Posts tonen met het label Bloedlijn. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Bloedlijn. Alle posts tonen

dinsdag 22 november 2022

Interview met Kevin Valgaeren

 


Hoeft K. R. Valgaeren nog geïntroduceerd te worden? Jaren voordat zijn eerste boek verscheen, was hij reeds gebeten door het schrijversvirus.  Met zijn debuut De Ziener (2011) won hij in 2012 de Schaduwprijs voor het beste spannende debuut in de Nederlandse taal. Daarna volgden Bloedlijn (2012), Seance (2016), Blackwell (2018), Engelenlust (2019) en Het offer van Scarlington (2020). Eerder dit jaar kwam de herwerkte versie van De Ziener uit. In oktober volgde de nieuwe editie van Bloedlijn: het tweede deel in het tweeluik rond David Mayfair. Thrillerlezers! toog richting Leuven.

 

Dag Kevin. Het tweeluik rond David Mayfair ligt nu herwerkt in de winkel. Wat doet dat met de schrijver?

 

De nieuwe edities van De Ziener en Bloedlijn kwamen er op vraag van de lezers. Op zich is dat voor een auteur al een reusachtig compliment. Toen uitgeverij Houtekiet ervoor zorgde dat er aan die vraag werd voldaan, kon ik mij alleen maar een erg gelukkig man voelen. Boeken in het spannende genre, zeker als ze van Nederlandstalige auteurs zijn, krijgen niet vaak nieuwe uitgaves. Meestal blijft het bij een eerste druk en eventueel enkele bijdrukken en daarna is het verhaal uit. Het is dus een hele eer dat beide boeken op deze manier een tweede leven hebben gekregen.

 

Betekent dit dat het verhaal van David nu definitief is geschreven? Wat verkies jij eigenlijk zelf, een open of gesloten einde?

 

Geloof nooit wat een schrijver zegt, maar ik denk dat Davids verhaal nu wel verteld is. Toen Bloedlijn tien jaar geleden voor het eerst verscheen had het boek een open einde. De vraag die daarin niet beantwoord werd, was of David al dan niet zijn Sterre zou redden door haar het eeuwige leven te schenken. Voor mij was het antwoord duidelijk en ik meende dat lezers dat einde ook voor zichzelf konden invullen, maar daar heb ik mij in vergist. Vandaar dat er in de nieuwe editie van Bloedlijn een lang hoofdstuk is toegevoegd om het verhaal beter af te ronden. Persoonlijk heb ik geen probleem met open eindes, want vind ik het vaak ongeloofwaardig wanneer in spannende en vooral griezelige verhalen alles op de laatste pagina goedkomt. Wie mijn boeken leest zal vast gemerkt hebben dat ik mijn personages, die vaak gruwelijke dingen hebben meegemaakt, moeilijk met de glimlach naar huis kan sturen. Dergelijke gebeurtenissen laten, net als in het echte leven, littekens na en die moet je in het laatste hoofdstuk niet verbergen.

 

Waarom besloot je de twee boeken te herwerken en opnieuw uit te geven?



 

Eigenlijk was het een samenloop van omstandigheden. Ten eerste kreeg ik wekelijks de vraag van iemand of ik nog exemplaren van die boeken had. Ze waren populair, maar niet meer in de handel verkrijgbaar. Ten tweede had ik minder tijd om nieuw materiaal te schrijven, omdat ik op korte tijd tweemaal vader ben geworden. Ten derde vond mijn uitgever het een goed idee om die boeken opnieuw uit te geven. De timing zat dus goed, alleen was mijn voorwaarde dat ik zowel De Ziener als Bloedlijn grondig wou herwerken en opnieuw wou laten redigeren, zodat ze er niet alleen fris uitzagen, maar ook een meerwaarde kregen voor die mensen die de boeken al hadden gelezen.

 

Je mag hier je boek promoten. Hoe overtuig je de Thrillerlezers dat ze dit boek absoluut moeten lezen?

 

Een auteur is naar mijn mening de slechtst mogelijke promotor van zijn eigen werk, omdat hij onmogelijk objectief kan zijn. Dat gezegd zijnde, er zijn verschillende soorten spannende boeken: misdaadverhalen, psychologische thrillers, horror, fantasy, sciencefiction, noem maar op, en iedereen heeft zijn of haar voorkeur. Mijn boeken zijn klassieke griezelverhalen in een nieuw kleedje. Gothic Novels die het vooral van de sfeer en de personages moeten hebben, vaak een historische, op feiten gebaseerd verhaal hebben en misschien qua stijl wat meer te bieden hebben dan andere verhalen uit het genre. De diehard liefhebber van horrorverhalen zal misschien wat teleurgesteld achterblijven, maar iemand die doorgaans stellig van het genre wegblijft, zou wel eens aangenaam verrast kunnen worden. Mijn boeken zijn misschien nog het best te omschrijven als een kruising tussen het werk van Charles Dickens, Anne Rice en Stephen King, zonder mij aan die grote namen te willen meten.


 

Je wijdde al heel wat inkt aan Gothic Novels. Maakt de Gothic deel uit van je dagelijkse leven?

 

Als je daarmee bedoelt dat ik naar aangepaste muziek luister, ik overdag mijn gezicht wit verf, zwarte lijnen onder mijn ogen trek en in lange, zwarte gewaden getooid ga die ik in de carnavalwinkel heb gekocht, dan is het antwoord negatief. Voor de rest spendeer ik wel veel tijd aan mijn studie van het genre, kijk en lees ik veel duistere films en boeken, en bezoek ik graag plekken die belangrijk zijn geweest voor de evolutie van de Gothic. Maar met Halloween blijf ik dus lekker thuis, want ik heb een bloedhekel aan verkleedpartijtjes en de muren van mijn werkkamer zijn gewoon wit.

 

Zieners, vampiers en spekters. Als welke verschijningsvorm zou jij op je best zijn, denk je?

