Posts tonen met het label rood. Alle posts tonen
Posts tonen met het label rood. Alle posts tonen

vrijdag 30 december 2016

Dresscode rood deel 9

Dresscode rood
deel 9 - door Ann Koenzen
Saskia liet haar mobiel in de zak van haar colbertje glijden, ze had net contact gehad met het hoofdbureau. De reeds op de Winterfair aanwezige pers was druk bezig geweest om de inmiddels dubbele moord via de sociale media te verspreiden en nu ging ze op zoek naar iemand van de organisatie. De fair plus parkeerterrein was plaats delict en moest worden afgezet zodat de sporen konden worden veiliggesteld. Het al aanwezige publiek moest stuk voor stuk worden ondervraagd, daarvoor waren er al extra agenten onderweg. Geen eindejaarsgala dus vanavond, damn en ze had zich er zo op verheugd. Ze sloot heel even haar ogen en zag zichzelf in haar nieuwe sexy avondjurk, innig dansend met Jack de Groot, de lange knappe technisch rechercheur waar bijna alle vrouwen van het bureau slappe knieën van kregen…zij net zo goed. Helaas voor haar en al die andere dames was Jack al jaren samen met Jeroen. Ach ja, dromen mag altijd natuurlijk.
Ze opende haar ogen en keek recht in het gezicht van Jack. ‘Sta je nou weer van mooie mannen te dromen?’ vroeg het onderwerp van een groot deel van haar fantasieën. ‘Altijd Jack, dat weet je toch’, grapte Saskia. Hij moest eens weten dacht ze. ‘En waar gaan die dromen dan over?’ fluisterde Jack vervolgens plagend in haar oor. ‘Dat gaat je geen reet aan, kom we hebben werk te doen.’ Saskia begon richting de uitgang te lopen waar Jeroen samen met Van Os inmiddels met iemand van de organisatie stonden te praten. Saskia kon van een afstand al zien dat de dame in kwestie het niet eens was met het besluit van de twee heren. Ze stond druk te gebaren in haar rode trui met witte letters.
Bij het groepje aangekomen begroette Jack brigadier Van Os met een hoofdknik en Jeroen met een hand op zijn schouder. Van Os wees naar het met rood/wit lint afgezette gedeelte. ‘Ze wachten daar al op je De Groot’. Jack liep direct door naar plaats delict nummer 1. ‘Saskia als jij met mevrouw Van Gameren meeloopt, ze zal je de ruimte wijzen waar we de getuigen zo meteen heenbrengen’.Van Os trok zijn das recht en zei tegen Jeroen ‘laten wij nog een keer met die Helmer gaan praten, ik heb het idee dat hij wat achterhoudt, dat hij meer weet dan dat hij ons tot nog toe verteld heeft.’ Jeroen knikte ‘dat idee heb ik ook, en ik heb ook zo mijn vermoeden dat hij die toiletdame Eva beter kent dan dat hij doet voorkomen’. De beide heren liepen in de richting van een kantoortje, provisorisch ingericht als onderzoekskamer.
Eva had spijt dat ze niet een extra pakje sigaretten in haar tas had gedaan, al zou ze hier nu toch niet mogen roken. Helmer had vast nog sigaretten, maar ze had hem niet meer gezien sinds hij was meegenomen door die 2 rechercheurs. Ze hoopte toch echt niet dat hij er iets mee te maken had, het idee al die tijd naast een moordenaar in bed gelegen te hebben bezorgde haar kippenvel. Ze schoof een blonde lok achter haar oor, haar ogen hadden een vermoeide blik. Pfffff, wie had dit nou vanmorgen gedacht, toen ze zich uit Helmer armen liet rollen en zich klaarmaakte voor haar werk. Ze had altijd al een hekel aan de Winterfair gehad en nu beloofde ze zichzelf om er nooit meer een voet te zetten. Een kutfair was het, ze liep nu ook een heleboel tips mis, al waren al die wijven meestal zo gierig als wat. Ze gaven een vermogen uit aan zo'n klote kerstbal maar 50 cent voor het toilet vonden ze teveel.
Met een ‘Ik kom er zo aan’ liep Jeroen Vrieswijk naar buiten, naar plaats delict nummer 2. Jack was er inmiddels ook en met een knik begroette hij Jeroen. Ze mochten dan meer dan 8 jaar een stel zijn op het werk waren ze collega’s. Weten we al iets meer van de man zonder hand vroeg Jeroen aan Jack. Nope, deze John Doe heeft geen legitimatie bij zich, sterker nog al zijn zakken waren leeg, geen portemonnee, geen sleutels, helemaal niks. Ze zijn nu aan de hand van foto’s op de mobiel van Hermien Spaargaren aan het uitzoeken of de twee elkaar kenden. Een ding kan ik je al wel vertellen het slachtoffer is hier niet vermoord.’ Jeroen keek Jack vragend aan, ‘Weet je het zeker?’ ‘Kijk’, zei Jack ‘Daar lopen sleepsporen en die komen uit bij bandensporen van een wat groter type auto, een vrachtwagen of een bus.’ ‘Nou die zijn hier genoeg geweest’, zei Jeroen. ‘Touringcars, leveranciers etc. Dat wordt een latertje vandaag.’ Jack knikte, ‘Geen gala voor ons, al ben ik daar niet rouwig om, het scheelt me weer een dans met de vrouw van de hoofdcommissaris’, knipoogde Jack. Van Os kwam met snelle pas aanlopen en voegde zich bij de beide heren, ‘Ze hebben de portemonnee gevonden zei hij. Hij lag in de stortbak van een van de toiletten.’
Ondertussen zaten Anouk, Joke en de andere dames te wachten in het restaurant. ‘Denk je dat ze mama nog heel veel langer zullen ondervragen?’vroeg Suus aan niemand in het algemeen. ‘Ze is al een hele tijd weg en ik maak me best zorgen, ik ga aan die agente daar vragen of ik naar haar toe mag.’ Voordat de andere dames iets konden zeggen liep Suus al richting Saskia. Halverwege stond ze ineens stokstijf stil en trok helemaal wit weg. ‘Wat deed papa hier nou en wat stond hij nou te smoezen met die vrouw?’

