Posts tonen met het label VVMA. Alle posts tonen
Posts tonen met het label VVMA. Alle posts tonen

zaterdag 24 oktober 2020

Win 1 van de 3 exemplaren van Bloedbanden


Een van mijn favoriete Vlaamse boeken van dit jaar is Bloedbanden van Bettie Elias. Binnenkort verschijnt de recensie en een interview met deze auteur. Maar we mogen wel alvast 3 exemplaren verloten van dit boek.


Eerst waar gaat het over?

 Anton heeft een ontwenningskuur achter de rug voor zijn alcoholverslaving. Hij is vast van plan om aan zijn vrouw Esther, van wie hij gescheiden leeft, te bewijzen dat hij terug op het rechte pad is. Tot Benno en Charlie, twee drugsgebruikers die hij heeft leren kennen in de kliniek, besluiten om het negenjarige zoontje van Antons stiefzus te ontvoeren. Zal men geloven dat hij niets met de ontvoering te maken heeft, nu het duo hem niet meer loslaat en hij getuige is van een moord? Oude wonden worden opengereten, onverwerkte geheimen komen boven water. Met scherpe observaties toont Bettie Elias dat een familie zonder geheimen niet bestaat. En dat geheimen dodelijk kunnen zijn.


Oke, dan nu wat je moet doen om 1 van de exemplaren te winnen: je moet 2 vragen beantwoorden.

1. Welke prijs won Bettie met haar vorige boek Het tuinfeest (heb ik ook erg van genoten trouwens)?

2. Het tuinfeest is haar debuut, maar eigenlijk ook weer helemaal niet. Wat schreef zij voor haar eerste psychologische thriller?

Stuur jouw antwoorden naar Thrillerblog@gmail.com ovv Bettie Elias.


Oh ja, en word je ook even lid van onze grote facebookgroep waar we bijna alle Vlaamse thrillers we bespreken. Dat kan heel makkelijk via onderstaande link:

Thrillerlezers!



maandag 19 oktober 2020

Toni Coppers ondervraagd

 



De Boekmaskes mochten ‘Val’ van Toni Coppers lezen.  Dit keer geen verhaal met als hoofdpersonage Liese Meerhout.  De protagonisten van dienst zijn dit keer Alex Berger en Sara Cavali.  Toch even vragen aan Toni Coppers of het nieuwe speurdersduo voortaan de plaats zal innemen van Liese Meerhout en welke affiniteiten hij zelf heeft met Alex en Sara.

Zou je je, voor die ene enkeling die jou nog niet kent, even willen voorstellen aan de bezoekers van Thrillerlezers!?

Ik schrijf thrillers. Ik werk afwisselend aan twee reeksen: sinds elf jaar aan een reeks rond een vrouw -Liese Meerhout, commissaris in Antwerpen- en sinds een paar jaar aan eentje rond een man -Alex Berger. Een aantal boeken in de Liese Meerhout serie werden verfilmd in de serie ‘Coppers’ (VTM en RTL 4)

● In ‘De zaak Magritte’ en ‘Val’ geen Liese Meerhout, maar een splinternieuw speurdersduo.  Is het verhaal van Liese Meerhout volledig verteld?  Vanwaar de beslissing om een nieuw speurdersduo te introduceren in jouw boeken?


Integendeel! Maar ik heb mezelf -en mijn lezers- altijd beloofd dat het geen bandwerk mag worden, dat de verhalen fris en levendig moeten blijven, en dat kan ik door af en toe eens te kunnen afwisselen tussen Liese en Alex.

● Hoe moeilijk is het, om na zo lang te hebben gewerkt met Liese, een nieuw personage te creëren?

Niks moeilijk, gewoon heerlijk! Alex is een man die ik internationale avonturen laat beleven, en dat schrijft anders dan Liese Meerhout. Net daarom is het niet zo moeilijk om tussen beiden te switchen.

● Alex heeft zich teruggetrokken in Oostende.  De zee speelt een belangrijke rol in zijn leven.  Heb jij ook een speciale band met de Belgische kust en met Oostende in het bijzonder?

Ik ben graag in Oostende, ik vind het een heerlijke stad. Van nature neig ik meer naar bossen en bergen, maar een verlaten strand en de monotone golfslag van de zee inspireren, heb ik al gemerkt.

 

Oostende

● In ‘Val’ wordt het kleurenpalet van het zeewater herhaaldelijk beschreven.  Met ‘De zaak Magritte’ en ‘Val’ kies je voor opvallende kleuren voor de covers.  Spelen kleuren een rol in jouw leven?  Is dit een trend die je gaat doorzetten?

Kleuren en geuren -en eigenlijk vooral dat laatste- spelen een belangrijke rol, inderdaad. Zowel in mijn boeken als in mijn dagelijkse leven. Misschien omdat ik lichtjes overgevoelig ben voor slechte geuren en kleuren J

● In ‘Val’ ontmoet de lezer Sara Cavali en Alex Berger, twee personages die in hun verleden heel wat schade hebben opgelopen (wat geen vreemd gegeven is in thrillerwereld).  Hoe onderscheiden Sara en Alex zich van andere getraumatiseerde rechercheurs in thrillerland?

Ik ken natuurlijk niet alle andere rechercheurs in de boeken van buitenlandse collega’s… Ik zou zeggen: Alex en Sara zijn kwetsbare, beschadigde mensen die uiteindelijk de rug rechten, en net in die weerbaarheid zit het ‘m volgens mij.

C Karolien Coenen

● Is er enige gelijkenis tussen Sara, Alex en Toni Coppers?

Absoluut.  Het belang van mildheid en mededogen, de wetenschap dat mensen breekbaar zijn. De manier waarop we met leed omgaan. De mate waarin we compassie voor anderen kunnen opbrengen.

● Nietzsche, Sartre, de Dalai Lama.  Best indrukwekkende namen in ‘Val’.  Hou je van filosoferen?