 

Als geesten bestaan, dan zou ik er schrik van hebben. Dus, als Ziener zou ik eerder een Werner van Lissum zijn: iemand die spekters kan waarnemen maar zijn gave haat. Als geest zou ik bang zijn van mezelf en volgens mij is het ook geen prettig bestaan. Ik ga dus voor de vampier, op voorwaarde dat ik eerst tien kilo mag afvallen, want de eeuwigheid wil ik alleen trotseren als ik in topconditie ben. Die eeuwigheid zou mij veel meer tijd geven om alle boeken te lezen die ik nog wil lezen en alle verhalen te schrijven die ik nog wil vertellen. Daarnaast zou ik met mijn bovennatuurlijke ogen nooit genoeg kunnen krijgen van al het moois dat de planeet ons te bieden heeft. Dat ik daarvoor op gezette tijden eens in de hals van een mindere moet prikken, neem ik er hoogstwaarschijnlijk graag bij.

 

De hoofdpersonages houden allen een dagboek bij. Herken je dat ook voor jezelf?

 

Helaas, ik maak erg veel notities en mijn bureau ligt volt met papiertjes waarop staat wat ik nog allemaal moet doen, maar een dagboek heb ik niet.

 

Wat schrijven betreft, David gebruikt heel graag de vulpen van Sterre. Zit daar een betekenis achter? Schrijf jij met pen of op de pc?

 

Ik ben inderdaad een verzamelaar van mooie pennen en de daarbij horende inkten. Ik schrijf al mijn verhalen eerst met een pen en daarna gaat alles in de computer. Dat proces is waarschijnlijk niet bevorderlijk voor de productiviteit, maar het tempo waarmee ik met de hand schrijf, past beter bij het tempo waarmee de zinnen zich in mijn hoofd vormen. Als ik op de computer schrijf, zit ik vaak te staren naar een flikkerende cursor of te rammen op de backspacetoets en dat vind ik niet prettig.

 

De schrijver K. R. Valgaeren is heel present in het boek: als auteur van een krantenartikel, in de ik-vorm in de verschillende personages. Is het omdat je tijdens het schrijven zo opgaat in het verhaal?


 

Die initialen op het einde van het krantenartikel was eigenlijk een grapje. Leuk dat je hebt opgemerkt. In de literatuurwetenschap bestaat er echter zoiets als intentional fallacy. Daarmee wordt bedoeld dat je nooit mag aannemen dat wat de personages en de verteller zeggen ook de mening of intentie van de auteur is. In de dagboekfragmenten in Bloedlijn zijn de personages aan het woord en niet ik, maar omdat ik tijdens het schrijven volledig opga in het verhaal, zou het best wel eens kunnen dat ik het met de personages eens ben, hoewel het omgekeerde ook vaak het geval is. Personages zijn het allerbelangrijkste in een verhaal. Daarom beeld ik me vaak in dat ik een acteur ben die de personages speelt terwijl de tekst nog geschreven moet worden. Op den duur moet ik daar niet meer bij nadenken en schrijven de personages hun eigen verhaal, zonder dat ik daar weinig over te zeggen heb. Dat is heel boeiend, want zij kunnen de gebeurtenissen een andere richting uitsturen dan wat ik in mijn hoofd had.

 

Hoe voelt het om deel uit te maken van het leven van Zieners, vampiers, spekters? Maken ‘gore’ passages je, net als sommige van je lezers, waaronder Karin K., ook misselijk en emotionele passages emotioneel of beleef je dat als schrijver op een andere manier?

 

Ik denk dat je als schrijver alles intenser beleeft dan een lezer, deels door wat ik daarnet zei. Maar het is niet zo dat ik tijdens het schrijven zit te huiveren, kokhalzen of huilen. Een uitzondering was misschien Engelenlust omdat het in dat boek nodig was om erg ver en diep te gaan. Ik kan niet ontkennen dat ik toen een paar keer heb moeten slikken.

 

Tegelijkertijd maak je ook van de gelegenheid gebruik om hier en daar kritiek te uiten op bv. de ruimtelijke ordening in Turnhout: mooie huizen/gebouwen die zijn verdwenen, dat zijn zaken die pijn doen?

 


Ik geef toe dat ik het op dat gebied eens ben met de opmerkingen van de personages. In de jaren zestig van de vorige eeuw zijn er in Turnhout en elders in naam van de vooruitgang veel mooie gebouwen tegen de vlakte gegaan om plaats te ruimen voor moderne, betonnen monsters. Een recent voorbeeld daarvan in Turnhout is het Turnova project. In het midden van de stad staat sinds enkele jaren een reusachtige, witte woontoren: een prestigeproject waarover decennialang werd gediscussieerd en dat pijn doet aan de ogen. De Turnhoutse skyline, voorheen een fier schouwspel met mooie kerktorens, wordt vandaag gedomineerd door die toren. Het is zelfs zo erg dat je hem vanuit het natuurgebied de Liereman, waar Bloedlijn zich deels afspeelt, kunt zien. Valt het op dat ik daar een beetje boos van word?

 

Zijn er onderwerpen die je nooit zou durven aankaarten in jouw verhalen?

 

Ik kan er niet meteen enkele bedenken, tenzij het onderwerpen zijn die mij minder interesseren. Als ik toch iets moet noemen. Je zal mij niet snel betrappen op het schrijven van een hedendaags politieverhaal, omdat je je dan moet verdiepen in gerechtelijke en politionele procedures en daar heb ik geen zin in. Ik betrap me er zelf wel op dat veel van mijn boeken het impliciet hebben over de positie en de rechten van de vrouw. Meestal is dat in een historische context, maar dat is vandaag nog steeds relevant. In Seance is het hoofdpersonage niet meteen vrouwvriendelijk. Dat heeft deels te maken met de tijdsgeest, maar ook met zijn laffe karakter. In Het offer van Scarlington staat een geperverteerde patriarchale maatschappij lijnrecht tegenover de vrouw van Jericho Blackwell, die een feministe is voor dat er van dat woord sprake was.

