Posts tonen met het label Lannoo. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Lannoo. Alle posts tonen

vrijdag 13 december 2024

Harde regen van Wouter Dehairs

 


Boemerang

Brussel puft onder een hittegolf. Anne-Laure wordt sinds twee jaar vermist. Het onderzoek naar haar verdwijning is in het slop geraakt. Haar moeder schakelt het detectivebureau van Keller Brik en Gwen Van Meer in.

Het advies dat je een boek nooit met het weer mag beginnen lapt Wouter Dehairs meteen aan zijn laars: hij start ‘Harde regen’, jawel, met het weerbericht. Een eigenzinnig trekje?

Alvast een karaktertrek die ook het hoofdpersonage niet vreemd is. Brik Keller slaapt slecht; de aanslag die hem een jaar eerder bijna het leven koste heeft hij nog niet verteerd. Met opnieuw gevaar voor eigen lijf en leden spoort hij de persoon op die hem dit heeft aangedaan en door wiens schuld hij op de dodenlijst van de onderwereld in Brussel staat. Uiterlijk lijkt hij kalm en beheerst maar meer dan eens dreigt de paniek in zijn hoofd het van hem over te nemen. Wie Brik sinds ‘De graffitimoorden’ volgt – en dat is sterk aan te raden – ziet zijn personage steeds meer uit de klei komen. Hij voelt echt en tastbaar. Niks menselijk is hem vreemd. Hetzelfde geldt voor Gwen. Geen katje om zonder handschoenen aan te pakken. Met haar piercings en tatoeages boezemt ze eerder angst in, maar ook zij is het ‘product’ van haar verleden. Met haar lievelingsmes Kitty maakt ze onder de mannen, Dante uitgezonderd, geen vrienden.

Derde sterke medespeler is Brussel, de stad met verschillende gezichten van verloederd tot verwaand, waar het absurde zomaar normaal kan lijken. Brussel boetseert mee aan de personages van Brik en Gwen; de dynamiek tussen de detectives en de grootstad is van een heel bijzondere en onverbrekelijke aard. Brik spaart de kritiek op Brussel en de maatschappij niet. De rauwheid van de realiteit staat in fel contrast met de mooie beeldende taal van de auteur. Uitdrukkingen gebruikt à la Dehairs, alliteraties, talige overpeinzingen, associaties zowel evident als origineel, alles copieus overgoten met ironie, cynisme en veel zwartgalligheid, het is een absoluut genot om te lezen. 

Het weer, met eerst de hitte en de zon (‘die coke lijkt gesnoven te hebben’), gevolgd door harde regen, donder en bliksem en de opbouw van de spanning evolueren in perfecte symbiose met elkaar. In het broeierige Brussel stijgt de spanning - net als de temperatuur - meermaals tot grote hoogte, maar het is de ontknoping die je echt op het puntje van je stoel brengt.  

‘Harde regen’ is zo’n boek waar je helemaal in verdwijnt. Met de liedjes te beluisteren via Spotify (zie QR-code achteraan in het boek) vangt elke nieuwe dag in het onderzoek muzikaal en helemaal in overeenstemming met het weer aan. Brik en Gwen heb ik ondertussen in mijn hart gesloten. ‘Harde regen’ wordt één van mijn topboeken van 2024!

Anita, 5 kraaien

donderdag 10 augustus 2023

Tralies van Bart Debbaut


 Een pyromaan teistert Leuven. Intussen wordt de stad opgeschrikt door verdachte verdwijningen van jonge vrouwen. Het gruwelijk verbrande lijk van een van hen wordt teruggevonden in een veld. Als de uitgebrande wagen van een vermiste vrouw wordt teruggevonden, ziet hoofdinspecteur Leyssens een mogelijk verband met het dossier van de pyromaan. 

Dan duiken er getuigen op die de speurders op het spoor van Rudi Plevoets brengen. Maar hij speelt de vermoorde onschuld. Als een huiszoeking niets oplevert, lijkt het dossier muurvast te zitten.

'Tralies' is het tweede deel van de serie met Leyssens & Van Cattendyck in de hoofdrol en ik moet zeggen dat dit verhaal mij beter beviel dan het voorgaande deel.

'Tralies' begint meteen met een proloog over een vrouw die in een gesloten ruimte wakker wordt. Ze weet niet hoe ze daar terecht is gekomen en heeft nog wat vage herinneringen van de avond ervoor.

Vervolgens lees je hoofdstukken in het heden en je maakt hier weer kennis met de politie. Maar ook lees je vanuit de dader en vanuit één van zijn slachtoffers. Er zitten ook hoofdstukken tussen die cursief gedrukt zijn en deze spelen zich af in het verleden. In het begin vraag je je af wat dit verleden met het heden te maken heeft, maar dat wordt later in het verhaal steeds duidelijker. 

Je leert het team van Leyssens en Van Cattendyck ook weer wat beter kennen en ondertussen zitten ze ook nog met de vreemde branden van de pyromaan. Hebben de vermissingszaken en de branden met elkaar te maken?

Na een tijdje weet je wel wie de dader is en dat vind ik persoonlijk altijd een beetje jammer. Zelf blijf ik altijd graag tot het eind in het ongewisse, maar dat is mijn persoonlijke smaak. ;-)

Bart weet met 'Tralies' weer een interessant verhaal op papier te zetten en ook maakt hij gebruik van de nodige humor. Zoals ik al eerder aangaf: dit deel vond ik beter dan 'Scherven'. De opbouw is goed en de schrijfstijl is vlot en luchtig. Ook de afwisseling van personages zorgde ervoor dat het verhaal interessant bleef. 

