Posts tonen met het label brussel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label brussel. Alle posts tonen

zaterdag 4 november 2023

Interview met Dieter Rogiers


 Het laatste weekend van oktober doet het hart van vele boekenliefhebbers sneller slaan: er is Boektopia in Kortrijk én de uitreiking van enkele belangrijke boekenprijzen! Zo werd op 28 oktober de Fred Braeckmanprijs uitgereikt voor het beste thrillerdebuut. Die prijs ging naar … Dieter Rogiers, schrijver van ‘Bot mes’! Ondergetekende mocht de thriller reeds lezen en begrijpt helemaal waarom de prijs naar deze auteur is gegaan. Dubbel geluk voor mij, want ik mocht hem ook wat vragen stellen!

Dag Dieter!

Hartelijk gefeliciteerd met het winnen van de Fred Braeckmanprijs! Tof dat je de tijd neemt voor Thrillerlezers!!

     Stel je je even voor aan de Thrillerlezers!? (Wie is Dieter Rogiers? Waar woon je? Hoe zou je jezelf omschrijven als persoon? …)

Ik ben 45 jaar, woon in de Brusselse deelgemeente Molenbeek en werk als fondsenwervend copywriter voor goede doelen. Als er één woord is waarmee ik mezelf zou omschrijven, dan is het ‘nieuwsgierig’. Nieuwe dingen ontdekken, is volgens mij immers het leukste dat er is.

     Je hebt net jouw eerste thriller uit, maar je bent al langer met schrijven bezig. Wat schreef je eerder en voor welk publiek?

 

Ik schrijf al langer korte verhalen, waar ik ook af en toe een prijs mee won. Zo verscheen de science-fictionsatire ‘De Wraak van de Walgvogel’ in het voormalige maandblad Ché en werd ‘Wie ben je, Alana?’ gepubliceerd in de langlopende verhalenreeks voor jongeren Vlaamse Filmpjes. Je kent me misschien ook als scenarist van de graphic novel ‘Tunguska’, die in 2010 en 2011 elke week in Focus Knack stond.

 

     En nu dus een thriller. Wat deed je overstappen naar het ‘langere’ werk en naar het thrillergenre?

 

Ik ben altijd een fan geweest van thrillers en detectives. Toen ik nog een kind was, schreef en tekende ik mijn eigen stripverhalen over Sherlock Holmes. En als filmliefhebber smul ik van Alfred Hitchcock en film noir. Het is dus geen toeval dat ik mijn debuut maak met een thriller. Dat is niet alleen leuk om te lezen, het is ook bijzonder leuk om te schrijven. Het uitdenken van plots die je het verhaal insleuren en de lezer af en toe op het verkeerde been zetten: daar heb ik me goed mee geamuseerd.

 

     Aan welke criteria moet volgens jou een goede thriller voldoen? ‘Bot mes’ voldoet daar volgens jou uiteraard aan?

 


Een goede thriller is volgens mij steeds een combinatie van drie elementen: sfeer, plot en personages. Ik kreeg al te horen van lezers dat zij de donkere sfeer waarin ‘Bot mes’ baadt goed konden smaken: daar ben ik blij mee. Het is ook leuk te horen dat de plotwendingen in het boek heel wat mensen verrassen: op dat vlak ben ik dus in mijn opzet geslaagd. En wat de personages betreft: daar ben ik tijdens het schrijven zelf zo verliefd op geworden dat ik ermee speel enkele van hen opnieuw op te voeren in toekomstig werk.

 

     ‘Bot mes’ valt al meteen op. Met jouw debuutthriller haal je meteen de Fred Braeckmanprijs voor het beste thrillerdebuut binnen. Wat doet dat met een schrijver?

 

Ik had nooit verwacht bij de genomineerden te zijn, laat staan om de prijs te winnen. Zeker omdat de twee andere genomineerde boeken van een hoog niveau waren. Maar natuurlijk ben ik er erg blij mee. Als je kijkt wie er allemaal op de erelijst van de Fred Braeckmanprijs staat – waaronder Geert Van Istendael, een Brusselse schrijver met een mening, die ik zeer bewonder – dan voel ik me vereerd met de erkenning.

 

     ‘Bot mes’ telt ‘slechts’ 157 pagina’s. Hoe moeilijk of hoe makkelijk is het om een volwaardige thriller te schrijven in 157 bladzijden? Is het moeilijker omwille van de ‘weinige’ pagina’s (tov de doorsneethriller) of net gemakkelijker?