Met mate J

● Wat kan jou ongelukkig maken?

Kinderleed.

● Er komen nogal wat namen van auteurs voorbij.  Lees jij zelf veel?

Heel veel! Al sinds mijn zestiende, een levenslange passie.

● Als je dan een boek begint te schrijven, plan je dan vooraf om bepaalde citaten te gebruiken, of komt dat spontaan tijdens het schrijfproces?

Dat komt spontaan -die dingen wijzen zichzelf uit tijdens het schrijven…

● Zo is er ook de verwijzing naar Charles Aznavour en zijn ‘La jeunesse’.  De melancolie spat van de bladzijde.  Ik was er echt van aangedaan.  Ben jij een melancholische ziel?  Een fan van Aznavour?

Dat heb ik vooral gebruikt omdat het perfect paste bij het gevoel dat die scène moest uitdragen – de tijd die nooit stopt, het feit dat het nooit terugkomt en we dat op het moment zelf te weinig beseffen.

  Alex reist wat af.  Reis jij veel en graag?  Zijn reizen een bron van inspiratie voor jou?  Verwerk je eigen reiservaringen in jouw verhalen?

Ik ben vijftien jaar lang reis-en cultuurjournalist geweest voor de VRT (Radio 1). Alles wat ik toen gezien en beleefd heb, speelt onlosmakelijk mee in mijn schriftuur vandaag. Zoals een reisvriend ooit zei: ‘Wie reist, leeft dubbel’.

● Alex is onder de indruk van de schoonheid van het meer van Lugano.  Heb jij op deze aardbol ergens een plaats die speciaal is voor jou?

De mate waarin een plek speciaal of onvergetelijk is, hangt bij mij af van de mensen en de omstandigheden, van fases in mijn leven ook. De speciale plekken zijn dan ook te veel om op te noemen…

Lugano


● Alex toont zich op meerdere momenten begaan met onze planeet, met het klimaat.  Ben je sterk bekommerd om waar het met onze planeet naartoe gaat?  Heb je, subtiel, een boodschap willen doorgeven aan de lezer van ‘Val’?

Wat wil je, met vijf kinderen tussen 17 en 27? De jeugd leert ons veel -onder meer dat we de planeet en de toekomst van de latere generaties op het spel aan het zetten zijn.

copyright Luc Dalemans

● Staat er ondertussen een nieuw boek op stapel?  Zal het opnieuw met Sara en Alex zijn of is Liese Meerhout weer aan zet?

Liese Meerhout is opnieuw aan zet, en hoe J  Er staat een geweldige thriller met haar op stapel die begin februari zal verschijnen.

Thrillerlezers! en ik wensen jou nog veel schrijfplezier en we kijken heel nieuwsgierig uit naar je volgende boek.

Interview door Anita

 

zaterdag 1 augustus 2020

Hugo Luijten ondervraagd




Hugo, welkom bij Thrillerlezers!. 

Na ‘Verast’ en ‘De Brexitmoorden’ schrijf je met ‘Het jaar van de slang’ je derde thriller.  Een korte speurtocht op het internet leert me dat je in een vorig leven werkzaam was in het onderwijs.  Vanwaar de carrièreswitch?

Ik werkte in het hoger onderwijs, en daar was een jaar of vijf geleden de zoveelste herstructurering aan de gang. Mijn job zou er niet interessanter op worden; nog meer vergaderingen, nog minder colleges geven. Er moesten een paar man uit, verspreid over verschillende leeftijdscohorten. Het lot had mij ook kunnen treffen maar ik ben zelf gegaan, met een alleszins redelijke ‘regeling’. Vanaf toen ben ik full time met schrijven bezig, hoewel ik ook aan commerciële opdrachten werk en dus niet alleen boeken schrijf. Heel af en toe geef ik wel nog les. Zomers zakt het aantal commerciële opdrachten wat in, dus probeer ik op die manier een buffer op te bouwen met een paar uurtjes les op een middelbare school. Maar ‘I am only in it for the money’. Door alle regeltjes, bedilzucht en onderwijsvernieuwingen – die in mijn ogen vrijwel allemaal verslechteringen zijn – heb ik niet echt meer het plezier in lesgeven dat ik vroeger had.

Je staat ook te boek als historicus.  Waar gaat jouw interesse vooral naar uit (een periode, een stroming, …)?

Alles, behalve de Oudheid. Voor mij begint het dus pas rond het jaar 500. Officieel ben ik afgestudeerd op de Nieuwste Geschiedenis (ruwweg van de Franse Revolutie t/m de dag van vandaag), maar of het nu middeleeuwse kathedralen zijn, de gevolgen van het Partagetraktaat voor Limburg, of de uitvinding van het WC-papier: het interesseert me allemaal. Mijn eerste roman (Offer voor een verloren zaak, 2017, The House of Books) speelde in de Eerste Wereldoorlog. Het verhaal is verzonnen, maar de hoofdfiguren (twee Duitse soldaten bij het uitbreken van de oorlog in 1914) hebben echt bestaan; het zijn voorvaderen van mij. Ooit wil ik overigens nog een romancyclus schrijven die in de Middeleeuwen speelt. Het plot voor vier delen ligt al klaar, nu nog een uitgever vinden die erin trapt…


    Hoe ziet een doorsneewerkdag er voor jou uit?

Doorsnee bestaat niet echt, omdat ik in verschillende periodes erg verschillende dingen doe. Maar als ik met een boek bezig ben, dan sta ik vrij laat op, meestal pas rond de middag. Eerst ontbijten, en dan eventueel de administratie, boodschappen of andere verplichte nummertjes. Dan ga ik schrijven, researchen, plot bedenken etc. Dat wil ik zoveel mogelijk in één ‘tijdslot’ doen, zonder dat ik onderbroken word door mails, klusjes, telefoontjes, etc. Na het avondeten (mijn dag is dan pas half bezig) kan het zijn dat ik een serie kijk met mijn vriendin (we houden allebei wel van crime), maar ondertussen blijven de raderen op de achtergrond draaien en maak ik vaak aantekeningen. Als zij om een rond 11 uur naar bed gaat, ga ik nog even door met werken, meestal tot een uur of 4-5. De nacht is van mij, omdat niemand hem hoeft. (citaat van de meester zelf ;-)

Wat heeft jou geïnspireerd tot het schrijven van ‘Het jaar van de slang’?