Beoordeling: 3,5 kraaien

Silvie

zondag 9 oktober 2022

Win deze heruitgebrachte Bart Debbauts! GESLOTEN

 


Van Bart Debbaut worden deze drie boeken in een mooi nieuw jasje bij uitgeverij Lannoo uitgebracht. Pas vanaf 12 oktober verkrijgbaar.

Wil jij dit pakketje winnen, dan mag je de vraag gaan beantwoorden.

Noem twee overeenkomsten die de 3 covers hebben en stuur jouw antwoord naar Thrillerlezersblog@gmail.com ovv Bart Debbaut.

Enneh, wel even lid worden van onze facebookgroep, als je dat nog niet bent.

dinsdag 5 juli 2022

Uitgebroed met Wouter Dehairs debuut

 


 


In welk jaar lag jouw eerste thriller vers van de pers in de boekenwinkel?   Welke titel kreeg jouw debuut?

 

‘Lockdown’, mijn debuut, werd in 2017 gepubliceerd.

 

Was je voor je thrillerdebuut uitkwam al langer met schrijven bezig?

 

Achter mijn debuut gaat een reeks mislukte manuscripten schuil. Als twintiger heb ik een hele hoop bruine omslagen naar uitgeverijen opgestuurd, om vervolgens ofwel een negatief ofwel gewoon geen antwoord te krijgen. Omdat ik tussendoor af en toe een schrijfwedstrijd won, wist ik wel dat ik kon schrijven. Alleen was ik er als twintiger waarschijnlijk gewoon niet klaar voor om te debuteren met een roman.

 

Wie was jouw eerste uitgever?   Wat betekende het voor jou dat deze uitgever met jou in zee wou gaan?

 

Uitgeverij Lannoo was en is nog steeds mijn uitgever. Nadat ik het manuscript van ‘Lockdown’ digitaal had opgestuurd (gelukkig was de tijd van de bruine omslagen toen voorbij), kreeg ik al na een paar dagen bericht dat ze het wilden uitgeven. Ik was compleet overdonderd. Niet alleen door het positieve antwoord, maar ook door de snelheid ervan.

 

Gebeurt het nog wel eens dat je het terug vastpakt en passages herleest?

 

Nee, ik herlees mijn eigen boeken alleen wanneer er een herdruk gepland staat (zo kan ik passages die mij niet meer bevallen ook meteen aanpassen).

 

Blijft het boek voor jou van speciale waarde?  Ben je er nog steeds trots op?

 

Natuurlijk. Toen ik het schreef, had ik het gevoel dat het verhaal nét buiten mijn bereik lag. Het bleek er gelukkig net binnen te liggen. Ondertussen heb ik geleerd dat dat gevoel (het gevoel dat het verhaal net te hoog gegrepen is) gewoon bij elk boek terugkeert.

 

Zou je het verhaal weer zo schrijven?


 

Geen idee. Op het moment zelf was het het beste boek dat ik uit mijn pen geperst kreeg.

 

Weet je nog hoe het publiek reageerde op jouw debuut?  Was het een groot succes qua leesreacties, verkoop?  In Vlaanderen?  In Nederland?

 

De reacties en recensies waren opvallend positief, zowel in Nederland als in Vlaanderen. Het boek stond op de longlist van Gouden Strop, de LangZullenWeLezen-trofee en kreeg ook nog eens een eervolle vermelding op de Literaire Prijs Prins Alexander van België. De verkoop, daarentegen, viel tegen. Dat was voor mij een stevige reality check – ik moest niet meteen verwachten geld te verdienen met het schrijven van romans.

 

Kwam het boek in de VN-thrillergids en hoe werd het boek daarin beoordeeld?  Hecht je daar belang aan?

 

In de VN-thrillergids kreeg het boek een positieve recensie en drie sterren, waar ik toen tevreden mee was (zeker toen ik zag hoe de boeken van collega’s in datzelfde tijdschrift soms met de grond gelijk gemaakt werden). Ik was in een vorig leven zelf ook recensent (van literatuur en muziek voor een Duitstalige krant) en lees bijgevolg alle recensies van mijn eigen werk. Ook de recensies van vrijetijdsrecensenten. Een roman is een lang uitgesponnen dialoog met de lezer. Als de lezer besluit te antwoorden, moet je die dialoog als auteur dan ook niet uit de weg gaan.

 

vrijdag 11 februari 2022

In gesprek met Wouter Dehairs

 


Op 18 december 2021 sleepte Wouter Dehairs met ‘Nachtstad’ de Knack Hercule Poirot Prijs in de wacht.  Je kent de auteur wellicht van zijn vorige thrillers ‘Lockdown’ en ‘De Graffitimoorden’.  Hoe heeft de auteur de erkenning voor zijn thriller ervaren en wat zijn zijn plannen voor de toekomst?  Wouter Dehairs aan het woord.

• Dag Wouter!  De allerbeste wensen van Thrillerlezers! voor 2022!  Je won de Hercule Poirotprijs.  Je kon je geen mooier jaareinde wensen, denk ik?

Het jaar is inderdaad geëindigd met een stevige knaller.

  Hoe schatte je zelf je kansen in voordat het verlossende bericht kwam dat het jouw boek was dat gewonnen had?

Met mijn derde boek had ik het gevoel een diepere ader in mijn verbeelding aangeboord te hebben. Daarom wilde ik absoluut dat het boek nog vóór de deadline van de Hercule Poirot zou verschijnen. Die deadline was eind september en het boek is verschenen op 28/9. Het was dus nog spannend ;-).

