Vandaag komt het nieuwe boek van Unni Lindell De Drone uit.
In een verlaten militair kamp staat een man die een drone over het omringende bos laat vliegen. Hij filmt de omgeving, terwijl de zon langzaam ondergaat. Wanneer de drone over een open plek vliegt verschijnt er plotseling een tent op het scherm, met een vrouw erbij. Ze is alleen. Weet ze wel dat ze haar tent heeft opgezet op de plek waar vijf jaar geleden een gruwelijke moord is gepleegd?
Na een ongeluk anderhalf jaar geleden is politieagent Marian Dahle weer volledig aan het werk. Cato Isaksen zet haar op een moordzaak: er is een lijk aangetroffen in een tent. Tijdens het onderzoek ontmoet ze de zestienjarige Agnes. Wat Marian niet weet, is dat Agnes om een heel speciale reden van plan is om te gaan kamperen op een levensgevaarlijke plek.
Unni Lindell (Oslo, 1957) hoort bij de beste auteurs van Noorwegen. Voor haar misdaadromans wordt ze ook wel geroemd als de Noorse Queen of Crime. Voorheen werkte ze als freelance journalist, waarvoor ze een opleiding volgde aan de universiteit van Oslo. Al op jonge leeftijd wist ze dat ze boeken wilde schrijven. Haar eerste voorzichtige publicatie verscheen toen ze veertien jaar oud was. In 1986 debuteerde ze met het jeugdboek Den grønne dagen.
In 1996 verscheen haar eerste misdaadroman, Slangenbaereren, naar het Nederlands vertaald als Het dertiende sterrenbeeld. Lindell introduceerde met dit succesvolle debuut de Oslose inspecteur Cato Isaksen, die in bijna al haar misdaadromans zou terugkeren. Voor het tweede deel Dromenvanger (Drømmefangeren, 1999) ontving Lindell de Noorse ‘Riverton prisen’ voor beste Noorse misdaadroman. Inmiddels schreef ze deel tien in de reeks, Brudekisten (2014), dat werd vertaald als Doodsbruid. Tussendoor in 2004 verscheen Roodkapje (Rødhette), een psychologische thriller zonder Cato Isaksen.
Internationaal heeft ze zich inmiddels een miljoenenpubliek verworven. Haar werk werd in vele talen vertaald en is voortdurend in de bestsellerlijsten te vinden. Het grootste deel van haar thrillers werd tot film bewerkt. (Hebban)
- Startpagina
- 2021 teamboeken
- Archief
- Andersdananders
- Bekentenissen van een boekhandelaar
- Boekenfeestjes
- Boekenduel
- Boekvonnis
- Boekenkasten
- Buiten zijn boekje
- Cheffies special
- Contact
- Columns
- Leesclubs
- Getiteld
- Gouwe ouwes
- Kort geding
- Nieuws
- Ondervraagd
- Spotlight
- Uitgebroed
- Thrillerdate
- Uit mijn eigen kast
- Verwacht
- Verfilmd
- Winacties
- Privacy
- Algemeen
- Wij
- Tot op het bot
- Homepage
- Op de thee
- Recensies
Posts tonen met het label noorwegen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label noorwegen. Alle posts tonen
dinsdag 9 juli 2019
Nieuwe Unni Lindell
Labels:
De drone,
Nieuws,
noorwegen,
Unni Lindell
vrijdag 14 juni 2019
Topselling auteur
Jo Nesbø (Oslo, 1960) is de succesvolste thrillerauteur van Noorwegen. Met het verschijnen van zijn nieuwste thriller Het mes afgelopen dinsdag 11 juni zal het miljoenste Nederlandstalige exemplaar van het werk van Jo Nesbø worden verkocht.
In Het mes is Harry Hole terug naar waar het ooit begon. Hij is weer aan de drank, Rakel heeft hem verlaten, voorgoed dit keer, en hij woont opnieuw op zijn oude adres aan de Sofies gate. De politie in Oslo biedt hem een baan aan, maar hij mag alleen nog cold cases onderzoeken. Als na meer dan tien jaar gevangenis Svein Finne, de serieverkrachter en -moordenaar, weer op vrije voeten komt, is Hole ervan overtuigd dat hij opnieuw zal toeslaan.
Het is slechts de opmaat tot een veel grotere ramp. Want wanneer hij op een dag in zijn appartement ontwaakt na een nacht vol alcohol, ontdekt Harry dat hij besmeurd is met bloed. En dan begint zijn nachtmerrie die erger wordt dan hij ooit kon dromen.
