Posts tonen met het label Hercule Poirotprijs. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Hercule Poirotprijs. Alle posts tonen

dinsdag 11 oktober 2022

Nominaties voor de Hercule Poirotprijs 2022 zijn bekend gemaakt

De zes genomineerden voor de 25ste Hercule Poirot-prijs zijn bekend. De jury selecteerde met Jos Pierreux, Dominique Biebau en Jan Van der Cruysse drie ex-winnaars en die krijgen het gezelschap van Piet Baete, Hugo Luijten en Anne-Laure Van Neer. Toni Coppers ontvangt een lifetime-achievement Award.


De Knack Hercule Poirot-prijs is aan de 25e editie toe en is hiermee een van de langstlopende boekenprijzen in Vlaanderen. De prijs bekroont het beste Vlaamse spannende boek van het afgelopen jaar.
De jury kiest de winnaar uit de Vlaamse misdaadromans die verschenen na 1 september 2021 en voor 30 september 2022. Dit jaar kwamen 60 boeken in aanmerking voor de prijs. De vrouwelijke auteurs waren met 13 inzendingen goed voor 22 procent van het totaal.

De genomineerden op een rijtje:

Besloten stad-Jos Pierreux (Vrijdag)
Het mollenfeest-Dominique Biebau (Vrijdag)

Win Win-Jan Van der Cruysse (Manteau)
Superhelden sterven niet-Piet Baete (Manteau)
Josephine-Anne-Laure Van Neer (Vrijdag)
Het bloed van de zwaan-Hugo Luijten (Pelckmans)



Thrillerlezersfavoriet!
Op zaterdag 29 oktober wordt tijdens  ‘Boektopia’ in Kortrijk Xpo bekend gemaakt wie de 25e Knack Hercule Poirot-prijs, het daaraan verbonden bedrag van 5000euro en de gepersonaliseerde pen van Montblanc wint.


Ter gelegenheid van de 25e editie van de prijs wordt voor de vierde keer een Lifetime achievement award uitgereikt. De eer valt deze keer te beurt aan Toni Coppers, die met ‘Jacht’ zijn 25e boek publiceerde. Met dit boek bevestigt Coppers eens te meer zijn talent en vakmanschap.
Eregasten op deze jubileumeditie is het beroemde schrijversduo Nicci French. Zij worden in de bloemetjes gezet voor de 25e verjaardag van hun succesvolle samenwerking.

persbericht van Roularta  Mediagroup




vrijdag 25 januari 2019

Actie 24 GESLOTEN

Een bekend Amsterdams meubelrestaurateur wordt dood aangetroffen in zijn atelier. Inspecteur Eva Paelinck gelooft niet in de officiële these van een hartaanval. Haar onderzoek leidt naar een vriendengroep die in een commune samenwoont, en naar de excentrieke boekhandelaar Wiktor, die de communeleden bespioneert. De ramen van zijn antiquariaat veranderen in een Venetiaanse spiegel waarin de rol van getuige en verdachte vervaagt. De speurtocht gaat diep terug in de tijd en raakt een weinig bekende episode van de Europese geschiedenis: de massale verbanning van Joden uit communistisch Polen precies vijftig jaar geleden en hun migratie naar onder andere Nederland en België. Wanneer in Antwerpen een tweede lijk wordt gevonden, komt niet alleen de reputatie maar zelfs het leven van Eva in gevaar.

De auteur Maja Wolny won in 2018 een prijs voor dit boek. Welke prijs was dat?
Stuur jouw antwoord naar Thrillerlezersblog@gmail.com ovv Wolny

Winnaar: Linda uit Hemelum

woensdag 21 november 2018

Op de thee met Jan Van der Cruysse

Deze week hebben wij Jan van der Cruysse op de thee.
Wie is deze auteur?
Jan Van der Cruysse (Brugge, 13 juli 1960) is een Belgisch communicatieadviseur en een Vlaams schrijver van misdaadromans. Hij werkte gedurende twintig jaar als woordvoerder bij Brussels Airport. Op zijn55e bedacht hij eens een boek te gaan schrijven en dat werd Bling Bling 1. Met dit boek won hij en de Hercules Poirotprijs, de Diamanten kogel en de Nederlandse Schaduwprijs. Daarna verschenen Bling Bling 2 en Bling Bling 3. Nu is de auteur druk bezig met zijn volgend manuscript.


Vraag 1
Als je onsterfelijk zou zijn voor 1 dag, wat zou je dan doen?

Ik geloof niet in onsterfelijk. Als we met zijn allen al eens gewoon zouden doen wat we moeten doen… 

Vraag 2
Hoe denk je dat een schrijver jou zou beschrijven in een roman?

Dat laat ik aan de fantasie van de schrijver over. Ik zou het ook niet pikken als een van mijn karakters zich zou beginnen moeien met de manier waarop ik over hem/haar schrijf.

Vraag 3
Lukt het jou om een dag je telefoon uit te zetten?

Telefoon was jaren lang een stuk van mijn leven als woordvoerder, en is het nog steeds. Ik ben geen mail/messenger/whatsapp/snapshat/sms mens, ik ben een ouderwetse telefoonmens. Liever zonder tv, of zonder schoenen. Toch komt voor elk van ons de dag dat we hem definitief moeten afzetten. En op die dag zal net die telefoon het minste zijn van al onze zorgen. Dus zolang het nog kan: feel free to call. 

Vraag 4
Van welke kleine dingen geniet jij het meest?

Alles (koffie, whiskey, sake, …) met een ronde, wat nootachtige of rokerige afdronk. Een vulpen. Noordzeegarnaal. Zoute chocolade. Poezen bij de kachel. Vinylplaten. Het gedruis van overslaande golven op het strand. Zwoele zomerwind. Ijskoude cola. Het knerpende geluid van sneeuw onder mijn schoenzolen. De geur van een pas gedrukt boek.

Vraag 5
Wat is het ondeugendste dat je vroeger hebt uitgespookt?