  Wat betekent het winnen van deze prijs voor jou?  Is dat voor jou een bevestiging of is het eerder een bron van extra stress naar de toekomst toe?

Een bron van extra stress is het voorlopig nog niet, maar stress komt er sowieso bij kijken. Dat komt door de manier waarop ik schrijf. Ik begin aan een verhaal zonder te weten waar het precies naartoe gaat. Dat zorgt altijd wel voor bepaalde piekmomenten qua stress, omdat ik soms echt niet weet hoe het verder moet. Maar wanneer de nacht het donkerst is, is de dageraad nabij. Hopelijk toch…

  In ‘Nachtstad’ krijgt de stad Brussel een belangrijke rol toegewezen.  Waarom Brussel en niet een andere stad?

Ik ben zelf geen Brusselaar, maar heb deze stad ontdekt als student. Ik heb er ook lang gewoond en werk er nu nog steeds. Het is gewoon een fascinerende stad. De verhalen liggen er soms voor het rapen.

  Ken je alle plekken die worden aangedaan in het boek (Lemonnier, Brewdog, …)?

Ja, door de stad stappen en de plekken bezoeken die ik zal gebruiken, is mijn favoriete vorm van research. Onderweg ligt er namelijk altijd wel een cafeetje dat ik niet ken en dringend moet leren kennen.

  Brussel wekt kleine of grote irritaties op (onveiligheid, geen parkeerplaatsen, wegenwerken, …) en tegelijkertijd zegt Brik ‘De stad, dat ben ik.’  Herken je jezelf hierin?

Nee, dat zou grootheidswaan zijn. Ik ben niet Brik. Mijn hoofdfiguur gelooft in een bepaalde opvatting van rechtvaardigheid, maar hij kan die rechtvaardigheid niet overal in de wereld afdwingen. Enkel in zijn eigen stad. Vandaar zijn uitspraak.

  ‘Een moordonderzoek begint bij de plaats delict’ wordt gezegd in het boek.  Waar begint een goed verhaal als ‘Nachtstad’?

Met een idee. Dat is de Big Bang van elk boek. Waar dat precies vandaan komt, weet ik zelf niet. Het gaat erom voortdurend attent te zijn op de dingen die je ziet/leest/meemaakt en je antennes daarop af te stemmen. Maar het is misschien wel het meest angstaanjagende onderdeel van het hele proces, omdat ik er zelf niet al te veel impact op heb. Het idee komt of het komt niet.

  Hoofdpersonages Keller Brik en Gwen Van Meer kwamen reeds voor in ‘De Graffitimoorden’.  Mis je belangrijke info indien je dit boek niet las?

Nee, niets zo vervelend als een lezer die verloren loopt in een verhaal, omdat zij/hij het vorige deel niet gelezen heeft. Lezers die ‘De Graffitimoorden’ wél gelezen hebben, zullen de personages wel zien groeien. Dat is het voordeel van het lezen van beide delen.


  Keller Brik is een privédetective.  Geen politie-inspecteur dus.  Omdat die er al genoeg zijn in thrillers?

Ja, de politiethriller is waarschijnlijk het meest beoefende subgenre binnen de spannende literatuur. De reden ligt voor de hand: enkel politiemensen hebben toegang tot plaatsen delict, getuigen etc. Voor mij is het dus een uitdaging om mijn personages op een geloofwaardige manier ook deze toegang te gunnen.

  Keller mist empathie, relaties zijn een moeilijke oefening voor hem.  Waarom koos je voor deze karaktertrek?

Geen idee. Het personage is geen volledig bewuste creatie. Terwijl ik het verhaal schreef, stelde mijn hoofdfiguur zichzelf op deze manier aan mij voor. Ik ken hem ondertussen vrij goed, maar er liggen gelukkig nog genoeg stukken van zijn persoonlijkheid in de schaduw.

• Nochtans beseft hij maar al te goed dat, als hij zichzelf wil kennen en misschien zelfs graag wil zien, de anderen daar een onmiskenbaar aandeel in hebben?  Haal je in die optiek Sartres ‘L’enfer, c’est les autres’ aan?

Ik vond het existentialisme als student een heerlijke, bevrijdende filosofie, maar ik vind het zelf wel vervelend wanneer auteurs koketteren met hun filosofische kennis. Dus laat ik bepaalde ideeën liever via een zijpoortje het verhaal insluipen.

  Gwen heeft heel veel last van schaduwen, ze vreest zichzelf te verliezen in het zwarte gat in haar hoofd.  Hoe moeilijk of gemakkelijk verliep het schrijven van deze passages?

Deze passages vormen voor mij het hart van het boek. Toen ik begon te schrijven, wist ik dat dit verhaal voor een groot stuk zou draaien rond het verleden van Gwen. In de cursieve hoofdstukken daal ik af in haar onbewuste. Dat was een opwindende schrijfervaring voor mij. Bijna uniek zelfs.

• De passage met de rafelende wollen trui is zo pakkend!  Voel je dat als schrijver ook zo aan of is dat ook voor jou even slikken?

Elk boek bestaat uit bepaalde passages die in een zekere trance geschreven worden. Helaas gebeurt dat niet met elke pagina of zelfs elk hoofdstuk, maar sommige stukken, zoals dat heet, ‘schrijven zichzelf’. Deze passage was er een van. Je zit dan, als schrijver, zo diep in het onderbewuste van je personage dat grenzen wegvallen.

• Gwen wordt geplaagd door nachtmerries.  Wat zou jouw grootste nachtmerrie kunnen zijn?


Ik ben vader van 3 kinderen. Ik denk dat je wel kan raden wat mijn antwoord is.