Dresscode rood deel 8

deel 8 - door Renée Snijder
Ze tuurde snel de parkeerplaats af en zag al snel een aantal mensen naar de grond kijken. Een hijgende brigadier Van Os stond inmiddels naast haar. Samen liepen ze in rap tempo naar de groep mensen die in een grote boog om het slachtoffer stonden. Sommige mensen willen ook niets missen… Enkelen waren zelfs druk aan het appen om iedereen te vertellen wat er gebeurd was en dat zij erbij waren.
Saskia had inmiddels al heel wat plaatsen delict bezocht, maar het gaf haar altijd nog een vreemd gevoel in haar maag. Dit keer helemaal, omdat ze een afgehakte hand wel een heel luguber idee vond. Ze keek voorzichtig naar het slachtoffer dat nog op zijn buik op straat lag. Ze had een grote plas bloed verwacht, maar dat viel haar juist alleszins mee. 
Er was inmiddels ook al iemand van het forensische team gearriveerd. Ze waren immers al in de buurt vanwege de moord in het toiletgebouw. Samen stuurden ze de thrillseekers op grotere afstand.

Eva had inmiddels ook begrepen dat er nog een dode gevonden was en verwachtte half dat het Helmer zou zijn. Het gaf haar wat een dubbel gevoel. Ze zou hem in dat geval zeker gaan missen, maar als hij het was en hij inderdaad mededader was, dan zou ze zo snel ook niet aan hem gelinkt kunnen worden, want ze maakte zich er ernstig zorgen over of ze als mededader beschouwd zou worden als Helmer werkelijk schuldig zou zijn. 
Ze was ver weg met haar gedachten toen Jeroen Vrieswijk eindelijk tijd had om het gesprek te starten. Hij vroeg haar hoe haar dag verlopen was. Was ze nog in de toiletruimte zelf geweest? Had ze opvallende dingen gezien of gehoord? Waren er bepaalde mensen haar opgevallen? 
Over de eerste vraag was ze behoorlijk gepikeerd. Natuurlijk was ze in de toiletruimte geweest. Ze was tenslotte een goede toiletjuffrouw. Wat meende die vent wel niet! Ze maakt er geen potje van. Haar toiletpotten glommen je altijd tegemoet en geurden altijd fris. Ze maakte de toiletten altijd zingende schoon. ‘Chlooo, oooo, oorrr ja en wat déooo’. 
En nee, ze had niets bijzonders gezien of gehoord. Die vent had voor haar totaal afgedaan, haar zo lang laten wachten en dan nog eens van die vragen waaruit bleek dat hij haar werk niet serieus nam… Hij zoekt het zelf maar uit! 
Ze smachtte naar een sigaretje.