 


Ik wilde een verhaal schrijven dat zich afspeelt in één stad, met één hoofdpersonage, één essentiële verhaallijn, binnen een tijdsbestek van enkele dagen. Dan kom je al snel uit bij iets dat niet te lang mag zijn om de aandacht van de lezer ten volle vast te houden. Ik hou ook wel van de literaire traditie van de novelle, zoals ik ‘Bot mes’ nog steeds het liefste noem. Enkele van mijn favoriete verhalen zijn novelles, zoals het fantastische spookverhaal ‘The Turn of the Screw’ van Henry James of William Goldings ‘Lord of the Flies’. Er wordt vaak neergekeken op dit genre, maar ik heb meer respect voor schrijvers die erin slagen om een
 verhaal kort en bondig tot leven te wekken dan voor schrijvers die daar vele honderden pagina’s voor nodig hebben. Zoals Shakespeare al schreef: ‘brevity is the soul of wit’.

 

     Het verhaal in ‘Bot mes’ komt vanuit de eerste hand. Het is de vader in de ‘ik’-persoon die zijn moeilijke relatie met de stad én met zijn dochter deelt. Hoe was het om onder zijn huid te kruipen, om in de ‘ik’-persoon te schrijven?

 

De eerste draft van ‘Bot mes’ was nog in de derde persoon geschreven. Tot ik het liet lezen aan een goede vriend. Hij vertelde me dat hij vooral genoot van de passages waarin het hoofdpersonage een innerlijke monoloog had. Dankzij die opmerking besefte ik dat ik in die eerste versie nog te weinig in het hoofd van het hoofdpersonage gekropen was. Vandaar de beslissing om alles te herschrijven naar de ik-vorm. Omdat mijn mening over Brussel behoorlijk wat parallellen vertoont met de mening van de protagonist van ‘Bot mes’, deed dat het schrijven zelfs beter vlotten.

 

     Zijn er raakvlakken tussen hem en jezelf? Voelde je daadwerkelijk zijn pijn zoals ook de lezer dat doet?

 

Iedereen is wel al eens iemand kwijtgeraakt die een belangrijke plaats in je leven had. Ook ik. Dus ja, die pijn, dat verlies heb ik gebruikt om de pijn die het hoofdpersonage voelt na de dood van zijn dochter vorm te geven.

 

     Brussel krijgt één van de hoofdrollen in het plot. Heb jij een bijzondere relatie met de stad?

 

In ‘Bot mes’ schrijf ik dat leven en wonen in Brussel de enige manier is om te stad te begrijpen. Dat is ook zo. Als ik mijn studententijd meereken, woon ik nu al meer dan 20 jaar in Brussel. Ik heb er een zeer nauwe band mee. Ik kan me niet voorstellen op eender welke andere plek in België te wonen. En ik merk ook dat steeds meer mensen die hier wonen zichzelf trots een Brusselaar durven te noemen, ondanks alle frustraties die deze surreële, vuile stad met zich meebrengt. Dat is een hele verandering met twintig jaar geleden.


     Jouw personages worden heel goed uitgewerkt. Hoe begin je in godsnaam aan de creatie van een personage als de stad Brussel?

 

Ik ken de stad door en door. Brussel was voor mij dus het makkelijkste personage om op papier te zetten. Als ik inspiratie nodig had, dan wandelde ik bij valavond door de straten. Daarna was het gewoon een kwestie van die indrukken op papier te zetten.

 

     Krijg jij, als Molenbekenaar, van dichtbij of van veraf te maken met de problemen in de stad en die jij aanhaalt in jouw thriller? Geef toe dat het beeld dat je schetst van Brussel verre van positief is.

 

Ik beschrijf inderdaad een Brussel waar je niet zou willen wonen. Veel mensen worden afgeschrikt door de grootstedelijke problemen hier, recent nog door de aanslag op de Zweedse voetbalsupporters, die op amper 300 meter van mijn deur gebeurde. Maar verschilt Brussel op dat vlak zo veel van Parijs of Londen of New York? Daar gaan mensen met plezier naar op reis, maar wellicht omdat Brussel zo dichtbij is, worden de problemen van deze stad uitvergroot. Daar komt nog bij dat onbekend ook onbemind is. Want als je Brussel alleen maar kent van je dagelijkse ritjes ernaartoe om er te gaan werken (wat voor veel Vlamingen het geval is), dan krijg je een verkeerd beeld van de stad.

 

     Brussel heeft in jouw boek niet enkel één gezicht. Er is de lelijkheid, maar er is ook … misschien vul jij dat als schrijver best aan?

 

Ik hoop inderdaad dat ik ook de charme en de verborgen schoonheid van Brussel naar voren heb kunnen brengen in ‘Bot mes’. Die kan je maar zien als je middenin de stad staat. Brussel verrast elke dag. Brussel brengt je in contact met mensen uit de hele wereld. Brussel bouwt langzaam – héél langzaam – aan een betere versie van zichzelf, met vallen en opstaan. Zonder evenwel de surreële charme van het laissez-faire los te laten. Dat vind ik wellicht het mooiste aan de stad: dat de contradicties hier elkaar even vaak versterken als dat ze elkaar tegenwerken.


