjasje en heb ik dientengevolge nooit meer gezien. Het was een verdomd goede pen.

Soms wou ik dat ik ook zoveel lef had, dat ik de wereld met geheven middelvinger kon bewandelen, al dan niet met een stel knooppunten op zak.

zondag 28 april 2019

WAT IS JE BESTE BOEK?





“Wat is je beste boek?”

Het is een vraag die geregeld voorbijkomt en ik vind dat oprecht lastig te beantwoorden. Met een beetje schwung, arrogantie – of zelfverzekerdheid – zou ik dan kunnen roepen “Al mijn boeken zijn goed!” of commerciëler gedacht “Mijn laatste boek!”. Om daar dan direct aan toe te voegen waar je mijn boeken kan kopen.

Maar de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik mijn eigen werk wel oké vind, maar er eigenlijk best onzeker over ben. En “oké” is niet geweldig of fantastisch goed. Het is ook nogal wat, ondanks dat het een thriller is en geen autobiografie, om je hele ziel en zaligheid, je hersenspinsels, lugubere gedachten en seksscènes neer te pennen en op een gegeven moment te publiceren voor tientallen, honderden, inmiddels duizenden mensen.
En ik wéét dat ik goede boeken schrijf, ik wéét dat het zelfs beter is dan enkele van Nederlands bekende thrillerschrijvers (m/v), maar het voelt niet zo. En misschien is dat ook wel oké. Weten dat het altijd beter kan, beter moet. Voelen dat het goed is, maar nooit goed genoeg: toewerken naar minder foutjes die er doorheen glippen, mooiere zinnen maken, nog spannender verhalen schrijven. Er is nog een wereld te winnen. Voor mij en dus voor mijn lezers.

En als ik het dan toch heb over het winnen van een wereld: koop eens een boek van een (relatief) onbekende schrijver, van een kleine uitgever. Kijk verder dan wat je enkel voorgeschoteld wordt door de boekhandel en de grote uitgeverijen. Even buiten die veilige comfortzone stappen en je zal zien dat er een prachtige boekenwereld voor je opengaat!

Want, en ik citeer mijzelf: Lezen heeft iets magisch. Het laat je kennis maken met situaties die je nooit hebt meegemaakt, je komt op plekken waar je nooit zult komen en je wordt meegenomen op een vlucht door de hersenspinsels van iemand die je niet kent. Als je je dat beseft, zal elk boek dat je leest nog unieker zijn. Evenzogoed is het schrijven van verhalen magisch, door alles wat ik hiervoor al noemde and beyond all of that. Lezen én schrijven laat mij de waan van alledag ontvluchten. Woorden worden zinnen en vormen verhalen, verhalen die een soort parallel universum creëren waar even geen zorgen zijn.

Naast alle onzekerheid, de hordes die nog te nemen zijn en valkuilen die op de loer liggen, zijn er natuurlijk ook de goede recensies en sterrenregens die mij enorm sterken. En uiteraard de kraaien die ik hier op de site heb mogen krijgen van de leesclub en de op zich staande recensie!

Tot slot, met de kortingscode #leeseenTjeerd krijg je nu 10% korting op mijn tweede boek, Eeuwig Donker. Bestellen kan hier! Krijg je hem gesigneerd thuisbezorgd. (liever een ebook? Kan ook via de site, of via BOL in je Kobo abonnement)

Heel veel leesplezier!

zaterdag 2 februari 2019

Hoe worden boeken beoordeeld...


Recensiesites gerecenseerd


Ik ben Baukje en ik schrijf recensies voor Thrillerlezers. Daar kunnen jullie me van kennen. Mijn recensies zijn hard en eerlijk. Heb ik van je boek genoten dan geef ik je gerust 4,5 kraai. Maar ook een dode kraai is al eens langsgekomen. Ik wacht nog op het boek dat ik 5 kraaien kan geven. Al ben ik me ook bewust van het feit dat de auteur niet zomaar 5 kraaien krijgt. Ik ben van mening dat je elke kraai moet verdienen, anders verliezen ze hun waarde. En voor die 5 kraaien moet je gewoon een foutloos boek schrijven. En nee, dan mag je van mij best een keer een lettertje fout schrijven. Auteurs zijn ook gewoon mensen tenslotte en ik ben niet van de taalpolitie. Maar die vijf kraaien is als die 10 voor je eindexamen, en ook die hebben maar weinigen gekregen.

Toen ik bij Thrillerlezers begon hoorde ik mensen tegen me zeggen: ‘Voor Ink schrijven? Tss, daar mag je nooit hoger dan een 2 van geven.’
Geloof me, dat is onzin. Dat zie je al aan mijn recensies, wat ik gaf hoger, en ze heeft het me ook nooit gezegd.
Elk boek dat ik lees vraag ik zelf aan. Daar heeft Ink geen invloed op, behalve dan dat zij het aanvraagt bij de uitgever. Soms vraagt ze me wel eens een boek te lezen maar ik weet dan nooit wat zij ervan vindt. Ze kan stoïcijns zijn hoor, die Ink.