Dat zal ik jullie niet vertellen. (Stel je voor! Als je in mijn boeken leest wat ik allemaal wél durf vertellen…!)

zondag 21 oktober 2018

De man die zijn boeken pent (letterlijk)

C: Koen Broos
Interview met Kevin Valgaeren, door Sandra J. Paul

Kevin Valgaeren is een auteur waar je ongetwijfeld al van gehoord hebt. Hij is een getalenteerd man, die sinds 2011 tot nu vier zogenaamde Gothic Novels publiceerde. Zijn laatste, Blackwell, werd genomineerd voor de Hercules Poirotprijs, die op 28 oktober wordt uitgereikt op de Boekenbeurs.
Pittig detail: overdag werk Kevin in een boekhandel!
Bij deze een verslag van een bijna twee uur durend Skypegesprek, waarin we het hadden over allerlei fijne details en zo zelfs ontdekten dat we behoorlijk wat gemeen hadden.

Kevin, kan je jezelf even voorstellen aan de lezers in drie woorden?

Boeken, introvert, humor.

De humor is vaak politiek incorrect, sarcastisch of cynisch, maar even vaak gewoon heerlijk onnozel. Ik ben een grote fan van de betere platvloerse mop.

Kan je hetzelfde doen over je boeken?

Thrillers, donker, historisch

Zoals we allemaal wel weten, zijn het zeldzamen die kunnen leven van de pen. Ik vermoed dat dit bij jou niet anders zal zijn? Wat doe je zoal naast schrijven?

Wel, ik werk bij een drukke boekhandel in Leuven.
Daarnaast lees ik veel boeken en beluister ik jazzmuziek (tijdens het lezen). Ik ‘verspeel’ (letterlijk dan) veel tijd op de PlayStation. Ik verzamel vulpennen (waar ik ook mee schrijf), ben gek op typografie, lettertypes dus. Bij de opmaak van het binnenwerk van mijn boeken, heb ik veel zeggenschap over de fontkeuze. Ook bij de Blackwell-cover, had ik veel in de pap te brokken. De foto heb ik zelf uitgekozen.

Waarom heb je gekozen voor de Gothic Novel? Dit is een zeer uitzonderlijk genre in ons land, dus ik kan me voorstellen dat het niet evident was om je eerste boek uit te geven?

Wel, mijn interesse rond dit tijdperk begon reeds in mijn tienerjaren. Toen ik twaalf jaar was, had ik een leesachterstand; lezen interesseerde me ook niet echt. Tot mijn grootmoeder me een boekje schonk van De Vijf, waarin gotische elementen verwerkt zaten. Ik groeide op in de jaren negentig, toen gotische films ook erg in waren. Na het zien van de film Dracula, met Gary Oldman, ben ik me beginnen te verdiepen in de geschiedenis van Engeland.
Vanaf het moment dat ik begon te schrijven, gebeurde de keuze om in dat genre te werken dan ook organisch.

Hoelang heb je gewerkt aan De Ziener, je allereerste boek?

Ik ben een man van de details. Al bij al ben ik zo’n vijftal jaar bezig ben geweest met dit boek. Ik begon eraan toen ik 25 jaar was en het was klaar op mijn 29ste. De eerste versie heette eigenlijk ‘De Gewaarwording’. Het boek werd door allerlei uitgeverijen geweigerd – terecht overigens – en daarna herschreven tot De Ziener. Eigenlijk was De Ziener een uit de hand gelopen proloog van Bloedlijn, mijn tweede boek. Maar die proloog ontaardde in een verhaal van dik 450 pagina’s, dus tja. Toen dit manuscript klaar was, heb ik terug de ronde der uitgevers gedaan en ben zo bij Kramat terechtgekomen, die mijn eerste twee boeken uitbrachten.

Waarom zat er uiteindelijk vier jaar tussen Bloedlijn, je tweede boek en Seance, je derde?

Ik ben altijd blijven schrijven, maar in die periode ging ik op zoek naar een andere uitgeverij en dat vergde wat tijd. In die periode was ik bezig aan Seance, en toen dat boek uiteindelijk verscheen bij Lannoo, lag het eigenlijk al twee jaar klaar. Voor mij leek die periode dan ook niet zolang als het in werkelijkheid was. Stoppen met schrijven deed ik nooit. De lezers zijn gelukkig trouw mee gevolgd naar mijn nieuwe uitgever, wat me veel deugd doet.
Tegen de tijd dat Seance uitkwam, was ik al aan Blackwell bezig.

Wat voor een kick gaf het je om je allereerste boek in handen te houden?

Dat herinner ik me nog zeer goed. De eerste keer dat ik De Ziener zag, was bij de geplande boekvoorstelling. De uitgeefster had het allereerste exemplaar bij en gaf me dat enige tijd voor de voorstelling begon. Ik trok me meteen terug op het toilet en heb er een kwartier naar staan kijken, compleet overdonderd. Dat moment vergeet ik nooit meer.
Bij de andere boeken had ik datzelfde gevoel, maar wat ik meemaakte met De Ziener, is niet meer te evenaren uiteraard. Je eerste boek is zeer bijzonder.

Welke van jouw boeken draagt jouw persoonlijke voorkeur?

Blackwell is voor mij overduidelijk het beste van wat ik al gedaan heb. Veel mensen merken dat ik zelf ook sterk evolueer als schrijver, omdat de lat ook altijd hoger moet liggen, zowel voor mij als naar mijn publiek toe. Naast het feit dat dit boek naar mijn mening het beste is, is het ook mijn persoonlijke favoriet.

Als je vandaag naar een onbewoond eiland vertrekt en je mag slechts één boek meenemen, welk zou je dan meenemen?

Goh, ik twijfel sterk tussen David Copperfield (Dickens) of IT (King), dus één boek kan ik echt niet kiezen. Anne Rice's The Witching Hour vervolledigt mijn top drie. Gezien ik deze boeken wellicht meermaals zou moeten lezen op dat eiland, kies ik ook liefst voor heel dikke boeken om me zo langer bezig te houden.