  Voel jij sympathie voor jouw hoofdpersonage/s?  Begrijp je hen?

Ja, ik voel sympathie, maar dat betekent niet dat ik hetzelfde zou doen in gelijkaardige situaties. Ik vind het net bevrijdend om, via mijn personages, dingen te doen die ik in het echt nooit zou durven.

  Hun cynisme, hun galgenhumor, hebben de personages dat geërfd van hun geestelijke vader?

Misschien wel een beetje, ja. Thrillers die alleen maar mistroostig zijn, vertonen vaak een gebrek aan verbeelding. Zeker in een erg donker verhaal is humor ‘the crack that lets the light in’ (Leonard Cohen).

  Jij houdt wel van krachtige uitspraken?  Enige overdrijving is jou niet vreemd? (bv.  wallen zo groot dat ze een eigen bed opeisen)

Die dingen maken deel uit van mijn stijl. Ik probeer die stijl zo specifiek mogelijk te maken, zodat lezers na een pagina al weten dat ze ‘een Dehairs’ in hun handen hebben.

  Sommige beelden zijn dan weer hilarisch.  De dalai lama op een strand!  Waar haal je het?

Geen idee. Soms lig ik zelf wel eens op een strand. Zonder de dalai lama welteverstaan.

  Het kinderwijsje ‘Hoedje van papier’ weerklinkt regelmatig.  Het zat hele dagen in mijn hoofd.  Wist je dat dit het effect zou zijn en wilde je dat ook bereiken?

Nee, ik wilde gewoon de leefwereld van een erg jong kind vatten. Dat liedje was een manier om die wereld tastbaarder te maken.

• Muziek is een leidmotief in ‘Nachtstad’.  The Beatles, The Stones, …  behoren zij tot jouw favoriete groepen?  Zij zijn toch van lang voor jouw tijd?

Ja, ik luister wel graag naar The Beatles en The Stones, maar ik zou niet zeggen dat ze mijn favoriete bands zijn. Ik ben een kind van de jaren ’90 en mijn favoriete muziek komt uit dat decennium. Ik koos bewust voor de Beatles om wat afstand tussen Brik en mijzelf te creëren.

• Op de laatste bladzijde van ‘Nachtstad’ vindt de lezer een link naar de playlist op Spotify waar de liedjes die voorbijkomen in het boek kunnen  beluisterd worden.  Krijg je daar reacties van de lezers op?  Hoe zijn die?

Dat was een idee van mijn vrouw. Ze zei dat ik die nummers in een aparte lijst achterin het boek moest opnemen, omdat de leeservaring zo een extra dimensie zou krijgen. Ze had weer maar eens gelijk. De meeste lezers reageren trouwens enthousiast op de lijst.

  Beluister jij muziek tijdens het schrijven? Tijdens het lezen?


Vaak schrijf ik een eerste versie met muziek en herschrijf ik in stilte. Lezen doe ik ofwel in stilte ofwel begeleid door muziek – maakt niet uit.

  In ‘Nachtstad’ gebeurt nogal wat.  Het grote plaatje blijft  lang onzichtbaar.  Hoe hou je je plot overzichtelijk en op de juiste koers?

Door in een constante staat van lichte paniek te verkeren en te hopen dat alles toch nog goed komt.

  Tot slot.  Ga je met het duo Keller – Gwen verder?  Komt er een vervolg op ‘Nachtstad’? 

Ik ben nog niet klaar met Brik en Gwen. En zij ook nog niet met mij.

 

Thrillerlezers! wenst jou nog veel inspiratie en interessante uren in het gezelschap van Keller en Gwen. Hopelijk zonder dat er al te veel slachtoffers vallen.  Alhoewel, een thrillerlezer smult daar dan weer van! 😊

Anita

woensdag 2 februari 2022

Nachtstad van Wouter Dehairs

 


Hoedje van papier

In december 2021 sleept Wouter Dehairs met ‘Nachtstad’ de Knack Hercule Poirot Prijs in de wacht.  Eerder schreef hij ‘Lockdown’ en ‘De graffitimoorden’.

1997.  Tijdens een spelletje verstoppertje klinkt het deuntje ‘Hoedje van papier’.  Een kind zit opgesloten in een donkere kast en wacht om gevonden te worden.  Daarna doet Gwen ‘Goudlokje’ een gruwelijke ontdekking: ze is alleen in huis met de dode lichamen van mama en papa. 

2020.  De zaken gaan niet bijster goed voor privé-detectieve Keller Brik, maar nu krijgt hij in korte tijdspanne twee verontrustende zaken op zijn bord.  De echtgenote van de Brusselse minister-president wordt vermist.  Op social media circuleert de foto van de schaars geklede en geboeide Ellen Malfroidt. Zijn assistente Gwen Van Meer eigent zich de zaak rond het geboeide meisje toe.  Niet geheel naar de zin van Brik, maar nood breekt wet: hij moet alle zeilen bijzetten in de zaak rond mevrouw Deman.

Twee verhalen ontwikkelen in eerste instantie apart van elkaar.  Ze hebben als gemene delers het privé-detectivekantoor van Keller Brik en Brussel.  Brussel zal zij aan zij met Keller en Gwen, mee de hoofdrol opeisen.

‘Nachtstad’ trekt je vanaf bladzijde 1 diep het verhaal in.  Onmiddellijk  valt de ietwat bijzondere relatie tussen Keller en Gwen op.  De conversaties zijn pittig. Het is niet het soort relatie dat je verwacht tussen werkgever en werkneemster: Gwen schoffeert; Keller is botter dan een bot mes. 