Ik hoorde ook dat mensen, en dan zeker auteurs, bang voor Ink zouden zijn. Dus ik moest voor haar uitkijken.
Nu weet ik dat ze een grote waffel kan hebben en soms denk ik ook wel eens: ‘Oei, ik zou even tot tien geteld hebben.’ En dan zeg ik dat, dat ik het niet zo handig vond, wat ze eruit gooide. Nog nooit ruzie met haar gehad. Toch ken ik haar alweer een paar jaar. Wel een hoop leuke, lieve en hartelijke woorden.
Maar, zo zeiden ze, die angst kwam ook door haar slechte recensies en al die aan haar touwtjes hangende andere recensenten. En dan raakt me dat, want ik ben diegene die aan dat touwtje hang. Wat dus niet zo is.
Dus ik dacht, ik doe een onderzoekje. Naar recensies. Over thrillers. Ik heb de vijftig laatste thrillerrecensies van vijf recensiesites:

1.      Thrillerlezers
2.      Thrillers and More
3.      Leesclub De Perfecte Buren
4.      Graag gelezen (hier heb ik, enkele niet thrillers bij genomen omdat ik tot negen maanden terug ben gegaan en dan niet aan vijftig thrillers kwam).
5.      Samen lezen is leuker

Wat heb ik gedaan? Alle sterren, en kraaien, per website bij elkaar opgeteld en gedeeld door vijftig. Ook heb ik gekeken naar de variatie in cijfers. Daaruit kwam, kijkende naar het gemiddelde aan beoordeling, een top 5 uit.

1.      Graag gelezen met een gemiddelde van 4,3 sterren
2.      Samen lezen is leuker met een gemiddelde van 4,0 sterren
3.      Leesclub De Perfecte Buren met een gemiddelde van 3,9 sterren
4.      Thrillerlezers met een gemiddelde van 3,8 kraaien
5.      Thrillers and More met een gemiddelde van 3,6 sterren

Dus, hiernaar kijkende, zou de auteur het beste af zijn bij Graag gelezen. Maar is dat ook zo?

Graag gelezen gaf weliswaar een gemiddelde van 4,3 ster maar gaf maar 1 boek 3 sterren. De rest hoger. Die 3 sterren waren voor een feelgood. Niet voor een thriller.
Zeven boeken kregen 5 sterren.

Samen lezen is leuker, gaf een gemiddelde van 4.0 sterren. Vijf boeken kregen 3 sterren of lager en acht boeken verdienden er 5.

Bij De Perfecte Buren krijgt een boek gemiddeld 3,9 sterren. Twaalf kregen er 3 of lager en acht kregen er 5.

Thrillerlezers zit met 3,8 kraaien er een tiende punt onder. Zeventien boeken kregen een 3 of lager, acht titels streken met de hoogste eer van 5 kraaien.

Thrillers and More beoordeeld het laagst met 3.6 sterren. Zes kwamen niet boven de 3 uit en acht auteurs konden 5 sterren bijschrijven.

Laten we dan eens naar die laagste regionen kijken.
Alleen Thrillerlezers gaat lager dan 2 kraaien. Er zat ook een dode kraai bij. Die gaf ik overigens zelf.
De Perfecte Buren deelde één keer 2 sterren uit maar dat was ook de minste.
Bij Samen lezen is leuker was 2,5 ster het dieptepunt.
De andere twee geven 3 sterren aan hun slechtste boek.

Ik denk dat je zowel auteurs, alsook uitgeverijen en lezers alleen recht doet door alle cijfers te durven geven.

Mijn kinderen krijgen bij rommelwerk op school ook gewoon een 1. Dan kan ik (uitgeverij), of mijn kind (auteur) of diens vriendjes (lezers) verhaal gaan halen bij de docent (recensent) maar als het kind het niet goed heeft gedaan heeft hij het niet goed gedaan. Daar kan hij boos om worden, verdrietig, gaan schelden. Of hij kan nog eens naar de opmerkingen van de docent kijken en denken, die fouten moet ik de volgende keer niet meer maken. Doet het kind het daarna beter dan krijgt het geen 1 meer. Gaat het foutloos dan staat er zo maar een tien op zijn toets.

Waarom zou dit voor boeken anders werken? Omdat auteurs zo hard hun best hebben gedaan? Er zoveel werk in hebben gestoken?
Nee. Want als recensent beoordeel je het resultaat en niet de inzet. Rot maar jammer. Daarom heet het een recensie. Een recensie is een kritische bespreking van een product. Inzet en tijd zijn geen producten.
Ook sympathiek, onaardig, net gescheiden, ziek geweest, verhuisd, moeder overleden, het doet er niet toe. De lezer betaalt voor dat product en kan het niet schelen wie die auteur is of welke shit het heeft meegemaakt. Hij moet net zoveel geld betalen voor het boek van die auteur die lachend door het leven gaat, als dat van die auteur voor wie het even niet mee zit. Behalve als het non-fictie is. Want dan staat die shit in een boek en wordt het een product.