Het idee kreeg ik toen ik bezig was aan mijn vorige boek (De Brexitmoorden). Daar is af en toe sprake van klimaatbetogingen, omdat die ook daadwerkelijk plaatsvonden toen ik aan het schrijven was. Ik vond het als thema de moeite waard om in een apart boek te verwerken. Daarnaast heb ik een lijst met ideeën, van een paar woorden tot maximaal een regel of twee. Zoiets als ‘Man wordt dood gevonden in eigen auto’. Het thema verbind ik dan met dat idee, zo ontstaat langzaam maar zeker iets dat op een plot lijkt.

Ligt het plot reeds in grote lijnen vast op het moment dat je begint te schrijven?

Elke schrijver die beweert van niet, die liegt. Zeker in crime/thrillers. Een boek of film is spannend omdat het aan een aantal wetmatigheden voldoet. Vrij precies zelfs: op 25, 50 75 en 90% van elk (goed) boek, gebeurt iets belangrijks, iets groots. Dat kan alleen als je goed gepland/geplot hebt.
Daarnaast kan het wel dat een plot gaandeweg wat verandert. Een van die ‘plotpunten’ verschuift, of ik gebruikt iets totaal anders, ik streep een karakter bij nader inzien toch weg, etc. Dat heeft met het schrijven zelf te maken, dan schieten me in een scène vaak aardigheden te binnen die ik alleen kan zien als ik erbij ben. Jawel, je leest het goed: ik ben zelf bij alle scènes ter plekke als toeschouwer. Ik hoef alleen maar op te schrijven wat er gebeurt en wat ze zeggen. ;-)

Commissaris Cools is al aan zijn derde avontuur bezig.  In welke mate beïnvloedt zijn personage de verhaallijnen?

Weinig. Natuurlijk zou het een totaal ander boek worden als hij niet was wie hij nu eenmaal is, maar veel daarvan zit niet in de hoofdlijn van het verhaal. De cases zelf kunnen ook door andersoortige commissarissen worden opgelost. Misschien wel sneller, of met minder gedoe. Dat gedoe is dan wel weer erg eigen Cools. Maar het criminele gevaar zelf komt altijd van externen (zoals alle plots), en daar heeft zelfs een ‘grumpy commissioner’ weinig vat op. Dat gebrek aan grip op de dingen, zorgt trouwens ook voor een klassieke spanningsboog.

Hoe is het personage van Stef Cools tot stand gekomen?  Had je daarbij iemand in het bijzonder in gedachten?

Niet echt. Ik wilde graag een ‘policier’ schrijven, een detective. Uit een soort jongensachtige interesse voor de politie. Vervolgens ben ik zelf nogal onaangepast als het om hiërarchische verhoudingen gaat, dus dat de hoofdfiguur ook lekker tegendraads moest zijn, dat stond voor mij vast. Verder laat ik hem met een satanisch genoegen allemaal dingen doen die wij ‘normale mensen’ niet mogen. Hij drinkt, rookt, vloekt… Beschouw het maar als mijn antwoord op onze aangeharkte, keurig uitgeknipte en opgeplakte maatschappij.
Overigens heb ik zelf wel een beeld van Cools, zoals bij de meesten van mijn personages.

Vermits je nauw ‘samenwerkt’ met Stef Cools, mogen we veronderstellen dat hij trekjes heeft die ook terug te vinden zijn in de persoonlijkheid van zijn geestelijke vader?  Welke?

Die vraag krijg ik inderdaad vaak. Ik zit in heel veel personages. Het gedrevene van Ilse herken ik in mezelf. Het laconieke van Cif. En ja; het onaangepaste van Cools. Alleen maken mijn personages natuurlijk veel extremere dingen mee, en reageren ze ook veel extremer. Zo supergevat als Cools heel vaak is bijvoorbeeld, zo vind je in het ‘echte leven’ natuurlijk bijna niemand.

Is commissaris Cools een gepassioneerd personage?  En Hugo Luijten?  Welke passies drijven jou?

Ik denk niet dat Cools gepassioneerd is, overigens. Hij vertrouwt het alleen vaak niet, en dan wil hij de onderste steen boven. Maar het liefst zou hij de hele dag in op café zitten, vermoed ik.
De vraag beantwoordend: passie… ik vind dat een lastige term. Ik kan helemaal opgaan in schrijven. Als ik een lezing geef of een radiopraatje hou, dan hoor ik vaak van toehoorders dat ze ge-enthousiasmeerd raakten. Ik kan enorm genieten van muziek maken en luisteren (ik speel op een hoog niveau bastuba). Maar gepassioneerd… ik weet niet of ik dat ben hoor.

De commissaris van politie gebruikt een heel arsenaal aan krachttermen.  Kan je uitleggen waarom je hem met deze vaardigheid hebt gezegend?

Vooral in Nederland boven de rivieren kreeg ik daar bij lezingen etc. al vaak commentaar op, in het zuiden en Vlaanderen nog nooit. Ik denk dat het iets calvinistisch is, om meteen iets van dat vloeken ‘te vinden’. Katholieken vloeken meer, is mijn ervaring. Het heeft dus ook iets provocerends, iets tegen de gevestigde orde, tegen het brave, volgzame, afgeborstelde. Zowel van mijzelf overigens, als voor de romanfiguur Stef Cools. De anderen personages vloeken ook wel, maar niet zo uit hun kleine teen als Cools. Dat maakt hem al meteen onaantrekkelijk voor tegenspelers die wat meer op hun woorden (willen) letten.