 

Werner van Lissum las de zeven delen uit de Harry Potterreeks. Ook een guilty pleasure van jou?

 

Absoluut! Het is te zeggen, ik vind het geen guilty pleasure. De boeken van Rowling zijn simpelweg steengoed.

 

Marcus en Celine beschikken over een indrukwekkende boekencollectie. Als auteur laat je duidelijk blijken dat sommige collecties jou het water in de mond doen lopen. Ben jij de trotse bezitter van één of andere bijzondere collectie? Welke collectie zou jou absoluut oneindig gelukkig maken?

 

Ik geef toe dat mijn vrouw en ik zoveel boeken hebben dat we niet weten waar ze op te bergen. Dat is vermoedelijk het gevolg van het feit dat ik overdag een boekhandelaar ben. Er zijn zeker boeken waar ik week van wordt: eerste edities uit lang vervlogen tijden, bijvoorbeeld. In mijn collectie heb ik een paar boeken waar ik trots op ben. Er zijn veel gesigneerde edities, waaronder een exemplaar van De Vlaschaard van Stijn Streuvels. Er is een eerste editie van Streuvels’ Genoveva van Brabant uit 1919, de Amerikaanse eerste edities van Anne Rice’s The Vampire Chronicles en een facsimile van de eerste druk van Stokers Dracula. Die boeken hebben niet per se een hoge geldelijke waarde, maar wel een persoonlijke en dat is het belangrijkste vind ik.

 

Heeft (Oud-)Turnhout een reputatie wat bovennatuurlijke verschijnselen betreft? Kwam je zelf wel eens bij de Echelkuil? Om bloedzuigers te spotten/vangen?

 

Nee, er valt in Turnhout en omgeving weinig bovennatuurlijks te beleven, hoewel de Kempen vruchtbare bodem is voor volksverhalen. De echelkuilen in landschap De Liereman liggen op wandelafstand van mijn ouderlijke woonst en die ligt, nota bene, vijftig meter van het huis waar David Mayfair opgroeide en honderd meter van het appartement van Sterre. Dus, ik kwam geregeld in de Liereman en durfde soms wel eens een bezoekje aan het Jachthuis te brengen, hoewel dat eigenlijk privédomein is. Na de eerste publicatie van Bloedlijn, mocht ik op uitnodiging van de familie Misonne het Jachthuis vanbinnen gaan bezoeken, waarna we een wandeling rond de voormalige kweekpoelen voor bloedzuigers hebben gemaakt. Blijkt dat daar vandaag nog steeds bloedzuigers zitten. We hebben er toen zelfs een paar gevangen.

 

Stel: je wordt herboren als vampier. Zou je in België blijven of naar het land van Bram Stoker vertrekken? Waar zou jij als vampier het best gedijen?

 

Als vampier heb je natuurlijk tijd zat en ben je niet gebonden aan een bepaalde locatie. Dus, als ik vampier was, zou ik als thuisbasis een middelgroot huis met veel boeken in het Lake District nemen en een appartement in Londen. Maar niets zou mij tegenhouden om de rest van de wereld te ontdekken, op zoek naar soortgenoten.

 

Als vampier, welke van jouw menselijke trekken zou je koste wat kost verdedigen en willen behouden?

 

Ik vind respect, eerlijkheid en integriteit enorm belangrijke eigenschappen. Die zou ik koste wat kost bewaken.

 

En dan dient zich een bovennatuurlijk buitenkansje aan: je gaat terug in de tijd en je mag Bram Stoker ontmoeten. Wat zou je samen met hem willen doen?

 

Haha, ik zou eerst een beetje bijpraten met hem op café, maar ik vermoed dat hij mij in een mum van tijd onder tafel drinkt. Daarna mag hij mij een rondleiding geven in het Lyceum Theatre in het Londen van zijn tijd. Schrijven was namelijk niet Stokers hoofdberoep. Hij was destijds de zakelijk leider van dat theater en de manager van de wereldberoemde Shakespeareacteur Henry Irving, die een inspiratiebron was voor het hoofdpersonage in Dracula. Het theater is vandaag vooral bekend als de thuisbasis van de musical The Lion King.

 

Er is interesse om het verhaal van David te verfilmen. Wie zou je als regisseur willen? Wie zie je in de belangrijkste rollen?  Zou je zelf een rol in de film willen? Welke?

 

Moeilijke vragen met veel mogelijke antwoorden. Mike Flanagan is tegenwoordig een van de meest populaire griezelregisseurs, dus die mag van mij een poging wagen, op voorwaarde dat ik over zijn schouder mag meekijken, want soms slaat hij de bal wel eens mis. Timothée Chalamet is een sterke acteur die in de huid van David kan kruipen. Dakota Fanning als Sterre? Of is zij al te oud? En misschien Luke Evans als Valeth. Die is zeker en vast te oud voor de rol, maar dat was Antonio Banderas ook, toen die in Interview With the Vampire Armand vertolkte en daar heeft ook niemand over geklaagd. Voor mij hoeft er niet meteen een rol klaar te liggen. Ik werk liever achter de schermen mee. Als het dan toch moet, dan kies voor een cameo. Dat is altijd leuk.

 

Deze tijd van het jaar leent zich uitstekend tot het lezen van gothic novels. Wat lees jij tegenwoordig? Een gothic novel?


