Posts tonen met het label noorwegen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label noorwegen. Alle posts tonen

dinsdag 9 juli 2019

Nieuwe Unni Lindell

Vandaag komt het nieuwe boek van Unni Lindell De Drone uit.

In een verlaten militair kamp staat een man die een drone over het omringende bos laat vliegen. Hij filmt de omgeving, terwijl de zon langzaam ondergaat. Wanneer de drone over een open plek vliegt verschijnt er plotseling een tent op het scherm, met een vrouw erbij. Ze is alleen. Weet ze wel dat ze haar tent heeft opgezet op de plek waar vijf jaar geleden een gruwelijke moord is gepleegd?


Na een ongeluk anderhalf jaar geleden is politieagent Marian Dahle weer volledig aan het werk. Cato Isaksen zet haar op een moordzaak: er is een lijk aangetroffen in een tent. Tijdens het onderzoek ontmoet ze de zestienjarige Agnes. Wat Marian niet weet, is dat Agnes om een heel speciale reden van plan is om te gaan kamperen op een levensgevaarlijke plek.




Unni Lindell (Oslo, 1957) hoort bij de beste auteurs van Noorwegen. Voor haar misdaadromans wordt ze ook wel geroemd als de Noorse Queen of Crime. Voorheen werkte ze als freelance journalist, waarvoor ze een opleiding volgde aan de universiteit van Oslo. Al op jonge leeftijd wist ze dat ze boeken wilde schrijven. Haar eerste voorzichtige publicatie verscheen toen ze veertien jaar oud was. In 1986 debuteerde ze met het jeugdboek Den grønne dagen. 

In 1996 verscheen haar eerste misdaadroman, Slangenbaereren, naar het Nederlands vertaald als Het dertiende sterrenbeeld. Lindell introduceerde met dit succesvolle debuut de Oslose inspecteur Cato Isaksen, die in bijna al haar misdaadromans zou terugkeren. Voor het tweede deel Dromenvanger  (Drømmefangeren, 1999) ontving Lindell de Noorse ‘Riverton prisen’ voor beste Noorse misdaadroman. Inmiddels schreef ze deel tien in de reeks, Brudekisten  (2014), dat werd vertaald als Doodsbruid. Tussendoor in 2004 verscheen Roodkapje  (Rødhette), een psychologische thriller zonder Cato Isaksen. 

 Internationaal heeft ze zich inmiddels een miljoenenpubliek verworven. Haar werk werd in vele talen vertaald en is voortdurend in de bestsellerlijsten te vinden. Het grootste deel van haar thrillers werd tot film bewerkt. (Hebban)

vrijdag 14 juni 2019

Topselling auteur

Jo Nesbø (Oslo, 1960) is de succesvolste thrillerauteur van Noorwegen. Met het verschijnen van zijn nieuwste thriller Het mes  afgelopen dinsdag 11 juni zal het miljoenste Nederlandstalige exemplaar van het werk van Jo Nesbø worden verkocht.


In Het mes is Harry Hole terug naar waar het ooit begon. Hij is weer aan de drank, Rakel heeft hem verlaten, voorgoed dit keer, en hij woont opnieuw op zijn oude adres aan de Sofies gate. De politie in Oslo biedt hem een baan aan, maar hij mag alleen nog cold cases onderzoeken. Als na meer dan tien jaar gevangenis Svein Finne, de serieverkrachter en -moordenaar, weer op vrije voeten komt, is Hole ervan overtuigd dat hij opnieuw zal toeslaan.

Het is slechts de opmaat tot een veel grotere ramp. Want wanneer hij op een dag in zijn appartement ontwaakt na een nacht vol alcohol, ontdekt Harry dat hij besmeurd is met bloed. En dan begint zijn nachtmerrie die erger wordt dan hij ooit kon dromen.



Het werk van Jo Nesbø wordt in meer dan 50 landen uitgegeven en is bekroond met vele prijzen. Het mes is Nesbø's twaalfde thriller met Harry Hole in de hoofdrol. Wereldwijd zijn er meer dan 40 miljoen exemplaren van zijn boeken verkocht.

zondag 12 augustus 2018

Column Jack Schlimazlnik


Nordic Noir, de duistere kant van Scandinavië

Het is weer vakantietijd! Zijn we naar het zuiden geweest om aan de Middellandse Zee in het echt een vakantiethriller te beleven, of naar het noorden voor het duistere gevoel van de Nordic Noir?