Meermaals drijft hij zijn overste Durbecq tot wanhoop met zijn acties en discussies.  Ga jij graag in discussie?

Ik ben een conflictvermijder, echt ruzie zal ik zelden maken. Maar discussies ga ik niet uit de weg. Ik heb nogal een harde stem, dus van een afstandje denken mensen vaak dat ik ruzie sta te maken met mijn debatpartner. Maar dat is dus discussiëren. Dat kan over van alles zijn, serieuze dingen als politiek of muziek. Maar het kan net zo goed gaan over iets onnozels of Ringo Starr echt een ‘linkshandige drummer’ is, of dat dat een marketingverhaaltje is (dat laatste, overigens).


In het ‘Zolderkot’ bij Bolleke (kan het nog Antwerpser?) in de Kelderstraat kan Stef Cools tot rust komen.  Heb jij ergens in Antwerpen zo’n toevluchtsoord?

Jawel, dat is café Het Keldergat in de Kelderstraat. Zolang het er nog is, heet dat. Café De Duyfkens om de hoek op de graanmarkt strijdt bij wijlen om de voorrang en als ik het echt laat wil maken is er nog café De Rui op de Oudevaartplaats. Zowel het Keldergat als De Rui keren regelmatig terug in mijn boeken. Weer een stukje van Cools dat op mij lijkt dus…

Cif verslindt de ene chocoladereep na de andere.  Een kleine ondeugd waaraan jij je ook bezondigt?


Ik snoep erg weinig, althans dat probeer ik. Mijn suikerspiegel slaat dan namelijk op hol en dat is niet altijd aangenaam. Maar ik ben op zich wel van de Snickers. Zo bont als Cif maak ik het dus nooit, maar ik vond die ondeugd wel bij hem passen.

De oude binnenstad van Antwerpen is het actieterrein van de commissaris.  Komen die straten en pleinen ook echt tot leven tijdens het schrijven?  Probeer je, als voorbereiding op het boek, het traject uit?

Ik kan alleen over iets schrijven dat ik zelf erg goed ken, het liefst bij mij voor de deur dus. Overigens probeer ik het te situeren in ‘groot Antwerpen’. Ook de wat rauwere, minder toeristisch aantrekkelijke stukjes komen aan bod.
Trajecten, straten, routes, etc. probeer ik inderdaad uit. Ook voor plekken waar ik heel vaak kom, blijkt mijn geheugen onbetrouwbaar. Gelukkig is er ook nog Google Streetview, zodat ik niet steeds terug moet gaan (en waarop de mensen vast denken: ‘Alweer die gast die hier komt langsgesjokt? Bel de flikken!’) Ik vind het wel leuk als ik hoor dat mensen dingen gegoogled hebben. In dat soort research steek ik erg veel tijd (belachelijk veel zelfs), dus dan is het plezant als dat gewaardeerd wordt.



Als historicus heb je een belangrijke band met het verleden.  ‘Het jaar van de slang’ is dan wel een fictief verhaal, heb ik het juist wanneer ik zeg dat uit dit boek ook jouw bezorgdheid blijkt voor de zware uitdagingen die ons wachten in de toekomst?

Dat is zeker zo, al laat ik het oordeel aan de lezer zelf en probeer ik alle invalshoeken evenveel aan bod te laten komen.
Hoewel het mijn aard helemaal niet is, ben ik wat dat betreft nogal pessimistisch: het schijnt mij toe dat de mensheid de aarde (en zichzelf) helemaal niet wíl redden.

Managers, ministers, Staatsveiligheid, grote concerns, ze maken geen al te beste beurt in ‘Het jaar van de slang’. Is dat Hugo Luijten die zijn mening geeft of is het gewoon onderdeel van de fictie?  Wil je met dit boek een boodschap meegeven aan de lezer?   

Ik heb moeite met macht, mijn hele leven lang al. Vooral als het niet op gezag is gebaseerd, hetgeen vrijwel altijd het geval is. De eindeloze schare managers die ik in mijn werkzame leven heb zien passeren is, enfin… ik zwijg best. Er zaten trouwens ook zeer goeie tussen, maar veel verder dan een stuk of twee kom ik niet. Ook politici overtuigen mij zelden, omdat ze vrijwel altijd liegen of op zijn minst hypocriet zijn.
Dus inderdaad: mijn eigen verhouding met macht komt in het boek aardig naar voren, al moet ik erbij zeggen dat dit het plot zeker niet in de weg staat maar juist naar voren helpt. Het creëert een extra spanningsboog.

Zijn de klimaatbetogingen, de milieucrisissen, het falend beleid van ministers je tot inspiratie geweest?

Niet echt, in zoverre dat het een thriller is, een geen politiek pamflet. Klimaatacties vormen in het boek een decor, het is niet zo dat ik op die manier lezers ergens van wil overtuigen. Wel zie je dat in onze gepolariseerde maatschappij steeds fellere standpunten worden ingenomen. Die felheid maakt dat de gebeurtenissen in mijn boek mijzelf niet eens zo heel fantastisch voorkomen.



Tot slot nog even de cover.  Hoe mooi is die!  Op welk moment in de wording van het boek werd beslist dat het deze zou worden?  Denk je daar mee over na?

Covers maken is een vak, zowel qua vormgeving als qua tekst en dan nog de verhouding tussen die twee. Er zijn maar weinig schrijvers die zich daarmee bemoeien. Ik ben natuurlijk wel benieuwd, en soms geef je een suggestie (licht-donker, andere kleurstelling, ‘doe eens wat meer bloed erbij’), maar meer ook niet.

Bedankt, Hugo, dat je tijd wou vrijmaken om naast al jouw andere bezigheden te antwoorden op de vragen!

donderdag 23 juli 2020

Jos Pierreux ondervraagd

foto van Stephan van Fleteren


Welkom Jos bij Thrillerlezers!. Kan je je kort voorstellen aan de leden en bezoekers van Thrillerlezers!?
Toen de zakenman opgebrand geraakte, stond de schrijver als een feniks uit de asse op en ging in het decor van zijn eigen boeken wonen.
Voor de feiten: zie Wikipedia.