Conclusie:

Thrillerlezers heeft de grootste variatie in beoordelingen. Van 0 tot en met 5 kraaien. Als we dan kijken dat van de vijftig beoordelingen er vijfentwintig of gemiddeld (3 is tenslotte een mooi gemiddeld boek) en lager is, of juist subliem op 5 kraaien zit, durf ik te stellen dat de auteur daar het beste zit met zijn/haar boek.
Krijg je 5 kraaien dan heb je die ook verdiend. Krijg je er 1 dan weet je dat je eerst nog wat te leren hebt. 

Leesclub De Perfecte Buren is een goede tweede. Bij hen zaten twintig van de vijftig boeken bij de gemiddeld tot laag of bij de top.

Daarna komt Thrilles and More met 14, Samen lezen is leuker met 13, en Graag gelezen met 8. Waarvan dus maar één boek 3 sterren kreeg. De andere zaten op 3.5 tot 5 sterren.


Nu heb ik geenszins dit onderzoekje gedaan om andere recensiesites af te kraken. Dat heb ik naar mijn idee ook niet gedaan. We doen allemaal ons ding en niemand van ons krijgt ervoor betaald. Dat neem ik aan tenminste.
Maar ik was het meer dan zat dat er steeds zo negatief werd gedaan over de recensies van Thrillerlezers en over het feit dat Ink aan al die touwtjes zat te trekken met daaraan de hand met pen van elk van haar recensenten. Het klopt niet, blijkt uit wat ik gewoon met simpel zoekwerk, in plaats van met elkaar na roeptoeteren, heb gevonden.

Ik heb, net zoals dat ik mijn recensies schrijf, gewoon de feiten onderbouwd. Een recensie over recensiesites dus.











zondag 27 januari 2019

Column Tjeerd Langstraat


 Lezen heeft iets magisch. Het laat je kennis maken met situaties die je nooit hebt meegemaakt, je komt op plekken waar je nooit zult komen en je wordt meegenomen op een vlucht door de hersenspinsels van iemand die je niet kent. Als je je dat beseft, zal elk boek dat je leest nog unieker zijn. Evenzogoed is het schrijven van verhalen magisch, door alles wat ik hiervoor al noemde and beyond all of that.

Reizen is voor mij bittere noodzaak. Dat klinkt niet minder dramatisch dan het werkelijk is. Het ontvluchten van de werkelijkheid, het ‘echte leven’ zoals anderen het weleens noemen, maakt mij los van mijn dagelijkse sores. De strubbelingen om munten te verdienen met het schrijven. Om succes te boeken, al is het bescheiden, met mijn geproduceerde epistels.
Ik geniet van de soms minieme maar vaker immense verschillen tussen de Nederlandse en andere culturen. De andere gebruiken, het eten, de andere dagindeling en het volledig op jezelf aangewezen zijn, zonder de veiligheid van een bekende taal en eigen vaste gebruiken. Dat kleine cirkeltje van uit je comfortzone stappen, het onbekende tegemoet treden met open vizier is eng, dus lekker.
Het reizen, het daarmee samenhangende opzoeken van adrenaline rushes zoals bergsporten, snowboarden, extreme tochten over bijvoorbeeld de Poolcirkel… Het maakt mijn leven een stuk aangenamer. Het is als een drug, op het randje van zelfdestructie, maar beheersbaar.
Zoals reizen bittere noodzaak is, zo is schrijven dat ook. Schrijven geeft troost. Door te schrijven kan ik mijn liefde tonen. Mijn geilheid in woorden vangen. Mijn boosheid gestalte geven en mijn frustratie uiten. Door te schrijven kan ik de chaos in mijn hoofd ordenen. De depressies voor zijn en beperken tot een minimum aan sombere gedachten en pessimistisch gebrom. Het houdt mijn wispelturigheid en onrust tot een zekere hoogte in toom.
Veel van mijn woorden zijn van een kwalitatieve belabberde staat, niet voor andermans ogen geschikt. Het beste is het te schrijven als is het voor jezelf, zonder publiek. Het houdt de schroom, de politieke correctheid en de rekenschap buiten de deur. Schrijven als dansen zonder dat iemand je ziet, dan is de intentie puur, zijn de woorden oprecht, zijn de bewegingen het mooist en is het verhaal niets dan de hele waarheid.
Lezen én schrijven laten mij de waan van alledag ontvluchten. Woorden worden zinnen en vormen verhalen, verhalen die een soort parallel universum creëren waar even geen zorgen zijn.