Leida voelde zich niet erg serieus genomen door Saskia. Saskia had maar nauwelijks de tijd genomen om naar haar te luisteren. Leida had het gevoel dat Saskia teveel naar de vijf meiden geluisterd had, die aangegeven hadden dat er echt geen zesde was en ze niemand met rood haar hadden zien lopen. Ze was de anderen ook nog eens kwijtgeraakt in de drukte, omdat ze er met haar hoofd niet bij was. Doelloos liep ze rond op de fair. Die hele akelige fair kon haar inmiddels gestolen worden, maar ze moest het toch echt nog een paar uur volhouden. De organisatie had immers besloten niet teveel ruchtbaarheid aan de beide moorden te geven en het feest gewoon door te laten gaan. Er moest natuurlijk geld in het laatje komen en dan helpt eerder sluiten niet bepaald. De standhouders zouden hun geld terug eisen.

woensdag 28 december 2016

Dresscode rood deel 7

deel 7 - door Heidi de Jonge
Eva zat zenuwachtig met haar handen te friemelen en pulkte er wat loszittende velletjes af. Waar bleef Jeroen Vrieswijk? Hij zou alleen maar wat water voor haar ophalen, ongeduldig keek ze op haar horloge. Ze zat hier nu al vijf minuten. Onrustig wiebelde ze heen en weer op het stoeltje, wat normaal in het voorraadhok stond. Haar gedachten gingen weer terug naar Helmer, ze groef diep in haar geheugen. Was haar de laatste tijd wat opgevallen aan zijn gedrag? Oké, hij dronk wat meer, ook leek hij soms wat afwezig. Een doorzichtige hand leek haar maag samen te knijpen, een misselijk gevoel maakte zich meester van haar. Maar dit hoefde toch niet direct te betekenen dat hij wat met de moord op Hermien Spaargaren te maken had? Vlug probeerde ze die gedachten weg te drukken. Waarom zou hij ook? Een diepe zucht ontsnapte uit haar lijf.
Plotseling kierde de deur open, Eva schrok op uit haar gepieker en ging rechtop haar stoel zitten.
‘Mijn excuses voor het lange wachten, ik kreeg een telefoontje tussendoor dat ik even moest beantwoorden,’ verklaarde Jeroen, terwijl hij een glas water voor Eva neerzette.
Hij schraapte zijn keel en ging tegenover haar zitten, intussen diepte hij zijn notitieboekje uit zijn jaszak en keek haar doordringend aan. Er trok een koude huivering door haar lichaam, dit was misse boel, angstig keek Eva Jeroen Vrieswijk aan. Bang voor wat er komen ging.
 Inmiddels begon het buiten schemerig te worden. De duisternis zou nu snel als een zware, donkere deken over de Winterfair heen vallen. De wind begon harder te waaien, de takken aan de bomen leken een huiveringwekkende dans te doen, alsof ze wisten wat zich hier allemaal af had gespeeld en zwiepten gevaarlijk heen en weer. Het was ijskoud, met trillende vingers probeerde ze haar jas hoger dicht te ritsen. Onrustig keek ze om zich heen of niemand haar zag en beende toen vlug door het bevroren gras richting de sloot iets verderop. Het gekraak wat elke stap die ze zette maakte leek te roepen, ‘Hier is ze, pak haar!’ Toen ze bij de sloot was aangekomen, keek ze nogmaals om zich heen, zodat ze zeker wist dat niemand haar zag en viste toen het mes uit haar tas, aan het lemmet kleefde bloed, en liet het toen voorzichtig in het water vallen. De plons die het mes maakte leek door de omgeving te echoën. Daarna pakte ze haar mobiel uit haar broekzak, klapte het open en typte een WhatsApp bericht in, ‘Gelukt hoor, waar zit je?’ en verzond het. Haar hart roffelde tegen haar ribbenkast aan, ze waren er bijna. Dit kon niet meer misgaan. Haar gejaagde ademhaling zorgde voor stoomwolkjes, die uit haar mond leken te vluchten. 
Net zoals als zij nu op de vlucht was, maar het was bijna voorbij.Een gelukzalig gevoel trok door haar lijf en leek haar even te verwarmen.  
Saskia keek op de klok die in de gang van het gebouw hing en nam een slok van haar koffie. Ze sloeg haar handen om de mok en hoopte dat ze zo haar handen wat kon warmen. De gesprekken die ze had gehad met de meidengroep en Leida hadden tot nu toe bitter weinig opgeleverd. Eén ding wist ze zeker, dat eindejaarsgala kon ze wel op haar buik schrijven.In de verte zag ze brigadier Van Os op haar af stormen, hij leek haast te hebben. Buiten adem kwam hij bij haar aan, ‘De Rooy, we hebben nog een lijk,’ hij nam een hap lucht en vervolgde zijn verhaal, ‘hij mist een hand, z’n linker,’ voegde Van Os eraan toe, even leek hij zijn hoofd te laten hangen. ‘Waar?’ vroeg Saskia en keek van Os vragend aan. 
‘Vooraan bij de parkeerplaats…’
Saskia wachtte het verhaal niet meer af maar stoof naar buiten.