Het werk van Jo Nesbø wordt in meer dan 50 landen uitgegeven en is bekroond met vele prijzen. Het mes is Nesbø's twaalfde thriller met Harry Hole in de hoofdrol. Wereldwijd zijn er meer dan 40 miljoen exemplaren van zijn boeken verkocht.
In Het mes is Harry Hole terug naar waar het ooit begon. Hij is weer aan de drank, Rakel heeft hem verlaten, voorgoed dit keer, en hij woont opnieuw op zijn oude adres aan de Sofies gate. De politie in Oslo biedt hem een baan aan, maar hij mag alleen nog cold cases onderzoeken. Als na meer dan tien jaar gevangenis Svein Finne, de serieverkrachter en -moordenaar, weer op vrije voeten komt, is Hole ervan overtuigd dat hij opnieuw zal toeslaan.
Het is slechts de opmaat tot een veel grotere ramp. Want wanneer hij op een dag in zijn appartement ontwaakt na een nacht vol alcohol, ontdekt Harry dat hij besmeurd is met bloed. En dan begint zijn nachtmerrie die erger wordt dan hij ooit kon dromen.
Het werk van Jo Nesbø wordt in meer dan 50 landen uitgegeven en is bekroond met vele prijzen. Het mes is Nesbø's twaalfde thriller met Harry Hole in de hoofdrol. Wereldwijd zijn er meer dan 40 miljoen exemplaren van zijn boeken verkocht.
zondag 12 augustus 2018
Column Jack Schlimazlnik
Nordic Noir, de
duistere kant van Scandinavië
Het is weer vakantietijd! Zijn we naar het zuiden geweest om
aan de Middellandse Zee in het echt een vakantiethriller te beleven, of naar
het noorden voor het duistere gevoel van de Nordic Noir?
In tegenstelling tot de vakantiethrillers, die doorgaans
door Nederlandse auteurs worden geschreven, zijn de meeste Nordic Noirs
geschreven door auteurs die in Scandinavië wonen: Noorwegen, Zweden,
Denemarken, soms IJsland - Finse Nordic Noir is mij niet bekend. Eigenlijk best
raar dat er in Nederland geen traditie bestaat van Polderthriller, ze zijn er
natuurlijk wel, maar ze worden zo niet in de markt gezet, niet in Nederland en
niet in het buitenland.
Van oudsher laat de Nordic Noir zien hoe het moet: je pakt
wat stereotypen over het land (somber en eenzaam), beschrijft het landschap (somber
en eenzaam) en authentieke inwoners (somber en eenzaam), en je laat er een
moordenaar op los. Bij voorkeur een seriemoordenaar. Dat laatste hoeft niet
realistisch te zijn, want het aantal echte moordzaken in Scandinavië blijft ver
achter bij het aantal fictieve moorden in die landen. Het zou niet goed voor de
bevolkingscijfers zijn als er echt zoveel moorden werden gepleegd.
Scandinavië, en dan met name Noorwegen en Zweden, hebben te
kampen met leeglopende dorpen. Zo’n vijftien jaar terug was er in Nederland een
campagne om werkzoekenden naar Noorwegen en Zweden te laten emigreren. Het was
de bedoeling dat je daar dan werk zou vinden/scheppen in een kleine plaats, en
dat je met de aanwezigheid van je gezin en bedrijf zou bijdragen aan de
leefbaarheid, zoals het behoud van de basisschool en de dorpswinkel. In
Nederland is dat verschijnsel ook bekend, onder meer in Noordoost-Groningen, de
Noordoostpolder en de Hoekse Waard. Daar is veel leegstand en een laag niveau
aan voorzieningen (scholen, gezondheidszorg, winkels, werk, openbaar vervoer).
Dat levert een soort spooksteden op, maar in Nederland is men veel te keurig en
sloopt men doorgaans wat vervallen dreigt te raken.
In Scandinavië laat men leegstaande huizen gewoon vervallen,
zeker als ze wat afgelegen in het bos staan. Als je in de naaldwouden van
Zweden een wandeling maakt, kun je zomaar ineens voor een “spookhuis” komen te
staan: een verlaten houten “stuga” (in Noorwegen heten ze “hytte”), het
huisraad er nog in, voor zover het niet naar buiten is gehaald door vandalen,
vervallen en rottend, alsof je er elk moment een lijk kunt aantreffen.