Zowel Keller als Gwen zijn getroebleerde personages die een zware rugzak torsen.  Het zijn twee sombere eenlingen die vooral náást elkaar werken.  Communicatie is moeilijk en telkens weer een hele opgave.  Naarmate het plot vordert, komen hun meest diepe angsten bloot te liggen.  De metafoor van de ontrafelende trui met betrekking tot Gwen is heel raak gekozen.  Hun pad naar verlossing verloopt moeizaam en vraagt heel veel tijd.  Ook al hebben ze een torenhoge muur tussen elkaar opgetrokken, het is de ene niet zonder de andere.  De schrijver brengt dat goed in beeld door voortdurend af te wisselen tussen de beide personages.

De sfeer is voortdurend geladen.  Knokpartijen met  Bulgaren, overvallen in Brusselse stegen, bendes die opereren vanuit de Brusselse metro en corruptie op het hoogste niveau voeden voortdurend het plot dat op geen enkel moment in een stilstaande fase belandt. 

Brussel ademt op elke bladzijde van het boek mee; de wetten van de stad zijn van invloed op de evolutie van het plot.  Keller Brik is Brussel.  Brussel is zijn habitat met al haar kuren en grillen.  Ze is zijn haven en tegelijkertijd een koele minnares. Hij is vertrouwd met haar donkerste steegjes, maar toch trapt ook hij nog in haar vallen. Tussen hun twee is het somberheid door osmose.  Toch zal het de nachtstad zijn die Brik op het juiste spoor zal brengen.

Gwen dient rekening te houden met gezelschap van een andere orde: een tastbaar beeld van lang geleden en het zwarte gat in haar hoofd brengen haar aan de rand van de afgrond.

Een kinderliedje en popmuziek die met regelmaat ‘weerklinken’ voegen toe aan de dreiging of versterken de gevoelens van de twee hoofdpersonages.  Of het nu The Beatles, The Stones of ‘Hoedje van papier’ is, de deuntjes blijven hangen. Helemaal op het einde van het boek trakteert de auteur op een link naar zijn playlist.  Een leuk toemaatje voor de liefhebbers!

Wouter Dehairs trekt vele registers open wat het taalgebruik betreft: brutale replieken, sarcasme, cynisme, galgenhumor, maar ook heel fijne metaforen, …, ‘Nachtstad’ heeft het allemaal.  Zelfs wat niet gezegd wordt, komt luid en duidelijk over.  En ondanks alle somberheid, toveren de vele fors overdreven opgeroepen beelden regelmatig een lach op je gezicht. 

‘Nachtstad’ laat zich maar moeilijk opzijleggen. Toch wel bijzonder dat een grootstad als Brussel mee de hoofdrol opeist en in het DNA van de andere hoofdrolspelers gaat zitten.  Het plot ontwikkelt zich op realistische wijze.  Het is even geduld oefenen voor het grote plaatje, maar naarmate de cursieve tussenkomsten van het ‘ik’-personage dwingender worden en de nood steeds hoger komt, vallen de puzzelstukjes op hun plaats!  De nacht mag niet winnen, niet in Briks stad.  Lees ‘Nachtstad’ en ontdek zelf hoe het afloopt!


Vijf kraaien

Anita

vrijdag 25 juni 2021

Interview met Bart Debbaut

 


Met ‘Rauwkost’ is Bart Debbaut terug van even-weg-geweest.  In deze culinaire thriller – het elfde boek van de auteur - krijgen John Leyssens, Mieke Van Cattendyck en hun team te maken met een moordenaar die het gemunt heeft op bekende tv-koks.  Gerechten die het water in de mond doen lopen, mooie stukjes muziek en moord.  Een interessante mix!  Wie is Bart Debbaut en hoe kwam een en ander tot stand? 

Ergens in Tienen …

 

•Wie is Bart Debbaut?  Zou je je even willen voorstellen aan de Thrillerlezers!?

Ik ben gehuwd met Ann, vader van Alexia (19) en Jelena (17). Ann en ik namen ruim 10 jaar geleden de herenkledingzaak ‘De Gouden Schaar’ in Tienen over. Daarvoor waren we actief als bankier (Bart) en medisch secretaresse (Ann). Een onverwachte wending dus in onze carrière. Ik speel piano, kook graag, fiets ook graag en organiseer klassieke concerten. Als bankier schreef ik geregeld artikels en columns. Die evolueerden langzaam maar zeker naar fictieve verhalen, tot ik in 2007 besloot om een thriller te schrijven. Een jaar later verscheen ‘Scherven’, mijn debuutroman bij de kleine uitgeverij Kramat. Het was de start van een reeks van 5 thrillers met John Leyssens & Mieke Van Cattendyck als politie-inspecteurs. Na die 5 boeken besloot ik het over een andere boeg te gooien. Ik schreef een novelle, een satirische roman en nadien nog enkele stand-alone-thrillers. ‘De Mol’, een thrillerversie van het gelijknamige populaire programma ‘(Wie is) De Mol’, was mijn laatste boek, drie jaar geleden. Daarna heb ik de pen even neergelegd om me met een andere passie bezig te houden: klassieke muziek. Ik besliste om een pianoconcerto te studeren (het 17de van Mozart), ik heb er ruim een jaar intensief op gestudeerd en daarna uitgevoerd met orkest. Een unieke ervaring.

 

  Met ‘Rauwkost’ ben je terug van even weggeweest.  Voelde je de behoefte om het schrijven even op een lager pitje te zetten?