dinsdag 27 december 2016

Dresscode rood deel 6


deel 6 - door Martine Veirman
Onder het genot van haar sigaretje nam Eva alles nog eens door van de dag dat ze Helmer voor het eerst, toevallig ontmoet had, nu 6 maanden terug. Ze kon het zich nog herinneren alsof het gisteren was. Ze wou net afsluiten en haar ronde doen om alle toiletten na te kijken en dan vlug de fiets op naar haar huisje. Om daar helaas terug de avond in eenzaamheid door te brengen. Net toen ze bij het laatste toilet kwam bij de heren klopte hij aan. Helmer stond daar in gans zijn pracht, ja hij was prachtig, ze was op slag verliefd, zo een gevoel had ze op haar leeftijd niet meer voor mogelijk gehouden. Hij had haar gevraagd of hij nog vlug kon plassen. Hij zou heel proper zijn. Niet naast de pot plassen. Had hij al lachende gezegd. Maar al had hij alles onder geplast, ze zou nog met die dromerige glimlach staan knikken hebben, woorden kwamen er toen niet direct uit.
Gelukkig voor haar duurde het even en was ze terug tot haar positieven gekomen. Hij was nog even blijven staan om een praatje te maken over de mooie hallen waar ze stonden en had afscheid genomen. De volgende avond herhaalde zich het zelfde scenario, tot zelfs 4 keer toe.
Eva had toen al haar moed bij elkaar geraapt en hem gevraagd hoe het toch kwam dat hij telkens als laatste binnen wipte bij het plaslokaal. Al blozende had ze toegehoord hoe hij haar als excuus gebruikt had. Hij zie dat hij iedere avond had gewacht tot zij aan het afsluiten was, zo kon hij nog even extra met haar praten zonder dat er anderen kwamen om te plassen. Wat had ze dat lief gevonden. Ja toen hij daarna met haar thuis belandde schreef ze het toe aan zijn lieve woorden.
Ondertussen zat Leida maar te wachten en te wachten. Die Saskia mocht nu wel komen en haar ondervragen. Ze hield het niet veel langer meer. Straks zou ze zich nog een verdachte gaan voelen. En over verdacht gesproken, nu ze alle tijd had begon ze na te denken over die meiden. Het groepje dat haar had aangesproken over een verloren portemonnee. Ze begon één voor één hun gezichten na te gaan. Gelukkig had Leida al van kind af aan een fotografisch geheugen, zo kon ze alle details terug oproepen. Er waren er 6 toen ze aankwam aan de toiletten, ze had nog gevraagd om even aan de kant te gaan, met tegenzin hadden ze een beetje plaats gemaakt. Ondertussen hoorde ze er eentje vragen om een verdwenen portemonnee aan de toiletdame. Ze had nog gedacht, ‘die meiden alles verliezen en de ouders zullen wel gaan werken voor de kosten’. Toen ze uiteindelijk de plaats delict had verlaten, stonden de meiden terug in de weg. Maar…..er waren er maar 5 meer. Nu even goed nadenken. De blonde met lang haar, de kleine met het roze mutsje, de meid die om de portemonnee vroeg, eentje met zwart punk haar, eentje met een kerstmuts op en…het meisje met het rode haar, waar was die gebleven?
Leida stond op en ging zelf op zoek naar Saskia de Rooy, dat was iets dat ze kon vertellen, wie weet kon het van nut zijn.
Nog steeds in gedachten verzonken zat Eva op haar stoel. Het klopje van Jeroen Vrieswijk deed haar dan ook zo opschrikken dat ze bijna van het stoeltje viel. Jeroen verontschuldigde zich en vroeg of ze even mee kon komen naar het kamertje dat tijdelijk dienst deed als ondervraagkamer.