Dat was tenminste wat ik jaren terug in Zweden aantrof, bij
een avondwandeling. Eigenlijk ben je dan op zoek naar elanden of ander wild, en
dan ineens staat er zo’n vervallen hut langs het bospad. Met schitterende
authentieke, misschien antieke meubelen. In elk geval geen IKEA. Buiten vonden
we de restanten van een arreslee. Je vraagt je af wat er is gebeurd met zo’n
huis, dat in zijn gloriedagen zo mee had kunnen doen in het decor van Pippi
Langkous of De kinderen van Bolderburen of hoe die idyllische kinderboeken ook
heten.
Wat ik heb gezien in Scandinavië is niet het naargeestige
dat je op tv ziet in de Nordic Noir series. Op IJsland was ik nog niet (staat
op de bucketlist), Finland ook niet (ik ben bang dat de muggen, die er volop
schijnen te zijn, een kampeervakantie verpesten), maar in de andere
Scandinavische landen wel.
Noorwegen is een schitterend land, ruig, maar niet echt eng.
Het enge is meer het autorijden, op de beruchte Trollstig (Trollstigen is het
woord met -en als lidwoorduitgang), of op de vele onverharde wegen, of op wegen
waar nog (of alweer) resten sneeuw liggen. Of waar je een kudde schapen of
geiten voor de wielen krijgt. Mijn avonturen daar zijn niet zo heel spannend.
Het spannende begon er in Noorwegen mee dat de brandweer
uitrukte, omdat ik de open haard in mijn appartement had aangestoken en de
politie ook een kijkje kwam nemen. Ik zat rustig tv te kijken, drankje erbij.
Omdat na verloop van tijd de blaas geleegd wilde worden, deed ik de deur naar
de hal open om naar het toilet te gaan. In die hal hing de rookmelder, die
prompt afging vanwege de rook die vanuit de kamer die (voor mij onopgemerkt)
vol rook hing, omdat blijkbaar de schoorsteen niet goed trok - iets met een
vogelnest of zo. Het appartementencomplex werd geëvacueerd voor we daar achter
kwamen, en toen was het wachten op de brandweer.
Later in die vakantie landde een helikopter bij datzelfde
complex, maar ik heb geen idee waarom. Wel stond iedereen buiten te kijken naar
dat wentelwiekmatige geweld. Blijkbaar was men daar niet gewend dat er
spannende dingen gebeuren. Wat me trouwens doet denken aan de Zweedse actie-komediefilm
Kopps, waarin een politiebureau met sluiting wordt bedreigd, waarop de politieagenten,
die merken dat hun baan op de tocht staat, zelf maar voor wat reuring zorgen.
Een hachelijk avontuur in Noorwegen was mijn bezoek aan
Nygardsbreen (de Nygard-gletsjer). Ik had me wat verkeken op de afstand en de toegestane
maximumsnelheid, waardoor ik pas laat in de middag bij de gletsjer arriveerde.
Ik was te laat voor een tocht over de gletsjer met begeleiding van een gids.
Wel kon ik meevaren met de schipper die de gletsjerwandelaars ging ophalen,
maar dan moest ik zelf teruglopen. Hoewel de schipper best vriendelijk was
(“Waar kom je vandaan?” “Nederland.” “Huh?” “Holland.” “Ah! Ajax!” “Nee, dat is
Amsterdam.”) had hij me niet verteld dat er geen pad terug naar de
parkeerplaats was of dat de bewegwijzering door het ruwe terrein te wensen over
liet. Dus moest ik klauterend over rotsen en me door allerhande struiken
worstelend terug, strategisch de oever van het gletsjermeer volgend, met de
zonsondergang (Solnedgangen - “de zonsneergang”) op mijn hielen. Ik haalde het
gelukkig wel, maar de tocht eindigde in een terugreis naar mijn appartement
door het pikkedonker over een bergpas van 1172 meter hoog, vrijwel verlaten, op
een enkele trucker na. Een landschap waaruit ik dankbaar inspiratie heb geput
voor Stille wateren (in de Nordic Noir bundel van uitgeverij LetterRijn).
