Posts tonen met het label boekwinkel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label boekwinkel. Alle posts tonen

zondag 1 december 2019

Kevin Valgaeren in december 2019


Niet Slovenië

Midden augustus. Iedereen verkeert in vakantiestemming, behalve deze boekhandelaar die zo nodig al zijn vrije dagen in het voorjaar moest inzetten. Het is rustig in de winkel: een tiental snuisterende klanten op de eerste verdieping, een kind op de gelijkvloerse verdieping dat begint te huilen omdat het zijn zin niet krijgt, een dame met een Brusselse wafel die niet doorheeft dat ze vlokjes poedersuiker op onze koopwaar laat dwarrelen. Allen vinden ze in de kunstmatige verkoeling van onze boekhandel beschutting tegen de verschroeiende recordtemperaturen. Ik overweeg om de vrouw met de wafel erop attent te maken dat het niet beleefd is om al smikkelend en smakkend een winkel te bezoeken, wanneer ik word benaderd door een man van gezegende leeftijd met twee landkaarten van verschillende merken in zijn handen.

     ‘Kan u mij uitleggen wat het verschil is?’ vraagt hij enigszins verlegen.
     Zonder te kijken wat er precies op de kaarten staat, zeg ik hem dat de rode van Michelin is en de groene van Freytag & Berndt. Het zijn beide uitstekende merken, hoewel ik een persoonlijke voorkeur koester voor het laatste.

     ‘Ik bedoel waarom er op de ene kaart Slovenië staat en op de andere Slowakije.’
     Ik knipper verrast met mijn ogen en probeer te begrijpen wat hij wil zeggen.
     ‘Omdat de ene kaart van Slovenië is en de andere van Slowakije,’ zeg ik voorzichtig, hopend dat ik hem niet in verlegenheid breng.
     ‘Maar dat is een het hetzelfde land,’ beweert hij.

     Er valt een stilte waarin ik op zoek ga naar mijn kluts en waarin ik mij de bedenking maak dat dit incident mogelijk nieuw materiaal is voor een column. De stilte wordt pas doorbroken nadat de man met zijn vingers door de resterende haren van zijn kapsel heeft gekamd en zich nader begint te verklaren. Zijn exposé getuigt van een degelijke kennis op gebied van de Europese geschiedenis, op één belangrijk detail na.

     ‘Slovenië is het oude Slowakije,’ beweert hij. ‘Het grondgebied heeft lang deel uitgemaakt van Tsjecho-Slowakije tot de val van de Sovjet-Unie. Na de Fluwelen Revolutie heeft het zich in 1993 afgesplitst van Tsjechië en is het verder gegaan als Slovenië.’
     ‘Dat klopt,’ zeg ik, ‘maar het heet nog steeds Slowakije. Slovenië is een ander land. Het ligt zuidelijker op de kaart.’

     ‘Dat lijkt mij erg onwaarschijnlijk. Ik vrees dat de kaart waar ze het Slowakije noemen hopeloos verouderd is.’

     ‘Wacht,’ zeg ik. ‘Ik zal het u laten zien,’ en open Google Maps: een prachtig stukje software waar mijn museumstuk van een computer echter moeilijk mee overweg kan.
Anderhalve minuut duurt het vooraleer ik naar de betreffende plek op de kaart kan scrollen.
     ‘Kijk, hier ligt Slowakije. Naast Tsjechië. Onder Slowakije hebben we Oostenrijk en Hongarije. En daaronder, gekneld tussen Italië en Kroatië ligt Slovenië. Als ik mij niet vergis, maakte het vroeger deel uit van Joegoslavië.’

     De man drukt zijn bril zo hoog mogelijk op zijn neus; een neus die vervolgens met overbodige argwaan mijn computerscherm nadert.
     ‘Oh, nee,’ kermt hij na enkele beladen seconden. ‘U heeft gelijk.’
     Natuurlijk heb ik gelijk, maar ik begrijp niet wat hij daar zo erg aan vindt. Ik zie hoe het bloed uit zijn hoofd wegtrekt en hoe de kaarten die hij vastheeft uit zijn handen dreigen te vallen.
     ‘Ik vertrek volgende week met het vliegtuig op vakantie,’ zegt hij, en hoewel dat heuglijk nieuws is, klinkt hij angstig. ‘Ik heb altijd al eens naar Slo… Slowakije willen gaan. En nu ik het nog kan, dacht ik…’

     Dat is het moment waarop ik besef dat dit wel degelijk het onderwerp van mijn volgende column zal worden.