In tegenstelling tot de vakantiethrillers, die doorgaans door Nederlandse auteurs worden geschreven, zijn de meeste Nordic Noirs geschreven door auteurs die in Scandinavië wonen: Noorwegen, Zweden, Denemarken, soms IJsland - Finse Nordic Noir is mij niet bekend. Eigenlijk best raar dat er in Nederland geen traditie bestaat van Polderthriller, ze zijn er natuurlijk wel, maar ze worden zo niet in de markt gezet, niet in Nederland en niet in het buitenland.

Van oudsher laat de Nordic Noir zien hoe het moet: je pakt wat stereotypen over het land (somber en eenzaam), beschrijft het landschap (somber en eenzaam) en authentieke inwoners (somber en eenzaam), en je laat er een moordenaar op los. Bij voorkeur een seriemoordenaar. Dat laatste hoeft niet realistisch te zijn, want het aantal echte moordzaken in Scandinavië blijft ver achter bij het aantal fictieve moorden in die landen. Het zou niet goed voor de bevolkingscijfers zijn als er echt zoveel moorden werden gepleegd.

Scandinavië, en dan met name Noorwegen en Zweden, hebben te kampen met leeglopende dorpen. Zo’n vijftien jaar terug was er in Nederland een campagne om werkzoekenden naar Noorwegen en Zweden te laten emigreren. Het was de bedoeling dat je daar dan werk zou vinden/scheppen in een kleine plaats, en dat je met de aanwezigheid van je gezin en bedrijf zou bijdragen aan de leefbaarheid, zoals het behoud van de basisschool en de dorpswinkel. In Nederland is dat verschijnsel ook bekend, onder meer in Noordoost-Groningen, de Noordoostpolder en de Hoekse Waard. Daar is veel leegstand en een laag niveau aan voorzieningen (scholen, gezondheidszorg, winkels, werk, openbaar vervoer). Dat levert een soort spooksteden op, maar in Nederland is men veel te keurig en sloopt men doorgaans wat vervallen dreigt te raken.

In Scandinavië laat men leegstaande huizen gewoon vervallen, zeker als ze wat afgelegen in het bos staan. Als je in de naaldwouden van Zweden een wandeling maakt, kun je zomaar ineens voor een “spookhuis” komen te staan: een verlaten houten “stuga” (in Noorwegen heten ze “hytte”), het huisraad er nog in, voor zover het niet naar buiten is gehaald door vandalen, vervallen en rottend, alsof je er elk moment een lijk kunt aantreffen.

Dat was tenminste wat ik jaren terug in Zweden aantrof, bij een avondwandeling. Eigenlijk ben je dan op zoek naar elanden of ander wild, en dan ineens staat er zo’n vervallen hut langs het bospad. Met schitterende authentieke, misschien antieke meubelen. In elk geval geen IKEA. Buiten vonden we de restanten van een arreslee. Je vraagt je af wat er is gebeurd met zo’n huis, dat in zijn gloriedagen zo mee had kunnen doen in het decor van Pippi Langkous of De kinderen van Bolderburen of hoe die idyllische kinderboeken ook heten.

Wat ik heb gezien in Scandinavië is niet het naargeestige dat je op tv ziet in de Nordic Noir series. Op IJsland was ik nog niet (staat op de bucketlist), Finland ook niet (ik ben bang dat de muggen, die er volop schijnen te zijn, een kampeervakantie verpesten), maar in de andere Scandinavische landen wel.
Noorwegen is een schitterend land, ruig, maar niet echt eng. Het enge is meer het autorijden, op de beruchte Trollstig (Trollstigen is het woord met -en als lidwoorduitgang), of op de vele onverharde wegen, of op wegen waar nog (of alweer) resten sneeuw liggen. Of waar je een kudde schapen of geiten voor de wielen krijgt. Mijn avonturen daar zijn niet zo heel spannend.