     Als Belgische lezeres meen ik wel parallellen te kunnen trekken tussen Brussel in ‘Bot mes’ en Brussel, onze hoofdstad. Hoe dichtbij of hoe veraf zijn beide versies nog van elkaar, denk je?

 


Het Brussel in het boek leunt dicht aan tegen de werkelijkheid vandaag, dat steek ik niet onder stoelen of banken. Wie na het lezen van het boek Brussel binnenstapt, die zal er veel elementen uit ‘Bot mes’ in herkennen. Toch ben ik veel minder pessimistisch over de stad dan mijn boek doet uitschijnen. Ik zie vandaag de dag veel initiatieven – die vaak van de burgers zelf komen – die positieve verandering teweegbrengen. De kans lijkt me dus klein dat Brussel ooit zo dystopisch wordt als ik haar beschrijf in ‘Bot mes’.

 

     Welke thema’s hoop je dat de lezers van jouw boek erin ontdekken? Is het echt zo erg in Brussel als het zich laat lezen in jouw boek?

 

De belangrijkste zin in ‘Bot mes’ is voor mij die waarin het hoofdpersonage zich laat ontvallen dat alles wat lelijk is ook schoonheid in zich heeft en vice versa. Dat slaat op Brussel. Maar het slaat op veel meer dan dat. We leven vandaag helaas in een gepolariseerde wereld. Laat ons dus terugkeren naar wat meer nuance en niet alles ofwel zwart ofwel wit inkleuren.

 

     Ben jij ook een kunstliefhebber? ‘De val van de opstandige engelen’ van Pieter Bruegel de Oude is één van de bouwstenen in het verhaal. Kwam het idee om kunst(roof) te verwerken in jouw boek toevallig of was daar een speciale reden toe?

 

Ik ben altijd een grote fan van Bruegel geweest omdat hij een van de meest verhalende schilders is die ik ken. Over bijna elk personage op zijn schilderijen zou je met gemak een vuistdik boek kunnen verzinnen. Toen ik begon met het uitwerken van de plot van ‘Bot mes’, was er toevallig net een Bruegeljaar in Brussel. Op die manier kwam ik opnieuw in contact met zijn werk, en ook met ‘De val van de opstandige engelen’, dat in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten in Brussel hangt. Ik wist meteen: dit moet ik gebruiken voor ‘Bot mes’ omdat de thematiek zo nauw aansluit bij het verhaal dat ik wilde vertellen. Dat is dus een  van die aangename toevalligheden waar je als schrijver steeds op hoopt.

 

     Er komt nu ongetwijfeld heel wat op jou af. Heb je nog tijd om te schrijven? Denk je reeds aan een nieuw verhaal dat moet geschreven worden? En wordt het dan weer een thriller?

 


Ik vertrek binnenkort naar het buitenland voor een schrijfmaand. Daar ga ik werken aan mijn tweede boek. Het gaat iets helemaal anders worden dan ‘Bot mes’: zeker geen thriller pur-sang. Veel kan ik nog niet prijsgeven over de plot maar het verhaal speelt zich af in Moskou, midden jaren tachtig, tijdens de regeerperiode van Sovjetleider Tsjernenko. Ik grijp ook de kans om er een van mijn grootste passies in te verwerken: film. Het wordt een uitdaging, dat tweede boek, omdat ik me zal moeten inleven in een wereld en een tijd die ik veel minder goed ken dan het Brussel van vandaag. Maar net daarom kijk ik er zo naar uit om weer te beginnen met schrijven. Binnen niet al te lange tijd zou er dus een opvolger voor ‘Bot mes’ in de rekken moeten liggen!

Dit klinkt inderdaad als iets helemaal anders dan ‘Bot mes’. Wel spannend en uitdagend voor jou!

Wij als lezers hebben alweer iets om naar uit te kijken. Veel succes, Dieter!

Anita voor Thrillerlezers!

 

 

zaterdag 24 juni 2023

Interview met Wouter Dehairs

 


Las je reeds ‘De Graffitimoorden’? Weet je nog dat ‘Nachtstad’ de Hercule Poirotprijs 2021 wegkaapte? Dan doet de naam ‘Wouter Dehairs’ zeker een belletje rinkelen! Goed nieuws van dit front, want de Vlaamse auteur heeft het derde deel met Keller Brik en Gwen Van Meer uit! Een prima gelegenheid om een afspraak te maken met de auteur en hem net niet het hemd van het lijf te vragen. Sorry, Wouter!