     ‘Oh, nee,’ herhaalt hij. Hij laat de kaarten op mijn veel te kleine bureau vallen en brengt zijn rechterhand voor zijn mond. ‘En ik dacht nog: waarom vliegen we niet rechtstreeks naar Bratislava?’
     ‘Waar landt uw vliegtuig dan?’
     ‘In Ljubljana,’ zegt hij, ofschoon hij de naam uitspreekt als Loebana, wat wel eens correct kan zijn.
     ‘Ljubljana is de hoofdstad van Slovenië,’ zeg ik, met mijn vinger op de betreffende plaats in Google Maps. ‘Ik vrees dat u een reis naar Slovenië heeft geboekt in plaats van naar Slowakije.’
     ‘Godverdomme,’ zegt hij, nu met beide handen voor zijn mond. ‘Dat is dertienhonderd euro in de prullenmand.’

     ‘Oei,’ zeg ik, want ik kom niet meteen op de juiste troostende woorden.
     Dat komt omdat de situatie in wezen iets dolkomisch heeft. Alleen ligt de prijs van de grap aan de hoge kant, waardoor ik niet in lachen kan uitbarsten. Ik probeer het dan maar met: ‘Slovenië schijnt ook mooi te zijn.’

     ‘Ja,’ zegt hij, terwijl ik merk dat zijn ogen vochtig worden. ‘Dat moet dan maar.’
     Hij plukt met trillende handen de kaart van Slovenië van mijn bureau. Ik beeld mij in dat er een smiley op de hoes staat gedrukt: eentje dat zijn tanden bloot lacht en tranen in de ooghoeken heeft bengelen.

     Ik wil hem nog zeggen dat hij van geluk mag spreken dat zijn vergissing op tijd aan het licht is gekomen en dat hij na zijn aankomst in Ljubljana geen taxi naar Bratislava heeft besteld. Gelukkig weet ik mij tijdig in te houden.

     De man druipt moedeloos af en ik word overmeesterd door een vlaag van medelijden, hoewel ik tegelijk blij ben dat ik dit heb mogen meemaken.

K.R. Valgaeren

Copyright Koen Broos





    
    


zondag 7 oktober 2018

Bekentenissen van een boekhandelaar in oktober














Ontmaskerd

Vorige week gebeurde het weer. Ik zat aan mijn bureau in het midden van de winkel, waar ik een goed uitzicht heb op een display waar mijn boeken 'Seance' en 'Blackwell' staan te blinken. Ik geef toe dat er geen enkele andere boekhandel in het land is die mijn boeken zoveel aandacht geeft dan de winkel waar ik werkzaam ben. Hoe dat komt? Geen flauw idee.

In ieder geval, ik zit dus aan mijn bureau — 'bureau' is een groot woord; het tafeloppervlak is net iets breder dan het computerscherm, dat de helft van de beschikbare ruimte inneemt — wanneer ik een klant opmerk die naar de ladder kuiert, ongetwijfeld aangetrokken door de prachtige kaft van 'Blackwell' en misschien ook een beetje door de sticker die het boek aanbeveelt. Hoe die sticker daar terechtkomt? Geen flauw idee.

De klant neemt tijd om de kaft te bewonderen, waarna hij het boek omkeert en het achterplat begint te lezen. Nu moet u weten dat het achterplat van 'Blackwell' bestaat uit een prikkelde tekst en een kanjer van een foto waarop schrijver dezes met zeer ernstige en misschien zelfs arrogante blik in de lens kijkt. Die blik zegt niet wie ik ben — ik neem mijn werk uiteraard heel serieus, maar niet mezelf — maar schrijvers staan doorgaans niet op foto's met getuite lippen of een brede glimlach.

Vanuit mijn ooghoek zie ik de man opkijken en zijn wenkbrauwen fronsen. Zijn gelaatsuitdrukking schijnt, niet geheel onterecht, te zeggen: 'Hé, die kerel lijkt wel erg hard op de auteur van dit boek.' Hij houdt het boek voor zich. Hij wil de foto toetsen aan de werkelijkheid en gaat op zoek naar de verschillen. Zijn blik wipt een paar keer tussen de foto en de boekhandelaar die, gezeten op een krukje, het beste probeert te maken van de schaarse ruimte die het tafelblad hem te bieden heeft. Even lijkt de twijfel toe te slaan. Dat merk ik aan het lichtjes schudden van zijn hoofd. Schrijvers horen immers te schrijven en niet te werken op plekken als, ik zeg maar iets, een boekhandel. Ze horen in de beslotenheid van hun werkkamer nieuwe werelden te creëren en de mensheid te ontleden. In het slechtste geval leven ze in armoede, en in het beste geval zijn ze rijker dan de koningin van Engeland.