·         Gefeliciteerd met het verschijnen van ‘Het tweede skelet’.  Wat onmiddellijk opvalt is de mooie cover van het boek.  Bedankt. Heb je een rol gespeeld in de keuze ervan? Ja, absoluut. Boekcovers zijn vaak saai, vind ik. Voorspelbaar ook. Dat wil ik doorbreken door het coverbeeld ahw in de inhoud te integreren. Ik discuteer ook over lettertypes, de inkt en het papier... Ja, ik heb enige moeite met delegeren. Vrijdag gunt mij die vrijheid. Op dat vlak is het voor een auteur een droom van een uitgeverij.

·         Had je onder het schrijven van het boek vrijwel onmiddellijk deze cover in je hoofd? De 'kever' is een werk van Luc Claessens, die met recyclagemateriaal een eigen, nieuwe insectenwereld creëert. Op de covers van 'Rot Fruit' en 'Niets erger dan spijt' gebruikte ik al werk van dezelfde artiest. Jaren geleden zag ik een expositie en was meteen verkocht. Dit werk stond al vijf jaar op mijn laptop te wachten op het gepaste boek. Onbewust kan het me derhalve zelfs geholpen hebben aan inspiratie voor 'Het Tweede Skelet'. 

·         Waar ligt de kiem voor het verhaal van ‘Het tweede skelet’? Het was mijn bedoeling om een gevoelig maar niet politiek correct boek te schrijven. Meer kan ik niet uitleggen zonder de plot en de essentie van het verhaal te verklappen.

·         Had je bij aanvang van het schrijven van dit boek ook onmiddellijk het hele verloop van het verhaal en de ontknoping in gedachten? Ik vertrek altijd van een idee, een onderwerp, een thema. In dit geval: migratie. Het einde van het boek staat op voorhand vast en naar dat einde schrijf ik dan toe – maar wat er onderweg gebeurt, hangt in grote mate af van mijn persoonlijk leven. Er sluipt heel wat ‘Jos Pierreux’ in mijn werk. In ‘Niets erger dan spijt’ bijvoorbeeld, verwerkte ik het verhaal van de euthanasie van mijn eigen moeder. Wie bang is om zich bloot te geven, kan mijns inziens geen goed en/of interessant schrijver zijn. (Waarmee ik niet wil claimen dat ik een van beide ben. Ik doe wat ik kan, dat wel.)
Hoewel ik min of meer met een vast team werk, durft het hoofdpersonage nogal eens wijzigen. Vaak is Luk Borré numero uno – maar in dit boek is het Daniël Pisters die met de meeste aandacht gaat lopen. Eerder waren dat al eens Theofiel Mangels, Mariëtte en Stefaan Athenus. Een ander hoofdpersonage staat meteen garant voor een andere stijl/sfeer. Ook schrijf ik sommige boeken in de tegenwoordige en andere in de verleden tijd. Omwille van de dynamiek.

·         Hoe verloopt voor jou doorgaans de wording van een boek? Ik schrijf niet, ik puzzel. Waarmee ik bedoel dat ik niet zelden aan meerdere hoofdstukken tegelijk aan het werk ben, delen bij elkaar breng, dialogen schrijf waar ik naderhand de geschikte plek voor zoek enzoverder. Vaak ben ik zelfs met meerdere boeken tegelijk bezig. Die ik dan achteraf toch weer in elkaar brei. Het is een bizar proces en ik ken geen collega die op dezelfde wijze werkt. Dan constateer ik op een bepaald moment tot mijn eigen verbazing dat… het boek af is. Zoals een schilder die merkt dat er genoeg strepen op zijn doek staan, wordt elke zin vanaf dan er eentje teveel. De definitieve versie is eerder een kwestie van schrappen dan van toevoegen.

·         In het boek komt het reilen en zeilen van de Knokse gemeenschap of bepaalde delen ervan aan bod.  Er zijn de ‘echte’ Knokkenaren en de aangespoelde.  Waar in de gemeenschap situeer je jezelf? Een aangespoelde – zoals de meeste inwoners van Knokke. Wij zijn ruimschoots in de meerderheid en hebben de geboren en getogen Knokkenaren verdrongen.

·         Is dat onderscheid ook echt voelbaar in het leven van elke dag in Knokke?
Wat er nog overblijft aan geboren Knokkenaren zijn meestal zelfstandigen en vrije beroepen. Die zien de toeristen en de aangespoelden natuurlijk graag komen. Ook zijn er nog een paar authentieke plekken en cafeetjes. Ik persoonlijk heb mij altijd welkom gevoeld – overal en bij iedereen. Maar ik heb natuurlijk het voordeel van mijn relatieve bekendheid – en ik leg ‘makkelijk contact. Ik ben zo’n kerel met veel blahblahblah.

·         Luk Borré en zijn echtgenote verblijven wegens verbouwingswerken op hotel.  Is dat iets wat je voor jou en jouw gezin ook zou in overweging willen nemen, op vakantie in eigen stad? Nee. Hoewel: ik heb een soort lat-relatie met huizen. ‘t Is te zeggen: ik pendel tussen een appartement aan zee en een huis in Vlaams-Brabant en dat bevalt mij zeer. Is dat een vorm van vakantie? Misschien wel.
Mocht ik geen partner hebben, zou ik wél op hotel kunnen wonen. (Ik ben namelijk geen ‘nieuwe man’: een ei koken is een onmogelijke opdracht, de microgolfoven heeft veel geheimen en stofzuigen heb ik nog nooit gedaan.)