Als je de kans krijgt om naar een luxeresort op een eiland te mogen vertrekken voor de komende drie maanden, betaald weliswaar, zou je daar dan je volgende boek schrijven, of zou je luilekkeren?

Lekker niets doen hou ik exact één week vol. Als ik een week niet geschreven heb door drukte of wat dan ook, zoals de kerstperiode, word ik lastig en begin ik te zeuren. Je zou me dus geen plezier doen met drie maanden luilekkeren.

Zal je volgende boek ook een Gothic Novel zijn en ben je er al aan bezig?

Jawel. De eerste versie van het volgende boek is drie kwart klaar. Werken aan die eerste versie duurt ook het langst. Ik hoop die in het voorjaar van 2019 klaar te hebben. Ik schrijf al mijn boeken met de hand (vandaar ook mijn liefde voor vulpennen), vooraleer ik ze in de computer steek. De bedoeling is dat het uitkomt in het voorjaar van 2020.

Je schrijft al je boeken met de hand? Dat is ongelofelijk.

Ja. Ik ben naast een trage lezer ook een trage schrijver. Het ritme van met de hand schrijven, komt overeen met mijn manier van schrijven en denken. Het past bij me.

Weg van de Victoriaanse tijd, indien je een hele nieuwe reeks boeken zou schrijven, over welke historische setting zou je dan graag nog willen schrijven?

Hedendaags, niet historisch. Soms voel ik mij beknot door de metaforen, de details en de associaties die gepaard gaan met het tijdperk waarin mijn boeken zich afspelen. Ik heb wel wat ideeën en zou het ook geweldig vinden om eens een hedendaags verhaal neer te pennen.

Hoeveel uur per week ben je bezig met je stiel?

Ik probeer 2 uur per dag te schrijven (1000 woorden) met mijn vulpen.
In al de randactiviteiten, zoals sociale media, marketing, evenementen, signeersessies, enz., steek ik ook behoorlijk wat tijd, maar dat lukt me nog wel. Meestal blijven de signeersessies beperkt, waardoor het haalbaar blijft allemaal. Het liefst van al wil ik gewoon schrijven, daar is het me om te doen.

Droom je ook wel eens luidop in je boekhandel over je verhalen?

Toch niet. Wanneer ik werk, kan ik mijn boeken goed loslaten. Het is vaak zo druk in de winkel dat ik nauwelijks tijd heb om zelfs maar na te denken. Daarnaast promoot ik nooit mijn eigen boeken bij de klanten. Mijn baan als boekhandelaar en schrijver houd ik netjes gescheiden van elkaar, zoals het hoort.

Klassieke vraag: Zou je ooit willen stoppen met werken om je volledig te focussen op de pen?

Ja. Het leukste aan schrijven is het schrijven zelf, dus ik zou me zeker niet eenzaam voelen als ik minder in contact kom met mensen. Weet je, als tiener ontdekte ik dat iets creatiefs in me had. Ik heb dit schrijven nodig als een uitlaatklep.
Ik heb vroeger verschillende zaken geprobeerd: theater, de lokale radio, regisseren … allemaal creatieve dingen die wel bij me passen, maar uiteindelijk vond ik het schrijven het interessantst omdat ik dit volledig alleen kon doen. Ik haal mijn energie uit het intens bezig zijn met iets, maar daarom niet met mensen of in groepsverband. Ik ben heel graag alleen, wat mijn vrouw ook prima vindt overigens.
Soms is dat wel moeilijk. Ik ben een avondmens, zij een ochtendmens.  Soms slaapt zij al als ik nog volop aan het schrijven ben. Wij zijn als worteltjes en erwtjes als het ware; we doen elk van ons ook andere dingen. Zij volgt cursussen voor haar plezier en doet veel zonder mij.

Stel dat jij de Hercule Poirotprijs niet wint, wie mag het dan wel zijn?

Ik heb geen enkel van de vier andere boeken gelezen, moet ik eerlijk bekennen, maar als iemand het verdient, vind ik wel Jos Pierreux, die voor de 4de maal genomineerd werd dit jaar.
Wat mij betreft: Ik wil natuurlijk dat mijn boeken door zoveel mogelijk mensen gelezen worden, en zo’n prijs helpt daarbij. Die zorgt ervoor dat het boek meer aandacht krijgt, en als je wint brengt die een heleboel nieuwe potentiële lezers mee zich mee. Dat is wel heel belangrijk. En ik beken eerlijk: die gelimiteerde Mont Blanc-pen spreekt me erg aan. 😉 Dat soort van pennen zit ver boven mijn budget.

Ik stel voor dat je bij Lannoo toch eens een ballonnetje oplaat rond die pen, Kevin. Wie is jouw grote schrijversidool?

Stephen King, nog altijd. Ik lees nog elk boek van hem, gewoon omdat hij zo goed is en blijft. De belangrijkste les van King die ik geleerd heb, is dat personages belangrijker zijn dan de plot, iets wat ik zelf ook wil verwezenlijken. De man schrijft soms tweehonderd pagina’s waarin niets gebeurd, maar toch hang je aan zijn lippen omdat hij zo’n goede verteller is. Nog steeds schrijft hij minimaal twee boeken per jaar.
Ann Rice, de auteur van o.a. Interview with the vampire is ook een rolmodel. Zij heeft mij geïnspireerd om aan De Ziener te beginnen. Ze is wat afgezwakt en heeft haar dieptepunten gekend maar ze is nog steeds een geweldig auteur.

Dus, als je een auteur zou kunnen interviewen?

Stephen King of Anne Rice, maar misschien toch liefst Anne Rice omdat zij zo’n bijzondere persoonlijkheid is en wij van King al veel afweten.

Kevin, als afsluiter ga ik nog een kleine quiz met je doen, gebaseerd op weetjes en dingen uit je persoonlijke leven of zaken die jou ongetwijfeld interesseren.