Jalapeño
Voor hen die mij kennen, of tenminste volgen via (social) media, zal het geen nieuws zijn dat ik al een tijdje schoppend en tierend door het huidige boekenlandschap laveer. Niet voor niets draagt mijn uitgeverij de naam Jalapeño Books: vernoemd naar de jalapeño peper, gelijkend mijn wat temperamentvolle karakter.
Dat tieren, schoppen en soms wat vloeken komt vooral omdat ik me nogal kan opwinden over de comateuze staat van de boekenbranche en de, ik citeer Pieter Waterdrinker, “intens corrupte Nederlandse literaire wereld, waar nog altijd een handjevol doodsbange, elkaar in de kont neukende poortwachters boeken en daardoor levens kunnen maken en breken.”

Daar wil ik graag nog aan toevoegen dat Tommy Wieringa ooit de volgende wijze woorden sprak, vóór hij doorbrak met Joe Speedboot: “De boekhandel toont zich een conservatief bolwerk. Het aantal eigenzinnige boekhandelaars met een eigen poëtica, die zelf boeken lezen en die vervolgens hun klanten aanraden, is afgenomen.”

Als selfpubber loop ik enorm tegen muren, dichtslaande deuren en hooguit arrogante reacties op, dat het schrijven en uitgeven van boeken soms zo frustrerend is en ik alles wat ik hiervoor schrijf onderuithaal. De magie verdwijnt, de zin om te schrijven ook, het totale gevoel van nutteloosheid overvalt me dan en doet me twijfelen of ik nog wel moet schrijven.

Dat is zonde. Ik wil die paar jaren dat ik hier rondhuppel niet mijn kop laten hangen naar die tegenslagen en tegenwerkingen.

Kortom, ik blijf schrijven. En lezen. En trots uitgeven van prachtige intense boeken.  

Voor hen die mij nog niet kennen en bovenstaande nieuw is, hoi, ik ben Tjeerd. Wispelturig, edoch niet onverdienstelijk scribent. Tevens fitgirl met ‘n vleugje drankzucht, onrustig temperament & wanderlust. Aangenaam kennis te maken. Ik zou me doen. 



zondag 30 december 2018

Tamara Haagmans over haar 2018


En voor je het weet is het weer December, is het weer het einde van het jaar en gaan mijn vingers weer jeuken om op te schrijven ‘Wat ik dit jaar heb meegemaakt.’ Terwijl mijn vingers over mijn toetsenbord schieten is er één knop waar echt constant een vinger op zit. De Backspace. ‘Dat interesseert toch niemand,’ zeg ik tegen mezelf en haal de alinea waar ik net een half uur over gedaan heb weer weg. Ik typ opnieuw iets, maar ook dat verdwijnt even later. ‘Geen idee waarom ik dat uberhaupt opschreef.’ Brom ik tegen mezelf. En zo gaat dat een uur door.

Tuurlijk, het is leuk om te lezen wat Stephen King het afgelopen jaar heeft gedaan, en wat hij denkt het volgende jaar te gaan doen, maar ik ben geen Stephen King. Het boeit echt helemaal niemand of ik een signeersessie heb gehad, of een boekpresentatie, of dat ik helemaal naar Amsterdam ben gegaan om een half uurtje over de grachten te varen en weer terug naar huis te gaan. En toch blijf ik het typen. Ook nu weer. Het is me al gelukt om een halve bladzijde te typen met dingen-die-niemand-interesseren. En jij leest gewoon door, ook al staat er helemaal niets 😉

Eigenlijk staat mijn leven nogal op z’n kop sinds februari, toen mijn korte verhaal besloot dat het toch een heel boek wilde worden. Een beknopte samenvatting dan maar?
Schreef een kort verhaal-besloot er een boek van te maken-bezocht een aantal uitgeverijen-deed wat kennismakingsgesprekjes-was soms een hele dag onderweg voor een gesprek van een uurtje (9u weg, 23.30 pas weer thuis)-bracht mijn trouwdag door op de uitgeverij- zat met mijn man vijf uur in de auto om heerlijke hamburgers te eten vlakbij Amsterdam- en uiteindelijk tekende ik een contract voor een feelgood bij Luitingh sijthoff die in de zomer uitkomt als alles goed gaat.

Dus misschien, heel misschien, is mijn jaaroverzicht volgend jaar wel interessant…en willen jullie volgend jaar -net als bij Stephen King- wél weten hoe mijn jaar is geweest. Tot die tijd, met je het hiermee doen. En met mijn beste wensen voor het komende jaar, voor iedereen die ze maar hebben wil! Wees voorzichtig met vuurwerk en met je vingers want er is niets zo vervelend als een bladzijde moeten omslaan met een stompje.