 

Ik lees verschillende dingen door elkaar en sinds ik kinderen heb minder dan ik zou willen. Op dit moment lees ik L van Marita Mathijsen. Dat is een bijzonder goed en mooi boek over de Nederlandse literatuur van de negentiende eeuw, maar dan geschreven vanuit het standpunt van de lezer van die tijd. Waar haalde hij zijn boeken vandaan? En las de lezer van toen vooral de werken die zijn opgenomen in de Canon, of waren dat andere titels? Ik heb ook net Hell House van Richard Matheson uit. Dat is een moderne klassieker die bekend staat als het beste boek over een spookhuis ooit geschreven. Ik zou dat zelf niet durven beweren, maar het was zeker geen slecht boek. Ik heb ook net John D. MacDonalds The Executioners gelezen: een naoorlogse klassieker over een psychopaat voor dat er in de literatuur sprake was van psychopaten en seriemoordenaars. Het boek is tegenwoordig bekend onder de titel Cape Fear en dat zal waarschijnlijk een belletje doen rinkelen. Vorige week heb ik de adaptatie van Martin Scorsese nog eens bekeken en dat is nog steeds een beest van een film.

 

Tot slot: Wat nu? Komt er een nieuw gothic verhaal en zo ja, wie zal het hoofdpersonage zijn en in welke hoedanigheid zal hij/zij in het verhaal voorkomen? Heb je al een titel en enig idee over de verschijningsdatum?

 

Er komt binnenkort iets nieuws. Een Gothic Novel in drie delen, waarvan het eerste deel misschien eind volgend jaar verschijnt. Ik zeg ‘misschien’ want het is een erg groot project dat zich in vijf verschillende tijdsvakken afspeelt en de research die ik daarvoor heb moeten doen, heeft langer geduurd dan verwacht. Het hoofdpersonage zal een dame zijn die met haar dochter een appartement huurt in een gebouw dat voordien een psychiatrische instelling was. Het zal wellicht niet verbazen dat de hoofdpersonages al snel spijt krijgen dat ze daar zijn gaan wonen. Er is een titel, maar die houd ik nog even voor mezelf.

 

Of komt er een vervolg op de verhaallijnen met Blackwell?

 

Ik denk het wel, maar als dat gebeurt, zal het geheel onverwacht zijn, op een manier die velen zal verrassen.

 

Dat klinkt allemaal weer veelbelovend!  Jij weet de lezer wel nieuwsgierig te maken.  Het gegeven is alvast intrigerend: de dames hebben dan wel spijt dat ze daar zijn gaan wonen, wij van onze kant kijken reikhalzend uit naar dit nieuwe project van jou.  En verras ons maar met Blackwell; we zijn er klaar voor!  Goed te weten dat je nog helemaal niet bent uitverteld! 

Dank je wel voor jouw tijd en leuke antwoorden!

Anita


 

maandag 21 november 2022

Kort geding met Bloedlijn geschreven door K.R. Valgaeren.

 


Wat is een Kort geding?

1 boek: Bloedlijn

5 lezers: Tamara, Karin, Hilona, Fany en Anita

5 meningen 



Karin K:

Door de heftige proloog zit ik meteen midden in het verhaal. Toegegeven, voor mij was het niet nieuw, ik ken de eerste versie al, maar ik smul zo van deze heerlijk cynische humor.


Bloedlijn is een echte Gothic Novel. De sfeer is ook nu weer duister, maar het romantische neemt in dit deel wel een veel groter deel in beslag dan bij zijn voorganger De Ziener.

Het verhaal is in de ik-vorm geschreven waardoor het voor mijn gevoel ook veel meer bij je binnen komt. De schrijfwijze is soepel en beeldend en het taalgebruik is ronduit prachtig en vol van mooie vergelijkingen.

Ondanks dat ik een groot liefhebber ben van alle boeken van Kevin toch een kleine kritische noot…

Ik heb namelijk wat moeite met de romantische stukken die bij tijd en wijle overlopen van totale aanbidding en adoratie. Soms dacht ik zelfs te doen te hebben met een YA, zei het niet dat er genoeg stukken inzitten die in mijn ogen niet echt (lees: echt niet) geschikt zijn voor een YA-boek. Ik ga hier vanwege mogelijk spoilers niet over uitweiden, wie het leest weet wel wat ik bedoel. Ook het extra hoofdstuk had van mij niet persé gehoeven maar het schept wel alle mogelijkheden voor…???

Ik heb weer genoten van dit boek en er was gelukkig nog genoeg ruimte over voor die getergde zielen die zich wentelen in melancholie en radeloosheid, en waar ik zo van houd, haha!

 

Ik geef Bloedlijn 4 kraaien!

 


Fany:

Bloedlijn van Kevin Valgaeren is het vervolg op De Ziener. Dit boek heeft me omver geblazen en ik was ontzettend nieuwsgierig of ik terug van de wereld zou zijn tijdens het lezen van Bloedlijn.

Opnieuw werd ik getrakteerd op magnifiek taalgebruik, aparte en bijtende humor en een bijzonder mysterie. Bloedlijn, het herwerkte vervolg op De Ziener, focust naast dood ook op liefde. De buitengewone monsters en mensen hun worstelingen worden prachtig weergegeven en de dramatische liefdesrelaties zijn misschien wel heel erg aanwezig maar passen wel in het concept.

Naast David Mayfair leerde ik andere personages hun kwellingen kennen en vertoefde ik tijdens het Kort Geding in Turnhout. Wat ik vooral niet kan vergeten is hoe menselijk sommige van deze creaturen willen zijn. Monsters zijn niet altijd monsters en hun strijd zal mij nog lang bijblijven.

 

4 kraaien

 

Hilona:

Voor Kort Geding van Thrillerlezers mocht ik het boek Bloedlijn van Kevin Valgaeren lezen. Bloedlijn
is het vervolg op het reeds eerder gelezen De Ziener, die we ook als leesclubboek hebben gelezen. Net als De Ziener is ook Bloedlijn een herziene uitgave.