Minder hachelijk, maar wel spooky, was mijn verblijf in een
ski-oord, in september. Er lag nog geen sneeuw, maar het leek op wat bij ons
november kan zijn. Omdat ik langs de weg enorme borden zag met “Pas op, groot
gevaar wegens elanden” (iets van “Stor elg fare” las ik), vroeg ik waar die
beesten dan zaten. Nou, die komen dus niet boven de 800 meter of zo, waaruit
blijkt dat elanden en rendieren intelligenter zijn dan mensen. En als ze er al
zouden zijn, dan zou ik ze niet hebben gezien, want die bergtop met het
ski-oord zat gewoon dagenlang in de wolken waarbij ik beslist niet in de wolken
was, maar mijn toevlucht had gevonden in de sauna van de hytte. Ik kon vanuit
het raam mijn auto niet eens zien, die voor de deur stond, laat staan
Solnedgangen waarmee werd geadverteerd. En toen het wat optrok, bleef een
spooky landschap achter, met bemoste dode bomen langs stille wateren, en op een
verder verlaten hoogvlakte.
Zweden heeft een veel vriendelijker landschap dan het ruige
Noorwegen. Het ligt aan de lijzijde van het gebergte dat ervoor zorgt dat het
in Bergen, Noorwegen, zo’n 250 dagen per jaar regent. Dat is dus die stad waar
de tv serie over speurder Varg Veum zich afspeelt en deels is opgenomen. In
Zweden is het dus droger en vaker zonnig, met hoge temperaturen van een
landklimaat in de zomer.
Dat naargeestige dat je ziet in de Zweedse krimi’s heb ik er
niet gemerkt, misschien omdat ik er voornamelijk in de zomer was. Hoewel in je
eentje in een stuga op een verder verlaten camping langs de snelweg kamperen
ook niet echt een vrolijke bedoening is, al was het maar voor één nacht.
Toen ik voor de eerste keer in Zweden was, was er nog geen Øresundbrug.
We gingen met de boot van Frederikshavn (Denemarken) naar Göteborg (Zweden)
(een drama op zich omdat we een uur of drie moesten wachten voor we door de
douane konden). Toen ik later de grens moest passeren, koos ik steeds voor het
veer tussen Helsingborg (Zweden) en Helsingør (Denemarken), omdat je op de
veerboot wel even wat kunt uitrusten met wat te eten en te drinken en op de
brug niet (en de prijs van de overtocht en de tol voor de brug is hetzelfde).
Dus heb ik de spectaculairste locatie van een Scandinavische tv-thriller
gemist: Broen (Deens) of Bron (Zweeds), beter bekend als The Bridge.
Denemarken is op zijn eigen manier spectaculair. Het lijkt
zo’n onschuldig land, met maar weinig echte Deense thrillers, en als het Deens
is, dan vooral in en om Kopenhagen (København). Hoewel dat weinig zegt, want
het van het rockfestival bekende Roskilde is gewoon met de “metro” vanuit
Kopenhagen te bereiken. In dat Roskilde heb ik nog enkele benauwde ogenblikken
meegemaakt in zo’n oude Vikingboot, want het leek de mensen die mij hadden
uitgenodigd voor zo’n zeiltochtje geen probleem om met een windkracht van een
Beaufort of 6, 7 het fjord op te gaan. Nou, dat hebben we geweten: pijlsnel
vertrokken naar het noorden, maar terugkomen was een ander verhaal. Met zes man
roeien had als enige effect dat we tenminste niet verder aan lagerwal raakten.
Uiteindelijk zijn we door een motorsloep van het Vikingschipmuseum gered uit
onze hachelijke situatie. Je zou er een thriller over kunnen schrijven.
Die Denen zijn sowieso een beetje raar. Vroeger was
Denemarken veel groter, heel Zuid-Zweden (Skåne) was Deens, waardoor het erg op
elkaar lijkt qua cultuur, maar ook het noorden van Duitsland was Deens, tot
Hamburg aan toe. De Duitsers noemen dat Bundesland Schleswig-Holstein, de Denen
hebben het echter over Zuid-Jutland. En in dat Zuid-Jutland heb ik een
gruwelijk avontuur beleefd.
Ik stond met mijn tent op de Vikingcamping van Schleswig en
wilde een korte wandeling maken om enkele van de runenstenen (replica’s) van
Hedeby (Haithabu, de archeologische site van een belangrijke handelsstad uit de
Vikingtijd) te bekijken. Die archeologische vindplaats lag tegenover de
camping, dus de weg over en gaan wandelen. Fraaie runenstenen, dat wel. Ze
stonden op de plaats waar ooit de echte stenen waren aangetroffen. Een deel van
de Vikingstad Haithabu is als archeologisch park gereconstrueerd, een soort
Archeon. Het was al dicht, want het was al wat later op de dag. De schemering
viel in. Toch wilde ik de voor mij laatste runensteen in het gebied, de meest
zuidelijke, ook nog zien. Toen ik daar aankwam, hoorde ik een uiterst
merkwaardig geluid. Een soort gejank, maar dan heel erg luid. Het was bijzonder
angstaanjagend, omdat ik geen idee had waar dat geluid vandaan kwam.