Het spannende begon er in Noorwegen mee dat de brandweer uitrukte, omdat ik de open haard in mijn appartement had aangestoken en de politie ook een kijkje kwam nemen. Ik zat rustig tv te kijken, drankje erbij. Omdat na verloop van tijd de blaas geleegd wilde worden, deed ik de deur naar de hal open om naar het toilet te gaan. In die hal hing de rookmelder, die prompt afging vanwege de rook die vanuit de kamer die (voor mij onopgemerkt) vol rook hing, omdat blijkbaar de schoorsteen niet goed trok - iets met een vogelnest of zo. Het appartementencomplex werd geëvacueerd voor we daar achter kwamen, en toen was het wachten op de brandweer.

Later in die vakantie landde een helikopter bij datzelfde complex, maar ik heb geen idee waarom. Wel stond iedereen buiten te kijken naar dat wentelwiekmatige geweld. Blijkbaar was men daar niet gewend dat er spannende dingen gebeuren. Wat me trouwens doet denken aan de Zweedse actie-komediefilm Kopps, waarin een politiebureau met sluiting wordt bedreigd, waarop de politieagenten, die merken dat hun baan op de tocht staat, zelf maar voor wat reuring zorgen.

Een hachelijk avontuur in Noorwegen was mijn bezoek aan Nygardsbreen (de Nygard-gletsjer). Ik had me wat verkeken op de afstand en de toegestane maximumsnelheid, waardoor ik pas laat in de middag bij de gletsjer arriveerde. Ik was te laat voor een tocht over de gletsjer met begeleiding van een gids. Wel kon ik meevaren met de schipper die de gletsjerwandelaars ging ophalen, maar dan moest ik zelf teruglopen. Hoewel de schipper best vriendelijk was (“Waar kom je vandaan?” “Nederland.” “Huh?” “Holland.” “Ah! Ajax!” “Nee, dat is Amsterdam.”) had hij me niet verteld dat er geen pad terug naar de parkeerplaats was of dat de bewegwijzering door het ruwe terrein te wensen over liet. Dus moest ik klauterend over rotsen en me door allerhande struiken worstelend terug, strategisch de oever van het gletsjermeer volgend, met de zonsondergang (Solnedgangen - “de zonsneergang”) op mijn hielen. Ik haalde het gelukkig wel, maar de tocht eindigde in een terugreis naar mijn appartement door het pikkedonker over een bergpas van 1172 meter hoog, vrijwel verlaten, op een enkele trucker na. Een landschap waaruit ik dankbaar inspiratie heb geput voor Stille wateren (in de Nordic Noir bundel van uitgeverij LetterRijn).

Minder hachelijk, maar wel spooky, was mijn verblijf in een ski-oord, in september. Er lag nog geen sneeuw, maar het leek op wat bij ons november kan zijn. Omdat ik langs de weg enorme borden zag met “Pas op, groot gevaar wegens elanden” (iets van “Stor elg fare” las ik), vroeg ik waar die beesten dan zaten. Nou, die komen dus niet boven de 800 meter of zo, waaruit blijkt dat elanden en rendieren intelligenter zijn dan mensen. En als ze er al zouden zijn, dan zou ik ze niet hebben gezien, want die bergtop met het ski-oord zat gewoon dagenlang in de wolken waarbij ik beslist niet in de wolken was, maar mijn toevlucht had gevonden in de sauna van de hytte. Ik kon vanuit het raam mijn auto niet eens zien, die voor de deur stond, laat staan Solnedgangen waarmee werd geadverteerd. En toen het wat optrok, bleef een spooky landschap achter, met bemoste dode bomen langs stille wateren, en op een verder verlaten hoogvlakte.