Mijn leeservaring:

Waar we in de Ziener lezen over David Mayfair, de Ziener lezen we in Bloedlijn het verhaal van David Mayfair, de vampier. David is wanhopig op zoek is naar zijn jeugdliefde Sterre Schermers, omdat hij ervan is overtuigd dat Valeth, zijn maker, achter haar aan zit. Door middel van verschillende dagboekfragmenten geschreven vanuit verschillende personages, die zich zowel in het heden als in het verleden afspelen krijgen we langzaam een inzicht in wat er in het verleden is gebeurd en wat dit met het heden te maken heeft.

Wat mij direct weer opvalt is de mooie schrijfstijl van Valgaeren. Prachtige zinnen en een heerlijke beeldende schrijfstijl maken dat ik me al lezende onderdeel van het verhaal voel. Hoewel ik nog nooit in Turnhout ben geweest, heb ik het gevoel alsof ik elke plek die omschreven wordt herken. Het boek wordt opgedeeld in drie delen en in ieder deel wordt een klein stukje van de sluier opgelicht. Het maakt me intens nieuwsgierig naar het einde, al heb ik ondertussen zelf zo mijn ideeën. De opbouw van het verhaal is wat mij betreft precies goed, niet te snel, maar zeker ook niet te traag. De uiteindelijke ontknoping kwam voor mij niet geheel onverwacht, doch bleef boeiend. Wat ik begrijp uit het dankwoord is dat Kevin het boek aanvankelijk met een open einde heeft geschreven, maar dat hij hier veel kritiek op heeft gekregen, waardoor in de herziene versie is gekozen voor een gesloten eind. Het eind is prima, maar ik vraag mezelf af of ik, die juist houdt van een open eind met daarmee de mogelijkheid om zelf te fantaseren over dit einde, liever toch het open einde had willen behouden. Het blijft altijd lastig, beide hebben voor- en tegenstanders

Mijn eindoordeel:

Ook deze keer heb ik weer enorm genoten van dit boek. Kevin is en blijft een meesterverteller met oog voor mooi taalgebruik en heerlijke cynische humor en dan heb je mij al snel ingepakt. Ook dit boek heeft mij weer veel mooie leesuurtjes gegeven. Het eerste deel blies mij van de sokken, dat had ik dit deel ietsje minder.

 

Daarom krijgt Bloedlijn van Kevin Valgaeren van mij 4 kraaien.

 


Anita:

David Mayfair is terug in Turnhout, België. Niet alleen is hij nog steeds niet in het reine met zijn wedergeboorte, hij moet Sterre, zijn jeugdliefde sinds zijn vroege puberteit, zien terug te vinden vooraleer Valeth dat doet.

Kevin Valgaeren vertelt op meesterlijke wijze de lotgevallen van de vampier David en de personages die met hem het plot bevolken. In de ik-vorm maken zij de lezer deelgenoot van de gebeurtenissen in en rond Turnhout en het Jachthuis aan de Echelkuil in de Liereman. De plaatsbeschrijvingen zijn zo realistisch dat je je op locatie waant. Ook al bewandelt de plot bovennatuurlijke paden, het verhaal zuigt je mee de gebeurtenissen in. De personages, Ziener of vampiers, voelen heel nabij: de connectie is er!

Dat de personages de nood voelen om verslag te doen van wat hen overkomt, levert mooie zinnen vanuit verschillende perspectieven. Alzo voelt auteur Kevin Valgaeren in elk van zijn personages heel dichtbij.

‘Bloedlijn’ verkeert in een constante toestand van naderend onheil. Het is voortdurend mee anticiperen en vrezen voor de finale die sowieso gaat komen. En of er potten worden gebroken!

‘Bloedlijn’ is het sluitstuk van een tweeluik waarvan ‘De Ziener’ het eerste deel is. ‘De Ziener’ lezen is een plus, maar niet echt noodzakelijk om ten volle te genieten van ‘Bloedlijn’: indien nodig, worden gebeurtenissen in het eerste boek bondig samengevat in deel twee. Echter, gezien het leesplezier dat beide boeken bezorgen, beveel ik het lezen van de twee delen warm aan.

 

4.5 kraaien

 

Tamara:

Phoe, hoe moet ik beginnen... Waar moet ik beginnen?

Ik moet eerlijk bekennen dat ik een paar dagen heb gewacht met de laatste 2 hoofdstukken. Puur omdat ik niet wou dat het boek uit was en omdat ik niet wou weten hoe het afliep!

Dit boek is voor mij weer eentje om in te pakken. Wat een pracht verhaal, van begin tot het eind boeiend. Perfect vervolg van de Ziener en, als ik ongevraagd advies mag geven, koop beide boeken en geniet van de duistere wereld die Kevin tot in de kleinste details weet te beschrijven.

Tijdens het lezen volgen vele emoties elkaar op en je wilt doorlezen maar eigenlijk ook weer niet en dat maakt een boek voor mij eentje om te bewaren en nog eens te lezen. Deze man is eentje om in de gaten te houden en hij staat hoog op mijn favoriete auteurs lijst!

 

Voor mij 5 dikke kraaien!!!!

donderdag 29 september 2022

Verwacht in oktober deel 4

 27 oktober


De retraite is de nieuwe, razend spannende pageturner van Emma Haughton, auteur van het ijskoude locked room-mysterie Het donker. Zoey herinnert zich niets meer van gisteravond. Maar ze weet wel dat er iets heel vreemds is gebeurd. Want ze is niet meer in New York. Ze wordt wakker in de woestijn, in een wit gebouw dat ze niet herkent, en ze is alleen. Als ze ontdekt dat ze is opgenomen in The Sanctuary, een discreet, mysterieus, geïsoleerd toevluchtsoord ver weg van het normale leven is ze verbijsterd. Ze weet dat ze geheimen heeft, en problemen, maar ze dacht dat ze alles onder controle had. Naarmate ze meer tijd doorbrengt met andere bewoners, begint ze eerlijker te worden over waarvoor ze op de vlucht is. Tot ze zich realiseert dat niet iedereen in The Sanctuary het beste met haar voor heeft en dat iemand misschien wel een moordenaar is.


