Posts tonen met het label Dominique Biebau. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Dominique Biebau. Alle posts tonen

woensdag 24 december 2025

In gesprek met Dominique Biebau


 ‘Duivelsklauw’ van Dominique Biebau bevat meer dan spanning alleen. Na een spannende proloog ontvouwt de misdaadroman zich tot een gelaagd verhaal over bijgeloof, irrationele angst, uitsluiting, schuld en wraak. Tegen het decor van het dorp Mollendaal en geïnspireerd door Edgar Allan Poe en andere gotische klassiekers, houdt de auteur de lezer een ongemakkelijke spiegel voor. Hoe kwam Duivelsklauw tot stand, wat heeft Edgar Allan Poe hiermee te maken en waarover gaat de essentie van het verhaal? Dominique Biebau geeft antwoord.

Dag Dominique

-      Jouw nieuwe misdaadroman brengt ons opnieuw naar Mollendaal. Voor de nieuwe lezers, waar ligt Mollendaal?

 

Mollendaal bestaat niet echt (spoiler), maar het heeft wel een bestaande naam. Ik woon in Bierbeek in Vlaams-Brabant en in de buurt ligt een gehucht met de naam Mollendaal, een paar huizen in de schaduw van het  Meerdaalwoud. De naam fascineerde me zo hard dat ik het als locatie gebruik voor mijn boeken. Ik zie het als een soort Vlaamse versie van Midsomer, de dorpjes uit de gelijknamige Britse crimiklassieker.

 

-      ‘Duivelsklauw’ opent met een heftige scène. Welk effect wou je sorteren?  

 

Het boek begint inderdaad met een typische cliffhanger: een vrouw ligt onder een slingerende valbijl die langzaam dichterbij komt – een knipoog naar Edgar Allan Poe’s kortverhaal The Pit and the Pendulum. De lezers weten nog niet wie de vrouw onder de valbijl is – dat wordt pas later duidelijk. Hopelijk zet hen dat aan om verder te lezen.

 

-      Jaren terug, in Mollendaal, kwam het Schervengericht samen en werden Edward en zijn moeder uit het dorp verbannen. Deze vorm van ‘rechtspraak’ is fictief of heeft echt bestaan?

 

Het Schervengericht is losjes gebaseerd op de gelijknamige praktijk uit het Oude Athene. Daar kon je iemand verbannen door zijn naam op een scherf te schrijven. Wie voldoende tegenstemmen kreeg, moest de stad verlaten. In mijn boek wordt Edward verbannen, een jongen met een gigantische moedervlek op zijn gezicht. De burgers van Mollendaal besluiten hem en zijn moeder weg te jagen omdat ze bang zijn voor zijn misvormde gezicht.

 

-      Is Duivelsklauw een hommage aan de gothic novel?

 

Absoluut. Als student Germaanse talen verslond  ik gothic novels, het was ook een van mijn keuzevakken. Duivelsklauw bevat alvast heel veel verwijzingen naar  - uiteraard – het werk van Edgar Allan Poe, maar ook Frankenstein, Dracula, de werken van Coleridge passeren de revue. Het zijn werken die vaak draaien om anders zijn en hoe de maatschappij daarmee omgaat. Ze stellen ook de vraag: ‘Wie is nu eigenlijk het monster? De persoon die afwijkt, of net de gemeenschap die mensen afwijst op basis van hun uiterlijk.’

 

-      Edgar Allan Poe speelt een belangrijke rol in jouw boek. Is Duivelsklauw een eerbetoon aan Poe? Of zijn de verhalen van Poe de literaire laag waaruit jouw verhaal is ontkiemd? Wat trekt jou aan in zijn werk?

 

Het is moeilijk om géén fan van Poe te zijn. De man ligt aan de basis van het moderne horrorgenre en van het detectiveverhaal. Het is ook een fascinerende persoonlijkheid, hoewel sommige elementen uit zijn biografie wel wat hedendaagse wenkbrauwen doen fronsen (zo trouwde hij toen hij 26 was met zijn 13-jarige nicht). Voor de rest is hij het prototype van de ‘poète maudit’, de schrijver die ten onder gaat aan zijn eigen schrijverschap. Zelfs na zijn dood blijft hij mensen inspireren. Zo is er de anekdote van ‘Poe-toaster’, een onbekende persoon die elk jaar op de verjaardag van Poe een fles cognac en enkele rozen achterliet op zijn graf.