(Geen probleem, ik draag toch liever T-shirts.)

😊

Dag Wouter

• ‘Brussel Blues’ is jouw derde thriller met Brik Keller en Gwen Van Meer. Wordt het met elk boek met hen gemakkelijker om hun verhaal te schrijven?

Ik leer hen steeds beter kennen, ja. Ze zitten doorgaans ergens in een kleine, gesloten kamer in mijn hoofd, maar wanneer ik een boek met hen in de hoofdrollen schrijf, staat die deur op een kier. Dan kan het gebeuren dat ik de wereld door hun ogen zie, ook wanneer ik niet aan het schrijven ben. Best een bevreemdende ervaring soms.

• Brussel is het derde hoofdpersonage. ‘Een tijdelijk lief’, ‘een hotel langs de snelweg van het leven’, voor de ene, maar niet voor Brik? Wat maakt dat Brik zo verknocht is aan de stad?

Brussel en Brik horen bij elkaar. In mijn hoofd kwamen ze allebei op hetzelfde moment ter wereld. Natuurlijk bestond Brussel al, maar niet het Brussel dat ik opvoer in mijn boeken. Dat is een stad die voortdurend dreigt opgeslokt te worden door duisternis. Brik als literaire figuur is iemand die zowel bij die duisternis hoort als er probeert afstand van te nemen. Een haat-liefde verhouding dus (net zoals veel Brusselaars er ook zelf over denken, trouwens).

• In ‘Brussel Blues’ wordt zeker niet de mooiste kant van Brussel getoond. Is dat een stuk van Brussel dat je zelf ook opzoekt?

Zoals gezegd, is de stad vooral een literaire creatie. Natuurlijk kan je ook lekker gezellig een hapje gaan eten en plezier maken in Brussel, maar dat is niet de kant die mij interesseert. Ik ga op zoek naar de barsten, de scheuren waar de verliezers van de maatschappij in dreigen te verdwijnen.



• Wat is voor jou het mooiste plekje in Brussel?

Mijn lievelingsplek is waarschijnlijk het Tournay-Solvay park in Watermaal-Bosvoorde. Een verborgen parel.

• De Brusselse nachten zijn Briks bondgenoten. Ben je zelf in nachtelijk Brussel gaan ronddolen om dat gevoel te begrijpen en over te brengen op de lezer?

Ja, ik dwaal regelmatig door de stad. Als je een plaats tot leven wil laten komen op papier, moet je al je zintuigen aanspreken en die plek gaan zien/ruiken/horen etc.

• Stel dat je Brussel als persoon zou moeten beschrijven. Hoe zou je de stad dan typeren?

Als een ex-junkie die voortdurend dreigt te hervallen.

Wegens corona is The Sting gesloten. Café Bizon is Briks nieuwe stamcafé. Het café bestaat echt? En The Sting ook? Is dat etablissement echt gesloten?

De Bizon bestaat echt. Ik heb onlangs mijn boek cadeau gedaan aan de barman en hem verteld dat hij een rolletje speelt in het boek. De man was aangenaam verrast (en heeft mij op een Omer getrakteerd). The Sting heeft ooit bestaan, maar is jaren geleden al failliet gegaan.

• Uit de luidsprekers klinkt ‘My Own Blues’ van John Lee Hooker. Is het de muziek die jou voor dit café deed kiezen?

De Bizon is een bluesbar. Van zodra ik mijn titel had, wist ik dat er geen betere bar bestond voor Brik.

• ‘Problemen zijn gewoon een bluesnummer dat nog geschreven moet worden’ (Amy Winehouse), wordt beweerd in het boek. Ook de oplossing bij een writer’s block?

Geen idee, nog nooit last gehad van een writer’s block. Bluesmuziek is gewoon een genre dat focust op het gevoel van verlies. Van zodra ik mijn titel had, wist ik dat ik moest focussen op de verliezers in de maatschappij, de mensen aan de rand die niemand zou missen, mochten ze verdwijnen.

• Er staat alvast een mooie Spotify-lijst achteraan in het boek, met QR-code zodat de lezers onmiddellijk en tijdens het lezen kunnen luisteren. Behoort bluesmuziek tot jouw favoriete muziek? Heb je een favoriet nummer?

Muziek speelt een steeds belangrijkere rol in mijn boeken. Ik schrijf terwijl ik luister naar muziek, omdat het de achtergrondgeluiden doet verdwijnen en omdat het mij doet focussen op ritme – voor mij een cruciale literaire kwaliteit. En ja, ik houd persoonlijk ook wel van bluesmuziek (al heb ik niet meteen een favoriet).