21 oktober

 
‘Ik ken jouw geheim, ik weet wat je met dat meisje deed.’ Wanneer Peggy Vermoes deze woorden uitspreekt, slaat het hart van Vincent Roels een slag over. Weet zijn patiënt wat hij al die jaren angstvallig probeerde te verbergen? In een poging om zijn geheim te bewaren raakt hij verstrikt in een demonisch kluwen van chantage en wraakzucht dat pas wordt ontrafeld wanneer er een nieuw slachtoffer valt.





6 oktober


Het is oud en nieuw, en de zeventienjarige Jennifer verlaat vroegtijdig het feestje van haar beste vriendin Smilla. Onderweg naar huis verdwijnt ze spoorloos in de ijskoude en donkere nacht. Aan de andere kant van de stad vieren de ouders van de twee tieners samen het begin van het nieuwe jaar zonder enig idee te hebben van de ellende die hun te wachten staat. In de angstige dagen die volgen verdwijnen al hun zekerheden als sneeuw voor de zon. De moeder van Jennifer merkt dat ze geen idee heeft wat haar dochter allemaal uitspookte, terwijl Nina, de moeder van Smilla, stiekem helemaal niet verbaasd is. De lage dunk die Nina van Jennifer heeft, wordt echter niet gedeeld door haar man Fredrik, en hij is waarschijnlijk de laatste persoon die Jennifer nog in leven heeft gezien.

Wat is er die avond precies gebeurd, en waarom ging Jennifer zo vroeg weg? Door haar vermissing komen de levens van haar ouders en die van Smilla onder druk te staan, en lang verborgen geheimen kunnen niet langer verhuld blijven.


4 oktober


In Sidney Chambers en de gevaren van de nacht zet pastor en parttime detective Sidney Chambers zijn speurwerk voort. Samen met zijn kameraad en inspecteur Geordie Keating zet hij zijn tanden in een onverwachte en fatale val van de kapel van King’s College, Cambridge, fotografie met een luchtje en vergiftiging tijdens een cricketwedstrijd.

Ook reist hij naar Berlijn, waar de Muur verrijst en hij verstrikt raakt in een web van internationale spionage. Een uitstekende afleiding voor de liefdesperikelen die hem kwellen, zoals gewoonlijk. Moet hij kiezen voor de voorname Amanda, of toch voor de Duitse weduwe Hildegard?



11 oktober


Een gemaskerd persoon eist online de verantwoordelijkheid op voor de aanslag op een nachtclub die geliefd is bij de LHBTQ+-gemeenschap van Pori. Hij verklaart de oorlog aan ‘de ziekte homoseksualiteit’. Politieman Henrik Oksman was die avond aanwezig in de club, gekleed als vrouw, maar hij vertrok met een andere man, vlák voordat de granaat tot ontploffing kwam… Geconfronteerd met extremistische groeperingen, racisme en intolerantie, zetten rechercheur Jari Paloviita en zijn team alles op alles om de zaak op te lossen en hun collega te beschermen.




27 oktober


Een lijk in een peperduur pak, met een nog duurder horloge, gevonden naast een drukke laan in Brussel. De dode blijkt een wereldberoemde beverdeskundige te zijn en koes­tert in het geheim extreemrechtse sympathieën. Was de moordenaar een dolgedraaide ecologist? Of een linkse activist? Commissaris Kluft en zijn twee brigadiers tasten in het duister. Kunnen zij de dader vinden? En vatten?





11 oktober


Een geheimzinnige man redt het leven van een tienermeisje.

Een jonge lerares wordt achtervolgd door duistere krachten.

In de bossen van Turnhout waakt het Jachthuis van de Echelkuil over een eeuwenoud mysterie.

David Mayfair probeert het ergste te voorkomen, want…

…een eeuwigheid duurt erg lang, als je die met niemand kan delen.

‘Bloedlijn’ is het zenuwslopende vervolg op het succesvolle ‘De Ziener’. K.R. Valgaeren levert wederom een verbluffende Gothic Novel af over verlies en de schaduw van het verleden.

Tien jaar na het verschijnen van ‘Bloedlijn’ is er op vraag van vele lezers eindelijk deze geheel herziene editie met nieuwe hoofdstukken.


25 oktober


Op een vroege zaterdagochtend sluipt August Desmedt zijn huis uit, een koffer stevig in de hand geklemd. August vlucht weg van een grijs, uitzichtloos leven en vooral van een verstikkend huwelijk. Maar de vlucht van August heeft fatale gevolgen.


Slechts enkele uren later wordt hoofdinspecteur Frederick Swarts opgetrommeld voor de onrustwekkende verdwijning. In een mum van tijd zit de hoofdinspecteur opgezadeld met een moordzaak waarin niets is wat het lijkt. Swarts heeft al zijn intelligentie nodig (en bovenal die van zijn bijzonder scherpe echtgenoot Ollie) om de ware toedracht in deze mysterieuze zaak te kunnen ontrafelen.

zondag 18 maart 2018

Kevin Valgaeren ondervraagd


C: Koen Broos
Kevin Valgaeren is een Vlaamse schrijver van mysteries en gothic novels. In 2011 debuteerde hij met De Ziener, waarmee hij in 2012 de Schaduwprijs won voor beste spannende debuut in de Nederlandse taal. In 2012 werd Bloedlijn gepubliceerd, het tweede deel in een reeks verhalen over David Mayfair. Seance, een duistere thriller gebaseerd op een beruchte fraudezaak tijdens de hoogdagen van het Engelse spiritualisme, verscheen in 2016 en belandde prompt op de shortlist van de Harland Awards Romanprijs voor beste boek in het fantastische genre. Onlangs verscheen Blackwell en werd door onze recensent Tamara gebombardeerd met 5 kraaien. Dus wilde Thrillerlezers deze auteur wel eens wat vragen stellen.