In welke jaar kwam het boek Dracula uit?

(Zonder enige aarzeling!): 1897

Hoeveel exemplaren liggen er van Blackwell in jouw winkel in Leuven, en waar?

Eén in elke etalage (we hebben er twee) – hoewel ze hem daar misschien wel kotsbeu zijn intussen!

Hoeveel treden heeft het trapje van de winkel waarop jouw boek gedisplayd staat?

Vier, en het trapje staat schuin over mijn werkplek. 

(Nota: speciaal voor deze vragen heb ik deze ochtend de winkel gebeld!)

Wie was volgens jou Jack The Ripper?

Ik moet eerlijk bekennen dat ik niet zoveel ken van The Ripper. Ik vind hem nog steeds erg intrigerend als zaak, maar heb zelf geen theorieën. De auteur Judith Flanders suggereert overigens dat de reden waarom The Ripper nog steeds tot de verbeelding spreekt, is omdat moorden in die tijd haast nooit gebeurden. Vandaag worden er veel meer moorden gepleegd.

Sherlock Holmes of Doctor Watson?

Leuke en goeie vraag! Na veel overweging ga ik dan toch maar voor Holmes, hoewel Watson ook wel een belangrijke plek heeft in mijn hart. Ik heb mijn personages overigens gebaseerd op hetzelfde concept. Dawkins is mijn persona (Watson) en Blackwell is wie ik zou kunnen zijn (Holmes).

Dankjewel Kevin voor de zeer fijne babbel! We wensen je alvast ontzettend veel geluk met je nominatie.

Sandra J. Paul, in naam van Thrillerlezers

Alle info over Kevin en Blackwell vind je terug op www.kevinvalgaeren.be

maandag 28 mei 2018

Hilde Vandermeeren ondervraagd

Hilde Vandermeeren studeerde psychologie en gaf ruim tien jaar les in het secundair onderwijs. Sinds 2007 leeft ze fulltime van haar pen. Ze schreef ruim 40 kinder- en jeugdboeken waarvan vele werden vertaald en bekroond met Vlaamse en Nederlandse literaire prijzen. In 2013 verscheen haar thrillerdebuut 'Als alles duister wordt' bij de Nederlandse uitgeverij Q (Singel Uitgeverijen). Haar debuut won de Hercule Poirot publieksprijs 2013 en kwam op de longlist Diamanten Kogel 2013. In 2014 verscheen 'De toeschouwers'. Haar derde thriller 'Stille grond' (2015) haalde de shortlist van de Gouden Strop 2016 en de filmrechten zijn verkocht aan Eyeworks. In 2016 verscheen 'Scorpio'. Haar vijfde thriller 'Schemerzone' verscheen in 2017 en won de Hercule Poirotprijs, de prijs voor de beste Vlaamse misdaadroman van het jaar. 
Op 29 mei verschijnt haar nieuwste boek Pas op voor de buren en Thrillerlezers mocht vragen op haar afvuren.




1) Toen ik je de laatste keer ontmoette, had je net een paar dagen ervoor de befaamde Hercule Poirotprijs 2017 gewonnen voor Schemerzone. Aan die prijs zit naast een geldbedrag ook een mooie Mont Blancpen vast. Ligt deze op een mooie plek? Of gebruik je hem?

 Deze Mont Blanc-pen heeft een ereplek gekregen. Hij ligt in mijn schrijfkamer op het antieke bureau naast mijn Zilveren Griffel uit 2005. Ik vind het mooi om te zien: bekroond werk als jeugdauteur en als misdaadauteur symbolisch verenigd. Niet te geloven dat daar 12 jaar tijd tussen ligt, ik hoop er als misdaadauteur minstens nog dubbel zoveel jaren bij te doen (lacht).

2) Vier je eigenlijk dat soort prijzen en nominaties?

Jazeker, in familiekring wordt daar wel een glaasje op geklonken en natuurlijk mag de schrijvershond dan meeklinken! En de twee katten ook.

3) Las je zelf eerdere winnaars van de prijs? 

Ik lees zelf veel spannende boeken, onder meer van sommige eerdere winnaars. Sommige boeken vind ik goed, andere minder, zoiets is altijd subjectief. Ik zal dat ook nooit openbaar maken via quoteringen en recensies en zo. Ik heb respect voor het werk van een andere auteur, die heeft daar heel lang aan gewerkt. 

4) Je bent een van de weinige Vlaamse auteurs qua thrillers die bekend is bij de Nederlanders: hoe komt dat denk je?

Ik ben heel blij met de groeiende aandacht voor mijn thrillers ook in Nederland. Wat de verklaring daarvoor is, weet ik niet precies. Het is een interessante vraag voor de enthousiaste lezers zelf (lacht). Ik heb altijd wel het gevoel gehad dat mijn boeken ergens grensoverstijgend zijn: van mijn kinderboeken zijn er ongeveer 30 titels vertaald (oa naar Chinees, Duits en Deens). En als ik mijn provinciale prijzen letterkunde niet meereken, dan heb ik voor mijn kinderboeken meer bekroningen ontvangen in Nederland dan in Vlaanderen. Dat heb ik zelf altijd merkwaardig gevonden. Die appreciatie uit Nederland, is natuurlijk heel motiverend voor mij.

5) Hoe omschrijf je jouw stijl van boeken? 

Ik besteed veel aandacht aan de psychologie van de personages en hun onderlinge relaties. Ik houd van onderhuidse dreiging, de spanning bouwt zich daarbij langzaam op tot een climax. Inhoudelijk krijgen zeldzame aandoeningen zoals narcolepsie en het syndroom van Capgras een plekje in mijn boeken. Dat interesseert me en ik vind het heerlijk om te beschrijven hoe ons brein ons kan bedriegen. ‘Is het echt gebeurd of denkt iemand dat alleen maar?’ Ook in Pas op voor de buren is dat een spannende rode draad doorheen het hele boek.

6) In Schemerzone schrijf je over narcolepsie. Hoe kwam je bij dit onderwerp terecht?