Het koud zweet brak haar uit. Hij heeft het gedaan, mijn Helmer was het. Trillend op haar benen volgde ze de man. Ze voelde zich als een kip die naar de slacht gebracht werd. Eenmaal binnen vroeg hij haar om plaats te nemen, hij zou zo komen om haar wat vragen te stellen. Kon hij haar een glaasje water meebrengen?  vroeg hij bij het naar buiten gaan. Dat aanbod sloeg ze niet af.
Haar gedachten gingen verder. Naar de eerste nacht samen. Heerlijk, meer woorden waren er niet voor nodig. Hij was elke avond na haar werk haar komen ophalen en samen naar haar huis gegaan. Op vragen over zijn werk of zijn eigen leven voor haar, was hij altijd wat bescheiden en teruggetrokken geweest. Na lang aandringen kwam ze te weten dat hij voor een uitgever werkte. Soms schreef hij ook kleine verhaaltjes had hij haar toevertrouwd, helaas niet goed genoeg om te publiceren. Ze had er eentje gelezen en vond het best goed, maar wie was zij om daar over te oordelen, ze las normaal enkel stationsromannetjes, of de Mammie reeks. Nu ze er over nadacht, een uitgever, welke was het ook weer? Verdorie, ze kon er niet op komen, het lag op het puntje van haar tong. Zeker niet dezelfde waar het slachtoffer bij was geweest. Helmer had het er nog over gehad dat het boek ‘Doorgespoeld’ terug nummer één zou worden. Klonk er toen niet wat jaloersheid in zijn stem door? Of ging haar geest nu met haar een loopje nemen, zodat ze alles verdacht zag. Of niet? Had Helmer er toch iets mee te maken, was hij ingehuurd, was zij zijn hulpje zonder dat ze het wist, was hij daarom bij haar????
Saskia stond met de meidengroep te praten toen Leida haar vond. Ze keek het groepje na en Leida vroeg heel duidelijk om de aandacht te trekken van de door elkaar kwebbelende meiden, ‘waar is het meisje met het rode haar?’ Het werd muisstil, de meiden keken haar aan alsof ze dachten dat Leida gek was. Het meisje met de kerstmuts nam het woord . ‘Sorry mevrouw, wij zijn maar met ons vijf en geen van ons heeft rood haar, u zult zich vergist hebben.’ Leida nam Saskia apart, en maakte haar heel duidelijk dat er 6 meiden waren voor het toilet en eentje met rood lang haar, ze was toch zeker niet blind??
Nog steeds kwam er volk binnen gestoomd in de hallen. Niemand maakte zich nog druk over de moord, wat konden mensen toch vlug opgaan in iets anders, alles was zo vluchtig. Vanachter de balie van de jassen en verloren voorwerpen stond er iemand alles heel nauwlettend te observeren.

maandag 26 december 2016

Dresscode deel 5

Dresscode rood
deel 5 - door Suzanne Lemaire
Eva kijkt Helmer aan. Zijn woorden dringen nu pas tot haar door. Doorgetrokken? Zou dat iets met die schrijfster te maken hebben? Die had toch een boek geschreven met deze titel?
‘Helmer, je moet dat aan de politie melden!’, zegt Eva ‘Zeg, ik ben niet gek hoor; ik ben wel gratis binnengewipt.’
‘Ja, maar je hebt waarschijnlijk de moordenaar gezien.’, dringt Eva aan.
Helmer heeft al spijt iets tegen Eva gezegd te hebben. Nee, hij gaat mooi zwijgen, niks mee te maken. Mijn naam is haas. ‘Ik heb dringend een drankje nodig’ en hij verdwijnt naar binnen. Eva blijft verdwaasd achter.