1. Wil je je aan de hand van vijf kenmerken voorstellen aan de lezers?
Ik ben een Belgische schrijver van duistere thrillers, ofwel gothic novels: een klassiek genre dat zich onderscheid van het horrorgenre doordat het zich minder bezig houdt met fysieke gruwel, en meer met sfeerschepping en psychische terreur. Ik ben een echte anglofiel — dat klinkt een beetje pervers, maar dat is het niet — en ben mateloos geboeid door de literatuur en de geschiedenis van Groot-Brittannië. Ik heb Engelse literatuur en editiewetenschap gestudeerd aan de Katholieke Universiteit Leuven, en overdag werk ik als boekhandelaar. Net als jullie sta ik dus op en ga ik slapen met boeken. Ik ben heel gelukkig getrouwd met een vrouw die veel mooier en slimmer is dan ik. Ik ben een groot liefhebber van films en tv-series, durf soms wel eens een videogame spelen, en lust graag een glas wijn of bier. Ah ja, ik woon in een natuurrijke omgeving, in een gerenoveerde psychiatrische instelling uit het begin van de twintigste eeuw. Heel toepasselijk dus.

2. Hoe kom je aan je inspiratie?
Die komt eigenlijk van overal en nergens. Mijn boeken gaan vaak over personages die een probleem hebben met de eindigheid van hun bestaan, dus ga ik, deels onbewust, op zoek naar dergelijke verhalen. Soms kom ik die tegen als lezer, soms gebeurt het op een andere manier. De kiem van wat uiteindelijk ‘Blackwell’ is geworden, werd bijvoorbeeld geplant door de Efteling. Ik draag dat pretpark een warm hart toe omdat de mensen van de Efteling echte rasvertellers zijn. Sinds de Efteling meer dan tien jaar geleden De Vliegende Hollander opende, hoopte ik om ooit iets met die verhaalstof te doen. Na lang nadenken, hard studeren en lang schrijven is daar ‘Blackwell’ uit ontstaan: mijn versie van het verhaal. Het is misschien niet bon ton om te zeggen dat een pretpark aan de basis ligt van dit boek, en uiteindelijk is het ook iets helemaal anders geworden dan louter een hervertelling van die sage, maar eerlijk is eerlijk.

3. Krijgt Blackwell een vervolg? (bijna smekend)
Jazeker. Het verhaal van de Albatros mag in ‘Blackwell’ afgelopen zijn, maar Jericho Blackwell draagt een duister verleden met zich mee dat om opheldering smeekt. Daar gaat het volgende boek over. Het is de bedoeling om er minstens een tweeluik van te maken, maar misschien biedt de toekomst nog meer mogelijkheden voor Blackwell en John Dawkins.

4. Maak je het jezelf niet moeilijk om in zo’n oude tijd te schrijven?(qua research en oud taalgebruik gebruiken)
Ik schrijf in de eerste plaats boeken die ik zelf graag zou willen lezen, terwijl ik stiekem hoop dat anderen ze ook weten te appreciëren, en die spelen zich bij voorkeur af in lang vervlogen tijden, omdat dat een veilige afstand met onze relealiteit creëert, terwijl het geheel toch herkenbaar blijft. Omdat het genre dat ik schrijf veel inspanning vraagt van de fantasie van de lezer, vind ik het heel erg belangrijk dat de omgeving en de historische context volledig klopt. Dus daar komt inderdaad veel research bij kijken, maar dat vind ik eigenlijk heel prettig om te doen. Ik zou het mij inderdaad veel gemakkelijker kunnen maken, maar ik denk niet dat ik mij daar goed bij zou voelen. De lat moet steeds hoger, alles moet steeds beter, en als ik het gevoel krijg dat het gemakkelijk wordt, dan denk ik dat ik een probleem zou hebben. Daarnaast vind ik taal heel erg belangrijk. Het is niet omdat je een spannend boek schrijft, dat taal minder belangrijk wordt. Integendeel. Mijn stijl wordt vaak vergeleken met die van de negentiende-eeuwse schrijvers, en dat vind ik uiteraard een enorme eer, maar tegelijk hoop ik dat het geheel vlot leesbaar is.

5. Hoe ga je om met (zeer) negatieve kritiek? 
Nu heb ik het geluk dat ik weinig negatieve kritiek krijg, maar het gebeurt wel eens dat ik recensies tegenkom die minder positief zijn. Over het algemeen vind ik dat niet erg, omdat je natuurlijk niet van iedereen kan verlangen om van dit genre te houden. Bovendien staat de negatieve kritiek vaak in schril contrast met de positieve. Maar onlangs was ik, bijvoorbeeld, toch geschrokken van een recensie over ‘Seance’ van iemand die het seksisme in dat boek duidelijk niet begrepen had. Het hoofdpersonage van ‘Seance’ is in essentie een erg vrouwonvriendelijke lafaard die zich veel sympathieker voordoet dan hij werkelijk is, en de recensent liet doorschemeren dat de handelingen en de ideeën van dat personage ook die van mij waren. Dat is een cruciale fout in het interpreteren van een verhaal — ga er nooit van uit dat personages het karakter van de schrijver spiegelen — maar het staat wel mooi online. Anderzijds gebeurt het wel eens dat lezers hun persoonlijke smaak als de norm voor een goed boek zien, en daar heb ik problemen mee. Als je bijvoorbeeld niet van griezelverhalen houdt, dan wil dat niet zeggen dat alle griezelverhalen slecht zijn. Griet Op de Beeck heeft met haar Boekenweekgeschenk een gelijkaardig probleem. Zij en haar boek worden genadeloos neergesabeld, en niet in de eerste plaats voor wat Griet geschreven heeft, maar omdat sommige lezers van het Boekenweekgeschenk iets anders van een dergelijke publicatie verwachten. Die lezers maken dus van hun persoonlijke voorkeur de norm, en dat is verkeerd. 
C:Koen Broos

6. Hoe vier je positieve kritiek?
Als er gevierd wordt, dan gaat dat vaak gepaard met een ongezonde hoeveelheid drank, maar belangrijker is dat positieve kritiek mij enorm aanmoedigt om verder te schrijven, en nog beter te worden.