Ik knik beleefd naar de man, en om het vergelijkingsproces enigszins te bemoeilijken, lach ik. Wederom slaat de twijfel toe, maar dan wordt de nieuwsgierigheid hem teveel, en neemt hij een boude beslissing. Hij komt naar me toe en stelt de onvermijdelijke vraag: 'Bent u dat?'

Ik kan moeilijk zeggen dat hij zich vergist — de gelijkenissen zij nu eenmaal treffend — en geef toe dat het inderdaad mijn gezicht is dat daar staat afgebeeld. Het is het begin van een vreemd gesprek, en omdat ik het gesprek al meer dan eens heb gevoerd, weet ik ook wat er zo vreemd aan is. Het probleem is dat ik op dat moment niet langer een boekhandelaar ben maar een schrijver. Het masker is, met andere woorden, afgevallen. En toch verwacht de klant dat ik als schrijver mijn boek aan hem verkoop. En dat is moeilijk. Even vrees ik dat hij mij doorheeft en dat hij zal zeggen: 'Nu begrijp ik waarom dit boek zo opvallend staat opgesteld. Natuurlijk kleeft er een sticker met het woord "aanbevolen" op de kaft!'

De waarheid is dat een schrijver de slechtst mogelijke verkoper is van zijn eigen boeken, omdat zijn mening de minst objectieve is. Hij vindt het ongetwijfeld een meesterwerk, en als hij het tegendeel wil beweren, gelooft ook niemand hem.

Dat is waarom ik mij als boekhandelaar niet graag kenbaar maak als de auteur van vier thrillers, en waarom ik mijn boeken liever stiekem in de winkel aanprijs door hen een opvallende plaats te geven en er een sticker op te kleven, in de plaats van onmiddellijk naar 'Blackwell' of 'Seance' te wijzen wanneer iemand mij komt vragen naar een goede leestip.

De klant die mij vorige week ontmaskerde is desalniettemin aangenaam verrast. Ofschoon hij het achterplat gelezen heeft, wil hij van mij horen waar het boek over gaat en wat een gothic novel precies is. Het gebeurt dan wel eens dat hij of zij vriendelijk zijn of haar neus ophaalt en zich zo snel mogelijk uit de voeten probeert te maken, maar dat is deze keer niet geval. Integendeel, de man gaat even later naar huis met 'Blackwell' en krijgt als beloning voor zijn speurwerk, dat leidde tot mijn ontmaskering, een handtekening en een persoonlijke opdracht.

Kevin Valgaeren

zondag 2 september 2018

Bekentenissen van een boekhandelaar, deel 4


Een moeilijk leven

Wie veel met klanten omgaat, zal vaak hetzelfde gesprek moeten voeren. De boekhandelaar heeft steevast enkele gestandaardiseerde replieken klaar voor dergelijke conversaties, hoewel hij zijn best zal doen om ze zo spontaan mogelijk te laten klinken. Er zijn echter ook opmerkingen die regelmatig terugkomen en slechts door de boekhandelaar gevolgd kunnen worden door een lange stilte van de veelbetekenende aard. Een voorbeeld: 'Ik ben op zoek naar een boek voor mijn vriendin, maar ik ken er helemaal niets van, want ik heb nog nooit in mijn leven een boek gelezen.' Op een of andere manier slagen mensen erin om zulke frasen met een soort ongepaste fierheid te poneren; een fierheid die misschien wel op bijval kan rekenen in het plaatselijk café, maar niet in de boekhandel: het hol van de leeuw. Een lange stilte dus, in de hoop dat de persoon in kwestie zich zal realiseren dat hij geen duimpje verdient, maar een schouderklopje uit medelijden.

Een ander voorbeeld van een opmerking die de boekhandelaar slechts met een stilte kan beantwoorden, hoewel gezegd moet dat het met de nodige sympathie zal zijn: 'Ik moet mezelf tegenhouden om niet meer dan eens per maand naar de boekhandel te gaan, want anders is dat dodelijk voor mijn budget.' Hier zal de boekhandelaar het houden op een vriendelijk glimlachje en een droog knikje. Hij herkent het probleem immers als geen ander, want het liefst wil hij zeggen: 'Wees blij dat je niet acht uur per dag in een boekhandel werkt.' De waarheid is namelijk dat een boekhandelaar met veel meer boeken in contact komt dan eigenlijk goed is voor hem en zijn budget.

Mensen die in loondienst in een boekhandel werken — zaakvoerders hebben uiteraard andere middelen — zullen het beamen: een groot deel van het maandloon vloeit rechtstreeks terug naar de firma, en soms is de korting die het personeel geniet eerder een vloek dan een deugd.