-      Elk spel is geïnspireerd op een Poe-verhaal. Welk Poe-verhaal vond jij het leukst om te verwerken in jouw boek?

Dat is een moeilijke vraag. Ik heb Poe’s werken als een grabbelton gebruikt, maar als ik dan toch moet kiezen… Het verhaal Het masker van de rode dood is misschien wel mijn favoriet: een verhaal waarin een rijke prins een luxefeest organiseert terwijl zijn volk wordt getroffen door een pestepidemie, wat natuurlijk slecht afloopt. In Duivelsklauw heb ik van het feest een soort escaperoom gemaakt. Ik vond het alvast heerlijk om de deelnemers aan diabolische opdrachten te onderwerpen. Ik vraag me af wat dat over mij zegt…

😊

-      Met welke passage in het boek zou je lezers willen verleiden tot het aankopen van jouw boek?

Ik zou dit fragment nemen: de moeder van Edward leest hem een sprookje voor – net voordat ze uit het dorp worden weggejaagd.
Het contrast tussen de intieme moeder-zoonband en de angstaanjagende buitenwereld vind ik iets hartverscheurends hebben. Als ouder proberen we uiteindelijk altijd onze kinderen te beschermen, maar dat lukt jammer genoeg niet altijd.

Vroeger

Elke liefde begon met een vraag. Iemand die voor je stond en zei: ‘Ik zie je graag. Jij mij ook?’ Elke liefde begon met een vraag – behalve één soort: die van een moeder voor haar kind. Die startte met een antwoord. ‘Ik hield al van jou voor je er was.’
Ze had nooit gedacht dat liefde zoveel pijn kon doen.

***

‘Mama, kan je me nog eens het verhaal vertellen van Anabelle en het Beest?’
‘Belle, lieve schat,’ corrigeerde zijn moeder hem met een glimlach.
‘Ja, dat!’ riep het jongetje enthousiast.
Ze plofte naast hem neer op het kleine bed dat krakend protesteerde onder hun gewicht. Haar hoofd zat vol lijstjes met dingen die ze nog moest doen. Ze was moe.
Haar zoontje lag onder een donsdeken met daarop een breed grijnzende Mickey Mouse afgebeeld, zijn magere armen en benen staken als sprietige takken onder het deken uit. Zijn ogen straalden, iets wat ze moeilijk kon weerstaan. Er zat de laatste tijd steeds vaker een doffe glans in de blik van haar zoon. Echt verwonderlijk was dat niet. Kinderen konden wreed zijn.
Ze drukte haar vermoeidheid uit als een opgerookte sigaret. ‘Ik heb dat al zeker tien keer verteld,’ zei ze met zachte stem. ‘Misschien wel honderd keer.’
De jongen knikte enthousiast. ‘Het is mijn lievelingsverhaal.’
Zijn moeder aaide door zijn donkere haren en ontblootte daarmee de karmijnrode wijnvlek die het leven van haar zoon zo beheerste. Wijnvlek. De naam klonk feestelijker dan de realiteit. Alsof iemand tijdens een receptie een glaasje rood op haar zoon had gemorst.
‘Volgens mij ken je het verhaal al beter dan ik.’
Opnieuw knikte de jongen.
Ze nam het boek voorzichtig van de plank en legde het open op haar schoot.

***

‘En ze leefden nog lang en gelukkig.’ Ze sloot het boek en stopte haar zoon zorgvuldig in. Hij was halfweg het verhaal al in slaap gevallen. Ze had het verhaal vooral aan zichzelf verteld.
Net op dat ogenblik werd op de deur gebonsd.

 Niet alleen Poe, ook Shelley met Frankenstein, sprookjes en film lijken voor jou bronnen van inspiratie. Waarin zit de kracht van literatuur volgens jou?

Literatuur is een vluchtheuvel, een plek waar je naartoe kan als de wereld rondom te chaotisch en te hard lijkt. Toch is het meer dan escapisme, als lezer kom je immers altijd terug naar de realiteit, maar dan wel met een rugzak vol waardevolle ideeën en verhalen die je kunnen helpen in het dagelijkse leven. Als mijn boeken een ding gemeenschappelijk hebben is het misschien wel de onvoorwaardelijke liefde voor boeken en verhalen (en dat is ruimer dan ‘literatuur’). Judith, een van de hoofdpersonages, is niet voor niets een bibliothecaris.

-      Wie de dader is is niet lang een geheim. Waar draait het dan om in jouw misdaadroman? Kan je dat in enkele trefwoorden samenvatten?