Tegelijkertijd zag ik dat het tijd was om terug naar de camping te gaan. Ik kon
dezelfde weg teruggaan, of via de andere oever van de baai. Ik besloot de
andere oever te nemen. Dat gejank -misschien was het een sirene? Maar voor
welke ramp?- ging me wel op mijn zenuwen werken, dus het traject door het
verlaten moeras legde ik best vlot af. Inmiddels werd het ècht donker. Voor mij
lag het pad terug naar de camping, dwars door het bos. Waar in het moeras de
vale lucht nog voldoende licht had gegeven, was daar in het bos geen sprake
meer van: het bladerdak hield al het schemerlicht tegen en verzonk de omgeving
in diepe schaduwen. Het was te laat om terug te keren. Ik moest verder door dat
bos. Ik zag bijna geen hand voor ogen, letterlijk, als ik mijn hand voor mijn
ogen hield, zag ik slechts een vage grijze schim van een hand. Dat janken ging
ook maar door, en de stiltes ertussen waren onheilspellend. Ik was erg bang,
vooral dat ik zou vallen op het voor mij onbekende pad en dan hulpeloos alleen
gewond de nacht in moest gaan. Mobiele telefoon? Lag in de auto op te laden,
dus ik kon niemand bellen (en wie zou ik hebben moeten bellen? Het was geen
smartphone, dus geen idee wie ik in Zuid-Jutland kon bereiken voor hulp). Ik
had alleen een fototoestel mee. Geen zaklamp. Gelukkig viel ik niet, hoewel de
bosbodem er onregelmatig genoeg voor was. In het duister arriveerde ik gezond
en wel op de camping en genoot van een welverdiende nachtrust.
Ik las laatst over Susanna Janssons boek Offermossen (Het
offermoeras). Daarbij denk ik dan aan dat naargeestige moeras van het heidense
Haithabu en dat gruwelijke gejank. Ik kan me zo goed voorstellen dat daar
offers hebben plaatsgevonden.
Dat angstaanjagende gejank bleek achteraf afkomstig te zijn
van de straaljagers op een vliegveld van de Duitse luchtmacht, dat ik niet zag
door de bomen, maar dat heel dichtbij was.
Dus ondanks alle succesvolle Nordic Noir thrillers is
Scandinavië in de zomer en het najaar lang niet zo gruwelijk als wat je vermoedt
als je de thrillers op tv kijkt of de boeken leest. Zelfs de IKEA op tweede
Paasdag steekt er qua horror bleekjes bij af. Geen wonder dat de schrijvers
daar talloze seriemoordenaars aan de werkelijkheid toevoegen. Je moet wat als
je woont in een omgeving waar nooit echt iets gebeurd.
Naar welk gruwelijk oord voerde jouw vakantie je dit jaar?
Eigenlijk wil ik ooit nog eens naar Engeland, maar gezien
het aantal moorden dat alleen al in Causton, Midsomer wordt gepleegd, lijkt me
dat levensgevaarlijk!
Labels:
column,
Columns,
ijsland,
ikea,
Jack,
LetterRijn,
noorwegen,
Nordic Noir,
scandinavie,
Zweden
dinsdag 26 september 2017
De dorst van Jo Nesbo
Auteur: Jo Nesbo
Uitgeverij Cargo
539 bladzijden
Over de auteur
Jo Nesbo (Oslo, 1960) is de succesvolste thrillerauteur van Noorwegen en won al vele prijzen voor zijn boeken. Zijn werk wordt in meer dan vijftig landen uitgegeven en wereldwijd verkocht hij meer dan 33 miljoen exemplaren. De Dorst is Nesbo’s elfde thriller met Harry Hole in de hoofdrol.
Samenvatting
Een Tinder-date wordt een jonge vrouw fataal. Op een bijzonder agressieve manier is zij om het leven gebracht door een moordenaar die haar thuis opwachtte.
De zaak wordt groots in de media uitgemeten en de politie voelt zich daardoor enorm onder druk gezet om de moord op te lossen. Katrine Bratt, nu aan het hoofd van de afdeling Geweld, en haar team doen hun best, maar Katrine weet eigenlijk wel dat er maar één iemand is die deze zaak zou kunnen oplossen: Harry Hole.