Zweden heeft een veel vriendelijker landschap dan het ruige Noorwegen. Het ligt aan de lijzijde van het gebergte dat ervoor zorgt dat het in Bergen, Noorwegen, zo’n 250 dagen per jaar regent. Dat is dus die stad waar de tv serie over speurder Varg Veum zich afspeelt en deels is opgenomen. In Zweden is het dus droger en vaker zonnig, met hoge temperaturen van een landklimaat in de zomer.
Dat naargeestige dat je ziet in de Zweedse krimi’s heb ik er niet gemerkt, misschien omdat ik er voornamelijk in de zomer was. Hoewel in je eentje in een stuga op een verder verlaten camping langs de snelweg kamperen ook niet echt een vrolijke bedoening is, al was het maar voor één nacht.
Toen ik voor de eerste keer in Zweden was, was er nog geen Øresundbrug. We gingen met de boot van Frederikshavn (Denemarken) naar Göteborg (Zweden) (een drama op zich omdat we een uur of drie moesten wachten voor we door de douane konden). Toen ik later de grens moest passeren, koos ik steeds voor het veer tussen Helsingborg (Zweden) en Helsingør (Denemarken), omdat je op de veerboot wel even wat kunt uitrusten met wat te eten en te drinken en op de brug niet (en de prijs van de overtocht en de tol voor de brug is hetzelfde). Dus heb ik de spectaculairste locatie van een Scandinavische tv-thriller gemist: Broen (Deens) of Bron (Zweeds), beter bekend als The Bridge.
Denemarken is op zijn eigen manier spectaculair. Het lijkt zo’n onschuldig land, met maar weinig echte Deense thrillers, en als het Deens is, dan vooral in en om Kopenhagen (København). Hoewel dat weinig zegt, want het van het rockfestival bekende Roskilde is gewoon met de “metro” vanuit Kopenhagen te bereiken. In dat Roskilde heb ik nog enkele benauwde ogenblikken meegemaakt in zo’n oude Vikingboot, want het leek de mensen die mij hadden uitgenodigd voor zo’n zeiltochtje geen probleem om met een windkracht van een Beaufort of 6, 7 het fjord op te gaan. Nou, dat hebben we geweten: pijlsnel vertrokken naar het noorden, maar terugkomen was een ander verhaal. Met zes man roeien had als enige effect dat we tenminste niet verder aan lagerwal raakten. Uiteindelijk zijn we door een motorsloep van het Vikingschipmuseum gered uit onze hachelijke situatie. Je zou er een thriller over kunnen schrijven.

Die Denen zijn sowieso een beetje raar. Vroeger was Denemarken veel groter, heel Zuid-Zweden (Skåne) was Deens, waardoor het erg op elkaar lijkt qua cultuur, maar ook het noorden van Duitsland was Deens, tot Hamburg aan toe. De Duitsers noemen dat Bundesland Schleswig-Holstein, de Denen hebben het echter over Zuid-Jutland. En in dat Zuid-Jutland heb ik een gruwelijk avontuur beleefd.
Ik stond met mijn tent op de Vikingcamping van Schleswig en wilde een korte wandeling maken om enkele van de runenstenen (replica’s) van Hedeby (Haithabu, de archeologische site van een belangrijke handelsstad uit de Vikingtijd) te bekijken. Die archeologische vindplaats lag tegenover de camping, dus de weg over en gaan wandelen. Fraaie runenstenen, dat wel. Ze stonden op de plaats waar ooit de echte stenen waren aangetroffen. Een deel van de Vikingstad Haithabu is als archeologisch park gereconstrueerd, een soort Archeon. Het was al dicht, want het was al wat later op de dag. De schemering viel in. Toch wilde ik de voor mij laatste runensteen in het gebied, de meest zuidelijke, ook nog zien. Toen ik daar aankwam, hoorde ik een uiterst merkwaardig geluid. Een soort gejank, maar dan heel erg luid. Het was bijzonder angstaanjagend, omdat ik geen idee had waar dat geluid vandaan kwam. Tegelijkertijd zag ik dat het tijd was om terug naar de camping te gaan. Ik kon dezelfde weg teruggaan, of via de andere oever van de baai. Ik besloot de andere oever te nemen. Dat gejank -misschien was het een sirene? Maar voor welke ramp?- ging me wel op mijn zenuwen werken, dus het traject door het verlaten moeras legde ik best vlot af. Inmiddels werd het ècht donker. Voor mij lag het pad terug naar de camping, dwars door het bos. Waar in het moeras de vale lucht nog voldoende licht had gegeven, was daar in het bos geen sprake meer van: het bladerdak hield al het schemerlicht tegen en verzonk de omgeving in diepe schaduwen. Het was te laat om terug te keren. Ik moest verder door dat bos. Ik zag bijna geen hand voor ogen, letterlijk, als ik mijn hand voor mijn ogen hield, zag ik slechts een vage grijze schim van een hand. Dat janken ging ook maar door, en de stiltes ertussen waren onheilspellend. Ik was erg bang, vooral dat ik zou vallen op het voor mij onbekende pad en dan hulpeloos alleen gewond de nacht in moest gaan. Mobiele telefoon? Lag in de auto op te laden, dus ik kon niemand bellen (en wie zou ik hebben moeten bellen? Het was geen smartphone, dus geen idee wie ik in Zuid-Jutland kon bereiken voor hulp). Ik had alleen een fototoestel mee. Geen zaklamp. Gelukkig viel ik niet, hoewel de bosbodem er onregelmatig genoeg voor was. In het duister arriveerde ik gezond en wel op de camping en genoot van een welverdiende nachtrust.