Dit boek is gestart vanuit de gedachte: Eén tweet kan je leven verwoesten. Toen dacht ik: en wat als het hoofdpersonage iets heeft waardoor ze niet eens zeker weet of zij die tweet al dan niet verstuurd heeft? En zo kwam ik bij narcolepsie, een vrij zeldzame aandoening, waarbij patiënten oa. hallucinaties kunnen hebben overdag, onverwachte slaapaanvallen en ook automatisch gedrag kunnen vertonen. Dat is gedrag waarvan ze zich niet bewust zijn dat ze het doen: zoals een tweet versturen. Als de hoofdpersoon daarover twijfelt, dan twijfelt de lezer natuurlijk mee en dat biedt heel veel kansen op spanningsvlak.

7) Welk boek was het lastigste om te schrijven?

Mijn thrillerdebuut Als alles duister wordt. Omdat dat het eerste boek was voor volwassenen na 45 kinder- en jeugboeken. Het volume is veel groter, en ik moest goed nadenken over een ingenieus plot, zijsporen, wendingen enzovoort. Door meer en meer thrillers te schrijven heb ik wel het gevoel dat ik het goed in de vingers krijg. Ik vind het belangrijk dat debutanten de kans krijgen om te debuteren en uit te groeien zonder van in het begin neergemaaid te worden. Mijn thrillerdebuut werd gelukkig goed ontvangen en kreeg de Knack Hercule Publieksprijs 2013.


8) Hoe moeten we ons het voorstellen hoe je schrijft?

Ik ben een ochtendschrijver en ga dus meestal al heel vroeg aan de slag, in alle stilte: zonder muziek en liefst zonder gestoord te worden. Mijn werkruimte is zo ingericht dat de tijd is blijven stil staan: antiek notarisbureau, oude plankenvloer uit een kasteel, een oude tafel voor mijn computer. Dat helpt om rust te vinden, want mijn hersenen malen razendsnel. Ik werk ook met een groot moodboard met foto’s over de personages en de omgeving. Ik begin met een schema op één blad: de verhoudingen van de personages, en dan laat ik het verhaal organisch groeien. Ik heb wel een strikte structuur in mijn achterhoofd en weet wel ongeveer waar ik naartoe werk. Maar ik laat de deur open voor nieuwe invallen en nieuwe personages tijdens het schrijven. Dat kan een boek nog sterker maken, vind ik. 


9) Je leeft van de pen nu. Voorheen gaf je les in het secundair onderwijs. Wat vond je leuk aan het lesgeven en wat mis je absoluut niet?

Ik heb heel graag lesgegeven, ik het 14 jaar als leerkracht in de derde graad beroepsonderwijs gewerkt: richting Verzorging en Kinderzorg. Maar schrijven doe ik nog liever. Ik mis de leerlingen en de goede sfeer onder de collega’s. Wat ik niet mis: de groeiende bergen administratie die erbij kwamen kijken.

10) Hoe kom je aan jouw talent? Je krijgt de ene na andere nominaties voor prijzen? Maakt het lastiger om te starten aan een nieuw boek? Of word je juist zekerder?

Ik heb van jongs af aan altijd heel graag gelezen en ook heel graag geschreven. Die taalvaardigheid is iets wat er al van in het begin in zit en waarbij ik ook altijd opengestaan heb om op dat vlak bij leren. Ik heb nu ook wel meer zelfvertrouwen dan in het prille begin. Het opbouwen van een structuur, verhaallijnen verknopen en plotwendingen voorzien, is een techniek die ik intussen al in de vingers heb. Tegelijk duikt de onzekerheid tijdens het schrijfproces en na publicatie van elk boek weer op. Je hebt het beste van jezelf gegeven, maar je hebt als auteur niet in de hand wat er nadien mee gebeurt.

11) Welke droom heb je qua schrijven nog?

Op de eerste plaats: dat ik als auteur nog lang mag blijven bestaan. Dat betekent dus dat je voldoende boeken moet verkopen om het leefbaar te houden. En ook dat ik nog zo lang mogelijk helder van geest mag blijven en ook fysiek in staat ben om mijn boeken te schrijven. Daar denk ik toch ook vaak aan: wat als er iets gebeurt en ik niet meer kan schrijven? Ik ben dankbaar voor elke dag dat ik kan schrijven en voor het feit dat mijn lezerspubliek jaar na jaar aangroeit in Vlaanderen en Nederland. Nominaties, prijzen, filmrechten verkocht zijn heel aangenaam om mijn werk nog meer bekend te maken, maar mijn echt doel is: zo lang mogelijk blijven schrijven. Het creëren op zich, is mijn eigenlijke doel.


12) Je nieuwe boek (Pas op voor de buren) heeft een thrillerschrijver in de hoofdrol: natuurlijk vragen mensen zich dan af hoeveel er van jou in het hoofdpersonage zit?

Ik heb in mijn ruim 50 boeken nog nooit letterlijk personages uit mijn omgeving gebruikt, dus dat is hier ook niet het geval. Ik ben noch die misdaadschrijfster, noch de moordzuchtige mensen in mijn boeken (gelukkig maar). Toch zit er altijd in elk boek iets van een auteur: bijvoorbeeld het feit dat ik onderhuidse dreiging en psychologie heel belangrijk vind. Of het feit dat ik mijn werk nooit expliciet geweld uitvoerig zal uitschrijven of als grote dierenvriend nooit dieren zal pijn doen. Dat zegt ook iets over mij.

13) Als het verfilmd zou worden, wie zie je graag de hoofdpersoon spelen? Als je wild mag fantaseren, los of het haalbaar is (dus hoe duur en of diegene nog leeft).

Dan kies ik voor Veerle Baetens, zij is een Vlaamse actrice met een internationale uitstraling. Ik vind haar een heel sterke actrice die een grote verscheidenheid van rollen aankan.