DIKKE KUS!

zaterdag 29 december 2018

2018 door Yvonne Franssen


Januari

Een stormachtige woensdag. Het KNMI waarschuwt voor zware windstoten en geeft een code oranje uit. Terwijl buiten de wind aanwakkert, daalt binnen juist een vreemde stilte neer. Mijn manuscript is af. Zomaar ineens. De afgelopen weken heb ik me suf lopen piekeren over hoe ik dat allerlaatste losse eindje moest wegwerken. Vandaag diende zich de oplossing aan. Ik hoefde er niet eens over na te denken, ik schreef het gewoon op alsof ik het al die tijd al wist.
Ik sla het document op, ruim 77.000 woorden met als werktitel Schaduwen. Wat zal ik doen, morgen het hele verhaal nog een keer rustig doorlezen of meteen mailen? Ik aarzel. En besluit nu meteen te mailen. Weg ermee.

Februari

In Zuid-Korea zijn de Nederlandse schaatsers succesvol op de Olympische Winterspelen. In Nederland ziet minister Halbe Zijlstra zich genoodzaakt om op te stappen nadat hij met iets te veel fantasie heeft uitgeweid over zijn relatie met Valdimir Poetin. Ik voel me ook succesvol. De heren van Futuro Uitgevers, met wie ik in november 2017 heb kennisgemaakt en die ik daarvoor al de eerste hoofdstukken van mijn manuscript had toegestuurd, zijn onder de indruk van het eindresultaat. Míjn fantasie heeft een uitgever gevonden!

Maart

Poetin wint de Russische verkiezingen, in Engeland worden een Russische dubbelspion en zijn dochter vergiftigd, en de wereldberoemde wetenschapper Stephen Hawking overlijdt. Weinig reden voor een feestje zou je denken, maar niets is minder waar. Futuro Uitgevers bestaat namelijk drie jaar en dat moet gevierd worden! Ik rij naar Amsterdam voor een gezellige middag met collega auteurs en bitterballen, en het voelt net echt! Te midden van alle gesprekken over manuscripten en coverontwerpen en toekomstdromen besef ik dat het daadwerkelijk gaat gebeuren, dit jaar gaat mijn nieuwe thriller verschijnen!

April

Het gaat me allemaal niet snel genoeg. De redacteur heeft het druk, de heren uitgevers ook, iedereen heeft het druk. Iedereen behalve ik. Ik wil van alles, maar er valt even niets te willen. Ik sta in de wacht.
Eind april pleegt de 28-jarige Zweedse DJ Avicii zelfmoord. Uit de nieuwsberichten concludeer ik dat deze talentvolle jongen is bezweken onder de druk van zijn succes. Dat zet zaken in perspectief.

Mei

Israël wint het Eurovisie Songfestival en de Belgische film Girl wint vier prijzen op het Filmfestival van Cannes, waaronder de Caméra d'Or, de prijs voor het beste debuut.
Ik ben aan prijzen winnen (nog) niet toe, maar ik krijg wél mijn manuscript ter correctie retour van de redacteur. Als ik vluchtig door de verbeteringen en opmerkingen scrol, constateer ik tevreden dat het allemaal nogal mee lijkt te vallen, hier en daar staat er tot mijn genoegen zelfs een compliment in de kantlijn.

Juni

De Amerikaanse president Trump ontmoet de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un. Het wordt een top genoemd, maar meer dan een zeer vrijblijvende intentieverklaring levert het niet op. Ik ben druk in de weer met het opdoen van sublieme ideeën voor de cover van mijn boek. Niet te cliché en voor de hand liggend maar wel als thriller herkenbaar is het plan. Ik voer tientallen zoekwoorden in op diverse stockfoto websites en scrol door honderden foto’s met als eindresultaat dat ik geen flauw benul meer heb van wat ik wel en niet mooi vind. Ik stuur een mailtje naar de uitgever of  “iets met een detail” niet een goed idee is. Ze gaan ermee aan de slag.

Juli

In Thailand worden de voetballertjes van een lokaal voetbalelftal en hun trainer gered uit de ondergelopen grot Tham Luang, waarin ze sinds 23 juni vastzaten. Op een aanzienlijk minder dramatische manier zit ik zelf ook een beetje vast. Ik heb dé locatie voor mijn aanstaande boekpresentatie op het oog, maar ik wil de eigenaar pas benaderen als de cover klaar is en alle vormgevers zijn op vakantie of heel druk. Ik moet geduld hebben, maar geduld is niet mijn sterkste kant.

Augustus

Terwijl zwemmer Maarten van der Weijden een dappere poging doet om de route van de Elfstedentocht zwemmend af te leggen, en daarmee meer dan vijf miljoen euro ophaalt voor onderzoek naar kanker, geniet ik van mijn eigen kleine triomfen. Niet alleen bereiken we overeenstemming over de cover van Schaduwen, op 9 augustus komt het boek – twee weken eerder dan verwacht – al uit! Op 25 augustus presenteer ik in een overvolle hoeve Heerenhof ’t Voorhuys vol trots mijn vierde thriller. Saillant detail is dat deze voormalige boerderij de plek is waar in het boek hoofdpersoon Ellen woont.