Maar Harry heeft hier helemaal geen zin in. Hij is weer docent aan de politieacademie, geniet van zijn rustige leven met Rakel en vindt het allemaal wel prima…tenminste…dat maakt hij zichzelf wijs. Hoofdcommissaris Mikael Bellman neemt met Harry’s ‘nee’ geen genoegen en heeft zo zijn eigen manier om Hole over te halen: ‘nee’ zeggen is dan geen optie meer.
Als Hole zich in de zaak verdiept, krijgt hij al vrij snel het vermoeden dat ze op zoek zijn naar iemand die eerder door zijn vingers glipte…
De doden waren de doden.
En de levenden gingen snel dood.
Er zijn meerdere series met een rechercheur in de hoofdrol die aan de drank is (geweest) of worstelt met een andere verslaving, doet waar hij zelf zin in heeft, vaak doet voordat hij (of zij) nadenkt over de eventuele gevolgen daarvan en het liefst in zijn/haar eentje werkt. Als het gaat om eigenzinnige rechercheurs staat Harry Hole voor mij met stip op nummer een en is hij nog steeds een van mijn meest favoriete hoofdpersonages.
In Politie trouwde Harry eindelijk (ein-de-lijk!) met zijn Rakel en hij is uitermate tevreden. Gelukkig zelfs. Maar toch ook weer niet, want hij is als de dood dat hij Rakel kwijtraakt en als dat zou gebeuren, dat dat dan zijn eigen stomme schuld zal zijn. Geluk is een vergankelijk iets en kan nooit lang duren, zeker niet als je Harry Hole heet.
Wanneer ik over dat flinterdunne laagje ijs van geluk loop dan ben ik doodsbang, zo bang dat ik wens dat het voorbij is, dat ik al in het water lig.
Het verhaal begint met de Tinder-date van Elise met Geir. Een date die wat haar betreft niet voor herhaling vatbaar is en ze gaat, net als Geir, teleurgesteld naar huis. Meteen in dit eerste hoofdstuk laat Nesbo al een klein beetje zien waar hij zo goed in is. Je volgt als lezer twee mensen die naar huis gaan en je krijgt bij beiden een onheilspellend gevoel. Je weet gewoon dat het voor een van de twee niet goed afloopt of geldt dat voor allebei?
Los van de korte alinea in de proloog (een proloog waarbij je je afvraagt ‘gebeurt dit echt of is het een droom?’), duurt het een bladzijde of 70 voordat Harry ook daadwerkelijk zijn opwachting maakt, maar vanaf het begin proef je al wel zijn aanwezigheid. Tegen wil en dank wordt Harry bij het onderzoek naar de Tinder-moord betrokken en de jacht op een seriemoordenaar wordt geopend. Harry is er van overtuigd dat er maar een iemand de dader kan zijn, maar hoe vindt je iemand waarvan je niet weet hoe hij er precies uitziet? En diegenen die het wel weten, kunnen het niet meer navertellen.
De dorst is een geweldig boek, een klopjacht naar een bloeddorstige moordenaar enerzijds en aan de andere kant is er de innerlijke strijd die Harry bezighoudt, de worsteling met zijn verslavingen, zíjn dorst en vooral zijn grootste angst om toe te geven aan die dorst. Een angst die bijna werkelijkheid wordt op het moment dat het leven van Rakel aan een zijden draadje hangt en Harry in een diep dal verdwijnt. De dorst is een perfect gekozen titel die op meerdere manieren opgevat kan worden en op meerdere personages betrekking heeft.
De spanning en snelheid in De dorst is continue aanwezig. Nesbo gooit behoorlijk veel lijntjes uit en weet de lezer steeds op het verkeerde been te zetten (‘neeeheee doe dat nou niet!’) en net als je denkt ‘aha, zo zit het’, dan gaat het verhaal toch weer een andere kant op. Soms zit je gewoon met open mond van verbazing en vraag je je af hoe het dan allemaal weer bij elkaar komt. Maar dat doet het en hoe. Nesbo is een meesterlijke verteller, weet personages haarscherp neer te zetten en ik kan alleen maar hopen dat hij nog lang niet klaar is met Harry Hole. Een personage dat blijft fascineren. Na elf boeken verveelt Hole nog geen moment!
‘Je staat nog steeds droog, Harry?’
‘Als een Noorse oliebron, chef.’
‘Hm, je wéét dat de Noorse oliebronnen niet droogstaan, ze zijn alleen dichtgedraaid tot de olieprijzen weer stijgen.’
‘Dat was het beeld dat ik wenste te communiceren, ja.’