• Brik drinkt Omer? Drinkt zijn geestelijke vader dat ook graag?

Naast schrijver ben ik ook leraar in Brussel. Met een aantal collega’s ga ik vaak op vrijdag nog een pint pakken. Die pint is bijna zonder uitzondering een Omer. Vandaar de keuze voor dat specifieke bier.

• Je werkt/werkte als journalist? Voor welke media? Waar schreef je over?

Voor ik leraar geworden ben, was ik inderdaad journalist. Ik schreef (in het Duits) over kunst, muziek, literatuur en cultuur voor een krant in Luxemburg. Hoe ik daar terecht ben gekomen, is een lang verhaal dat ik kan samenvatten in drie woorden: vanwege de liefde.

• Komt jouw ervaring als journalist van pas wanneer je je thrillers schrijft met Brik en Gwen? Verricht je journalistiek onderzoek alvorens je aan je schrijftafel aan een fictief verhaal begint?

Mijn boeken zijn stevig verankerd in de actualiteit. Ik lees dus veel kranten en knip de artikels uit die mij om de een of andere reden interesseren. Wanneer ik aan een nieuw boek begin, kijk ik altijd eens in mijn knipselmap en hoop dat er bepaalde dingen zullen uitspringen.

• ‘Brussel Blues’ is, naar ik mag hopen, een fictief verhaal maar met veel non-fictie aan de basis? De vluchtelingenproblematiek in het Maximiliaanpark, de bendeoorlogen in het Brusselse, de verdwijning van transmigranten, …, hoe kijk jij daar naar?

Als breuken of scheuren in de samenleving. Het zijn de etterende wonden die ons tonen dat we nog lang niet in het aards paradijs wonen. Het zijn conflictgebieden, midden in onze eigen hoofdstad. Als schrijver moet je niet wegkijken van dat conflict, maar er net intens naar staren.

• Brik heeft al heel wat watertjes doorzwommen en beschikt over veel levenservaring. Herken je iets van jezelf in hem? Deel je zijn filosofische levensbeschouwingen?

Brik is een cynicus. Als leraar kan ik het mij niet veroorloven even cynisch te zijn. Ik werk met jonge mensen en die verdienen telkens weer opnieuw enthousiasme en aanmoediging en optimisme.

• Gwen kan het nog steeds niet aan om in haar ziel te laten kijken. Zal dat ooit


gebeuren, denk je?

Met elk boek dat ik over haar schrijf, staat Gwen mij steeds scherper voor ogen.

• Stel dat Jan Verheyen voor je deur staat. Hij wil ‘Brussel Blues’ of 1 van de 2 vorige boeken verfilmen. Je zegt ja? Wie cast je voor Brik, voor Gwen? Zie je een rol weggelegd voor jezelf?

Voor Brik graag Matthias Schoenaerts (alvast bedankt, Matthias) en voor Gwen misschien Violet Braeckman of Lynn Van Royen. En ja, ik zou met veel plezier een cameo spelen natuurlijk.

  Brik, Gwen en Brussel zijn drie ‘solide’ personages die vast nog meer van zichzelf willen en kunnen laten zien. Zijn er plannen voor een vierde deel?

Er zijn plannen. De goesting is er ook al. Nu nog tijd vinden.

Goed nieuws! Je map met knipsels bevat dus de juiste artikels om de interesse van jou, Brik en Gwen te wekken. Hopelijk dringt zich vlug een zaak op die niet kan wachten en vind je de tijd om ze op te lossen!

Dank je wel voor dit boeiende gesprek!

Namens Thrillerlezers! wens ik jou nog veel succes.

Misschien tot ooit in café Bizon!

Anita voor Thrillerlezers!

 

zondag 29 mei 2022

Interview met Yves peirsman

 


Yves Peirsman werd al vroeg gebeten door het schrijfvirus.  Als tiener sleepte hij een nominatie in de wacht voor de Matilda Prijs van Uitgeverij Houtekiet.  Met zijn eerste misdaadroman ‘De burgemeester’ won hij de Fintro Prijs Spannend Boek.  In oktober 2021 kwam ‘Oude wonden’ in de boekhandel te liggen.  Het boek verrast op meer dan één manier.  Yves Peirsman legt één en ander uit.

    ‘Oude wonden’ verrast al meteen.  In de hoofdrol deze keer geen rechercheur, maar een escort, Adam.  Waarom een escort?

Eigenlijk vindt het hele idee voor ‘Oude wonden’ zijn oorsprong in het hoofdpersonage. Jaren geleden las ik een interview met een Britse escort die zo’n interessant verhaal te vertellen had, dat ik onmiddellijk wist: over zo’n personage schrijf ik ooit een boek. De jongen deed me helemaal anders naar het beroep van sekswerker kijken, dat voor hem een manier was om aan zijn arme jeugd te ontsnappen.