September

Mijn eigen kleine wereldje is er een van aangename verrassing en triomf. Ik mag op lokale radio en tv komen vertellen over mijn boek, en de ene na de andere lovende recensie verschijnt.
Op 20 september komen bij een spoorwegovergang in Oss vier kinderen om het leven als een Stint in botsing komt met een sprinter van NS. De bestuurster van de Stint raakt zwaargewond. Nederland is in diepe rouw. Mijn bubbel van gelukzaligheid knapt uiteen.

Oktober

Naast mijn (bijna) dagelijkse versjes, blogs, korte verhalen en boeken ga ik nu ook een maandelijkse column schrijven. Op de online lezers community Hebban sta ik wekenlang in de top 10 van populairste auteurs. Ik sluit de maand in stijl af met een dagje Thrillerfestival in Zoetermeer. Het wordt een fijne dag vol gezellige ontmoetingen met collega auteurs, lezers en recensenten. In de wereld gaat het er minder gemoedelijk aan toe. In een synagoge in de Amerikaanse stad Pittsburgh schiet een antisemitische man elf gebedsgangers dood, en een Boeing 737 met 181 passagiers en 8 bemanningsleden aan boord stort in de Javazee. Niemand overleeft het ongeluk.

November

Op diverse plaatsen in Europa wordt het einde van de eerste wereldoorlog herdacht. In China vallen 15 doden door een busongeluk, nadat een van de passagiers slaags was geraakt met de chauffeur. In Tanzania verklaart een gouverneur de jacht op homoseksuelen geopend en in een Californische bar schiet een schutter twaalf mensen dood. We hebben de afgelopen eeuw niet veel bijgeleerd.
Iets minder dan een eeuw geleden, drie maanden om precies te zijn, kwam Schaduwen uit. Er waren fantastische recensies, er was radio en tv, er was een thrillerfestival en een signeersessie, er zijn inmiddels prachtige ‘Schaduwen’boekenleggers en er staan voor 2019 al een paar leuke activiteiten op het programma. Toch knaagt de onrust aan me. Schaduwen heeft een geweldige start gemaakt, hoe nu verder?

December

Op het moment dat ik dit schrijf is het 8 december. Sint is met al zijn zwarte-/roetveeg-/regenboogpieten terug naar Spanje. Tegen de kerstman lijken vooralsnog geen zwaarwegende bezwaren te bestaan.
De tijd van jaaroverzichten en lijstjes is aangebroken. Ook de recensenten van Bol.com hebben lijstjes gemaakt en Schaduwen heeft een derde plaats weten te veroveren in de favoriete Top 5 van een van de thrillerrecensenten. Daar ben ik best een beetje trots op.
Er vanuit gaande dat er in de resterende dagen van 2018 geen rare dingen meer gebeuren, constateer ik dat er op mondiaal niveau veel te verbeteren valt, maar dat 2018 voor mij persoonlijk een goed jaar was. Ik zet dus de champagne alvast koud om het nieuwe jaar feestelijk te kunnen verwelkomen. Zie ik jullie daar?


vrijdag 28 december 2018

Jaaroverzicht Esther Boek


Het jaar 2018 van Esther Boek

Het jaar 2018 zit er bijna op. Wat was het voor jaar? Welke lering kunnen we trekken uit dat wat er dit jaar gebeurde, zodat 2019 verdraagzamer en respectvoller wordt?
Voor mezelf pak ik nu meteen de kern van 2018. Iets dat al eerder is ingezet, maar wat mij meer en meer tegen de borst gaat stuiten. De onverdraagzaamheid, respectloosheid en onverholen haat naar mensen die een andere mening, een andere manier van leven, of een andere beleving hebben dan jij. In rap tempo veranderen we van een maatschappij in een haatschappij. Laten we samen zorgen dat dit niet het ‘Woord van het jaar’ van 2019 gaat worden.

Het ‘Woord van het jaar’. Dat is wel een mooi draadje tussen mijn werk als auteur en het beschrijven van 2018.