Ik las laatst over Susanna Janssons boek Offermossen (Het offermoeras). Daarbij denk ik dan aan dat naargeestige moeras van het heidense Haithabu en dat gruwelijke gejank. Ik kan me zo goed voorstellen dat daar offers hebben plaatsgevonden.
Dat angstaanjagende gejank bleek achteraf afkomstig te zijn van de straaljagers op een vliegveld van de Duitse luchtmacht, dat ik niet zag door de bomen, maar dat heel dichtbij was.

Dus ondanks alle succesvolle Nordic Noir thrillers is Scandinavië in de zomer en het najaar lang niet zo gruwelijk als wat je vermoedt als je de thrillers op tv kijkt of de boeken leest. Zelfs de IKEA op tweede Paasdag steekt er qua horror bleekjes bij af. Geen wonder dat de schrijvers daar talloze seriemoordenaars aan de werkelijkheid toevoegen. Je moet wat als je woont in een omgeving waar nooit echt iets gebeurd.

Naar welk gruwelijk oord voerde jouw vakantie je dit jaar?

Eigenlijk wil ik ooit nog eens naar Engeland, maar gezien het aantal moorden dat alleen al in Causton, Midsomer wordt gepleegd, lijkt me dat levensgevaarlijk!

dinsdag 26 september 2017

De dorst van Jo Nesbo

Titel: De Dorst
Auteur: Jo Nesbo
Uitgeverij Cargo
539 bladzijden

Over de auteur
Jo Nesbo (Oslo, 1960) is de succesvolste thrillerauteur van Noorwegen en won al vele prijzen voor zijn boeken. Zijn werk wordt in meer dan vijftig landen uitgegeven en wereldwijd verkocht hij meer dan 33 miljoen exemplaren. De Dorst is Nesbo’s elfde thriller met Harry Hole in de hoofdrol.


Samenvatting
Een Tinder-date wordt een jonge vrouw fataal. Op een bijzonder agressieve manier is zij om het leven gebracht door een moordenaar die haar thuis opwachtte.
De zaak wordt groots in de media uitgemeten en de politie voelt zich daardoor enorm onder druk gezet om de moord op te lossen. Katrine Bratt, nu aan het hoofd van de afdeling Geweld, en haar team doen hun best, maar Katrine weet eigenlijk wel dat er maar één iemand is die deze zaak zou kunnen oplossen: Harry Hole. 
Maar Harry heeft hier helemaal geen zin in. Hij is weer docent aan de politieacademie, geniet van zijn rustige leven met Rakel en vindt het allemaal wel prima…tenminste…dat maakt hij zichzelf wijs. Hoofdcommissaris Mikael Bellman neemt met Harry’s ‘nee’ geen genoegen en heeft zo zijn eigen manier om Hole over te halen: ‘nee’ zeggen is dan geen optie meer.

Als Hole zich in de zaak verdiept, krijgt hij al vrij snel het vermoeden dat ze op zoek zijn naar iemand die eerder door zijn vingers glipte…

De doden waren de doden.
En de levenden gingen snel dood.
Er zijn meerdere series met een rechercheur in de hoofdrol die aan de drank is (geweest) of worstelt met een andere verslaving, doet waar hij zelf zin in heeft, vaak doet voordat hij (of zij) nadenkt over de eventuele gevolgen daarvan en het liefst in zijn/haar eentje werkt. Als het gaat om eigenzinnige rechercheurs staat Harry Hole voor mij met stip op nummer een en is hij nog steeds een van mijn meest favoriete hoofdpersonages.
In Politie trouwde Harry eindelijk (ein-de-lijk!) met zijn Rakel en hij is uitermate tevreden. Gelukkig zelfs. Maar toch ook weer niet, want hij is als de dood dat hij Rakel kwijtraakt en als dat zou gebeuren, dat dat dan zijn eigen stomme schuld zal zijn. Geluk is een vergankelijk iets en kan nooit lang duren, zeker niet als je Harry Hole heet.