7. Hoe lang doe je gemiddeld over het schrijven van een boek?
Omdat er veel research bij komt kijken, omdat de lat steeds hoger moet, en, niet geheel onbelangrijk, omdat ik een voltijdse baan heb, doe ik gemiddeld twee jaar over het schrijven van een boek.

8. Hoe is blackwell ontstaan? Welke research doe je allemaal?
Zoals ik heb gezegd, is ‘Blackwell’ ontstaan na een bezoek aan de Efteling. Maar dat was slechts het begin: iets met de Vliegende Hollander doen. Er was een idee, en daarna ben ik op zoek gegaan naar personages. Uiteindelijk zijn het immers de personages die het verhaal verder vorm geven. Voor Blackwell en Dawkins heb ik mij lichtjes gebaseerd op het legendarische duo Sherlock Holmes en Dr Watson, hoewel ik de karakters een andere invulling heb gegeven. Daarna ben ik enorm veel gaan lezen over de sage van de Vliegende Hollander, tot ik die helemaal meester was, waarna ik er iets helemaal anders mee heb gedaan. Wat ook belangrijk is, is dat de personages denken en redeneren zoals mensen uit het einde van de negentiende eeuw, en daar komt veel geschiedkundig studiewerk bij kijken. Anderzijds is ‘Blackwell’ een ode geworden aan de geschiedenis van de gothic novel en zit het boordevol verwijzingen naar klassiekers. Het huis waar Blackwell in woont is gebaseerd op Strawberry Hill: het landhuis van Horace Walpole, de schrijver van de allereerste gothic novel. Een andere belangrijke locatie in het verhaal is Whitby: een vissersdorpje in het noorden van Engeland waar in ‘Blackwell’ het schip de Albatros zich te pletter stort op de kliffen. En dat is dan weer een ode aan Stokers ‘Dracula’, die in Whitby verbleef toen hij het boek aan het voorbereiden was, en het dorp een voorname rol in zijn verhaal heeft gegeven. Voor ‘Blackwell’ heb ik niet alleen veel over die plekken gelezen, maar ben ik ze ook gaan bezoeken. Alles moet juist zitten.

9. Wie verzon de prachtige cover?
Ook ik ben bijzonder gelukkig met de cover. Die werd in de eerste plaats gemaakt door Wil Immink, die onder andere ook de covers maakte voor de boeken van Zafon en Ken Follett. De foto heb ik zelf mogen kiezen. Er lagen een paar voorstellen op tafel, waaronder het voor de hand liggende beeld van een eeuwenoud zeilschip en een woeste zee, maar de afbeelding die uiteindelijk werd gebruikt, dekt volgens mij perfect de lading. De man op foto IS Jericho Blackwell en zijn gemoed wordt daarin prachtig geïllustreerd. Leuk om weten is misschien dat de uitgever de cover reeds had ontworpen, toen het boek nog niet eens voor de helft klaar was. Dat bood mij de mogelijkheid om het coverbeeld op het einde van het boek in het verhaal te integreren. Personages moeten op het einde van de plots een verandering ondergaan, en in 'Blackwell' is dat, dankzij het vroegtijd klaar zijn van de cover, ook een fysieke verandering geworden.

10. Heb je nog een bepaalde bijgeloof /handelingen als je begint aan een boek?
Eigenlijk niet echt, behalve misschien dat ik mijn boeken met de hand schrijf, meer bepaald met een vulpen, en dat ik een paar keer opnieuw begin voor ik meen de juiste toon te pakken te hebben. Van elk boek dat ik tot hiertoe geschreven heb, bestaan telkens vier à vijf aparte beginhoofdstukken.

11. Heeft het een reden waarom je historische /gothic novel schrijft?
Jazeker. Het is een genre dat mij van kindsbeen af heeft geboeid, omdat ikzelf heel erg bang ben voor de dood, iets wat volgens mij typisch is voor schrijvers van het genre. Ik ben een heel angstig, melancholisch en nostalgisch individu, en de gothic novel is een genre waarin al die elementen een voorname rol spelen.

12. Wie zijn jouw voorbeelden in dit genre?
Ik kijk heel erg op naar negentiende-eeuwse schrijvers zoals Mary Shelley, Bram Stoker, Wilkie Collins en Charles Dickens, maar ook voor hedendaagse auteurs als Stephen King, Anne Rice en Sarah Waters koester ik een mateloze bewondering.


13. Geloof je zelf ook (een beetje) in de onderwerpen waarover je schrijft?
Eenvoudig gezegd: nee. Ik ben er vrij zeker van dat er zich geen vampiers of waanzinnige kapiteins in deze werkelijkheid bevinden. Geesten wil ik nog de voorkeur van de twijfel geven, maar verder gaat het niet. De bovennatuurlijke elementen in mijn verhalen zijn steeds metaforen voor de angsten van mijn personages, en die angsten zijn dan weer net heel menselijk.

14. Vaak is een auteur, als een boek uit is, alweer verder met een volgend, jij ook? Wat kunnen we verwachten?
Ja, dat klopt. Ondertussen is er een ruwe versie klaar van de eerste honderd bladzijden van het vervolg op 'Blackwell'. De bedoeling is dat dat boek over een tweetal jaar in de winkels ligt. Dat lijkt nog veraf, maar ik zal de tijd meer dan nodig hebben. Over elke komma wordt nagedacht. Daarnaast zitten er nog minstens zes ideeën in mijn hoofd te broeden die ooit, als de tijd daar is, hun weg naar het papier zullen vinden. Aan inspiratie geen gebrek. Gelukkig.