Leida zit maar stil op haar stoel. Dat zij dit nu juist moet meemaken. Zou ze Henk bellen? Nee, beter niet. Even gleed een glimlach over haar lippen.
De avond tevoren was Henk thuisgekomen met een gezicht van kinderlijke blijdschap.
Zijn armen vol met dozen en tasjes en pakjes.
Leida keek hem verwonderd aan.
‘Ach’, zei Henk, ‘morgen ben jij met de meiden toch naar die Winterfair? Daar maak ik gebruik van om de kerstboom op te tuigen. En het is al zoveel jaren zilver, dus ik dacht : laten we eens nieuwe versiering kopen. Ik heb alles ‘rood’ gekocht. Wat denk je? Vandaag is rood….de kleur van de liefde…toch?’
Henk ging altijd volledig mee met het kerstgebeuren. Als ze hem nu zou bellen, was zijn dag verknoeid en dat wilde ze hem niet aan doen….
Ze slaakte een diepe zucht. Waarom was ze ook meegegaan?
Hoelang zou dit nog duren? Suus was zich ook al aan het vervelen….
Ondertussen was de Winterfair in volle gang. Nochtans liepen vele nieuwsgierigen in de richting van de toiletten. Ramptoeristen ja.. Saskia had de grootste moeite alles in goed banen te leiden en de kalmte te bewaren. De vriendinnen zaten ook sip te kijken. Wat beloofde een gezellige dag te worden, viel helemaal weg. Anouk nam de leiding en maande hen aan om van deze dag toch nog iets leuks te maken. En ze wandelden verder op zoek naar een workshop. Ze lieten deze dag niet verknoeien. Leida kon nog niet weg want Saskia van Rooy moest haar nog verder ondervragen. Suus wou bij haar blijven maar Leida spoorde haar aan om mee te gaan met de anderen. 

Er stond een vrouw bij de politie een beetje opgewonden te praten. Ze beweerde dat de man die stilletjes in de gang stond aan de nooduitgang, herkend te hebben. Ze had geprobeerd met hem contact te zoeken, maar hij negeerde haar. Plots zag ze hem en wees hem met haar vinger aan. ‘Daar! Dat is hem!’ 
En ze wees Helmer aan.

‘Verdorie’, dacht Helmer, ‘daar was die vrouw van de gang weer. Wat! Ze wees hem aan!’ Hoe kon hij ontsnappen? 
Te laat…twee mannen kwamen naar hem toe en vroegen hem beleefd mee te komen.
Het zweet brak hem uit. Eva zag hem voorbijkomen en voelde een lichte wrevel. Waarom was hij met zijn informatie niet direct naar de politie gestapt?Tenzij…..neen hij zou er toch niks mee te maken hebben? Hoe goed kende ze hem eigenlijk echt? Helemaal gerust was ze er toch niet op. Ze snakte naar een sigaret.…