Leesplezier 5
Schrijfstijl 5
Plot 4,5
Originaliteit 4
Psychologie 5
Spanning 5
5 sterren (afgerond) voor De Dorst.
Miriam
Labels:
de dorst,
harry hole,
Jo Nesbo,
noorwegen,
recensie,
Recensies,
scandinavische thriller,
tinder
zondag 4 september 2016
De lees- en wandelvakantie van Heidi
Eventjes
was ik de diepte vergeten en kon ik mijn vastgehouden adem laten
ontsnappen.
Met
nieuw gevonden moed antwoordde ik dat me het erg leuk leek en dat de
timing weer magnifiek was, omdat ik inmiddels op eenzame hoogte
tussen de sneeuw was aangekomen.
Er
was nog een klein probleempje, ik moest ook weer met de auto naar
beneden. Ik denk dat ik ook wel lopend mocht van m’n man, maar dit
zag ik zelf niet zo zitten.
Ink
wenste me alvast veel succes en praatte me vooral veel moed in.
Gelukkig
is mijn man een ware coureur in de bergen en viel de rit naar beneden
achteraf best mee.
Inmiddels
was onze vakantie al een paar dagen oud.
Mijn
man genoot van het autorijden en ik begon met het lezen van Een
stap te ver van Tina Seskis, een redelijk verhaal, maar waar
echte spanning ontbrak.
Ik
had me voorgenomen om op de Stena Line heerlijk verder te lezen.
Helaas
liep dit een beetje anders, op het moment dat het schip op open zee
kwam, was het ook met mijn oriëntatie gedaan en kreeg ik spontaan
zeemansbenen waarbij recht lopen plotseling niet meer kon, laat staan
een boek lezen. Na een vaartocht van elf uur, kwamen we aan in Oslo
en stond ik weer stevig op mijn benen.
Na
een verkwikkende nachtrust en een goed ontbijt, besloten we dat het
de perfecte dag was om de Preikostolen te beklimmen.
Een
wandeltocht van 4 kilometer, met flinke stijgingen en heel wat
zweetdruppels later, kwamen we eindelijk op de magische plek aan en
dook een duizelingwekkende afgrond van 600 meter voor ons op.
Samen
met mijn zoon ben ik plat op mijn buik gaan liggen en hebben we over
het randje gekeken, wat voor een spontane kanteling van mijn maag
zorgde.
Nadat
we een poos hadden genoten van het uitzicht en onze lunch hadden
genuttigd, besloten we dat het tijd werd om terug te gaan.
Toen
we weer beneden waren, hadden we er een flinke wandeling opzitten van
5 uur, maar het was het meer dan waard.
Voldaan
reden we terug naar ons vakantieadres.
De
volgende dag kwam ik erachter dat mijn kuit een spier was en besloten
we een rustdag in te plannen. Nadat
ik mijn spieren even een dag rust had gegund, zagen we een mooie
wandelroute, die ons wel wat leek. Vol goede moed gingen we van
start, het was een bergroute van 9 km, dus best te doen. Toch werd
die route op de één of andere onverklaarbare reden ineens langer en
toen we terug kwamen bleken we 18 km te hebben gelopen.
De
kinderen vonden het prachtig en wilden eigenlijk de volgende dag wel
weer lopen, maar wij besloten dat we nu maar eens een autoroute
gingen rijden, waarbij we een prachtige waterval gingen bezichtigen
en vooral onze oude spieren wat rust te gunnen.
Na
een week op het eerste adres te hebben gezeten, was het tijd om een
deurtje verder te gaan en reden we via de prachtigste wegen naar ons
tweede adres.
Een
echte berghut bij een boerengezin, waar het uitzicht al weer zo mooi
was. Daar
begon ik ook te lezen in mijn tweede boek van de vakantie, Zusjes
van Chevy Stevens, een echte aanrader.
Al
moest ik tijdens het lezen wel af en toe denken aan de boer waarvan
wij het huisje huurden omdat ik enige overeenkomsten zag en de
rillingen liepen me over de rug.
Ook
op deze plek hebben we weer de prachtigste dingen gezien, zoals de
Briksdalsbreen, een zijarm van de Jostedalsbreen, de grootste
gletsjer van het vaste land van Europa, met een omvang van 487 m2.
Je
voelt je dan als mens zo klein en nietig als je geniet van deze
natuurverschijnselen en het zet je weer met beide benen op de grond.