Als boekhandelaar kom je niet alleen in contact met de boeken die in de pers worden besproken, of ben je niet alleen op de hoogte van de nieuwe boeken van je favoriete schrijvers. De boekhandelaar beschikt over totale kennis. Met andere woorden: je bent op de hoogte van ALLE nieuwe boeken en dat zijn er simpelweg veel te veel te veel. Frustratie alom, dus. Met mijn verlanglijst kan ik de woonkamer behangen, en het is voor mij veel te gemakkelijk om een boek aan te schaffen. De kassa staat immers voor mijn neus.

Het allerleukste, maar tegelijk ook het gevaarlijkste facet van ons beroep zijn de aanbiedingsfolders. Even uitleggen. Een uitgever stelt driemaal per jaar nieuwe boeken voor. Er is de voorjaarsaanbieding, de zomeraanbieding en de buitenproportionele aanbieding van het najaar. Voor elke periode geeft elke uitgever een folder uit — sommigen zijn meer dan honderd bladzijden dik — met de nieuwe boeken die de komende maanden zullen verschijnen. Als je al die folders van al die uitgevers opstapelt, dan zit je al snel aan een toren die van de vloer tot aan je heupen reikt, en die je als boekhandelaar een voor een moet doornemen. Op basis van die informatie moet je immers het assortiment van je winkel samenstellen. Ik zal de lezer waarschijnlijk niet moeten vertellen dat zo'n opdracht, waar je al gauw enkele dagen mee bezig bent, iets overheerlijks decadents heeft, want er wordt in de Lage Landen enorm veel uitgegeven. Vergelijk het met een klein kind dat voor zijn voeten een container snoep krijgt uitgestort en zoveel mag uitkiezen als het wil. Dus, dan ben je als boekhandelaar enkele dagen bezig met kruisjes zetten en ISBN-nummers noteren, en dat gaat zo: 'Deze is voor de winkel. Daar wil ik er zelf ook eentje van. EINDELIJK de nieuwe Sarah Waters! Die haal ik in huis voor de winkel, plus een extra exemplaartje voor mezelf. Die wil ik eens bekijken, misschien koop ik hem later wel, dus eentje voor de winkel. Nee, toch maar direct kopen, dus een paar exemplaren voor de winkel. Oh, Nesbo heeft een nieuwe, laten we dan meteen de hele backlist ook maar bijstellen.' Enfin, u begrijpt wat ik bedoel. Het is een foltering en het walhalla tegelijkertijd. Voor de boekhandelaar komt Sinterklaas namelijk driemaal per jaar.

En u dacht even dat u een moeilijk leven had? Think again.