zondag 25 december 2016

Dresscode rood deel 4


deel 4 - door Jack Schlimazlnik
Saskia de Rooy staat zuchtend tussen het tumult bij de toiletten. Dat er een auteur dood is, is als een lopend vuurtje de Winterfair rondgegaan. Ze heeft het bericht op haar WhatsApp voorbij zien komen. Niemand weet nog welke auteur het is, maar daar zal ze gauw genoeg achter komen, want in de goed verwarmde serre waar de auteurs zullen signeren zal vast wel een lege plaats aan de signeertafel zijn. Het is dus niet haar eerste zorg. Ze moet weten wie de dader was. Die loopt nog vrij rond.
Helaas heeft het hoogblond geverfde vrouwtje met de geur van zware shag niet veel zinnigs kunnen zeggen, verbijsterd als zij was over de puinhoop bij haar pleehokjes. Aan het signalement dat ze heeft gegeven van de oudere dames -kort, pittig kapsel, rode jurk, stevige stappers- heeft agente De Rooy niet veel, want dat soort dames gaan er dertien in een dozijn op de Winterfair. Maar kunnen die dames de daders zijn van een móórd?
En dan was er ook nog die zaak van die verdwenen portemonnee. Had de dader die misschien meegenomen? Of toch die oudere dames die het toilet hadden bezocht vlak voor de moord werd ontdekt? Vragen, allemaal vragen, en ze wilde nog naar het eindejaarsgala van het regioteam die avond.
Ze vraagt zich af hoeveel mensen er naar de toiletten komen. Ze denkt aan de schortzak vol kleingeld van Eva Jongstra, die rammelt als ze loopt. Zou zo iemand geen andere dromen hebben dan dagelijks toiletten schoonmaken? Wat levert dat nou helemaal op?
‘Sas, kom je?’ Inspecteur Jeroen Vrieswijk staat naast haar. 'We doen een briefing in de serre, voordat zo dadelijk de auteurs komen.’
Saskia loopt hem achterna, dwars door de Winterfair menigte waar de dresscode duidelijk rood is. Ze gaat zitten terwijl Vrieswijk achter het katheder gaat staan, pal naast de kerstboom. Hij draagt zijn galakostuum al en doet daarmee niet onder voor de kerstboom als het om glimmen en schitteren gaat. Collega’s in burger gaan naast Saskia zitten. Nieuwsgierigen drommen voor de deur, die door brigadier Van Os hard wordt dichtgeslagen. De kristallen kroonluchter rammelt ervan.
'Wat we hebben is een moord,’ zegt Vrieswijk. 'Op Hermien Spaargaren.’
'Hoe weet jij dat?’ flapt Saskia eruit.
'Doordat haar portret op haar nieuwste bestseller staat.’ Hij pakt een boek op van de lange signeertafel en laat de achterkant zien. Op de voorkant staat in bloedrode letters de titel: Doorgetrokken.
'Ze heeft een steekwond in de borststreek, de schouwarts heeft de dood vastgesteld. Autopsie zal uitsluitsel moeten geven over de precieze doodsoorzaak. De hand die is gevonden is niet van het slachtoffer, althans niet van nature, want zij heeft beide handen nog aan haar lichaam. Het is vermoedelijk een mannenhand. Een linkerhand.’
Van Os schraapt zijn keel. 'Van de dader?’
Saskia rolt met haar ogen. 'Zijn er sporen van de dader?’ vraagt ze.
'Het damestoilet heeft een nooduitgang direct naar buiten. Daar hield een man zich volgens enkele getuigen verdacht op. Eén van de getuigen, de charmante freule Van Sevenaer tot Achthoven, heeft hem gesproken. Hij zei een van de organisatoren van de Winterfair te zijn, maar had geen rood shirt aan. Het kan zijn dat hij een insluiper is, want de buitenvergrendeling van de deur was los. Ook zijn er bij de nooddeur bloedsporen gevonden.’
Brigadier Van Os heeft zijn aandacht inmiddels bij de deur van de serre naar de hal, die op een kier staat. Hij spreekt gehaast maar zacht met een stevige man in een groot wit schort, vol bloedvlekken.
Dan sluit hij de deur en kijkt naar Vrieswijk. 'Jeroen, die meneer wil aangifte doen van diefstal. Hij heeft een kraam met huisgemaakte worst en fijne vleeswaren van Veluws wild. Zijn messenset is gestolen.’
****
'Mam, wanneer gaat de bus terug?’ Suus kijkt wat angstig naar haar moeder. Nepsneeuw dwarrelt langs in de sfeervol verlichte hal. 'Nu even niet,’ zegt Leida tegen haar dochter. 'De politie wil dat we in de buurt blijven voor als ze nog vragen hebben of wanneer wij ons nog iets herinneren.’ Ze moet steeds aan al dat bloed denken. Ze voelt zich wat licht in het hoofd, misschien van alle pijnstillers die ze met Glühwein heeft weggewerkt. Toch wil ze ook blijven om een gesigneerd exemplaar van Doorgetrokken in handen te krijgen. Hermien Spaargaren mag dan een kreng zijn, denkt Leida, er verschijnen wel de beste thrillers van haar hand!
****
'Eva.’ Helmer hangt tegen de muur naast het klapstoeltje van de toiletjuffrouw. 'Ik hoorde iemand iets raars zeggen, vlak voordat … voordat …’ Hij knikt in de richting van het middelste toilethokje, de plaats delict met linten van de politie is verzegeld. 'Iemand kwam voorbij, ik hoorde haar zeggen “Ik heb doorgetrokken”. Denk ik. Nu ik er goed over na heb gedacht. Dat is toch raar?’
Eva haalt haar schouders op. Vandaag is alles raar. Ze neemt nog een stevige hijs van haar sigaret, de laatste uit het pakje van die dag.