·         Er komen heel wat namen van winkels, hotels, eetgelegenheden voorbij.  Mooi meegenomen als publiciteit.  Zijn de lokale zakenmensen op de hoogte van die vermelding in jouw boek?  Absoluut. Krijg je daar reactie op? Men is best fier, heb ik de indruk. Af en toe zijn er zelfs lui die ‘solliciteren’. Maar zo werkt het niet. Ik geef geen vermelding voor de vermelding. Het moet passen in de sfeer of in het verhaal. En het moet juist zijn. Boenk erop. Als ik een bestaand persoon typeer, wil ik dat men hem in de papieren versie herkent. En ik pas ervoor om mijn (relatieve) macht te misbruiken door met iemand (of een firma) ‘af te rekenen’.

·         Ook bouwprojecten en –ontwikkelaars krijgen aandacht in je boek.  Stoor je jezelf aan de veranderingen die zij teweeg brengen in de kuststeden? Ach, storen... Af en toe denk ik: “Moet dat zo hoog en zo druk?” Maar wat is het alternatief? Dat enkel de aller, allerrijksten zich een appartement kunnen permitteren? We zijn met veel teveel. Deal with it of doe er iets aan.

·         Graaf Burgemeester Lippens is niet alleen een bekende in zijn eigen Knokke.  Zowat iedereen die het boek leest, heeft ooit over hem horen praten of heeft hem gezien op TV.  Kreeg je al een reactie van hem?  We (her- en er-) kennen elkaar. Hij werkt me niet tegen, integendeel. Ik krijg van de gemeente altijd de informatie waarnaar ik op zoek ben. Maar meneer Lippens zoekt geen toenadering en dat begrijp ik. We zijn allebei een beetje ‘excentriek’, ieder op zijn manier en hij meer dan ik. Maar onderschat de man niet. Hij is sluw én slim. Bij de laatste verkiezingen haalde hij weer een ruime meerderheid van de stemmen – en die kreeg hij niet omdat Knokke slecht beheerd wordt. Zijn politiek is een wisselwerking: hij is beter geworden van Knokke en de Knokkenaren werden beter van hem. Denk je dat hij jouw boeken leest? De GB is een stripliefhebber. Maar iemand houdt hem op de hoogte van de inhoud, vermoed ik ten zeerste. Leopold Lippens is wél sterk in delegeren.

·         Daniël Pisters en zijn vrouw dragen een groot verlies met zich mee.  De manier waarop je hen en hun relatie in beeld brengt is heel treffend. Dank je, want het cuckolding gedeelte vond ik een gewaagde zet. Heb je ooit zelf te maken gekregen met een dergelijke pijn? Iedereen heeft een vat leed om uit te putten. Maar ik heb, gelukkig, geen kind verloren. Houden zo!
(En, mocht je het niet durven vragen, cuckolding is mijn afwijking niet.)

·         Luk Borré gaat gebukt onder de last van administratie en budgetbeheersing?  Een last waar jij ooit zelf het hoofd hebt aan moeten bieden? Absoluut. In onze maatschappij kan je je vrijheid kopen. Mij heeft het letterlijk de helft van mijn actief leven gekost. 25 jaar heb ik hoogstens 1 week verlof/jaar genomen, 6 dagen op 7 gewerkt, a rato van minimum 14 uur per dag. No regrets!

·         In ‘Het tweede skelet’ toon je je ook begaan met Thaise vrouwen die in de hoop op een beter leven naar België komen om te huwen met een Belgische man en die have en goed moeten achterlaten om nooit meer terug te keren.  Vanwaar het idee om dit thema te integreren in het boek?
Omdat de Thai (vooral vrouwen), hoewel goed vertegenwoordigd, weinig bekend zijn in België. Toen het idee rijpte, dacht ik dat verscheidene van die dames hun belevenissen op papier zouden hebben gezet. Hoewel ik intensief zocht, vond ik geen enkel relaas. Dus ben ik met een paar van hen gaan praten. (Ook dat bracht weinig zoden aan de dijk. Ze glimlachen weliswaar de hele tijd maar zijn zeer gesloten.)


·         Je citeert bij monde van Kim en Ratana veelvuldig Boeddha.  Zijn zijn uitspraken ook van invloed op jouw persoonlijke leven?
Hoewel ik, voorzichtig gezegd, geen voorstander ben van godsdiensten (ik heb mij bijvoorbeeld laten ontdopen), is Boeddha van invloed op ieders leven. De gebruikte uitspraken zie ik als filosofisch – eerder dan godsdienstig.

·         Je vernoemt Voltaire, een filosoof van de Verlichting.  Hou je van filosoferen?
Ik hou vooral van discussies met mensen die filosoferen. JP is zo iemand die niet stopt eer anderen overtuigd zijn van zijn vanzelfsprekend gelijk.

·         Will Tura, Willy Sommers, de Kreuners zijn in jouw boek terug te vinden in de vorm van tekstfragmenten uit hun repertoire.  Heb je een boon voor Vlaamse artiesten?  Absoluut niet, maar… Van Vlaamse artiesten houden is intellectueel gezien ‘not done’. Zeer cultureel incorrect. De artistieke(rige) elite kijkt erop neer – net zoals de literaire elite neerkijkt op ons, misdaadauteurs. Totaal ten onrechte, vind ik: er worden goede én slechte boeken geschreven in elk genre. Zit daar een bedoeling achter? Ja. Steun. Herkenbaarheid. Relativering. Humor. Ook herinneren de Vlaamse schlagers aan een voorbije tijd van onderdrukte seksualiteit en gebroken harten.

·         Welke muziek mag steeds op voor jou? Jaren 60 en 70. Maar slechts met mate. Ik hoor slecht en heb last van tinnitus. Sommige tonen/stemmen hoor ik niet langer of kan ik niet meer verdragen. Van songs die mij onbekend zijn, vat ik vaak de structuur niet meer. (terwijl ik 7 jaar muziekschool volgde!) Jammer, maar het is niet anders.