Kevin Valgaeren



zondag 3 juni 2018

Bekentenissen van een boekhandelaar aflevering 1

C: Koen Broos

Utopie

George Orwell, de auteur van klassieke meesterwerken als Animal Farm en Nineteen Eighty-Four, begint zijn essay Bookshop Memories als volgt: 'When I worked in a second-hand bookshop — so easily pictured, if you don't work in one, as a kind of paradise where charming old gentlemen browse eternally among calf-bound folios — the thing that chiefly struck me was the rarity of really bookish people.' Met really bookish people bedoelt hij uiteraard u en mij, maar ik wil het vooral graag even hebben over die zin tussen de gedachtestrepen.
            Orwells essay werd gepubliceerd in 1936, en wat opvalt is dat ook hij destijds op de hoogte was van de utopische visie die really bookish people hebben over hoe het er in een boekhandel aan toegaat. Anno 2018 bestaat dat ideaalbeeld nog steeds. Ik beeld mij daarbij bijvoorbeeld een niet al te grote zaak in, met oude boekenkasten die tegen de wanden zijn opgesteld en/of nauwe gangen vormen in de winkelruimte. Alle kasten reiken tot aan het plafond, en zijn tot barstens toe gevuld met mooie edities. Er zijn meer boeken in dat winkeltje aanwezig dan dat er plaats op de planken is, waardoor er her en der stapels op de vloer liggen die daar op het eerste gezicht nonchalant zijn neergelegd, doch een zekere orde herbergen die enkel de boekhandelaar kan ontsluiten. De boekhandelaar in kwestie is een oudere man of vrouw — het geslacht doet er niet toe, maar wel het feit dat hij of zij een brilletje draagt dat vervaarlijk balanceert op het puntje van de neus — die achter een toog is gezeten waar nog meer boeken liggen en waar ook ergens een kassa staat, hoewel dat laatste minder belangrijk is. Achter de toog staan ook torens onuitgepakte dozen — veel werk, dus — maar dat neemt niet weg dat hij of zij over het tafelblad hangt, met een opengeslagen boek voor zich. Weg van de wereld. Tenzij de sporadische klant komt binnengewandeld, wiens aanwezigheid wordt kenbaar gemaakt door een belletje dat aan de deurstijl hangt. Dan zal de boekhandelaar even opkijken en de klant kort maar vriendelijk toeknikken.
            Ik ben er vast van overtuigd dat er zulke boekhandels bestaan, net zoals ik ervan overtuigd ben dat zulke zaken niet de belangrijkste bron van inkomsten kunnen zijn voor de boekhandelaar in kwestie — tenzij hij in een uitzonderlijk vruchtbare commerciële zone is gelegen zoals een boekendorp, vooral handelt in waardevolle stukken, en/of een succesvol B2B-netwerk heeft, waar die ene snuisterende klant nooit iets van te zien krijgt.
            Een boekhandel is er namelijk niet in de eerste plaats voor de gezelligheid, de volksverheffing, of voor de verering van het geschreven woord en het boek als object. Een boekhandel is er, net als ieder ander groot en klein bedrijf, in de eerste plaats om ervoor te zorgen dat de boekhandelaar en de mensen die van hem afhankelijk zijn 's avonds voldoende eten op tafel hebben. In tegenstelling tot wat sommige mensen mogen beweren, is een boekhandel bovenal een commerciële instelling, met die uitzondering dat er gehandeld wordt in een van de nobelste producten die de mens ooit heeft mogen uitvinden. De boekhandelcarrières van mensen die dol zijn op boeken en graag winkeltje willen spelen, zijn vaak een kort leven beschoren, omdat ze, verblind door dat ideaalbeeld van de knusse, stoffige boekhandel, niet beseffen hoe hard er in een boekhandel moet gewerkt worden, en dan heb ik het niet alleen over het eindeloze gesleur met dozen. Maar — u kan het waarschijnlijk zo niet zien, maar het betreft hier een hele grote 'maar' — een boekhandel handelt dus wel in één van de meest prachtige en dankbare producten die een verkoper verkopen kan: het boek.
            Ik ben een schrijver die, net als zoveel van mijn collega's, niet van de pen kan leven. En omdat ik alleen maar goed ben in alles wat met boeken te maken heeft, werk ik in een boekhandel. En daar ben ik heel erg fier op. Ik werk bovendien in een erg grote boekhandel — twee verdiepingen heeft ie, met zo'n 20.000 verschillende titels in de voorraad; groter dan dat worden ze in Vlaanderen niet gemaakt — waar ik de afdeling fictie bestier. In deze maandelijkse columns wil ik het graag over mijn vak hebben, de lezer meenemen achter de schermen, en vertellen over de deugden en de ondeugden van de boekhandelaar en de klant. Want begrijp me niet verkeerd: in een boekhandel werken is absoluut een van de fijnste jobs voor mensen die verliefd zijn op het geschreven woord. En daarom ben ik een bofkont. Maar het is zeker ook niet altijd rozengeur en maneschijn. Want dat zou immers maar saai zijn. Niet?

dinsdag 20 maart 2018

Thrillers in de boekenzaak

Ik was onlangs bij een boekpresentatie in Breda. Deze vond plaats bij Van Kemenade en Hollaers. Voorheen zaten ze in een prachtig pand, maar ze zijn verhuisd naar dichterbij het centrum van de stad.
 In de hele zaak staat 1 smal kastje met thrillerboeken. Op de collagefoto zie je het totale aanbod van de thrillers die je daar direct kan kopen.



 Een paar dingen vallen op
:
1. Er staat geen 1 van de boeken waar ik vorige boekpresentaties van bijwoonde. Waarvan de eigenaar dan ook altijd even enthousiast vertelt hoe goed hij het boek vindt. Oke, al die titels zouden natuurlijk toevallig net allemaal uitverkocht kunnen zijn.

2. Het is allemaal oude meuk. Sommigen van echt jaren geleden. Bijna antiek te noemen. Het heeft dus als thrillerliefhebber geen enkel nut om er gewoon als klant langs te gaan. Als je het vergelijkt met Libris Buitelaar op de Grote markt in dezelfde stad waar wel een enorm en actueel  aanbod van spannende boeken, is het bijna om te huilen. Gelukkig voor mij als veellezer van spannende boeken, woon ik in een stad en daar zijn altijd meerdere boekhandels. Een echte boekenwurm houdt van de pret in een winkel om het ene na het andere boek op te pakken, achterflap te lezen, in het boek een stukje mee te pikken en vervolgens met de keuze van de dag naar huis te vertrekken.
Groot voordeel van boekhandel Van Kemenade en Hollaers: ik zie nooit een spannend boek wat ik perse wil kopen. Goed voor de huishoudknip zeggen we dan.