Duivelsklauw is niet echt een klassieke whodunit, want je weet inderdaad al snel wie de dader is. In dit boek draait het meer om de zoektocht naar de identiteit van het slachtoffer en om de afloop. Je wilt vooral weten hoe het met de hoofdpersonages afloopt – en dan vooral met Edward, de jongen die eigenlijk nooit echt een kans gekregen heeft.

-      Vergis ik me of is de sfeer die rond de Moordwijven hangt enigszins anders dan in ‘De Christiemoorden’?

De sfeer is een stuk donkerder, wat ook te maken heeft met de auteur die ik in de kijker zet. Het gaat er in Agatha Christies boeken – ondanks alle moord en doodslag – best wel gezellig aan toe. Haar boeken zijn vroege voorbeelden van cosy crime, iets waar je Edgar Allan Poe niet echt kan van beschuldigen. Ik was nochtans gestart met het idee om een boek te schrijven dat ook stilistisch aansloot bij De Christiemoorden, maar gaandeweg merkte ik dat de duisternis die in Poe’s verhalen zit toch ook wel doorsijpelde naar mijn eigen schrijfstijl. Toch heb ik geprobeerd om hier en daar wat humor binnen te smokkelen.

-      Mag de lezer empathie voelen voor Edward, ondanks zijn daden? Wie of wat is het echte monster in ‘Duivelsklauw’? Werd je ook geïnspireerd door de ideeën van Jean-Jacques Rousseau?

Ik heb zelf alvast een grote sympathie voor Edward. Door zijn moedervlek is hij al snel het slachtoffer van pestgedrag en verandert hij van een open, onschuldig kind in iemand die hij niet wil zijn. Hij verandert in datgene dat de anderen in hem zien: een monster. Zo speelt hij de rol die anderen voor hem gekozen hebben. En ja, ik denk dat die anderen eigenlijk de echte monsters zijn in dit verhaal. Ik heb me niet bewust laten inspireren door Rousseau, maar het klopt natuurlijk wel: geen enkel mens wordt als een monster geboren. Monsters worden gemaakt – en meestal door ‘gewone’ mensen zoals Aloïs.

-      Welk thema moet de lezer volgens jou als centraal thema in de roman ontdekken? Wat is de essentie van deze misdaadroman?

Elke misdaadroman heeft natuurlijk ‘misdaad’ als thema, maar Duivelsklauw draait toch ook om hebzucht. Edward neemt wraak op het dorp dat hem heeft verjaagd door misbruik te maken van de kleine kantjes van de dorpelingen. Hebzucht is daar zeker één van.

-      Hoe belangrijk is humor voor u, zelfs in een grimmig verhaal als dit?

Humor is heel erg belangrijk. Uit de eerste reacties blijkt ook dat lezers die humor wel weten te appreciëren. Mijn boeken geven me de kans om over een heleboel dingen mijn mening te geven en die verpak ik maar al te vaak in grappige stukjes. Vooral de personages Eline en Sien, de oudere dames die de leesclub Met Thrillende Vingers hebben opgericht, zijn me op dat vlak heel dierbaar. Eline is een heerlijk cynische vrouw die overal wel een pittige mening over heeft.

-      Mollendaal lijkt een miniatuurversie van onze maatschappij. De roman toont hypocrisie, bekrompenheid en egoïsme zonder veel genade. Is schrijven voor u ook een vorm van maatschappijkritiek?

Het is niet mijn bedoeling om mijn lezers een geweten te schoppen, want dat werkt toch niet. Nu en dan laat ik wel wat maatschappijkritiek doorsijpelen in mijn teksten, maar dat is zeker niet het hoofddoel. Bovendien heb ik ergens wel begrip voor de kleine kantjes van de mensheid – humor kan daar ook wel bij helpen. Niemand is uiteindelijk honderd procent goed of slecht. Uiteindelijk ploeteren we allemaal.

-      Begrijp je me als ik zeg dat de lezer zich ongemakkelijk zou kunnen voelen tijdens het lezen van dit verhaal? Is dat ook wat je wil bereiken?

Ook dat was niet mijn hoofdbedoeling. Ik wil vooral een spannend verhaal vertellen en ervoor zorgen dat mensen meeleven met mijn personages – ook al doen die soms dingen die niet helemaal juist zijn.

-      Tot slot: Kreeg je al lezerreacties binnen? Wordt het boek ontvangen zoals je het je gewenst hebt?

De eerste recensies zijn inderdaad al binnen en die zijn voor het grootste deel echt positief. Sommigen geven aan dat dit boek net iets literairder is dan zijn voorganger, De Christiemoorden. Anderen wijzen er wel op dat het begin een harde noot is om te kraken: er komen veel vertelperspectieven bij elkaar en dat maakt het misschien wat moeilijker om ‘in’ het verhaal te geraken, maar als je er eenmaal in zit … 😉

Dankjewel Dominique voor jouw verhelderende antwoorden die een waardevolle aanvulling zijn op het verhaal in ‘Duivelsklauw’. Hopelijk gebeurt er snel weer wat in Mollendaal en maak je ons er deelgenoot van.

Graag gedaan! Dank je voor het gesprek.

Anita voor Thrillerlezers!



dinsdag 3 mei 2022

Het mollenfeest van Dominique Biebau

 


Kettingreactie

De cover van ‘Het mollenfeest’ van Dominique Biebau doet in niks denken aan een feest: tegen een zwarte ondergrond suggereren spades besmeurd met bloed dat, indien er een feest komt, het een macaber tintje zal hebben.

Deel 1 ‘Maeckt u Ghereet’ introduceert de locaties die belangrijk zijn in het boek: de Toren, Brise-Tout en de Tumulus in het Mollendaalbos. 

Een vrouwelijk personage springt onder dwang vanop de Toren de duisternis in.  Dood.  Onmiddellijk daarna wordt teruggegaan in de tijd, naar de hete zomer van 1986.  Vier nichten brengen samen heel veel tijd door in Brise-Tout, de boerderij van hun grootouders.  Brise-Tout ligt vlak naast het Mollendaalbos.  Diep in dat bos, onder de Tumulus, woont volgens opa de Mollenkoning.   Het is een plaats midden in het bos waar de meisjes magische samenkomsten houden.  In Brise-Tout is de werkkamer van opa  voor de meisjes verboden terrein.  Griet, haantje de voorste van de nichten, slaat het verbod in de wind maar doet dan een schokkende ontdekking: opa’s geheim wordt ook haar geheim en zal uiteindelijk een zware impact hebben op de toekomst van alle nichten. 

De personages staan er! Na Griets ontdekking in opa’s werkkamer verandert de dynamiek tussen de nichten.  Het verbond dat ze sluiten bij het graf van de Mollenkoning betekent het begin van veel ellende.  De lont is in het kruit.  Een kettingreactie is in gang gezet.  Het leven is de nichten niet gunstig gezind. De vier meisjes groeien uit elkaar, ontwikkelen duidelijk hun eigen temperament, varen elk hun koers en zorgen voor verschillende perspectieven in het verhaal.  In cursieve tekst evolueert de wanhoop van een vrouwelijk personage naar pure waanzin en moordneigingen.  Een onschuldige mol ondergaat een gruwelijk lot.

Inderdaad! De idyllische sfeer waarin de jeugd van de meisjes zich afspeelt moet wijken voor gevoelens van onbehagen en angst die uitdijen als een rimpeling in het water als blijkt wat de intenties van de Mollenkoning zijn: de dood spaart niemand.  De dood huist onder de Tumulus, hangt tussen de bomen en richt een ware ravage aan onder hen die van ver of van dichtbij een link hebben met Brise-Tout.  In een goed in elkaar gepuzzeld plot opgebouwd uit korte hoofdstukken voedt de auteur de nieuwsgierigheid rond het mysterie dat opa’s geheim is, wordt stilaan duidelijk hoe de vork aan de steel zit en geven familiegeheimen aanleiding tot moord.

De negen delen in ‘Het mollenfeest’ worden elk voorafgegaan door (gedeeltelijke) verzen uit het vijftiende-eeuws Middelnederlandse gedicht ‘Van den Mollenfeeste’ van Anthonis de Roovere.

‘Het mollenfeest’ leest als een feest van het woord.  De hoeve van de Verpoortens heet niet toevallig ‘Brise-Tout’: het is daar dat de kiem van alle rampspoed die de familie treft, dient gevonden te worden.  I Muvrini schreeuwen met hun slepende Corsicaanse stemmen wanhoop uit.  Cursieve teksten, pictogrammen, verzen, dialogen, spaarzaam taalgebruik en beeldend taalgebruik …, Dominique Biebau geeft aan iedereen het woord overeenkomstig zijn aard en vermogens. Heel mooie zinnen zorgen voor de film in je hoofd.  De poëzie is altijd aanwezig; zelfs sterven komt in mooie woorden.  Veel verwijzingen naar schrijvers en legenden.  En humor! En wat is er mooier dan een klas leerlingen die in de ban raken van een Middelnederlands gedicht?  

In ’Het mollenfeest’ vormen spanning en literatuur een goed lopend huwelijk.  Als een Rattenvanger van Hamelen verleidt de auteur de lezer met mooie zinnen en neemt hem/haar pagina na pagina mee op een tocht waar de schaduw van de Mollenkoning steeds present tekent.

4.5 kraaien

Anita

zondag 1 mei 2022

Interview met Dominique Biebau

 


Naast leraar Nederlands en Engels is Dominique Biebau schrijver van misdaadromans.  Na het spannende ‘Ijslands gambiet’ volgde ‘Russisch voor beginners’ waarmee de auteur De Hercule Poirotprijs 2019 en De Gouden Strop 2020 binnenhaalde.  Eind 2021 verscheen ‘Het mollenfeest’ een literaire thriller die ondertussen op de longlist staat voor de Hebban Thrillerprijs.  Ook in ‘Het mollenfeest’ gaan literair taalgebruik en spanning hand in hand.  Is ‘Het mollenfeest’ eerder literatuur?  Of beantwoordt het boek toch eerder aan de criteria van een thriller?  Thrillerlezers! besloot zijn licht op te steken bij de schrijver zelf.

Dag Dominique

• Met ‘Russisch voor beginners’ won je de Hercule Poirotprijs (2019) en De Gouden Strop (2020).  Maakte dat het schrijven van ‘Het mollenfeest’ gemakkelijker of zorgde dat integendeel voor extra stress?

Eerst en vooral ben ik natuurlijk heel blij dat ik die prijzen gewonnen heb. Als dat niet gebeurd was, dan hadden we dit gesprek misschien zelfs helemaal niet gehad, maar ik moet wel toegeven dat ik sindsdien het schrijven wel wat serieuzer ben gaan nemen. Zo probeer ik nu ook rekening te houden met Nederlandse lezers en dat leidt soms tot pittige discussies over woordgebruik: schrijf ik ‘gsm’ of ‘mobieltje’ (het is ‘telefoon’ geworden), ‘al bij al’ of ‘al met al’, ‘de matras’ of ‘het matras’? Maar al BIJ al ben ik gewoon superblij met de extra aandacht die de prijzen me opgeleverd hebben. De rest zijn luxeproblemen.

• Jouw misdaadromans zijn tegelijkertijd literair en spannend.  Wat zijn ze in jouw ogen: literatuur of thrillers?

Vroeger hechtte ik veel meer belang aan die vraag. Als jonge snaak had ik een vrij elitaire kijk op boeken. Aan de ene kant had je ‘de Grote Literatuur’ en aan de andere kant ‘pulp’. Mijn jongere zelf wou natuurlijk tot die eerste groep horen, maar doorheen de jaren ben ik toch veel milder geworden. Je hebt uiteindelijk maar twee soorten boeken: boeken die je graag leest en boeken waar je je doorheen worstelt – en dat is dan nog eens heel persoonlijk.

Zelf zie ik mijn boeken eerder als misdaadromans dan als echte thrillers, maar dat komt vooral omdat ze niet spannend genoeg zijn (lacht).

• Vind je die classificatie zelf eigenlijk belangrijk? Let je daar op wanneer je een boek uitkiest om te lezen?

Steeds minder. Ik ben leerkracht Nederlands en daarom lees ik uiteraard regelmatig literaire werken om ‘mee’ te zijn, maar voor de rest ben ik een echte omnivoor: fantasy, historische romans, non-fictie, comics, ja zelfs thrillers (lacht)… ik lees ze allemaal. Uiteindelijk is wat op de cover staat niet zo heel belangrijk. Hoe het verhaal verteld wordt, is dat wel.

• Zijn andere schrijvers een bron van inspiratie voor jou?

Het zal misschien vreemd klinken, omdat hij een totaal ander genre schreef, maar ik ben een enorme fan van Terry Pratchett (auteur van de Schijfwereld-reeks) – en dan vooral van zijn humor. Nu en dan betrap ik me op typische Terry Pratchett-mopjes. Qua plot zijn Agatha Christie en Roald Dahl dan weer mijn grote helden. Dat zijn twee monumenten waar een mens nu eenmaal niet omheen kan.

• Anthonis de Roovere alleszins wel.  Zijn Middelnederlandse gedicht ‘Van der Mollenfeeste’ behoort tot jouw favoriete gedichten of diende het enkel als inspiratie voor het boek?

Het is alvast een gedicht dat me als tiener is opgevallen in de lessen Nederlands (en dat wil al wat zeggen). Het gaat ook over een universeel thema, de dood, en koppelt dat aan een levendige beschrijving van de hele maatschappij. Die combinatie van humor en fatalisme (‘we gaan allemaal dood, maar drink eerst nog iets’) spreekt me wel aan. Daarnaast ben ik sowieso een grote fan van dat oude Nederlands, dat ongelooflijk sappig moet hebben geklonken. Anthonis de Roovere was bovendien ook nog eens een Bruggeling, dus in mijn hoofd lees ik dat gedicht altijd met een zwaar West-Vlaams accent.




• Er zit heel wat intertextualiteit in ‘Het mollenfeest’.  Er is natuurlijk het gedicht van Anthonis de Roovere, maar ook verwijzingen naar Hemingway, legendes, … .  Betekent dat dat er aan het schrijven van het boek een grondige voorbereiding voorafgaat?

Die verwijzingen ontstaan vrij associatief, zonder dat ik daar veel over nagedacht heb. Soms levert dat wel eens problemen op. Zo besliste ik pas vrij laat om ‘Van der Mollenfeeste’ in het boek te integreren, nadat ik een scène met molshopen had neergepend. Oorspronkelijk heette het boek trouwens ‘Nichten’ (het gaat tenslotte om vier nichten), tot mijn uitgeverij er fijntjes op wees dat die titel in Nederland wel eens anders zou kunnen geïnterpreteerd worden.

• Brise-Tout, het Mollendaalbos, …  zijn bestaande plekken.  Aan het begin van het boek zijn zij de geografische ankerpunten in het verhaal.  Vertrek je graag vanuit iets wat bestaat in jouw eigen leefwereld?

Eigenlijk niet. Ik ben namelijk nogal lui als het op research aankomt. Daarom creëer ik liever mijn eigen, parallelle, wereld die wel wat gelijkenissen vertoont met de realiteit, maar net dat tikkeltje anders is. Dan kan niemand me op foute beschrijvingen betrappen. (Handig toch?) Het geeft me ook meer vrijheid om dingen uit te vergroten. Zo lijkt het bos in “Het Mollenfeest” net iets angstaanjagender dan het echte Mollendaalbos (dit moet ik zeggen van de toeristische dienst 😊).

•  De schrik zit er dus in dat je bezoekers van het Mollendaalbos afschrikt! 😊

• Waarom koos je voor vier nichten als hoofdpersonages?

Al vrij snel in het schrijfproces heb ik beslist dat ik een boek over familiebanden wou schrijven. Ik wou vier personages creëren die min of meer dezelfde voorgeschiedenis hebben maar daar op een compleet andere manier mee omgaan. Hoe bepalend is je genetische erfenis voor de rest van je leven? Kan je daaraan ontsnappen? Die genetische insteek deed me al snel bij vier vrouwelijke hoofdpersonages belanden: vrouwen zijn nu eenmaal de poortwachters van het leven.

• Berust het verhaal over de gruwel gepleegd door de Duitse officier op waargebeurde feiten?  Is geschiedenis ook iets wat jouw interesse heeft en ‘krab’ je wel eens graag aan ‘korstjes die je beter met rust zou laten’?

Die scène is niet gebaseerd op een concrete gebeurtenis, maar in mijn geboortestad (Waregem) circuleerden wel wat verhalen over gruwelijkheden die in de Tweede Wereldoorlog gebeurd waren. Zo zijn er vlak voor het einde van de oorlog, begin september 1944, nog enkele burgers door de Duitsers geëxecuteerd toen ze de bevrijding aan het vieren waren. Die verhalen maakten als kind een grote indruk op mij.   


• Jouw personages kunnen geïdentificeerd worden aan hun taalgebruik: spaarzaam, beeldend, woedend en dreigend, … .  Betekent dat dat je voordat je het verhaal begint te schrijven je je personages helemaal uitwerkt?

Normaal niet, maar voor ‘Het Mollenfeest’ heb ik dat voor een keer wel gedaan. Voor elke nicht had ik een soort ‘identiteitskaart’ gemaakt met daarin het antwoord op vragen als ‘Waarvoor schaamt ze zich het meest?’ of ‘Wat is haar grootste droom?’ maar ook vragen als ‘Met welke auto rijdt ze? (of fiets)’ of ‘Op welke politieke partij stemt ze?’