14) Ik las dat je met de bekende Vlaamse advocaat Walter Damen samen boeken aan het schrijven bent. Vanzelfsprekend ben ik benieuwd hoe deze samenwerking tot stand is gekomen.
• Hoe werken jullie? Om en om een hoofdstuk?

De vraag is gekomen vanuit uitgeverij Van Halewyck. Walter, ik en iemand van de uitgeverij zijn samen rond de tafel gaan zitten. We zijn beginnen te brainstormen over: wie? wat? waar? En zo ontstond er een splinternieuw concept. Daaruit groeide al heel snel het idee dat we een spannende trilogie wilden schrijven over een jonge advocate en dat het verhaal zich zou afspelen in Lissabon, waar de advocate voor een gerenommeerd advocatenkantoor werkt. Ik ben voor mijn research ook naar Lissabon gereisd. Het is de eerste keer dat ik met iemand samenwerk en het bevalt me enorm goed, in dit geval geldt: 1 + 1 = 3. De input van iemand met wie je enerzijds dezelfde visie deelt over de stijl, toon en sfeer van het boek en die anderzijds een hele eigen invalshoek heeft, is enorm verrijkend. Walter heeft een jarenlange ervaring als strafpleiter en is ook verhaaltechnisch creatief en ik heb mijn ervaring als psychologe en als misdaadauteur. Het concept hebben we samen bedacht en ontwikkeld, we stemmen tijdens het schrijven regelmatig op elkaar af mbt personages, plot en juridische gedeeltes. Walter heeft ook bepaalde passages meegeschreven, maar ik hanteer de spreekwoordelijke pen. Dat was van bij aanvang de formule waar we beiden achter stonden en dat verloopt prima.

15) Welk Vlaams auteur moeten wij eens oppakken? 

Tweevoudig Gouden Strop-winnaar Bram Dehouck is een aanrader, hij schrijft spannende boeken met een originele invalshoek.

16) En welke Nederlander zou jij in Vlaanderen aanraden?

Ik heb een concrete boekentip die ik zelf ook binnenkort wil lezen: De spannende verhalenbundel Amsterdam Noir is net verschenen bij Ambo Anthos, onder redactie van René Appel en Josh Pachter hebben verschillende auteurs een kortverhaal geschreven over het duistere kantje van Amsterdam. Wat het voor mij bijzonder maakt is dat de Amerikaanse auteur en vertaler Josh Pachter degene is die mijn twee korte verhalen vertaald heeft voor publicatie in het Amerikaanse Ellery Queen’s Mystery Magazine. Ik vond het een hele eer om daarin te mogen verschijnen. Ik zal de bundel zeker lezen,  het is ook een mooie manier om het genre korte verhalen hier bij ons wat meer onder de aandacht te brengen.





dinsdag 22 mei 2018

Jan van der Cruysse ondervraagd

Jan Van der Cruysse (Brugge, 13 juli 1960) is een Belgisch communicatieadviseur en een Vlaams schrijver van misdaadromans. Hij werkte gedurende twintig jaar als woordvoerder bij Brussels Airport.

Op de leeftijd van 55 schreef hij Bling Bling, een fictief misdaadverhaal over een diamantroof op de luchthaven van Delhi. 
Tijdens de Antwerpse boekenbeurs van 2016 won Bling Bling de Hercule Poirotprijs, de jaarlijkse literatuurprijs voor de beste Vlaamse misdaadroman. Daarmee werd de prijs voor het eerst uitgereikt aan een schrijfdebuut. Begin 2017 won het boek ook nog de Diamanten Kogel voor het beste spannende, oorspronkelijk Nederlandstalige boek. Nooit eerder won dezelfde titel beide prijzen voor misdaadfictie. in juni 2017 werd aan Bling Bling 1: Diamantroof in Delhi tevens de Schaduwprijs toegekend, de Nederlandse prijs voor het beste oorspronkelijk Nederlandstalige thrillerdebuut.
In juni 2017 verscheen bij Manteau Bling Bling 2: de Zaventemmers. Het haalde de shortlist voor de Hercule Poirotprijs 2017 en was tevens genomineerd voor de Gouden Strop in Nederland.
Onlangs verscheen bij Angèle (Manteau) Bling Bling 3: toen was er nog maar één, het sluitstuk van de Bling Bling-trilogie.

Thrillerlezers ondervroeg Jan:


*Hoe zou een van jouw beste vrienden jou omschrijven?

Ik ben geen feestneus, geen voetbalgek, geen sportmens. Ik geniet intens van gezellig tafelen, reizen, experimenten aan het fornuis en boeken schrijven. Dol op poezen en orchideeën. 

*Boek 3 is net uit, los leesbaar begreep ik, wat krijgen de lezers als ze het oppakken?

Bij het schrijven van BB2 heb ik er bijzonder op gelet dat het helemaal los kan gelezen worden van BB1. Het verhaal staat honderd procent op zich. 
Bij BB3 is dat misschien net wat minder het geval. Ook voor wie de eerste twee delen niet heeft gelezen is dit zonder twijfel een spannend verhaal, maar het zou zonde zijn om dat te doen. Zeker na het uitlezen van BB3 kan die lezer er alleen maar spijt van krijgen dat hij de twee eerdere boeken niet eerst heeft aangepakt. Daarom kan je dat beter meteen doen, en de juiste leesrichting bewandelen. Dat is toch het hele concept van een trilogie? Stel je voor dat ze een tv-reeks beginnen met het uitenden van de seizoensfinale. 

*Waar zat dat talent van jou zolang verstopt?

Talent is een erg geladen woord. Dat oordeel laat ik voor de rekening van anderen. Ik verdien al meer dan 30 jaar mijn boterham met communicatie, en schrijven is daar een belangrijk onderdeel van. En ik heb geen gebrek aan verbeelding. Ik was 55 jaar toen ik begon te schrijven, terwijl ik dat net zo goed op mijn 25 had kunnen doen. Waarom ik het niet eerder deed? Er is een groot verschil tussen leuk schrijven, en een boek schrijven. Ik twijfelde aan mijn talent om aan het tweede te beginnen. En ja, dat spijt me achteraf heel erg. Ik had gelukkig tijdens al die jaren tussenin als journalist en als persvoorlichter voor de luchthaven een prachtige tijd. Dat maakt het helemaal goed.