    Adam heeft zijn geboorteplek verruild voor de stad Brussel.  Waarom koos je voor Brussel?  Heb jij een speciale band met Brussel?

Ik was op zoek naar een cosmopolitische omgeving waar een escort voldoende klanten kon vinden, en die bovendien mooi zou contrasteren met het dorp uit Adams jeugd. Voor Adam is deze stad de plek waar hij een nieuw leven kan opbouwen. Als Belgische auteur ligt dan de keuze voor Brussel voor de hand: een bruisende stad met heel wat inspirerende contrasten.

  Elk hoofdstuk wordt ingeleid door een zin die terugkomt in de tekst die volgt.  Welk effect wou je hiermee bereiken? 

De titels van de hoofdstukken moeten de lezer nieuwsgierig maken om verder te lezen. Ze geven telkens een kleine hint naar wat volgt, zonder alles prijs te geven.

  In ‘Oude wonden’ hou je het aantal personages vrij beperkt.  Heb je daar een reden voor?

De krachtigste verhalen zitten vaak relatief eenvoudig in elkaar. Ik lees zelf ook niet graag boeken met tientallen personages, daarvoor ben ik veel te slecht met namen!

    Een universiteitsprofessor en een escort die een heel verhaal lang met elkaar verbonden blijven.  Het is op zijn zachtst gezegd redelijk verrassend.  Welk effect wil je hiermee bereiken?

‘Oude wonden’ focust op een paar contrasten: niet alleen tussen Adams jeugd en zijn nieuwe leven, maar ook tussen zijn eigen wereld en die van zijn klanten. Die tegenstellingen doen Adam nadenken over zijn eigen leven, en bepalen het verloop van het verhaal.

    Het verhaal is volledig fictief?

Absoluut. Ik heb een paar elementen gebruikt uit het interview met de escort dat me inspireerde, maar voor de rest is alles verzonnen.

    Een gewetensvraag zet het comfortabele leven van Adam op stelten. Een vraag die je zelf hebt bedacht uiteraard toen je het boek begon te schrijven.  Doch Adam komt voor meer dilemma’s te staan.  Had je die ook allemaal voorzien of dienden die zichzelf aan terwijl je aan de plot werkte?

Het grootste deel van het boek, inclusief Adams dilemma’s, had ik op voorhand uitgewerkt. Tijdens het schrijven heb ik wel nog een paar aanpassingen gemaakt, maar de grote plotlijnen zijn dezelfde gebleven.

    Al heel vlug krijgt de lezer ‘zekerheid’ over de identiteit van de pleger.  Het slachtoffer moet nog vallen. Wie zal dat slachtoffer worden?  Je kiest ook hier voor een originele ontwikkeling van de plot?  Waarom?

Het was mijn bedoeling om een atypische misdaadroman te schrijven, niet alleen qua plot, maar ook qua opbouw. Er zijn al zo veel whodunits :) Omdat we op voorhand de dader kennen, kan ik een paar vragen centraal stellen die anders vaak onderbelicht blijven: wat gaat de man doen, hoe, en waarom?

    Adam is veel meer dan de escort die tegen betaling zijn klanten van oppervlakkig en vluchtig plezier voorziet.  Het personage krijgt steeds meer diepgang.  Hoe zou jij jouw band met Adam omschrijven?

Adam is voor mij een personage bij uitstek dat me toelaat om de wereld vanuit een ander perspectief te bekijken. Hoewel we een paar kenmerken delen — ook ik val bijvoorbeeld op mannen — zijn er veel meer verschillen dan gelijkenissen tussen ons. Voor mij als schrijver (maar ook als lezer) situeren de boeiendste personages zich op die grens tussen het herkenbare en het onbekende.

  Diepgang geven aan de personages en tegelijkertijd de spanning erin houden, geen eenvoudige opgave.  Hoe probeer jij daarin de juiste balans te vinden?

Bij het schrijven probeer ik een goede afwisseling te vinden tussen actiescènes, beschrijvingen en dialogen. In een eerste versie loopt dat soms eens fout, maar bij het herschrijven besteed ik veel aandacht aan dat ritme. Natuurlijk zal het juiste evenwicht altijd subjectief blijven: sommige mensen houden meer van actie, andere meer van psychologie.

    Was het schrijven van het boek een proces dat gemakkelijk is verlopen of heeft het er op sommige moment ook stevig ingehakt bij jou?  Er zitten passages in het verhaal die best als pijnlijk kunnen ervaren worden.

