maandag 10 juni 2019

Rokjesdag in februari

De zon brandt aarzelende narcissen de grond uit. Voorzichtig steken ze hun kopjes naar buiten, vragend kijken ze de wereld in. ‘Mag ik zonder jas?’ vraagt het meisje. Zweetdruppeltjes parelen op haar voorhoofd. Ik aarzel. Mijn eigen winterjas hangt open, de te warme sjaal prikt in mijn nek. Maar zonder jas, in februari …

‘Doe hem maar open,’ vind ik een compromis tussen redelijkheid en vastgeroeste principes.  Het parkje ligt uitnodigend in de zon en vraagt om zitten en spelen. Vogels fluiten opgewonden, alsof ze verwikkeld zijn in een felle discussie.

‘Mama, mag mijn jas nou uit?’

‘Nee lieverd, open zei ik toch?’

‘Maar ik heb het zo warm!’

Ze heeft gelijk. Ik capituleer voor de werkelijkheid en leg haar winterjack naast me neer.

‘Wel je vest aanhouden!’ wil ik nog zeggen, maar ik besluit los te laten. Stiekem schuif ik de pijpen van mijn spijkerbroek een stukje naar boven. Ik pak een boek en lees met het gekwetter van vogels en spelende kinderen als achtergrondmuziek. De warmte ontspant mijn spieren. Lentegeluk. Een onverwacht cadeau. Na een kwartier moet ik een bankje in de schaduw zoeken, het wordt te heet in de zon. Als ik opsta, valt mijn blik op een bloemperkje. Sneeuwklokjes staren verdwaasd in het felle licht. Vragend lijken ze me aan te kijken, ruw opgeschrikt uit hun winterslaap.

Ik steek de speelplaats over, gebarend naar mijn dochter, die me wegwuift als een lastige vlieg. Ja mama, doe maar, ik zie je heus wel. Ik vind een plekje in de schaduw en lees verder. Maar hoe goed het boek ook is, het lukt me niet in de flow van het verhaal op te gaan. Mijn telefoon leidt me af. De narcissen, de sneeuwklokjes en de vogels zijn niet de enige die zich zorgen maken. Nieuwsberichten over de warmste dag sinds jaren proberen ploppend en pingend mijn rust te verstoren. Ik krijg een appje binnen met een foto van familie op wintersport. T-shirts, zonnebrillen en detonerende sneeuw op de achtergrond, fel schitterend in de zon. Het lijkt wel virtual reality.

‘Mag ik water?’

Hijgend van het rennen, schommelen, hinkelen. Haar wangen rood van warmte en inspanning. Zij weet niet dat je in mijn jeugd in deze tijd van het jaar sneeuwpoppen maakte. Zij geniet gewoon van deze onverwachte buitenkans, zonder te denken aan het feit dat, als dit zo doorgaat, rokjesdag en Sinterklaas over een paar jaar op dezelfde dag zullen vallen.

Lara Reims

Geen opmerkingen:

Een reactie posten