Blokkeerfries: elk van de personen die in Friesland een wegblokkade hebben opgezet om anderen te verhinderen te demonstreren tegen een aspect van de sinterklaastraditie, door sommigen beschouwd als verdediger daarvan.
Ja, die blokkeerfriesen. Volwassenen die zich gedragen als dreinende kleuters omdat anderen een spelletje op een andere manier willen spelen dan zijzelf. Overigens zijn die anderen geen haar beter. Dat zijn mensen die een feestje voor kinderen misbruiken om in een voor hen comfortabele positie van slachtoffer te rollen.
Waarschijnlijk raak ik nu heel veel gevoelige snaren. Maar wanneer door het kinderachtige gedrag van volwassenen de echte kinderen in het gedrang komen, dan spijt me dat niet.
Als ik het woord ‘blokkeerfries’ een positieve betekenis ga geven denk ik aan Maarten van der Weijden. Hij blokkeerde in de Friese wateren, waar hij zijn eigen gezondheid op het spel zette om anderen te helpen. Hij nam zijn volwassen verantwoordelijkheid om geld in te zamelen voor kankeronderzoek. Omdat kanker, net als Sint en Piet, iedereen raakt. Al zal niemand de straat op gaan om zich kanker op zijn eigen manier toe te eigenen. Maarten van der Weijden haalde niet alleen bijna vijf miljoen euro op. Hij liet Nederland zien dat mededogen, medeleven en respectvol zijn nog steeds woorden zijn die we kennen en kunnen uitvoeren.
Net als Virgil van Dijk die, voorafgaande aan Duitsland – Nederland, zag dat een kind dat meeliep op het veld, het koud had. Hij trok zijn trainingsjasje uit en gaf dit aan het verkleumde kind. Na de wedstrijd sloeg hij zijn armen om de scheidsrechter heen en wenste hem veel sterkte met het verlies van diens moeder. De scheidsrechter had in de rust te horen gekregen dat zijn moeder was overleden. Virgil van Dijk liet zien dat het in het kleine gebaar zit. Dat je niet hard hoeft te schreeuwen om dat te geven wat de wereld nodig heeft, mededogen en aandacht.

Bomcycloon: zich zeer snel ontwikkelende (winter)orkaan, waarvan het effect verwoestend kan zijn.
Dit jaar hadden we, in Nederland, weinig last van verwoestende orkanen. In plaats daarvan genoten en sidderden we onder een zomer die eindeloos leek te duren. Voor mij was het een zegen, terwijl er zeker mensen zijn geweest voor wie het allemaal wat minder mocht.
Het Atlantische orkaanseizoen 2018 telde acht orkanen. Met name Florence en Michael hadden verwoestende gevolgen.
Overigens zorgden niet alleen de orkanen voor slachtoffers in Amerika. Het geweld door mensenhanden nam schrikbarende vormen aan en de wapenwet kwam regelmatig onder vuur te liggen. Zelfs Donald Trump, toch een Republikein, riep het congres op om met een strengere wapenwet te komen. Een week daarvoor had hij nog geroepen dat hij leraren wilde bewapenen om zo scholen beter te beschermen.
En hierin laat onze menselijke bomcycloon zich weer van zijn meest snel ontwikkelende kant zien. Maar daar waar bij natuurlijke bomcyclonen de resultaten snel zichtbaar zijn, weet je bij Trump nooit of het om leugens, fakenieuws of waarheid gaat.

Vliegschaamte: schaamte die iemand ervaart als hij of zij gebruikmaakt van een vliegtuig terwijl er minder milieubelastende alternatieven zijn om zich te verplaatsen.
Dit jaar vloog ikzelf voor het eerst in mijn leven. Voor velen misschien ongebruikelijk, maar voor mij was het er nog nooit van gekomen en was het ook nooit noodzakelijk geweest. De vliegschaamte ken ik dan ook niet en ik begrijp hem überhaupt niet.
Als we ‘schaamte’ definiëren komen we uit op ‘onaangenaam gevoel dat je wilde dat je iets niet of anders had gedaan, of dat je ergens anders was’.
Voor mij sluit in 2018 schaamte veel meer aan bij de genderneutraliteit en homoseksualiteit waarvoor er nog steeds mensen in Nederland zijn die zich daarvoor schamen, of er in elk geval niet voor uit durven te komen. En daar moeten we ons, als land, dan weer voor schamen.
Zeventig procent van de niet hetero’s krijgen in hun leven te maken met geweld, in al zijn diversiteit, puur om het feit dat ze niet hetero zijn. Duizend aangiftes per jaar waarvan er slechts drie tot een veroordeling komen. In april kondigde de minister van Justitie aan dat er een actieplan zou komen tegen homogeweld, maar een half jaar later is het bij slechts de mededeling van dit plan gekomen. Beide is zorgelijk. Dat er een plan komt dat kennelijk nodig gevonden wordt, en dat het bij een plan blijft. Maar ook dat er überhaupt een plan moet komen ter bescherming van iets dat onder de noemer liefde valt.
Zelf heb ik me met grote regelmaat verbaasd als ik berichten las op sociale media. Dat het niet zijn van hetero gezien wordt als abnormaal, vies en ziek, schokt mij enorm. Dat in deze discussie ook vaak de pedofielekaart getrokken wordt en homoseksualiteit daarmee op één hoop wordt gegooid maakt me zelfs boos. Daar waar pedofilie niets te maken heeft met gelijkwaardigheid is dit bij homo’s en lesbiennes wel het geval. Het vergelijk is dan ook niet alleen onwaar, maar ook kwetsend.
In 2018 werd ook het eerste genderneutrale paspoort uitgereikt. Ook dit zorgde uiteraard voor veel ophef. Zelf heb ik niet echt een menig hierover, omdat ik het me moeilijk vind voor te stellen waarom je geen man of vrouw wilt zijn, maar onzijdig. Maar dit zegt eerder iets over de grens van mijn inlevingsvermogen dan over het feit dat het uitreiken van dit paspoort stom, belachelijk of wat dan ook is. Voor degene die het ontvangen heeft is het kennelijk een grote toevoeging voor de geluksbeleving. Wie ben ik dan om daar wat van te vinden, laat staan het te veroordelen. Ik slaap namelijk geen nacht minder bij het uitreiking van dit paspoort, eet er geen boterham minder om en hoef me er niet voor te verantwoorden.