Het schrijfproces is best vlot verlopen. Natuurlijk heeft het me even beziggehouden, maar herschrijven hoort er nu eenmaal bij. Omdat Adams en mijn leefwereld ver van elkaar staan, lukte het me ook een goede afstand te houden tussen mezelf en het verhaal.

    ‘Oude wonden’ is veel meer dan een boek over een misdaad.  Welke thema’s moet de lezer zeker opmerken tijdens het lezen?

‘Oude wonden’ gaat inderdaad ook over de impact die jeugdtrauma’s later in het leven kunnen hebben, over hoe onze afkomst onze kansen kan bepalen, en of je het recht in eigen handen mag nemen.

    Terwijl het voor Adam steeds belangrijker wordt te weten wie zijn familie is, lijkt professor sociologie Biets hem en zijn moeder te bestuderen als ging het om een spel Monopoly.  Shockerend, toch?  Wil je dit even toelichten? 

Een interessant personage is niet helemaal goed of slecht. Daarom heb ik ook geprobeerd professor Biets meerdere gezichten te geven: enerzijds zet hij zich graag in voor mensen die het minder goed hebben dan hijzelf, anderzijds behandelt hij ze soms als studieobjecten. Het is aan de lezer (en Adam) om een oordeel te vellen.


    De vraag die Lybeer stelt aan Adam, blijft het hele boek door over het verhaal hangen:  “Vind jij dat we over andermans leven mogen beslissen?”.  De vraag komt dichter bij de realiteit van Adam dan hij zelf had kunnen vermoeden.  Wat een manier om de lezer op het verkeerde been te zetten!?

Goed opgemerkt! Lybeers dilemma wordt op die manier symbolisch voor een van de belangrijkste thema’s van het boek: dat er vaak overeenkomsten bestaan tussen mensen die op het eerste gezicht niets gemeen hebben.

    De relatie Adam – Lybeer krijgt een heel andere invulling?  Mag ik stellen dat ‘Oude wonden’ ook een filosofische lading meekrijgt?

Filosofisch is misschien een groot woord, maar ik houd er inderdaad van om een misdaadroman wat meer diepgang mee te geven, zonder dat die de leesbaarheid van het verhaal in de weg staat.

    Dekt ‘misdaadroman’ volgens jou volledig de lading van het boek? 

Van alle courante labels vind ik ‘misdaadroman’ het meest geschikte, en beter dan bijvoorbeeld het vaak misbruikte ‘literaire thriller’. Maar sowieso ben ik geen fan van dergelijke labels: ik wil sterke verhalen schrijven, los van het label op de cover.

 Een laatste vraag: Met ‘Oude wonden’ kies je voor de tweede keer voor een atypisch hoofdpersonage.  Ga je die keuze ook doortrekken naar je volgende misdaadroman?  Wordt het opnieuw een misdaadroman?  Zijn er al concrete plannen?

Ik ben inderdaad al bezig aan de opvolger voor ‘Oude wonden’, met een even boeiend hoofdpersonage! Ik heb zowel plannen voor een nieuwe misdaadroman als voor een meer “literaire” roman. Welke als eerste het levenslicht zal zien, weet ik nog niet :)

Een nieuwe misdaadroman én een literaire roman!  De lezer wordt verwend.  Nu maar afwachten welke roman als eerste in de boekhandel zal belanden.  Zo benieuwd wie het volgende boeiende hoofdpersonage wordt!  

Dank je wel voor jouw tijd en interessante antwoorden Yves!

Anita voor Thrillerlezers!

donderdag 4 februari 2021

Interview met Christian De Coninck


 In Vlaanderen is Christian De Coninck gekend als commissaris en woordvoerder bij de Politie Brussel Hoofdstad.  Daarnaast is hij ook schrijver van thrillers.  Stijn Goris en Stef Pauwels vormen sinds 2007 een vast duo.  Laatst verscheen ‘Agon!e’.  Een mooie gelegenheid om Christian De Coninck om wat bijkomende info te vragen.

Je bent werkzaam als commissaris en woordvoerder bij de Politie Brussel Hoofdstad.  Hoe organiseer je deze ongetwijfeld drukke job met schrijven?


Dat is niet zo moeilijk. Iedereen met een drukke job maakt wel tijd voor zijn hobby. Schrijven is een hobby voor mij en dat doe ik in mijn vrije tijd.

Hoe evolueert het schrijven van een boek bij jou?  Ligt de verhaallijn al vast van bij het begin?

Het verhaal evolueert naarmate ik schrijf. Ik heb een plot in mijn hoofd en daar baseer ik mijn verhaal op. Maar het gebeurt heel dikwijls dat ik van de verhaallijn afwijk en een totaal nieuwe weg insla. Ook van verdachte durf ik wel eens veranderen.