Wanneer ik over dat flinterdunne laagje ijs van geluk loop dan ben ik doodsbang, zo bang dat ik wens dat het voorbij is, dat ik al in het water lig.
Het verhaal begint met de Tinder-date van Elise met Geir. Een date die wat haar betreft niet voor herhaling vatbaar is en ze gaat, net als Geir, teleurgesteld naar huis. Meteen in dit eerste hoofdstuk laat Nesbo al een klein beetje zien waar hij zo goed in is. Je volgt als lezer twee mensen die naar huis gaan en je krijgt bij beiden een onheilspellend gevoel. Je weet gewoon dat het voor een van de twee niet goed afloopt of geldt dat voor allebei?

Los van de korte alinea in de proloog (een proloog waarbij je je afvraagt ‘gebeurt dit echt of is het een droom?’), duurt het een bladzijde of 70 voordat Harry ook daadwerkelijk zijn opwachting maakt, maar vanaf het begin proef je al wel zijn aanwezigheid. Tegen wil en dank wordt Harry bij het onderzoek naar de Tinder-moord betrokken en de jacht op een seriemoordenaar wordt geopend. Harry is er van overtuigd dat er maar een iemand de dader kan zijn, maar hoe vindt je iemand waarvan je niet weet hoe hij er precies uitziet? En diegenen die het wel weten, kunnen het niet meer navertellen.

De dorst is een geweldig boek, een klopjacht naar een bloeddorstige moordenaar enerzijds en aan de andere kant is er de innerlijke strijd die Harry bezighoudt, de worsteling met zijn verslavingen, zíjn dorst en vooral zijn grootste angst om toe te geven aan die dorst. Een angst die bijna werkelijkheid wordt op het moment dat het leven van Rakel aan een zijden draadje hangt en Harry in een diep dal verdwijnt. De dorst is een perfect gekozen titel die op meerdere manieren opgevat kan worden en op meerdere personages betrekking heeft.
De spanning en snelheid in De dorst is continue aanwezig. Nesbo gooit behoorlijk veel lijntjes uit en weet de lezer steeds op het verkeerde been te zetten (‘neeeheee doe dat nou niet!’) en net als je denkt ‘aha, zo zit het’, dan gaat het verhaal toch weer een andere kant op. Soms zit je gewoon met open mond van verbazing en vraag je je af hoe het dan allemaal weer bij elkaar komt. Maar dat doet het en hoe. Nesbo is een meesterlijke verteller, weet personages haarscherp neer te zetten en ik kan alleen maar hopen dat hij nog lang niet klaar is met Harry Hole. Een personage dat blijft fascineren. Na elf boeken verveelt Hole nog geen moment!

‘Je staat nog steeds droog, Harry?’
‘Als een Noorse oliebron, chef.’
‘Hm, je wéét dat de Noorse oliebronnen niet droogstaan, ze zijn alleen dichtgedraaid tot de olieprijzen weer stijgen.’
‘Dat was het beeld dat ik wenste te communiceren, ja.’

Leesplezier 5
Schrijfstijl 5
Plot 4,5
Originaliteit 4
Psychologie 5
Spanning 5

5 sterren (afgerond) voor De Dorst.

Koop bij bol.com

Miriam

zondag 4 september 2016

De lees- en wandelvakantie van Heidi

Op het moment dat ik met samengeknepen billen, op een hoogte van 1860 meter, samen met mijn man en kinderen met de auto, een berg in Noorwegen besteeg, waarbij diepe afgronden me als een gevaarlijke roofvogels aankeken en het angstzweet me van het hoofd druppelde, kreeg ik een bericht van Ink op m’n telefoon binnen of het me leuk leek om een leesweek te schrijven.
Eventjes was ik de diepte vergeten en kon ik mijn vastgehouden adem laten ontsnappen.
Met nieuw gevonden moed antwoordde ik dat me het erg leuk leek en dat de timing weer magnifiek was, omdat ik inmiddels op eenzame hoogte tussen de sneeuw was aangekomen.
Er was nog een klein probleempje, ik moest ook weer met de auto naar beneden. Ik denk dat ik ook wel lopend mocht van m’n man, maar dit zag ik zelf niet zo zitten.
Ink wenste me alvast veel succes en praatte me vooral veel moed in.
Gelukkig is mijn man een ware coureur in de bergen en viel de rit naar beneden achteraf best mee.
Inmiddels was onze vakantie al een paar dagen oud.