Hoe is het bij jullie boekhandels? Leuk zou ik het vinden als je toch langsgaat bij  de winkel waar jij altijd komt, je eens een foto van de thrillerhoek maakt en die stuurt. En jouw boekhandel vindt dat vast ook erg leuk. Dan publiceren wij die fot's hier op het blog.


vrijdag 12 januari 2018

Vreemde vragen van vreemde klanten

Een Amerikaanse toerist kwam in een boekwinkel in Engeland binnen en zei dat ze iets zocht om haar geest verder te ontwikkelen. Nadat hij een paar seconden had nagedacht, vroeg de boekhandelaar: 'Heeft u Shakespeare gelezen?
'Nee', zei de toerist. 'Wie heeft het geschreven?'


Uit: Gekke dingen die klanten in boekwinkels zeggen

donderdag 28 december 2017

Vreemde vragen in de boekwinkel

Klant: Welke boeken zou ik kunnen kopen zodat mijn gasten naar mijn boekenkast kijken en denken: wauw, die man is intelligent?

(Uit: Gekke dingen die klanten in boekwinkels zeggen van Jen Campbell)

zaterdag 23 december 2017

Vreemde vragen in de boekwinkel

Klant(nadat hij de flaptekst van Percy Jackson en de Bliksemdief hardop aan zjn zoon heeft voorgelezen): Mag ik vragen of dit boek gebaseerd is op een waar verhaal?
Verkoper: Het gaat over een Amerikaanse tiener die ontdekt dat hij de zoon van Poseidon is, nadat hij per ongeluk zijn wiskundeleraar heeft verdampt.
Klant: Ja, dus?


(uit: Gekke dingen die klanten in boekwinkels zeggen Jen Campbell

dinsdag 12 december 2017

Vreemde klanten in boekwinkels

Klant: Ik ben mijn leesbril vergeten. Kunt u het begin van dit boek voorlezen, om te kijken of ik het aardig vind?

donderdag 30 november 2017

Vreemde vragen of vreemde klanten



















Klant: Ík wil graag een boek kopen van Agatha Christie.'
Verkoopster: 'Welke?'
Klant: 'Oh, heeft ze er meer dan eentje egschreven?'
Verkoopster:'Ja, mevrouw, ze heeft er veel meer geschreven.'
Klant: Ín dat geval weet ik het niet. Ik denk dat er een detective in voorkwam die een moord onderzoekt.'
Verkoopster:'Dat maakt het aantal niet veel kleiner, ben ik bang.'
Klant (bozig): 'Goed dan, dan moet ik maar naar huis om het mijn dochter te vragen. Dat noemt zich een boekwinkel!'

maandag 27 november 2017

Vreemde klanten en vreemde vragen

Klant: 'Kunt  u mij een boek aanbevelen?'
Verkoper: 'Wat leest u graag? In wat voor zaken bent u geinteresseerd?
Klant: 'Om allerlei onderwerpen, maar ik ben manisch depressief, dus ik heb liever niet iets met een zwarte omslag.'

vrijdag 3 november 2017

Vreemde klanten in een boekwinkel

Klant: Ik ben op zoek naar een biografie die werkelijk interessant is. Kunt u er eentje aanbevelen?
Verkoper: Natuurlijk. Wat voor soort boeken heeft u gelezen die u goed vond?
Klant: Nou, ik was dol op Mein Kampf
Verkoper:...
Klant: "Dol"is waarschijnlijk niet het goede woord.
Verkoper: Nee. Waarschijnlijk niet.
Klant: Weg van, is waarschijnlijk beter. Ik was er erg weg van.
Verkoper:...

zondag 22 oktober 2017

Vreemde klanten in een boekwinkel

Klant (houdt een boek van Jamie Oliver omhoog): Vind u het goed als ik even dit recept kopieer?
Verkoper: Nee, dat vind ik niet goed.

maandag 16 oktober 2017

Vreemde klanten in een boekenwinkel

Klant: Heeft u ook boeken waarin stukken staan die geschikt zijn om bij een begrafenis te lezen?
Verkoper: Natuurlijk, ik zal u helpen zoeken.
Klant: Bedankt
Verkoper: En gecondoleerd
Klant: Oh, er is niets bijzonders gebeurd. Het gaat alleen maar om de cavia van mijn dochter.

vrijdag 6 oktober 2017

Vreemde klanten in de boekwinkel, deel 5



Klant: Wordt hier weleens hardop voorgelezen aan kinderen?
Verkoper: Ja, dat gebeurt hier inderdaad. Op dinsdag altijd voor peuters.
Klant: Prima, de creche aan de overkant is zo duur, en ik ben er erg aan toe om eens te gaan shoppen, en misschien mijn nagels te laten doen.
Verkoper: Het spijt me, maar ik ben bang dat u zelf op uw kind moeten letten tijdens het voorlezen.
Klant: Waarom?
Verkoper: Omdat we geen creche zijn..