zaterdag 24 december 2016

Dresscode Rood deel 3

deel 3 - door Daniëlle Henssen
Vaag op de achtergrond hoort ze stemmen. Ook haar naam wordt een paar keer genoemd. Langzaam ontwaakt Eva. Waar is ze? Wat is er gebeurd? Allemaal mensen die langs haar lopen en druk in de weer zijn. Dan ziet ze opeens Helmer boven zich. 
‘Eva, Eva, wordt wakker. Gaat het weer een beetje?’
Voorzichtig probeert ze overeind te komen. Daar zit ze dan op de grond met de rug tegen de muur. De toiletruimte is inmiddels afgezet met lint en de politie probeert de mensen buiten het zicht van het drama te houden.
‘Wat is er gebeurd?’ vraagt Helmer haar dan weer. Maar ze weet het niet meer. Ze kijkt hem verdwaasd aan en het enige wat ze uit kan brengen is: ‘Er is iemand vermoord’.
Agente Saskia de Rooy kwam voor haar zitten. Zij was de eerste die aanwezig was nadat Eva 112 had gebeld. ‘Gaat het weer een beetje?’ 
Eva keek de agente aan, ze wist niet echt hoe ze zich moest voelen. Nog steeds was het voor haar onduidelijk wat er nu allemaal was gebeurd.  
‘We zouden u graag even wat vragen willen stellen, als u daartoe in staat bent’, zei de agente. ‘Laat u maar even weten wanneer het schikt, we zijn hier toch nog voorlopig bezig’. 
Eva kon alleen maar knikken en de agente was alweer verdwenen. En ook Helmer zag ze nergens meer.

De dames hadden zich in het restaurant gezet om even bij te komen van de schrik. Leida zat nog steeds te trillen en kon het beeld dat ze had gezien maar niet weg krijgen. Al snel was agente De Rooy bij haar gekomen om enkele vragen te stellen, maar veel kon ze haar niet zeggen. Ook Joke die samen met Leida naar het toilet was gegaan had niet meer kunnen toevoegen, zij had per slot van rekening helemaal niks gezien.
****
Helmer stond in een verlaten hoekje een sigaret te roken. Hoe ging hij het Eva vertellen? Was het dan toch waar wat hij zojuist gehoord had? Hij had daar buiten gestaan en wilde net zoals gisteren Eva een beetje gezelschap gaan houden om de saaie dag te doorbreken. Hij had natuurlijk geen kaartje willen kopen, daarom hadden ze afgesproken dat Eva de nooddeur op een kier zou laten staan. Zodat hij stiekem naar binnen kon sluipen. Daar had hij dan ook gretig gebruik van gemaakt.
Hij was nog maar net binnen toen hij per ongeluk tegen een vrouw botste. Ze keek hem verbaasd aan en hij verontschuldigde zich meteen. Ze zag er charmant uit met haar mooie rode jurk en om indruk op haar te maken stelde hij zich voor als een van de organisators van de Winterfair. De vrouw had zich aan hem voorgesteld maar hij was, door haar verschijning, helemaal vergeten hoe ze heette. Ze hadden nog even staan praten en het leek of ze in ieder geval dik tevreden was over de organisatie van de Winterfair. Al snel had ze zich verontschuldigd en voor hij het in de gaten had stond hij weer alleen.
Aan zijn rechterzijde zag hij een grote groep meiden staan. Hoorde hij het nu goed of verbeeldde hij het zich nu alleen maar? Een stem kwam hem ergens bekend voor, hij kon alleen niet goed zien bij wie deze stem hoorde. De meiden praatte allemaal door elkaar en er was ook veel gegiechel. Och, hij zou zich wel vergissen. Dit kon echt niet. Niet één van die meiden. In gedachte gaat hij nog eens terug naar het moment dat hij daar buiten had gestaan. Vaag had hij de woorden opgevangen. De persoon was voorovergebogen langs hem gelopen. Ze had iemand aan de telefoon. Een onsamenhangend gesprek. Enkele woorden waren hem bij gebleven, maar het had zo verwarrend geklonken dat hij er verder geen aandacht aan had besteed.