Toch
hadden we tijdens de vakantie een regendag, wat meer regel dan
uitzondering is in Noorwegen, dus besloot ik dat het hoog tijd werd
om naar een boekwinkel op zoek te gaan. Ik kom al meerdere jaren in
Noorwegen maar was nog nooit in een boekwinkel geweest.
Na
wat navraag bij een Noor, kwam ik erachter dat er op een klein half
uurtje rijden eentje zat.
Daar
aangekomen keek ik mijn ogen uit, wat zag ik veel boeken die ik
herkende omdat ik ze zelf gelezen had, bijvoorbeeld de boeken van
M.J. Arlidge en wat leuk om te zien dat ze daar hele andere covers
hebben.
Eigenlijk had ik het ook wel een beetje kunnen verwachten omdat het levensonderhoud behoorlijk duurder is in Noorwegen, maar het loon ligt ook hoger, dus daar is het gewoon. Toch vond ik het erg interessant om daar eens in een boekwinkel te snuffelen, voldaan reden we weer naar huis.
De
laatste vakantiedag brak aan, ook deze was enigszins regenachtig, dus
konden we mooi op trollenjacht gaan. Ik had Ink beloofd een mooi
exemplaar voor haar te kopen, als ik er eentje tegen kwam en daar
stond hij; een echte trol. Mooie bijkomstigheid, het
waren er drie, met een boek in de handen, mooier kon niet. Deze ging
mee naar Nederland en binnenkort gaat hij aan zijn laatste reis
richting Brabant beginnen.
Heidi
Labels:
chevy stevens,
een stap te ver,
noorwegen,
trol,
wieleest,
zusjes
maandag 4 juli 2016
De vakantiekoffer van Alex
Dan
begint eindelijk mijn vakantie. Twee weken lang helemaal niets doen.
Mijn wederhelft heeft dit jaar maar een week vakantie, dus ik mag
mezelf een week lang vermaken. Met andere woorden, bankhangen,
tv-kijken, X-boxen en lekker niets doen. Niet aan werk denken of
andere verantwoordelijkheden die het hele jaar om aandacht
schreeuwen.
Op
de planning staat dan nog wel de tuin aanpakken en troep opruimen,
maar dit staat niet hoog op het prioriteitenlijstje.
De
echte vakantie begint eigenlijk een week later, op 5 augustus. We
gaan dan voor de derde keer naar mijn favoriete eiland, in Nederland
dan; Schiermonnikoog. In korte tijd ben ik behoorlijk verliefd
geworden op dit stukje aarde. Of ik er zou willen wonen? Ik denk het
niet, het moet wel speciaal blijven.
Mijn
favoriete vakanties bestaan eigenlijk aan plaatsen die vrij weinig
met warm weer te maken hebben; Nederland, Noorwegen, Schotland. Ik
heb Spanje een paar keer een kans gegeven, maar mijn idee van
vakantie bestaat niet uit twee weken lang op een laken naast het
zwembad van het hotel. Ik woon 5 kilometer van het Katwijkse strand,
het is alweer een paar jaar terug dat ik daar vrijwillig op het zand
in de zon heb gelegen. Overigens gaat de hagelslag en pindakaas wel
overal mee naartoe, ik wil best in een ander land verblijven maar het
moet wel een beetje als thuis voelen.
Ik
wil ook niet al teveel moeite doen eigenlijk in een vakantie. Echt
avontuurlijk ben ik niet, het klinkt wel leuk maar mij teveel moeite.
Doe mij maar gewoon een appartement of huisje in plaats van een
tentje in de bergen. Een beetje een luxebeest ben ik wel.
Ook
wil ik wel wat zien van de omgeving. Een museum hier en daar,
culturele uitspattingen, beetje winkelen en veel wandelen. Klinkt wel
als veel moeite en druk, maar toch een enorm verschil met de
dagelijkse sleur. Even tijd voor mezelf pakken in de hectiek. Op een
bankje naast een bunker op een eiland, luisteren naar het ruisen van
de zee terwijl ik lees of schrijf. Zalig. Schiermonnikoog, ik kan er
wel aan wennen.
Ieder
geval gaan de volgende boeken mee. Ik hoop tijd en rust te vinden om
ze uit te lezen.
Carina
van Leeuwen - Nachtvlinder
Ian
Rankin - Tooth and nail
Lisa
Williamson - The art of being normal
Alex
Alex
Labels:
carina van leeuwen,
ian rankin,
katwijk,
lisa williamson,
noorwegen,
schiermonnikoog,
schotland,
strand,
vakantiekoffer,
x-box
Abonneren op:
Posts (Atom)