maandag 2 oktober 2017

Vreemde klanten in de boekwinkel, deel 4



(Er speelt een kind op de grond met een boek en scheurt het kapot)
Moeder: Oh Kevin, wees alsjeblieft voorzichtig. (ze pakt het boek af en zet het terug op de plank)
Verkoper: Pardon?
Moeder: Ja?
Verkoper:Uw zoon heeft net de kaft van Rupsje noot genoeg kapot gescheurd
Moeder: Ik weet het. Die kinderen altijd, he!
Verkoper:Ja, maar we kunnen het boek nu niet meer verkopen. Het is beschadigd.
Moeder: Ja, en wat verwacht u nu van mij dat ik daaraan ga doen?

woensdag 27 september 2017

maandag 11 september 2017

De vrouw van 370 miljoen

hotel
Nora Roberts heeft een eigen dorp, kopte een artikel in BN De Stem. De schrijfster is een van de succesvolste auteurs ter wereld. Maar liefst 500 miljoen (500!!!) werden wereldwijd verkocht. Zo zou er elke 27 minuten ergens op deze wereld een exemplaar worden verkocht. Volgens de Amerikaanse Quote zou zij ongeveer 370 miljoen bezitten. Bedragen waarvan wij gewone stervelingen niets kunnen voorstellen.


Met haar vermogen stopte ze een genereus bedrag in het plaatsje Boonsboro. In het centrum heeft zij haar eigen hotel Inn Boonsborro en aan de overkant serveert de familie van de schijfster pizza's. Haar zoon tapt biertjes op de hoek van de straat in de kroeg. Haar echtgenoot opende daar een boekhandel, genaamd Turn the page bookstore (wat een geweldige naam).Nora ontmoette deze echtgenoot toen hij een boekenkast bij haar kwam maken.
Mainstreet
Twee keer per jaar signeert Roberts in het plaatsje en dan komen honderden fans naar Boonsboro gereisd. Normaal heeft het drieduizend inwoners, maar die twee keer per jaar staat het dorp helemaal op zijn kop. Fans kunnen daar naast de boeken, ook speciale mokken, tassen en kookboeken kopen van de schijfster.
Het hotel komt voor in Voor nu en altijd. Voor drie miljoen liet Roberts het pand uit de 18e eeuw restaureren


Boekwinkel
Als haar gevraagd wordt hoeveel boeken ze geschreven heeft, kan zij dara geen antwoord geven. Niet gek met soms vijf boeken in een jaar
'Schrijven is evengoed een gewoonte als een kunst!'
'Zoals sport: als je een paar dgane overslaat doet het meer pijn. '
Ze vertelt zes tot acht uur, zes dagen in de week te schrijven. Het is gewoon een baan, vindt Roberts. Dus voor de echte fans: sparen en een keer naar Boonsboro!

Bron: BN De stem

zaterdag 23 april 2016

Boekpresentatie Boven water

Nou, dat klopt wel. Na de hysterische donderdag van de boekpresentatie van Boven water van Linda Jansen ben ik nu, vrijdagmiddag, weer boven water. Wat hebben wij een topdag met hindernissen gehad!
De lachspieren zijn weer goed getraind, net als de stressspieren.

Laat ik bij het begin beginnen.
Het was de bedoeling dat ik met de trein van 11:22 uur uit Leiden zou vertrekken. Bijna gelukt, 10 seconde meer en ik had de trein wel gehaald. *zucht* Goed begin, typisch Juul. Meteen Lydia gebeld dat ik een half uurtje later zou zijn. En Ink geappt. Zij reageerde heel liefdevol met het woord: sukkel...En ik kan het niet eens oneens met haar zijn.

Half uurtje vertraagd kwam ik verder zonder obstakels in Woerden aan. Lydia stond al klaar voor het station. Snel ingestapt en op weg naar Breda. Gezellig kletsend schoten we lekker op. Tot....er een oranje lampje ging knipperen. Wat is dat?! Ik heb geen rijbewijs, dus bij mij moet je niet zijn. Lydia's stressniveau schoot omhoog, ruitenwissers begonnen te zwiepen. Toch maar even gestopt bij een tankstation. Echtgenoot gebeld, foto gestuurd, hè gelukkig, we konden gewoon doorrijden, maar wel rustig aan (jammer, geen formule 1-praktijken dus...). Echtgenoot belde ook nog terug, hij had de garage toch maar even gebeld en het was een storing. Weinig aan de hand en we konden gewoon doorrijden. Pfffieuw, dat was fijn!