In 2007 kwam je met De Praagse connectie.  Heb je je toen pas gerealiseerd dat je naast commissaris bij de politie ook schrijver wou zijn?

Ik ben beginnen schrijven toen ik in een ziekenhuisbed lag en ik vond dat de auteur van het boek dat ik toen las, niet de moeite had gedaan om research te doen over de juridische procedure. Ik vond dat ik het beter kon en ik ben aan de Praagse connectie begonnen.

Schrijf je als commissaris of als Christian De Coninck?

Ik schrijf als Christian De Coninck die onmiskenbaar door zijn job is beïnvloed.

Wie of wat heeft jou geïnspireerd tot het schrijven van boeken?

Het is gewoon begonnen als een verhaal en later heb ik mij gebaseerd op waar gebeurde feiten die ik heb ingekleed.

Goris en Pauwels, beiden ook commissarissen, zijn met Agon!e aan hun zoveelste zaak bezig.  Waar blijf je de inspiratie vandaan komen?

Na 37 jaar carrière heb ik ervaring genoeg opgedaan om misdaadverhalen te schrijven

Wordt het elke keer gemakkelijker of moeilijker om het duo in een nieuw avontuur te storten?

Dat hangt ervan af: soms gaat het heel vlot, en soms is het wel ploeteren en zuchten om het verhaal op de rails te krijgen. Temeer dat ik ook aan tweede reeks schrijf met het duo Pynaert en De Cruyenaere. Daar zijn al drie titels in verschenen.

  Zijn Goris en Pauwels geïnspireerd op bestaande personages? 

Uiteraard niet, maar in elk personage zit wel iets van een bestaand iemand.

  Herken je jezelf in één van hen of in beiden?

Ik heb bewust gekozen voor personages die niet op mij lijken. Of toch wel een beetje?

 Blijven de twee commissarissen je nog steeds verbazen?  Groeit hun personage nog steeds?

Uiteraard blijven ze groeien. Als auteur leer je bij elk verhaal iets bij. Dat kan over de psychologie van de personages gaan, of over de plot, of over de sidekicks…

In welke mate bepalen zij mee de koers van het verhaal? 

Het zijn fictieve personages. Zij bepalen niets. Ik ben diegene die het verhaal dirigeert.


Vergaar je in jouw functie als commissaris info over criminele feiten die je daarna verwerkt in jouw boeken?

Dat gebeurt wel eens, maar dan kleed ik het zo in dat niemand de zaak kan herkennen.

In hoeverre word je als schrijver beïnvloed door wat er in het echte leven gebeurt?

Ik denk dat elke auteur door het dagelijkse leven wordt beïnvloed. Ik schrijf bewust geen sleutelromans. Het is en blijft fictie, maar af en toe durf ik er weleens iets uit de realiteit bij halen.

Chantage, manipulatie, samenzwering, moord, … misdaad troef in Agon!e.  Beroepshalve waarschijnlijk praktisch dagelijkse kost voor jou.  Schrijf je als auteur al die misdaden van jou af? 

Nee, dat is niet nodig. Je bent als politieman genoeg vertrouwd met het verwerken van die zaken.

Wat is volgens jou de meest verwerpelijke misdaad?

Alle misdrijven zijn verwerpelijk want je treft er mensen mee. Mensen wier leven plots overhoop wordt gehaald. Verwerpelijk is zeker verkrachting.

Is Agon!e gebaseerd op waargebeurde feiten?


Helemaal niet.

Je kent Brussel als je broekzak.  Dat blijkt tijdens de achtervolgingen door de Brusselse straten.  Ben jij een visuele schrijver?

Men zegt wel eens dat ik visueel schrijf. Mijn boeken zijn als scenario’s, zegt men. Dus ja, ik schrijf een beetje wat ik voor mijn ogen zie.

Zijn er al voorstellen gedaan om jouw boeken te verfilmen?  Wie zie jij in de rol van Stijn Goris en wie in die van Stef Pauwels?

Er werden al voorstellen gedaan maar die zijn in het water gevallen. Ik heb geen idee welke acteurs de rollen zouden kunnen vertolken.

Stel dat je moet kiezen: full time schrijver of commissaris/woordvoerder?

Je kan in Vlaanderen niet leven van het schrijverschap. De keuze is dus vlug gemaakt.

Laatste vraag: staat er alweer een nieuw verhaal met Goris en Pauwels in de stijgers?

Uiteraard. Ik blijf maar verder schrijven.

 

Stijn Goris en Stef Pauwels komen dus zeker nog terug.  Benieuwd naar wat hen te wachten staat!  Thrillerlezers! wenst jou nog heel veel schrijfplezier!

Anita