*En hoe kwam en het opeens bovendrijven met Bling bling deel 1?

Ik was na mijn job bij de luchthaven tijdelijk werkzoekend. Ik had tijd. En voor ik het wist zat ik plots Bing Bling te schrijven. Gewoon voor mezelf, voor de kick van het schrijven. Midlife crisis, bucket list… ik stond niet echt stil bij mijn motieven. Ik had in elk geval tijdens het schrijven geen enkele intentie om het ooit te laten uitgeven.

*Zat het al te broeien om eens te proberen een boek te gaan schrijven?

De zin om het te doen was er altijd al, en ook ideeën waren er zat. Toen ik Bling Bling had geschreven concludeerde ik dat het ingrediënt tijd altijd had ontbroken, maar daarna schreef ik deel twee en drie toch bovenop een goed gevulde dagtaak, dus ik weet eigenlijk niet wat me al die jaren heeft gemankeerd. Zelfvertrouwen, denk ik. 




 *Wat staat er trouwens op die bucketlist van jou?

Er zijn enkele plekjes op de wereld die ik echt nog graag wil zien. En misschien ooit een tijdje wonen op een ander continent. Ergens waar het altijd lekker weer is, zonder te heet te zijn. Waar je tropische planten gewoon in je tuin kan hebben. 

*Hoe lang deed je over dat eerste deel?

 Een dikke vier maanden. Net toen ik klaar was met het verhaal kon ik beginnen aan mijn nieuwe job (adviseur crisiscommunicatie) en verdween het boek naar de achtergrond. Pas nadat een aantal mensen het hadden gelezen en erg positief reageerden, schepte ik de moed om een uitgever te gaan zoeken.

* Aan wie liet je het lezen?

Aan enkele goeie vrienden en familieleden die zoals ik - surprise! - dol zijn op een stevig misdaadverhaal. Waaronder - met bijzondere dank - mijn boekverslindende tante, die me op mijn twaalfde op het spoor zette van James Hadley Chase. Ik heb al zijn boeken gelezen, denk ik. 


*Hoe voelde het dat opeens je debuut zo mooi ontvangen werd?

Ik schreef Bling Bling als een verhaal alsof ik het zelf graag zou willen lezen. Verder reikte mijn ambitie niet. Ik hoef je niet te vertellen hoezeer ik in mijn nopjes was toen het Davidsfonds meteen enthousiast reageerde en me voorstelde om het uit te geven. Toen ik daarna de Hercule Poirot Prijs won, ging ik helemaal door het lint. En doen kwam de Diamanten Kogel. En daarna staken we nog eens de grens over met de Schaduwprijs. Ik heb nog steeds niet helemaal door dat het allemaal echt is. Het voelt een beetje als een droom. 

*Heb je jezelf wel eens in de armen moeten knijpen? 

Dat doe ik nog elke dag!

*Was het lastig aan een volgend boek te beginnen toen? 

Toch wel. Bling Bling schreef ik voor mezelf, het tweede boek was voor de 10.000 mensen die erg enthousiast waren over het eerste boek en die hoopten op een vervolg. Bling Bling 2 zou daar zeker mee vergeleken worden, en veel beter kon het niet worden: die prijzen win je maar één keer. Er was wel wat koudwatervrees, toen. Maar toen ik eenmaal aan het schrijven was, had ik meteen weer de smaak te pakken. 

*Deel 2 heeft nu een nominatie op de shortlist voor de Gouden strop. Kan deel 3 de vorige delen nog overtreffen? 

Persoonlijk vind ik Bling Bling 3 misschien wel het leukste van de drie, maar je moet echt wel de twee eerste delen hebben gelezen om er ten volle van te genieten. 

*Had je bij het schrijven van Bling Bling 1 al het idee om uiteindelijk 3 dikke delen te gaan maken? 

Voor ik begon te schrijven had ik in grote lijnen een verhaal in mijn hoofd: een fictieve diamantroof op de luchthaven van Zaventem met alle ellende die erop volgt. Toen Bling Bling (1) klaar was, stelde ik vast dat ik eigenlijk enkel nog maar een prequel had geschreven voor het verhaal dat ik had gepland. Meteen besefte ik dat ik de vele verhaallijnen van de rest van het verhaal niet zou kunnen concentreren tot één boek, dus kwam ik met mijn uitgever overeen dat het een trilogie zou worden. 

*Hoe reageerde de uitgeverij bij het opsturen van het eerste manuscript? Vonden ze het niet te dik?

Veeeel te dik. Het verhaal telde toen 750 bladzijdes. ‘Dat is commercieel niet haalbaar voor een debuutschrijver’, hoorde ik. Het moest worden teruggebracht tot hoogstens 500. Dat leek eerst een hele moeilijke opgave, maar omdat het verhaal bestond uit meerdere verhaallijnen, heb ik er gewoon enkele uitgeknipt en de rest netjes weer aan elkaar gestikt. Daarbij moet je wel opletten dat er geen losse eindjes overblijven en dat er geen informatie is weggehaald die belangrijk is voor de samenhang en de logica van het verhaal. Als je de verknipte wereld van Bling Bling wil verdenken van logica ;)

*Die verhaallijnen die je er uit knipte deed dat geen pijn?

Ik was zo enthousiast dat het zou worden uitgegeven, dat ik me daar allerminst bezorgd om maakte. En om eerlijk te zijn: ik vond de "beknopte” versie die uiteindelijk werd gepubliceerd ook zelf beter. 

* Zijn die ooit in deel 2 teruggekomen of is het echt naar de prullebak gegaan?