·         Je bent een groot taalliefhebber.  De ene na de andere rake one-liner flitst voorbij.  Meestal is er een link met de zee.  Jij bent de eerste die het zegt – terwijl die link met het water opvalt, vind ik. Dat doe ik natuurlijk voor de sfeer. Waar haal je de inspiratie?  Oefenen en niet te snel tevreden zijn. (Niet te snel = nooit) Is dat een vorm van parate kennis? Nee. Het is ambacht, stielkennis, een vorm van wroetend ploeteren. Deftig en niet te voorspelbaar schrijven is mijn job. 

·         Spreek jij eigenlijk Knoks, West-Vlaams of hou je het liever bij het Algemeen Nederlands? West-Vlaams is verschrikkelijk moeilijk aan te leren – en het Knoks is een complexe variant ervan. Ik hou het bij AN.

·         En dan tot slot een vraagje uit puur eigenbelang: moeten we nog lang wachten op een nieuwe Jos Pierreux of is er al een begin gemaakt met een nieuw boek? Ik heb veel gebreken maar te weinig discipline is er géén van. Het nieuwe boek (werktitel: Russische poppetjes) vordert goed en zou voorjaar 2021 op de markt komen. Vingers gekruist!
·         Jos, dank je wel voor jouw uitgebreide en best heel persoonlijke antwoorden op de vragen.  We wachten met ongeduld de publicatie van jouw volgende boek af en wensen jou ondertussen veel schrijfplezier!

Bedankt voor de interesse. Schrijven is een eenzame bezigheid en zoals een lamp werkt op elektriciteit, gloeit de auteur die met aandacht gevoed wordt.


zondag 12 juli 2020

Zo Vlaams als tomates crevettes

Titel: Het jaar van de slang
Auteur: Hugo Luijten
Uitgeverij: Uitgeverij Lannoo
Publicatiedatum: juni 2020
Recensie door: Anita
Kraaien: 4

Nog voordat ik één woord had gelezen, één blik op de cover en ik leek wel gehypnotiseerd! De gifgroene letters tegen de zwarte achtergrond, de slang die zich lijkt verborgen te houden achter de letters, het slangenoog beloert me, houdt mijn blik vast, lijkt haar moment af te wachten om haar giftige slag te slaan.
Zou de titel verwijzen naar de Chinese kalender?

Op de site van de voormalige GM-fabriek wordt een lijk in een auto gevonden. In de Antwerpse binnenstad wordt een warenhuis overhoopgehaald door activisten met slangenmasker. De daaropvolgende dagen wordt Antwerpen het decor van enkele gruwelijke slachtpartijen en georkestreerde klimaatacties.
Al vanop de eerste bladzijde belandt de lezer in een rollercoaster. Van Brasschaat over Antwerpen-Noord, de Groenplaats, het Schoonselhof, Edegem en de haven neemt Hugo Luijten de lezer mee in een avontuur vol vaart, gevaar en een moeilijk op te lossen zaak. Het boek leest als een logboek: plaats en tijdstip gaan elk hoofdstuk vooraf.

Het verhaal presenteert zich realistisch en actueel. Zij die Antwerpen kennen, herkennen niet alleen straten, pleinen en kaaien, het bouwproject aan het Operaplein matcht met de realiteit. Tegelijkertijd is de historicus Hugo Luijten nooit ver weg en bloedt zijn hart bij het zien dat het Antwerpen uit het verleden langzaamaan wordt ingepalmd door grote en moderne bouwprojecten.

Klimaatactivisme en gruwelijke moorden zijn de rode draad doorheen het verhaal. Klimaatgerelateerde mistoestanden worden heel plastisch en gruwelijk onder de aandacht gebracht. Ons consumptiegedrag krijgt een slecht rapport. Bij monde van Stef Cools passeert er nogal wat kritiek op onze samenleving en zij die daarin een organiserende of regelgevende rol hebben (managers, de ‘lokale’, Staatsveiligheid). Vooral Intern Toezicht krijgt meermaals een veeg uit de pan: ‘pipo’s’, ‘Johan en Pierwiet’, ‘Knabbel en Babbel’, ‘Hans en Grietje’, … Waar blijft Luijten de inspiratie halen? Voeg daar een corrupte minister en de perceptie van de politieke realiteit in ons land aan toe en je krijgt een realistisch hapje maatschappijkritiek.

Hoofdpersonage is Stef Cools. Met zijn team, waarvan de samenstelling beantwoordt aan de eisen van de diversiteit, moet hij de gruwel een halt zien toe te roepen. Zijn personage komt heel goed uit de verf terwijl de anderen, op hoofdcommissaris Durbecq na, eerder oppervlakkig blijven. Stef Cools toont zich een op en top menselijke commissaris met veel couleur locale. Hij is gepassioneerd door zijn job, lijkt af en toe zelfs te neigen naar een zekere vorm van milieubewustzijn, is eigenzinnig en vloekt wat af! Meer dan eens jaagt hij Durbecq met zijn gedrag de kast op. Zij vinden in elkaar een waardige sparringpartner wat regelmatig voor pittige en gevatte gesprekken zorgt.

‘Het jaar van de slang’ bulkt van de actie. Op geen enkel moment zakt het verhaal in. Constant is er de vraag ‘Wie oh wie?’ Af en toe vindt Cools een klein beetje rust in café het Zolderkot. Alleen, halverwege het boek, had ik zo mijn vermoeden … Bleek dat ik het bij het juiste eind had. Doch de spannende finale maakte dat het boek toch mijn aandacht had tot op het eind.