Het schrijven van ‘De Mol’ heeft veel van me gevergd. Ook nogal wat frustraties met zich meegebracht. Hoewel ik het een eer vond om ‘De Mol’ in een thrillerversie te mogen schrijven, vergde het veel energie, geduld en toegevingen. Het was ook mijn  tiende boek, en het leek meteen mijn laatste, het was een beetje ‘op’. Maar kijk, drie jaar later kreeg ik opnieuw veel ‘goesting’ om aan een nieuw boek te beginnen.


  Je bent naast schrijver ook actief op andere fronten.  Er is ook nog jouw kledingzaak De Gouden Schaar in Tienen.  Valt schrijven goed te combineren met jouw andere beroepsbezigheden?

Wanneer slaap jij eigenlijk, vragen mensen me weleens. Ik schrijf, speel piano, organiseer concerten, fiets en kook. En heb een erg drukke kledingzaak. Dus ja, ik heb best een intens leven. Maar ik zoek de drukte ook zelf op, door het allemaal te combineren, gewoonweg omdat ik het allemaal graag doe, en ik het niet echt als ‘werken’ beschouw. Stilzitten is niet echt aan me besteed. Uiteraard is een boek schrijven een proces dat veel energie en tijd vergt. Maar als ik aan een nieuw boek begin, doe ik dat op een gedisciplineerde manier, door minimum 4 dagen per week telkens minstens 1000 woorden te schrijven. Zo blijf ik in het verhaal en leer ik de personages ook beter kennen.

 

• Hoe kwam je op het idee om een misdaadverhaal te situeren in het milieu van tv-koks?

Het was mijn uitgever bij Lannoo, Johan Ghysels, die me op het idee bracht. Hij weet dat ik graag kook en ook lid ben van mannenkookclub De Gastroseksuelen. Lannoo is bovendien de uitgeverij van een aantal zeer bekende Vlaamse koks (Piet Huysentruyt, Peter De Clercq, Pascale Naessens, …). Ik vond het meteen een goed idee, het leek me ook het uitgelezen moment om mijn reeks rond Leyssens & Van Cattendyck nieuw leven in te blazen. Tot grote vreugde van mijn fans, zo blijkt nu.

 

• Eerder schreef je ‘De mol’ geïnspireerd op het gelijknamige spelprogramma.  In ‘Rauwkost’ zitten nogal wat verwijzingen naar kookprogramma’s.  Heb je voor dit boek kookprogramma’s gebingewatched ?


Ik heb nogal wat kookprogramma’s bekeken, de laatste jaren, simpelweg omdat ik er graag naar kijk, me graag laat inspireren en het best leuke televisie vind. Maar voor ‘Rauwkost’ heb ik dat niet bewust meer gedaan dan anders.

 

• Ben je, terwijl je films of tv kijkt, tegelijkertijd op zoek naar inspiratie voor een nieuw misdaadverhaal?

Niet echt, ik haal mijn inspiratie een beetje overal. Door actief te zijn op zoveel domeinen (koken, sporten, klassieke muziek, kledingzaak, …) komt die inspiratie vaak vanzelf.

 

• Zijn de tv-koks in ‘Rauwkost’ geïnspireerd op koks die recentelijk of tegenwoordig op tv te zien waren of zijn?  Ik moest op een gegeven moment in het boek zelfs denken aan ‘Loïc tussen twee vuren’ dat nu op VTM loopt.  Toeval?

Laat ons het erop houden dat ik in elk boek wel wat actualiteit verwerk. Maar heel bewust had ik niet meteen bepaalde bekende tv-chefs voor ogen. Die interpretatie laat ik dan ook graag over aan de fantasie van de lezer.

 

• Voor ‘Rauwkost’ kon je rekenen op de fantasie van je dochter, de taalkundige vaardigheden van je vader en de culinaire input van je goede vriend Johan Engelen.  Hoe moeten we ons die ‘samenwerking’ voorstellen?

 

Mijn oudste dochter Alexia studeert Taal- en Letterkunde aan de K.U.Leuven. Ze is een echte taalvirtuoos, schrijft mooie gedichten en teksten, maar heeft voorlopig niet de ambitie ermee naar een uitgever te stappen. Tijdens ons wekelijks ritje richting haar studentenkamer in Leuven, hebben we vaak over ‘Rauwkost’ gepraat. Ik vertelde over het verhaal, zij kruidde het met haar ideeën en fantasie. Het waren leuke momenten tussen vader en dochter, die me effectief ook geholpen hebben om er een spannend verhaal van te maken. Mijn vader is al sinds mijn eerste boek mijn vaste ‘corrector’. Steevast leest hij mee en corrigeert hij taalkundige slordigheden. Hij kan het dan ook niet laten om tegelijkertijd ook inhoudelijke voorstellen te doen, waarmee ik soms – niet altijd – rekening hou. Ook zijn hulp is dus van onschatbare waarde. En van mijn goede vriend en ‘beste hobbykok van Vlaanderen’ gebruikte ik een aantal van zijn zeer lekkere gerechten om ze in mijn culinaire thriller te verwerken!

 

• ‘Rauwkost’  is de zesde John Leyssens en Mieke Van Cattendyck.  Hoe was het om opnieuw in het gezelschap van het duo en hun team te verkeren?

Het was een leuk weerzien met John Leyssens & Mieke Van Cattendyck. Ik heb mijn eerste boeken herlezen om hen opnieuw te leren kennen, en me een beeld te vormen over hun leven, zowel op persoonlijk vlak als beroepsmatig. Het blijven twee zeer interessante personages om mee te werken, omdat ik hen zo goed ken en er altijd voor zorg dat ook de mensen die hen niet zo goed kennen mijn boeken afzonderlijk van elkaar kunnen lezen.

