woensdag 28 december 2016

Dresscode rood deel 7

deel 7 - door Heidi de Jonge
Eva zat zenuwachtig met haar handen te friemelen en pulkte er wat loszittende velletjes af. Waar bleef Jeroen Vrieswijk? Hij zou alleen maar wat water voor haar ophalen, ongeduldig keek ze op haar horloge. Ze zat hier nu al vijf minuten. Onrustig wiebelde ze heen en weer op het stoeltje, wat normaal in het voorraadhok stond. Haar gedachten gingen weer terug naar Helmer, ze groef diep in haar geheugen. Was haar de laatste tijd wat opgevallen aan zijn gedrag? Oké, hij dronk wat meer, ook leek hij soms wat afwezig. Een doorzichtige hand leek haar maag samen te knijpen, een misselijk gevoel maakte zich meester van haar. Maar dit hoefde toch niet direct te betekenen dat hij wat met de moord op Hermien Spaargaren te maken had? Vlug probeerde ze die gedachten weg te drukken. Waarom zou hij ook? Een diepe zucht ontsnapte uit haar lijf.
Plotseling kierde de deur open, Eva schrok op uit haar gepieker en ging rechtop haar stoel zitten.
‘Mijn excuses voor het lange wachten, ik kreeg een telefoontje tussendoor dat ik even moest beantwoorden,’ verklaarde Jeroen, terwijl hij een glas water voor Eva neerzette.
Hij schraapte zijn keel en ging tegenover haar zitten, intussen diepte hij zijn notitieboekje uit zijn jaszak en keek haar doordringend aan. Er trok een koude huivering door haar lichaam, dit was misse boel, angstig keek Eva Jeroen Vrieswijk aan. Bang voor wat er komen ging.
 Inmiddels begon het buiten schemerig te worden. De duisternis zou nu snel als een zware, donkere deken over de Winterfair heen vallen. De wind begon harder te waaien, de takken aan de bomen leken een huiveringwekkende dans te doen, alsof ze wisten wat zich hier allemaal af had gespeeld en zwiepten gevaarlijk heen en weer. Het was ijskoud, met trillende vingers probeerde ze haar jas hoger dicht te ritsen. Onrustig keek ze om zich heen of niemand haar zag en beende toen vlug door het bevroren gras richting de sloot iets verderop. Het gekraak wat elke stap die ze zette maakte leek te roepen, ‘Hier is ze, pak haar!’ Toen ze bij de sloot was aangekomen, keek ze nogmaals om zich heen, zodat ze zeker wist dat niemand haar zag en viste toen het mes uit haar tas, aan het lemmet kleefde bloed, en liet het toen voorzichtig in het water vallen. De plons die het mes maakte leek door de omgeving te echoën. Daarna pakte ze haar mobiel uit haar broekzak, klapte het open en typte een WhatsApp bericht in, ‘Gelukt hoor, waar zit je?’ en verzond het. Haar hart roffelde tegen haar ribbenkast aan, ze waren er bijna. Dit kon niet meer misgaan. Haar gejaagde ademhaling zorgde voor stoomwolkjes, die uit haar mond leken te vluchten. 
Net zoals als zij nu op de vlucht was, maar het was bijna voorbij.Een gelukzalig gevoel trok door haar lijf en leek haar even te verwarmen.  
Saskia keek op de klok die in de gang van het gebouw hing en nam een slok van haar koffie. Ze sloeg haar handen om de mok en hoopte dat ze zo haar handen wat kon warmen. De gesprekken die ze had gehad met de meidengroep en Leida hadden tot nu toe bitter weinig opgeleverd. Eén ding wist ze zeker, dat eindejaarsgala kon ze wel op haar buik schrijven.In de verte zag ze brigadier Van Os op haar af stormen, hij leek haast te hebben. Buiten adem kwam hij bij haar aan, ‘De Rooy, we hebben nog een lijk,’ hij nam een hap lucht en vervolgde zijn verhaal, ‘hij mist een hand, z’n linker,’ voegde Van Os eraan toe, even leek hij zijn hoofd te laten hangen. ‘Waar?’ vroeg Saskia en keek van Os vragend aan. 
‘Vooraan bij de parkeerplaats…’
Saskia wachtte het verhaal niet meer af maar stoof naar buiten.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen