zondag 4 november 2018

Bekentenissen van een boekhandelaar in november

C: Koen Broos

Toeval bestaat


Een weekdag ergens in april. Het is rustig in de boekhandel, want buiten schijnt de eerste lentezon van het jaar, en als geen ander is die zon in staat om de consument uit de winkels te jagen en naar de terrasjes te drijven. Dat geldt echter niet voor een man van ongeveer vijftig jaar die, met dank aan het goede weer, de hele literaire afdeling van de winkel voor zich alleen heeft. Hij buigt zich over de tafel met nieuwigheden, maar zijn rusteloosheid verraadt dat hij zijn gading niet vinden kan. Ik volg hem vanuit mijn ooghoeken tot ik het niet langer kan aanzien en spreek hem aan.

'Kan ik u ergens mee helpen, meneer?'

'Ik hoop het,' zegt hij, opgelucht dat hij er in zijn queeste niet langer alleen voorstaat. 'Ik heb een nogal moeilijke vraag.'

De ervaring heeft mij geleerd dat moeilijke vragen meestal redelijk gemakkelijk zijn, en dat 'kleine vraagjes' doorgaans ernstig denkwerk vereisen. Dit is een moeilijke vraag, dus ik maak mij geen zorgen. Maar wat volgt brengt me desalniettemin danig in de war.

'Ik heb op dit moment ongeveer drievierde van Blackwell van Kevin Valgaeren gelezen, en nu vroeg ik mij af of u nog andere, gelijkaardige titels kan aanbevelen.'

Voor een fractie van een seconde schiet het door mijn hoofd dat deze man geen idee heeft wie ik ben, maar ik berg die gedachte snel op omdat hij mij ongetwijfeld heeft herkend van de foto op het achterplat van Blackwell. Het klinkt ijdel, maar het is ook logisch. Als Stephen King morgen mijn boekhandel komt binnengewandeld, dan zou ik hem meteen herkennen, weliswaar gevolgd door een bloeddrukverzakking.

'Dat is toevallig!' zeg ik met een brede grijns. 'U bent in ieder geval aan het juiste adres. En wat vindt u dan zo goed aan Blackwell?' Als er een moment is om mijn niet bestaande ego te strelen, denk ik, dan is dit het wel.

'Het is niet alleen spannend; het is bovendien erg goed geschreven. Ik heb Bloedlijn en Seance ook gelezen, maar Blackwell is veruit het beste boek. Mijn vrouw en ik zijn gek op alles wat met het Verenigd Koninkrijk te maken heeft, en ik hou van de duistere sfeer, en die kleine historische details.'

'Wel, die boeken zijn natuurlijk heel uniek voor de Lage Landen,' smaal ik, in de hoop dat hij mijn geveinsde fierheid zal doorprikken, maar dat doet hij wonderwel niet.

Ik ben zo aangenaam verrast door deze ontmoeting, waardoor ik mij van geen kwaad bewust ben. Ik besluit mijn beste beentje voor te zetten, en neem hem mee naar de Engelstalige afdeling, waar ik hem laat kennismaken met de klassiekers. Maar al snel blijkt dat de man in kwestie al die boeken al vanbinnen en vanbuiten kent. Ik ga een versnelling hoger en introduceer Sarah Waters, Andrew Michael Hurley en E.S. Thomson: hedendaagse schrijvers die niet per se gothic novels schrijven, maar vaak elementen van het genre in hun romans en detectives verwerken. Mijn aanpak schijnt te werken, wanneer hij Thomsons Beloved Poison uit de boekenkast neemt en het achterplat begint te lezen.

'Het is toch jammer dat er geen Nederlandstalige schrijvers zoals Valgaeren zijn die zich met dat genre bezighouden,' zegt hij, terwijl hij Beloved Poison in zijn handen weegt; een teken dat hij twijfelt aan mijn advies.

Ik wil zeggen dat er in de Lage Landen wel enkele auteurs actief zijn die — toegegeven, het is niet helemaal hetzelfde — horrorverhalen schrijven, zoals Johan Deseyn, Tom Thys en Thomas Olde Heuvelt, maar dan besef is dat hij 'schrijvers zoals Valgaeren' heeft gezegd, en niet 'schrijvers zoals u'. Met andere woorden, de man heeft geen flauw idee wie ik ben.

Ik realiseer me dat ik een vergissing heb gemaakt, en een dilemma dient zich aan. Ik kan doen alsof mijn neus bloedt, of ik kan eerlijk zijn en zeggen wie ik ben. In dat laatste schuilt echter het gevaar van een potentieel gênante situatie, want de man weet op dat moment nog niet dat hij al heel de tijd staat te praten met de auteur van het boek dat hij adoreert. Het is een beetje zoals die filmpjes op Youtube, waarin een bakvis een liedje van Justin Bieber zingt, zonder te weten dat zijne Canadese godheid achter haar staat mee te luisteren, met dat verschil dat ik niet Justin Bieber ben en de man geen bakvis is, met alle respect voor beide partijen.

'Excuseer, meneer,' zeg ik, omdat ik mij schuldig voel vanwege het feit dat ik hem ongewild zolang aan het lijntje heb gehouden, 'maar ik ben Kevin Valgaeren.'

En bij deze komt de waarheid aan het licht. Ik ben als een stripteasedanseres die al de hele avond in een holle taart verborgen zit, en eindelijk tevoorschijn mag komen, of als Mr Leclerc uit 'Allo 'Allo, wiens vermomming meer indruk maakt op hemzelf dan op de anderen.

De man kijkt me enkele tellen met grote ogen aan, en begint vervolgens te gloeien. Het is vreemd om een man te zien blozen die bijna oud genoeg is om mijn vader te kunnen zijn, temeer omdat ik doorgaans de meest introverte en verlegen kerel uit de hoop ben.

'Ik wist niet dat...' stamelt hij. 'Verdomme, ik dacht het nog... ik ken die ergens van.'

'En ik dacht dat u wist dat ik het was,' zeg ik, en nu is het mijn beurt om te blozen.

Tegenwoordig spreken wij elkaar met de voornaam aan. We zijn nu enkele maanden verder en de man komt minstens eens per week langs in de boekhandel. We praten over boeken en onze gemeenschappelijke passie voor het Verenigd Koninkrijk. Ik doe mijn best om zijn onverzadigbare honger naar gothic novels in toom te houden door voor hem op zoek te gaan naar de nieuwste titels, en uiteraard ook door na mijn werkuren naarstig verder te schrijven, want mijn klanten moeten op hun wenken worden bediend.

Kevin Valgaeren

Geen opmerkingen:

Een reactie posten