Het boek leest ontzettend vlot. Naast de flitsende acties en wilde achtervolgingen is er nog de taal. Woordspelletjes, typisch Vlaamse woorden (madam Toertjes, zwanzen, mekkeren, venteke, poepeke, koterij, …) en pittige conversaties verankeren het verhaal nog sterker in Antwerpse sferen en brengen humor in het verhaal. Dat met papieren op het bureau wordt ‘getokt’, wachtwoorden worden ‘ingeklopt’, maakt dat deze thriller wordt gelezen in beeld en klank. Vermits ‘Het jaar van de slang’ heel beeldend is geschreven, lijkt me de stap naar een verfilming genre ‘Flikken Antwerpen’ een evidentie.




maandag 6 juli 2020

Rechter en beul


Titel: Van In Episode 3
Auteur: Pieter Aspe
Uitgeverij: Aspe N.V.
Publicatiedatum: juni 2020
Recensie door: Anita
Waardering: 4 kraaien

Het verhaal staat op zichzelf, maar de lezer die de uitdaging aangaat om de tien delen te lezen, zal als beloning na het lezen van deel 10 de rode draad doorheen de reeks ontdekken.
In een Italiaans klooster worden jonge mannen opgeleid tot gladiatoren. De bedoeling hiervan is: de strijd aangaan met de westerse decadentie en meehelpen de basis te leggen voor een rechtvaardige maatschappij bestuurd door rechtlijnige rechters.

Pieter Van In krijgt een luxereis aangeboden door een man die zich Kodor laat noemen. Op Mykonos volgt de hereniging met een heel oude, doodgewaande vriend. Van In belandt in een duivels experiment. Hij komt in zeer nauwe schoentjes te staan als duidelijk wordt welke rol hij in de loop van de gebeurtenissen krijgt toebedeeld en hij voor een groot moreel dilemma komt te staan. Het verleden lijkt hem te hebben ingehaald.

Het plot wordt goed opgebouwd. Het criminele brein geeft steeds meer prijs over zijn ware bedoelingen en uiteindelijke plannen. Van In heeft er een heuse klus aan om te begrijpen in wat voor een duivels spel hij is aanbeland. De keuze die hij moet maken is er een tussen de pest en de cholera. Na zijn daad is hij lands vijand nummer 1. In eerste instantie schokt het boek door de bloederige folterpraktijken en naar het einde toe krijgt het verhaal vaart en volgt de ene plottwist na de andere.

De ondertussen gepensioneerde Pieter Van In lijkt op zijn leeftijd na, nog geen haar veranderd. Nog steeds heeft hij last van zijn slechte knieën en zijn overgewicht. Hij houdt nog steeds van een goed glas bier, al heeft hij zijn Duvel ondertussen ingeruild voor een verfrissende Omer. Hij kan nog steeds de geneugten van een lekker bourgondisch diner waarderen. Zijn zwartgallige gedachten steken nog steeds de kop op maar worden nu niet meer door Hannelore, maar door zijn nieuwe liefde Rein gekanaliseerd. Hannelore duikt met de regelmaat van de klok op in Van Ins dromen. Oude liefde roest niet. Wat er echt met haar en de kinderen is gebeurd, kan hij zich niet herinneren. Rein Claeys komt ook vrij goed uit de verf en blijkt niet voor Hannelore te moeten onderdoen.

Door de ogen van Van In kijken we naar ons Belgiënland en worden een aantal issues aangekaart: een moeilijk bestuurbaar land, politiek gekonkel in de Wetstraat, verborgen agenda’s van de medewerkers aldaar, racisme, extreem-links en rechts die elkaar bekampen, Molenbeek dat in brand staat …
‘Van In Episode 3’ past weer volledig in de typische ‘Aspe’-stijl. Het boek leest heel vlot, is filmisch geschreven en is gekruid met de typische ‘Aspe’-humor. Het is een boek dat perfect kadert in de maatschappij van vandaag met regelmatig een taalaardigheidje van Aspe. Dat het pokkenvirus zomaar zou kunnen verspreid worden, maakt dat ik me afvraag of Aspe misschien over een voorspellende gave beschikt.

Met heel veel plezier gelezen. 4 kraaien!

zondag 3 mei 2020

Win de nieuwe Sterre Carron! GESLOTEN

 Onlangs verscheen het 14e deel over Rani Diaz, het hoofdpersonage in de boeken van Sterre Carron. De echte fans hebben natuurlijk allang het boek in huis. Dus voor de mensen die wel eens willen weten wie die Rani Diaz is of waar de fans zoveel reclame voor maken, nu de kans om het nieuwste boek te winnen.

Eerst even waar Infinitum overgaat:

Op een nacht vindt Tess Van Ost op het zitje van de schommel in de tuin een gevleugelde zandloper. Tess schrikt want zij weet wat dit betekent…
Er is iets vreemds aan de hand met Quinn, Tess' oudste dochter. Het gedrag van het jonge meisje is de laatste tijd erg veranderd. Ze verwaarloost steeds meer haar schoolwerk en ziet er ongelukkig uit. Nog voor de mensen in haar omgeving goed en wel in de gaten hebben wat er aan het gebeuren is, verdwijnt Quinn spoorloos.
Wanneer het team van Rani Diaz wordt ingeschakeld om de ware toedracht rond de mysterieuze verdwijning van Quinn te achterhalen, botsen de speurders op een muur van stilzwijgen. Het lijkt wel alsof iedereen in het gezin geheimen heeft. Wanneer Tess' andere kinderen gevaar lopen, weet Rani dat ze door onzichtbare krachten wordt tegengewerkt. Zal ze de ware toedracht achterhalen of blijft ze als een spin vasthangen in het uitzichtloze web van geheimzinnigheden?

Een beetje vrolijke vraag vandaag zonder je door te sturen naar oude recensies van vorige boeken: we doen  een foto vraag.
Welke blogger en welke twee Vlaamse auteurs zie je op de foto? De ene auteur lijkt mij niet zo heel moeilijk.
Stuur jouw antwoord naar Thrillerlezersblog@gmail.com ovv Infinitum

Wordt wel ook even lid van de besloten facebookgroep Thrillerlezers. Besloten houdt in dat je toegelaten wordt als je je aanmeldt. Om het je makkelijk te maken is hier de link:
Groep facebook



Het boek is al onderweg naar Anja Bielaers