• Waarom heeft het zo lang geduurd voordat ze een nieuwe zaak op hun bord kregen?

Na de eerste vijf delen in de reeks, had ik er een beetje genoeg van. Ik wilde niet per sé in de voetsporen van Aspe en Deflo treden die er hun hele levenswerk van gemaakt hadden om een reeks met dezelfde personages te schrijven. Commercieel was dat geen verstandige zet van mij, want mijn fans hadden niet liever dan een nieuw deel in de reeks. Maar ik wilde wat anders doen, en dat heb ik ook gedaan. Maar nu – in dit nieuwe boek –  vond ik het moment rijp om hen – euh – opnieuw uit de koelkast te halen J. Tot grote vreugde van mijn fans, zo blijkt.

• In hoeverre lijk jij op John Leyssens of zijn er totaal geen gelijkenissen tussen jullie?

John Leyssens kan nogal nors zijn, iets wat mij minder overkomt, denk ik. Zijn cynische trekjes vind ik wel leuk, ze zijn me soms op het lijf geschreven. Ik kan hem ook laten zeggen wat ik denk maar daarom niet altijd zeg. Maar eigenlijk zijn de gelijkenissen tussen hem en mij heel erg beperkt.

 

  Leyssens is een heel menselijke rechercheur.  ‘Kleine gelukjes hebben zijn aandacht’.  Wat zijn jouw kleine gelukjes?

Kleine gelukjes zijn zo ontzettend belangrijk. Ik denk niet dat er een dag voorbijgaat zonder dat ik – als ik ’s morgens in de badkamer kom – het veluxraam openzet en naar de tuin kijk. Zeker als ik de dag ervoor in de tuin heb gewerkt, kan ik ontzettend genieten van het resultaat. Maar ook van mooie woordspelingen, wolkenpartijen of fietsroutes kan ik heel erg blij worden. En onlangs had ik een gouden lijntje op mijn chocotoff-wikkel. Ik heb hem meteen opgestuurd naar het bedrijf, maar wacht nog altijd op mijn verrassing.

 

  Je speelt met taal.  Het lijkt je zó makkelijk af te gaan.  In ‘Rauwkost’ zit je overduidelijk met je oren en ogen middenin het verhaal.  Zit je tijdens het schrijven ook daadwerkelijk in de door jou gecreëerde wereld?

Ik schrijf altijd met mijn hoofdtelefoon op en luister dan steevast naar klassieke muziek. Het brengt me in een soort alfastaat die zorgt voor een opperste concentratie, waardoor ik me echt in het verhaal kan verdiepen. Ik sta daardoor ook effectief in de actie, ik kan me dan heel makkelijk inleven in het doen en laten van de personages. Leuk detail: ik ken enkel het begin van mijn boek. Terwijl ik schrijf groeit mijn verhaal dus uit tot een spannende thriller, vaak tot mijn eigen verbazing.

• Het spel met woorden, de keukengerelateerde metaforen, hoe lang deed je over de voorbereiding van ‘Rauwkost’?  Of is dat allemaal parate kennis? 

Niet alles is parate kennis. Ik schrijf vaak al ‘googelend’, waarbij ik plots aan iets denk en dat meteen ga opzoeken. Doordat ik mijn verhaal als schrijvend moet boetseren, is het opzoekwerk voor mij erg belangrijk. Net door zo te werken, bots ik zelf op leuke weetjes die ik dan in het boek kan verwerken.

  Sommige zinnen en citaten blijven hangen.  De evidentie zelf en zo mooi!

‘Heerlijk moet het zijn om vogel te zijn, dacht hij.  Die voelt de dag al aanbreken als het nog donker is.’ p. 63

Eigen wijsheden?

Heb je al eens in open lucht geslapen? Of gewoon, met het raam van je slaapkamer wagenwijd open? Dan word je rond half vijf al wakker door het gefluit van de vogels die voelen dat er een nieuw dag aanbreekt. Ontzettend blij word ik daar van. Wij maken ons vaak zorgen om kleine dingen, maar vogels kunnen onbezorgd hun prachtige lied met iedereen delen die het horen wil.

 

  Lekker eten en drinken, ‘Rauwkost’ doet het water in de mond lopen.  De Odisseia Branco Reserva uit de Portugese Dourovallei wordt met gepaste égards voorgesteld.  Ben je een wijnkenner? 

Haha, integendeel zelfs. Ik drink weinig of geen alcohol. Dus voor dit soort weetjes heb ik me goed laten informeren.




 

  Signatuurgerechten.  In ‘Rauwkost’ staan ze voor ‘lugubere’ gastronomie.  Hou jij van lekker eten en moet het dan iets speciaals zijn of geniet je evenveel van gewone kost?

Tijdens de week kookt mijn vrouw altijd. Maar in het weekend, op feestdagen, of als we mensen uitnodigen, ben ik altijd kok van dienst. En ik daag mezelf dan altijd uit door gerechten te maken die ik nooit eerder maakte. Lekker spannend, toch?

 

  Wout Dumoulin en Vincent Lambrecht zijn niet meteen de meest sympathieke koks.  Ooit een nare ervaring gehad met een chef ?

Nee, eigenlijk niet. Ik heb wel tv-programma’s gezien met chef-koks waarvoor ik nooit zo willen werken: ze zijn onbeschoft, ruw en brutaal, hebben geen respect voor hun medewerkers. Maar de koks die ik persoonlijk ken, lijken me stuk voor stuk aardige mensen hoor.

• Jouw personages zitten nooit om een reactie of een antwoord verlegen.  Een kwaliteit die hun geestelijke vader ook bezit?