Zonder verdere problemen kwamen we aan bij Ink. Meteen kletsten we 5 kwartier in een uur. Stapels boeken gingen over en weer. Da Kreel en Murph kregen knuffels. Wij dronken koffie. Ik vergaapte me aan de geweldige boekenkast (jaloers!). Kletsten nog meer kwartieren in een uur. Tranen gelachen. Ink heeft er een uur over gedaan om uiteindelijk Murph te gaan laten plassen, geen keus meer want Amanda stond al bijna voor de deur. Met Amanda erbij nog meer kwartieren in dat uur gekletst. Toch maar vertrokken om iets te gaan eten. Frietje in friettent, met saté, biefstuk of schnitzel. En Belgische mayonaise. Of niet. Tip van Lydia, als je eten over hebt vraag je of je een bodybag mag voor je eten. Eh...hoezo thrillerlezers...


Snel naar de boekhandel, want het was inmiddels bijna tijd.
Rondje door de boekhandel gestruind. Er waren bedroevend weinig thrillers. En wat er was, was vooral al wat ouder.
Toen burgemeester Paul Depla gearriveerd was kon de presentatie beginnen. De naam van de burgemeester kwam mij overigens erg bekend voor. Ink wist dat voor mij te verklaren. Er was in Nijmegen iets met een fietsenstalling geweest....

Iedereen werd welkom geheten door de meneer van de boekhandel. Daarna kreeg Linda Jansen het woord. Ze had alles maar opgeschreven want bij de presentatie van haar vorige boek, Onder water, was ze door de zenuwen haar hele toespraak vergeten.
Ook nu was ze merkbaar zenuwachtig, maar haar briefje hielp haar er goed doorheen. Toen was het tijd om het boek uit te reiken aan de burgemeester. Ze bood het boek aan in een mooie knalroze doos. Ik hou er van!
Toen hield de burgemeester nog een korte toespraak. Hij was blij dat de Linda de presentatie iets vervroegd had want hij had ook nog raadsvergadering. En bij haar vorige boek had ze om diezelfde reden het boek niet kunnen uitreiken aan de burgemeester. Ook zei hij dat hij trots was op de creatieve inwoonster van zijn stad en dat Breda ook zo'n prominente rol speelt in het boek.
Alleen....meneer Depla: waar was uw ambtsketen?!?! Die heb ik toch echt gemist!
Na de fotomomentjes was het tijd voor Linda om haar boek te gaan signeren.

Wij gingen nog wat door de boekhandel struinen. In de kinderboekenhoek werd het echt heel hysterisch. Ink vond een behoorlijk dubbelzinnig prentenboek. Zonder overdrijven: de tranen rolden over onze wangen.
Tegen het einde zag Lydia haar kans en vroeg ze of ze met Linda op de foto mocht, in de cabrio, die ook op de cover staat. Dat hadden ze ook al gedaan met de bakfiets van het vorige boek.
Uiteindelijk zijn we allemaal met Linda in de auto op de foto gegaan. Erg leuk. En wat is Linda een lieverd!

Tijdens het dag-zeggen keek ik even op mijn telefoon. Wat?!?!?! Prince overleden?...Ik ben echt even ontdaan. Weer een muziekheld uit mijn jeugd overleden....Niet leuk!

Na de presentatie zijn we een ijsje gaan eten. Ink wist gelukkig weer te knoeien, alleen niet op haar eigen shirt, maar op dat van een ander. Een mysterie hoe ze dat voor elkaar heeft gekregen.
Het ijs was lekker, behalve de sinaasappelsmaak. Die was erg zuur en ik vond het poederig smaken. Niet lekker.
Daarna aan de overkant op een terrasje neergestreken. Bijna in de terrasheater, zo koud hadden de dames het. Ik kreeg ook nog de opdracht om Blenkies te regelen. De ober keek even raar bij het woord Blenkie, maar wist toch wat ik bedoelde. 
Helemaal blij zaten de chef, de stagiaire en de chauffeur onder de heater onder hun Blenkie. Leuk gezicht!
Ook daar werden de kwartieren weer in het uur gekletst en veel te snel was het toch tijd om richting huis te gaan.
Bij Ink nog een bakkie gedaan en toen was het toch echt tijd om naar huis te gaan.

De terugreis verliep zonder problemen, ik had in Woerden zelfs een leuke aansluiting. Om 1 uur was ik thuis.

Het was een lange, vermoeiende dag. Maar ook een dag met een gouden randje. Wat hebben we zo met zijn allen toch een leuk cluppie!

Groetjes Juul