Mangomoment: geluksmoment dat een ernstig zieke patiënt beleeft door een ogenschijnlijk onbeduidende, niet-medische handeling of opmerking van een arts, zorgverlener, mantelzorger e.d. tijdens normale zorgactiviteiten
Zo’n mangomoment, dat willen we toch allemaal wel hebben. Uiteraard niet de ernstige ziekte, maar wel het stukje empathie. Zullen we dat meenemen voor 2019? Dat we zorgen voor minder bomcyclonen en meer mangomomenten? Dat we als echte blokkeerfriesen gaan optreden tegen verharding en schoffering van onze maatschappij. Dat we massaal onze gele hesjes aantrekken als we zien dat verdraagzaamheid, menselijkheid en tolerantie in het geding komt? Dat we onze vliegschaamte gaan omzetten in maatschappelijke schaamte en dat dit besef zorgt voor meer barmhartigheid en acceptatie.
En laten we, zo op de grens van 2018 naar 2019, even stilstaan bij hen die achterbleven, en zo op deze manier een virtueel mangomomentje te gunnen. Stilstaan bij de onbekende bekenden, en bij de bekende onbekenden.
Mies Bouwman, Stephen Hawking, Avicii, Renate Dorrestein, John Lanting, Aretha Franklin, Kofi Annan, Mac Miller, Anneke Grönloh, Sjoukje Hooymaayer, Koos Alberts, Charles Aznavour, Jamal Khashoggi, Wim Kok, Dave Mantel, Aat Veldhoen, en natuurlijk de slachtoffers van het drama in Oss. Met sommigen sloten we een periode af, anderen hadden nog een heel leven voor zich. Vele al een legende bij leven, maar ook waren er mensen bij waarvan juist hun dood nationale en internationale bekenden van ze maakten.

Persoonlijk was 2018 voor mij een redelijk relaxed jaar, na een groot aantal jaren waarin doorgaan zonder te voelen, sterk op de voorgrond stond. Een saai jaar, maar wel op een aangename manier.
Ik ging op vakantie, gewoon in eigen land. Want waarom honderden kilometers rijden voor de zon als deze ook in Nederland volop schijnt.
Mijn moeder werd vijfenzeventig en dat vierden we met een heerlijk dineer en ik trakteerde haar op de tentoonstelling ’25 jaar Viktor en Rolf’ en een dagje Rotterdam.
Met mijn jongste genoot ik van Groots met een zachte G en deden we onze Brabantse roots eer aan.
In de Belgische Ardennen vierden we Sinterklaas en Kerst in één weekend en bewonderden sprookjesachtig Durbuy.
Mijn eerste vliegreis in mijn leven ging naar Portugal, waar ik vijf dagen op schrijfretraite ging bij collega Marelle Boersma.
En zo deed ik nog veel meer kleine en grotere dingen met een groot geluk.
Hangen op de bank met chocolade en thee.
Musea bezoeken met de Museumkaart. Want dan is het zo lekker Hollands gratis.
De honden uitlaten, de zon op mijn rug.
Werken met kinderen en genieten van de opmerkingen die ze maken, hun verfrissende kijk op het leven.
Ik deed mee aan een experiment van Vrouwenthrillers en schreef met negen andere auteurs een thriller.
Jureerde voor SweekStars en ontdekte nieuwe talenten.
Schreef een verhaal voor de verhalenbundel van De Schrijversacademie ter ere van hij vijfjarig bestaan.
Ik ontmoette veel lezers en signeerde tientallen boeken op de Margriet Winterfair.
Mijn debuut ‘Geen kind meer’ kreeg de vierde druk.
En ik voltooide ‘De perfecte moeder’. Mijn tweede boek, een spannende psychologische roman die 4 april 2019 het levenslicht ziet. Een verhaal over liefde en haat, over opgroeien binnen systemen waaruit het moeilijk losmaken is, over verraad en geborgenheid. Over echte mensen, zoals jij en ik, in situaties waarin we niet willen zitten, maar zo in terecht kunnen komen.

Voor nu wenst mij niets anders dan iedereen een inspirerend en verdraagzaam 2019 te wensen. Laat de harde woorden achterwege en spreek wat vaker over mooie dingen. En besef dat het spreekwoord ‘Spreken is zilver, zwijgen is goud’, met een reden is ontstaan.
 Laten we er een zilveren jaar van maken, met een gouden randje.

Esther Boek