Ik kon een stukje hergebruiken voor BB2, maar de meeste stukken die zijn weggeknipt pasten niet meer in de tijdlijn van het vervolg. Het grootste stuk betreft (spoiler voor lezers van BB1!) de verdere avonturen van Sachin, die pas na de overval begrijpt dat hij met een grijpstuiver is weggestuurd terwijl de anderen een miljoenenbuit verdeelden. Vanuit zijn dorp in de Bengaalse magrovemoerassen van de Sundarbans broedt hij op een groter stuk van de koek. En in Bling Bling 2 sneuvelde nog een heel verhaal over Chaim, die in Hong Kong op een haar na ontsnapt aan de plaatselijke maffia die door Paata wordt gemobiliseerd om hem te strikken. 

*Was je overtuigd van je eigen kunnen toen je het ging insturen?

Allerminst. Ik vond het zelf een goed verhaal, maar het is onmogelijk om je eigen werk naar waarde te schatten. Terwijl ik Bling Bling zat te schrijven vertelde Pieter Aspe op de radio dat voor elk gedrukt misdaadboek ongeveer 700 manuscripten worden opgestuurd naar de uitgever die uiteindelijk niet worden weerhouden. Dat kwam niet echt aan als een aanmoediging. Verschillende mensen hebben het verhaal uiteindelijk gelezen en aangemoedigd. En zelfs toen was het met veel twijfel dat ik ging aankloppen bij een uitgever. 

*Een clichevraag is natuurlijk in welk personage zit het meeste van Jan van der Cruysse?

Ik zie niemand van hen in mijn spiegel. Waarschijnlijk zit er in alle karakters wel een stukje van mezelf. Wie weet: zelfs van Elisabed! 

*Nu laat je de mensen van Bling Bling achter je. Voelt het als achterlaten van familieleden?

Precies! Ik mis ze al enkele maanden, sinds het boek klaar is. Maar ze zullen er ook altijd nog zijn in het boek. Misschien langer dan ikzelf. 
Straks komen er misschien nieuwe personages, in een geheel nieuw verhaal. Dat zien we nog wel. 

*De periode van schrijven en daadwerkelijk in de boekhandel kost wat tijd. Ben je intussen begonnen aan een nieuw verhaal?

Voorlopig niet. Maar de gedachte is nooit veraf. Eigenlijk wordt het tijd dat ik gewoon ga zitten en eraan begin. 

*Wat weerhoudt je momenteel om te gaan zitten?

Ik heb een voltijds beroep, dat toch wel wat inspanning vergt. Ik ben ook geen 25 meer. Dus nam ik de tijd voor wat andere dingen. Gewoon niksen en lummelen: da’s zowat mijn allerfavoriete bezigheid. 

*Schrijf je met de hand?

Nee, ik heb voor mijn werk al zoveel jaren getypt, dat ik amper nog kan schrijven met een pen. Mijn handschrift is volstrekt onleesbaar. In mijn hoofd heerst wel eens chaos, en ik geniet ervan hoe intiem mijn handen en het toetsenbord samenwerken om daar toch een geordend verhaal uit te knijpen.

* Ben je iemand die een vast aantal woorden per dag typt?

Ik las dat sommigen dat doen. Pieter Aspe, Stephen King... Aspe schrijft er naar eigen zeggen 1.700 per dag, anderen zijn al blij met 500. Mijn eigen debiet ligt doorgaans hoger. Af en toe neem ik een baaldag, maar wanneer ik schrijf gaat het best lekker vooruit, tot in de kleine uurtjes. Ik leg mezelf geen aantal op, maar ik volg wel op hoe snel het vordert. Dat moet je doen, als je met je uitgever een deadline hebt afgesproken. 

*Was het op de valreep?

Nee, ik liep vele maanden vooruit op het voorziene schema. Bling Bling 3 rolde razendsnel uit mijn toetsenbord, omdat het verhaal al helemaal in mijn hoofd was uitgestippeld. Veel meer dan voor mijn eerste boeken.

*Je was woordvoerder voor Brussels Airport. Wat wilde kleine Jan vroeger eigenlijk worden?

Woordvoerder van de luchthaven, denk ik. Of schrijver. En kijk! 

*Zou je als je je leven opnieuw kon doen eerder aan het schrijven van boeken beginnen?

Absoluut. Het zat al die tijd in me. Het kriebelde. Maar gedane zaken nemen geen keer.

*Ben je zelf een lezer van zo dik mogelijke boeken?

Volmondig: ja!  Dikke boeken zijn vaak dik omdat ze meerdere verhaallijnen naast elkaar zetten. Dat vind ik zoveel leuker dan de klassieke whodunit met een handjevol personages en een enkele verhaallijn vanuit het zichtspunt van één protagonist.

*Heb je dit jaar 2018 zelf al een boek mogen dichtslaan wat je erg beviel? 

Sinds ik schrijf, lees ik nog amper. Ik heb de voorbije 30 jaar bijna enkel gelezen in het Engels. Ik ben dol op Lee Child en Bill Bryson

*Op 6 juni wordt bekend wie de Gouden Strop zal gaan winnen. Ken je je concurrenten?

Ik moet het met schaamte bekennen: amper. Net zoals je Vlaamse auteurs niet vaak aantreft in de Nederlandse boekhandel, vind je mijn Nederlandse collega’s niet vaak hier. Tussen beide landen staat duidelijk een onzichtbare grensmuur voor misdaadverhalen. Ik ben reuze benieuwd om hen te leren kennen! Enkele pittige auteurs, lijkt me. Uit de longlist kende ik Renate. Ik zou het een eer hebben gevonden om bij haar op het podium te staan. Wat had ik het haar graag gegund.

*Wat ga je doen als je hoort dat je de prijs wint?

Laat me daar niet vooraf aan denken. Het vel van de beer, weet je wel. En ik ben ook een beetje bijgelovig op dat vlak. De genomineerde boeken zijn zonder twijfel allemaal schitterend, en de beoordeling door de jury is vanzelfsprekend ook een kwestie van persoonlijke smaak. Er is dus zeker ook wat geluk mee gemoeid.