Ik denk dat ik daar schuldig pleit. Ik ben ad rem en snel in mijn reacties. Niet altijd tot grote vreugde van mijn gesprekspartners J.

  Hun conversaties zijn pittig en echt. 

De dialogen tussen de speurders zijn inderdaad vaak spitant en op het scherp van de snee. Ik hou er gewoon van om hen elkaar voortdurend te jennen en uit te dagen. Het is iets wat ik zelf ook graag doe in mijn professionele leven. Het houdt ons alert en scherp, zeer goed voor de productiviteit.

  Het verhaal in ‘Rauwkost’ is voortdurend in beweging.  Jij houdt blijkbaar niet van stilstaande fases.  Is dat iets wat jou doet afknappen op een boek?

Ja, absoluut. Ik vind dat nogal wat schrijvers zich bezondigen aan ‘bladvulling’. Het vertraagt het verhaal en zorgt voor vermoeide ogen bij de lezer. Ik wil graag de vaart in mijn verhaal houden. Dat zorgt voor reacties die ik elke keer weet opnieuw krijg: ‘ik kon niet stoppen met lezen’, ‘je schrijft zo filmisch’, ‘ik heb het in één ruk uitgelezen’, …

• Hou jij nog tijd over om te lezen?  Welk boek is jouw absolute favoriet?

Ik lees natuurlijk ook nog, maar minder fictie dan je zou denken. Ik heb onlangs een fantastisch boek gelezen over de zwarte pest in Vlaanderen (1349 van Joren Vermeersch), en las ook de biografieën van Mozart, Beethoven en Schubert.

  En die roddelblaadjes waarvan sprake in het boek, lees jij die zelf ook?  Is het toeval dat Mieke die leest en niet John?  Een clichéetje?

Ai, betrapt op een cliché. Ik lees geen roddelblaadjes, enkel kranten.

  Met de flirtende onderzoeksrechter doorbreek je wel een stereotiep beeld.  Wel zo leuk!  Hoe kwam je op dit idee?

Dat weet ik eigenlijk niet. Ik vond het gewoon een goed idee om een minder voor de hand liggende situatie uit te werken. Een onderzoeksrechter die haar inspecteur probeert binnen te doen. Hoe onwerkelijk. Maar tegelijk ook best menselijk. En vooral onmogelijk. Net die tegenstrijdige elementen zorgen voor een interessante zijlijn in het boek.

 

  Hoewel ‘Rauwkost’ een misdaadverhaal is, zit er heel veel humor in.  Is dat de humor van Bart Debbaut?

Het is niet echt ‘mijn’ humor, maar ik vind het wel ontzettend belangrijk dat ik er humor in verwerk. Humor is toch overal ‘vanzelfsprekend’. Wie op zijn werk niet met humor wordt geconfronteerd, moet dringend op zoek naar een nieuwe job.

  Hoe belangrijk is humor voor jou?

Zeer belangrijk. Humor is het belangrijkste medicijn.

• Een beeld van Patrick Van Craenenbroeck, een motet van Bach, …  Schoonheid in een verhaal over wraak en moord.  Je houdt duidelijk van mooie dingen.  Hoe belangrijk is schoonheid voor jou?

Ik hou van kunst en van muziek. Ik vind het heel erg dat de scholen alsmaar minder aandacht aan kunst en muziek besteden. Volgens mij zij  creativiteit en assertiviteit de allerbelangrijkste troeven voor een succesvolle loopbaan. Ik kan me een leven zonder kunst en muziek maar moeilijk voorstellen.

  Je bent van alle muziekmarkten thuis: Bowie, Rachmaninov, Bach, God ’s a DJ, …  Jij speelt ook piano? Zijn dit jouw muzikale voorkeuren?

Ik luister graag en veel naar muziek. Vaak is dat klassieke muziek, maar ook pop- en rock luister is graag. Zelf speel ik ook piano. Enfin, ik heb tot mijn 18de piano gestudeerd. Pas 30 jaar later besliste ik om het quasi onmogelijke te doen: een pianoconcerto van Mozart spelen met orkest, zonder enige ervaring en zonder ook aan een conservatorium te hebben gestudeerd. Binnen de klassieke muziek zijn de renaissance en de barok voor mijn schitterende periodes, en natuurlijk hou ik veel van Mozart.

 

  Netflix, bingewatchen, Spotify, … komen ook in ‘Rauwkost’ aan bod.  Jij houdt graag gelijke tred met de moderne media, zo blijkt.  Ben jij zelf een bingewatcher?  Welke (soort) serie houdt jou aan je zetel gekluisterd?


Ann en ik kijken regelmatig naar een reeks op Netflix. We keken ‘Unorthodox’, ‘The Crown’, en momenteel ‘Anne with an E’ Op Spotify luister ik momenteel naar de zeer interessante en boeiende podcast over Beethoven van Jan Caeyers
.

 

  Ik las naast je interesse voor kookprogramma’s ook verwijzingen naar voetbal, wielrennen, …  Mogen we verwachten dat je voor een volgend boek daar inspiratie gaat zoeken?  Ben je al met een volgend boek bezig?  En kan/mag je daar al iets over kwijt?

 

Ik fiets graag en kijk ook graag naar sport. Maar mijn volgende boek zal niet die richting uitgaan, denk ik. Ik heb wel een idee, maar wil het nog laten rijpen. Afpraak volgend voorjaar J  Dat staat onmiddellijk genoteerd!

 

Dank je wel, Bart, dat je tijd wou maken voor Thrillerlezers!. 

Heel graag gedaan!