Voor hun karakters baseerde ik me dan weer op de humorentheorie van de Romeinse geneesheer Galenus. Die theorie classificeert mensen aan de hand van hun lichaamsvloeistoffen: zo zijn mensen met te veel zwarte gal  ‘zwartgallig’, die met te veel slijm (flegma) zijn dan weer ‘flegmatisch’. Totaal ontwetenschappelijk, maar gefundenes Fressen voor een schrijver!

• Heel veel leuke beelden!  Thomas vergelijkt zijn relatie met Anna met het opeten van een Ferrero Rocher.  Wat zegt deze vergelijking over jou?

Dat ik een enorme zoetekauw ben. Qua verslavingen ben ik in mijn kindertijd blijven steken: ik rook niet, drink zelden alcohol, maar ben dus wel een enorme snoeper en coladrinker. Ik eet mijn snoep ook altijd op de vreemdste manieren: zo haal ik bij Melocakes altijd het witte spul er eerst uit voor ik de rest op eet. En bij Ferrero’s… Dat lees je dus in het boek.

 • Het personage van Thomas vertoont gelijkenissen met zijn geestelijke vader?  Zo ja, in welke mate?

Thomas vertoont uitwendig inderdaad de meeste gelijkenissen met mezelf: hij is – net als ik – een leerkracht Nederlands, heeft een bepaalde leeftijd bereikt waarop je vaker terug dan vooruit kijkt, hij is ook niet de meest ondernemende, is ook een beetje zwaarmoedig en filosofisch aangelegd … Dat zijn allemaal karaktertrekken die bij mezelf ben gaan sprokkelen. Toch heb ik ook in de andere personages iets van mezelf gestoken. Zo is er Carla’s zwarte humor, Anna’s autistische kantje…   

• De leraar is nooit ver weg.  Carla beoordeelt Thomas met een 7 op 10.  Omdat je dat niet kan laten?

Misschien wel. Wie zal het zeggen? (lacht)

• Mag aangenomen worden dat de passage waarin Thomas het gedicht voorlegt aan zijn leerlingen en zij aanvankelijk maar matige interesse tonen uit het leven gegrepen is?  En dan ook het moment dat ze werkelijk gegrepen worden door het gedicht?

De scène is wel herkenbaar, denk ik, voor veel leerkrachten. We leven in een visuele cultuur. Het is dan ook moeilijk om jongeren gemotiveerd te krijgen om even de cocon van hun eigen tijd te verlaten, om te vertragen en stil te staan bij ‘maar’ wat woorden. Je kan hen dat au fond niet kwalijk nemen: we leven nu eenmaal in een tijd waarin ‘oud’ bijna een scheldwoord geworden is.

Toch probeer ik mijn leerlingen telkens weer te doen beseffen dat een tekst, hoe oud die ook is, in de eerste plaats geschreven is door mensen, die uiteindelijk dezelfde dromen hadden of met dezelfde dingen worstel(d)en als henzelf. Soms lukt dat, en dan ontstaat er een soort magie die van lesgeven het mooiste beroep ter wereld maakt. Soms niet – en dan hopen we morgen op beterschap.  

• Kan je ondertussen leven van jouw schrijven en zou je ooit overwegen om te stoppen met lesgeven?

Ik maak me geen illusies. Als Nederlandstalige auteur is het sowieso moeilijk om van je pen te leven, maar als Vlaming is het nog eens extra uitdagend. Momenteel combineer ik mijn schrijven met een 4/5 job als leerkracht en dat hoop ik nog lang te blijven doen. (Tenzij Steven Spielberg me een deftig voorstel doet voor zijn versie van ‘A feast for moles’!)

Als ik helemaal eerlijk ben, zou ik ook nooit fulltime willen schrijven. Mijn leerlingen houden me met mijn beide voeten op de grond en dat is soms wel nodig. Uiteindelijk vormen zij het leespubliek van de toekomst.

• Stop in ieder geval nooit met schrijven!  Tot slot, ben je ondertussen al met het schrijven van een volgend boek bezig?  Zo ja, kan en mag je er al iets over kwijt?

Voorlopig zit ik nog in de verkenningsfase. Ik ben aan verschillende verhalen begonnen maar wacht nog op een echte ‘klik’. Vroeger zou ik al gepanikeerd hebben, maar nu weet ik dat de muze zich nooit laat dwingen. We leven dus op hoop!