Het begon allemaal met een autorit naar Denemarken, die eigenlijk best goed verliep; de kinderen vermaakten zich goed met hun tablet.
Mijn man genoot van het autorijden en ik begon met het lezen van Een stap te ver van Tina Seskis, een redelijk verhaal, maar waar echte spanning ontbrak.
Ik had me voorgenomen om op de Stena Line heerlijk verder te lezen.
Helaas liep dit een beetje anders, op het moment dat het schip op open zee kwam, was het ook met mijn oriëntatie gedaan en kreeg ik spontaan zeemansbenen waarbij recht lopen plotseling niet meer kon, laat staan een boek lezen. Na een vaartocht van elf uur, kwamen we aan in Oslo en stond ik weer stevig op mijn benen.

Vanaf hier konden we onze vakantie voortzetten en vervolgden we onze weg richting ons eerste vakantieadres. Een fijn appartement met uitzicht op de bergen en water en wat nog belangrijker en vooral niet vanzelfsprekend in Noorwegen is, het was prachtig weer.
Na een verkwikkende nachtrust en een goed ontbijt, besloten we dat het de perfecte dag was om de Preikostolen te beklimmen.
Een wandeltocht van 4 kilometer, met flinke stijgingen en heel wat zweetdruppels later, kwamen we eindelijk op de magische plek aan en dook een duizelingwekkende afgrond van 600 meter voor ons op.
Samen met mijn zoon ben ik plat op mijn buik gaan liggen en hebben we over het randje gekeken, wat voor een spontane kanteling van mijn maag zorgde.
Nadat we een poos hadden genoten van het uitzicht en onze lunch hadden genuttigd, besloten we dat het tijd werd om terug te gaan.
Toen we weer beneden waren, hadden we er een flinke wandeling opzitten van 5 uur, maar het was het meer dan waard.
Voldaan reden we terug naar ons vakantieadres.
De volgende dag kwam ik erachter dat mijn kuit een spier was en besloten we een rustdag in te plannen. Nadat ik mijn spieren even een dag rust had gegund, zagen we een mooie wandelroute, die ons wel wat leek. Vol goede moed gingen we van start, het was een bergroute van 9 km, dus best te doen. Toch werd die route op de één of andere onverklaarbare reden ineens langer en toen we terug kwamen bleken we 18 km te hebben gelopen.

Ik moet er niet aan denken omdat hier in Nederland te moeten doen, maar de natuur is in Noorwegen zo ongerept en mooi, dat die kilometers voorbij vlogen.
De kinderen vonden het prachtig en wilden eigenlijk de volgende dag wel weer lopen, maar wij besloten dat we nu maar eens een autoroute gingen rijden, waarbij we een prachtige waterval gingen bezichtigen en vooral onze oude spieren wat rust te gunnen.

Na een week op het eerste adres te hebben gezeten, was het tijd om een deurtje verder te gaan en reden we via de prachtigste wegen naar ons tweede adres.
Een echte berghut bij een boerengezin, waar het uitzicht al weer zo mooi was. Daar begon ik ook te lezen in mijn tweede boek van de vakantie, Zusjes van Chevy Stevens, een echte aanrader.

Al moest ik tijdens het lezen wel af en toe denken aan de boer waarvan wij het huisje huurden omdat ik enige overeenkomsten zag en de rillingen liepen me over de rug.
Ook op deze plek hebben we weer de prachtigste dingen gezien, zoals de Briksdalsbreen, een zijarm van de Jostedalsbreen, de grootste gletsjer van het vaste land van Europa, met een omvang van 487 m2.
Je voelt je dan als mens zo klein en nietig als je geniet van deze natuurverschijnselen en het zet je weer met beide benen op de grond.
Toch hadden we tijdens de vakantie een regendag, wat meer regel dan uitzondering is in Noorwegen, dus besloot ik dat het hoog tijd werd om naar een boekwinkel op zoek te gaan. Ik kom al meerdere jaren in Noorwegen maar was nog nooit in een boekwinkel geweest.
Na wat navraag bij een Noor, kwam ik erachter dat er op een klein half uurtje rijden eentje zat.