 

Bedankt dat je tijd wou nemen voor Thrillerlezers!  ‘Het mollenfeest’ is een feest om te lezen.  De thrillerlezers kijken vol verwachting uit naar jouw volgende boek!

Ook jij bedankt voor de fijne vragen!

Anita voor Thrillerlezers!

 

zondag 21 juni 2020

Win Russisch voor beginners

Waar gaat Russisch voor beginners eigenlijk over?

Om zijn job niet te verliezen, volgt Maarten noodgedwongen een avondcursus Russisch. Tijdens die lessen ontmoet hij het schijnbaar gelukkig getrouwde koppel Lore en Diederik. Zij volgen de cursus om hun droom waar te maken: een telegeleid bezoek aan de Kungur-grotten in Rusland.
Hun leraar is de excentrieke, nationalistische Rus Pavel. Al snel snijden spanningen door de groep wanneer blijkt dat niet alleen de leraar, maar ook Maarten voor de charmes van Lore valt.
Wanneer het koppel op grottenavontuur vertrekt, weten ze allemaal dat dit een fataal keerpunt in hun leven zal worden.

Je kan een exemplaar winnen en wat is de vraag voor dit boek?
Dominique won met dit boek twee prijzen en van jou willen we weten welke prijzen. Stuur jouw antwoord naar Thrillerlezersblog@gmail.com ovv Russisch voor beginners.

Word je ook nog even lid van onze groep op facebook? Dat kan simpel door te klikken op onderstaande link:

Thrillerlezers facebook

woensdag 22 januari 2020

Russisch voor beginners van Dominique Biebau


Titel: Russisch voor Beginners
Auteur: Dominique Biebau
Uitgeverij: Vrijdag
Publicatie: augustus 2019
Recensie door Lisa
Waardering: 4,5 kraaien

Om zijn job niet te verliezen, volgt Maarten noodgedwongen een avondcursus Russisch. Tijdens die lessen ontmoet hij het schijnbaar gelukkig getrouwde koppel Lore en Diederik. Zij volgen de cursus om hun droom waar te maken: een telegeleid bezoek aan de Kungur-grotten in Rusland. Hun leraar is de excentrieke, nationalistische Rus Pavel. Al snel snijden spanningen door de groep wanneer blijkt dat niet alleen de leraar, maar ook Maarten voor de charmes van Lore valt. Wanneer het koppel op grottenavontuur vertrekt, weten ze allemaal dat dit een fataal keerpunt in hun leven zal worden.

Dominique Biebau was voor velen – mezelf inclusief – een illustere onbekende naam in het boekenwereldje. Tot hij plots op de nominatielijst van Hercules Poirot 2019 verscheen en mensen zich afvroegen: Russisch voor beginners? Toen hij dan ook nog won, zijn velen aan de slag gegaan met dit boek, inclusief mezelf.

Ik ben met open mind begonnen aan Russisch voor Beginners, zonder de korte inhoud te lezen. Dat zorgde ervoor dat ik absoluut geen idee had waarover het verhaal ging, maar, zoals de titel al deed vermoeden, ging het uiteraard over een cursus Russisch. Als taalfanaat – Zweedse & Russische les gevolgd uit pure interesse – voelde ik meteen de sympathie voor het hoofdpersonage die gedwongen cursussen Russisch moet gaan volgen. Wanneer hij dan kennismaakt met een interessant Koppel – en uiteraard meteen vlinders in de buik voelt bij de vrouw in kwestie – voel je meteen in welke richting het verhaal gaat. Voeg daar nog grotten aan toe waar mensen regelmatig in verdwalen, en je hebt een Agatha Christie-stijl boek. Met verrassingen, maar ook een aantal voorspelbare momenten die echter de pret niet kunnen bederven. (Als je zo’n locatie gebruikt, wéét je gewoon wat er gaat gebeuren, je weet alleen nog niet met wie).

Waar het boek me meteen bij de keel greep, was de openingssequentie. Die is – zonder te spoilen – zo intens, dat je hem het hele boek door meedraagt. Russisch voor Beginners is een staaltje psychologische horror waarin dingen gebeuren waarop je hoopt dat ze nooit met jou zullen gebeuren. Dingen die allemaal een gevolg dragen en de rest van je leven zullen bepalen.

Een waardige winnaar, een sterk boek en een auteur met nog zeer veel potentieel. Lees dit boek, je zult het je niet beklagen. Genieten.

4,5 kraaien