Met enthousiasme sleepte ik mijn hele gezin mee in de auto en reden we langs een regenachtig fjord richting de plek waar ik me als een vis in het water voel; een echte boekwinkel.
Daar aangekomen keek ik mijn ogen uit, wat zag ik veel boeken die ik herkende omdat ik ze zelf gelezen had, bijvoorbeeld de boeken van M.J. Arlidge en wat leuk om te zien dat ze daar hele andere covers hebben.

Ook zat er een prijsstickertje op, nieuwsgierig vroeg ik mijn man om eens te kijken wat hier de boeken kosten, daar schrok ik wel een klein beetje van, je betaalt daar namelijk zo 37,50 euro voor een boek! 

Eigenlijk had ik het ook wel een beetje kunnen verwachten omdat het levensonderhoud behoorlijk duurder is in Noorwegen, maar het loon ligt ook hoger, dus daar is het gewoon. Toch vond ik het erg interessant om daar eens in een boekwinkel te snuffelen, voldaan reden we weer naar huis.

De laatste vakantiedag brak aan, ook deze was enigszins regenachtig, dus konden we mooi op trollenjacht gaan. Ik had Ink beloofd een mooi exemplaar voor haar te kopen, als ik er eentje tegen kwam en daar stond hij; een echte trol. Mooie bijkomstigheid, het waren er drie, met een boek in de handen, mooier kon niet. Deze ging mee naar Nederland en binnenkort gaat hij aan zijn laatste reis richting Brabant beginnen.

Maar eerst ga ik zelf even bijkomen van de vakantie, waarbij lezen en leuke dagjes weg afgewisseld werden en waar vooral volop genoten werd.

Heidi



maandag 4 juli 2016

De vakantiekoffer van Alex

29 juli en dan zit het er weer op.
Dan begint eindelijk mijn vakantie. Twee weken lang helemaal niets doen. Mijn wederhelft heeft dit jaar maar een week vakantie, dus ik mag mezelf een week lang vermaken. Met andere woorden, bankhangen, tv-kijken, X-boxen en lekker niets doen. Niet aan werk denken of andere verantwoordelijkheden die het hele jaar om aandacht schreeuwen.
Op de planning staat dan nog wel de tuin aanpakken en troep opruimen, maar dit staat niet hoog op het prioriteitenlijstje.
De echte vakantie begint eigenlijk een week later, op 5 augustus. We gaan dan voor de derde keer naar mijn favoriete eiland, in Nederland dan; Schiermonnikoog. In korte tijd ben ik behoorlijk verliefd geworden op dit stukje aarde. Of ik er zou willen wonen? Ik denk het niet, het moet wel speciaal blijven.

Mijn favoriete vakanties bestaan eigenlijk aan plaatsen die vrij weinig met warm weer te maken hebben; Nederland, Noorwegen, Schotland. Ik heb Spanje een paar keer een kans gegeven, maar mijn idee van vakantie bestaat niet uit twee weken lang op een laken naast het zwembad van het hotel. Ik woon 5 kilometer van het Katwijkse strand, het is alweer een paar jaar terug dat ik daar vrijwillig op het zand in de zon heb gelegen. Overigens gaat de hagelslag en pindakaas wel overal mee naartoe, ik wil best in een ander land verblijven maar het moet wel een beetje als thuis voelen.
Ik wil ook niet al teveel moeite doen eigenlijk in een vakantie. Echt avontuurlijk ben ik niet, het klinkt wel leuk maar mij teveel moeite. Doe mij maar gewoon een appartement of huisje in plaats van een tentje in de bergen. Een beetje een luxebeest ben ik wel.
Ook wil ik wel wat zien van de omgeving. Een museum hier en daar, culturele uitspattingen, beetje winkelen en veel wandelen. Klinkt wel als veel moeite en druk, maar toch een enorm verschil met de dagelijkse sleur. Even tijd voor mezelf pakken in de hectiek. Op een bankje naast een bunker op een eiland, luisteren naar het ruisen van de zee terwijl ik lees of schrijf. Zalig. Schiermonnikoog, ik kan er wel aan wennen.

Ieder geval gaan de volgende boeken mee. Ik hoop tijd en rust te vinden om ze uit te lezen.

Carina van Leeuwen - Nachtvlinder
Ian Rankin - Tooth and nail
Lisa Williamson - The art of being normal

Alex