zaterdag 4 maart 2017

Bloed op zand - deel 9 (door Karin Hazendonk)

Kai, die zijn gedachten nog amper op een rijtje had, schrok op van haar stem. Zacht, nog natrillend van de vergoten tranen, maar met een vleugje vastberadenheid. De prinses probeerde zelfs onder deze omstandigheden haar waardigheid te bewaren. Net als hij zat ze op de smerige vloer. Hoewel het aardedonker was in de laadruimte van de bus voelde hij hoe ze haar badjas strakker om zich heen trok en rechterop ging zitten.
‘De prins verdient een eervolle begrafenis en ik zal daarbij aanwezig zijn.’
Kai wist niet wat hij moest antwoorden. Beelden van het bloedbad dat hij zojuist had moeten aanschouwen flitste in slow motion voor zijn ogen heen en weer. Zij waren nog in leven, de prinses naar alle waarschijnlijkheid met een bedoeling, maar hij…?
Hij zocht naar woorden. Hij wilde de prinses geruststellen en haar ervan overtuigen dat hij alles zou doen wat in zijn vermogen lag om haar te beschermen. Met zijn leven als dat nodig was. De woorden zouden zijn mond nooit verlaten. De portieren van de bus werden geopend, het voertuig schudde toen twee mannen instapten en de portieren vlak na elkaar met een klap werden gesloten. Kai hoorde hun stemmen, rauwe keelklanken waarvan de betekenis volstrekt onduidelijk was. De motor brulde en met een ruk kwam de bus in beweging.
Door de schok verloor de prinses haar evenwicht en met enige schroom hielp Kai haar overeind te gaan zitten. ‘Wie zijn deze monsters?’ fluisterde ze dicht bij zijn oor.
‘Ik weet het niet,’ moest Kai haar het antwoord schuldig blijven. Hij probeerde zich op de weg te concentreren. Het parkeerterrein zou uiteindelijk naar een doorgaande weg leiden. Zijn onwetendheid nekte hem. Waarom had hij verdomme niet beter opgelet toen hij de weg naar het paleis had afgelegd.
Observeer altijd de omgeving, drong de stem van zijn mentor zijn hoofd binnen. Het kan je leven redden.
Nee, hij had nergens op gelet. Op weg naar wat misschien de belangrijkste opdracht van zijn jonge carrière zou zijn, moest hij de populaire jongen uithangen. Het moment van onoplettendheid. Zijn oom Aiden was daar het levende bewijs van.
Kai merkte dat de snelheid van de bus werd verhoogd. Met het verstrijken van de tijd verloor die alle betekenis. De prinses leunde tegen zijn schouder. Elk verschil tussen hen was weggenomen door de duistere situatie.
Abrupt kwam de bus tot stilstand. De rust die hen overviel na het monotone brommen van de motor en het schudden van de bus was unheimisch. Kai strekte zijn benen. Nu pas merkte hij dat zijn spieren waren verkrampt door het subtiel vasthouden van de prinses.
Een portier werd geopend en stemmen doorbraken de stilte. Kai luisterde ingespannen. Een mengelmoes van talen bereikte zijn oren. Soms viel er een Nederlands woord. Een ander geluid liet zijn lichaam verstrakken. Wapens. Ze stonden buiten met wapens in hun handen. Zijn ademhaling stokte en met de weinige zelfkennis die hij bezat, constateerde hij dat hij bang was. Op dat moment doorboorde de eerste kogel de zijkant van de bus. Het salvo dat volgde was oorverdovend.
Met een kreet liet Kai zich op het fragiele lichaam van de prinses vallen. Zijn instinct nam het over. Voorzichtig schoof hij met de vrouw in de richting van de cabine. Het houten schot zou weinig bescherming bieden, maar zijn lichaam zou de kogel opvangen als die op haar werd afgevuurd.
Hij voelde haar beven en hoorde haar geprevelde gebed.
Daarna doodse stilte.
Sigarettenrook drong door de kogelgaten naar binnen. De inktzwarte duisternis was verdwenen nu het licht van een straatlantaarn tot de laadruimte van de bus kon doordringen. Buiten, naast de bus werd gepraat en gelachen. Er klonk een dof geluid alsof iemand complimenterend op zijn schouders werd geslagen. Een naam… Wolf. Of was het de benaming van iets anders?


Een snik bracht hem terug naar de realiteit. De stank was terug. De geur van angst die beiden uitwasemden. Dat en de stank van koninklijke urine die ongeremd over de vloer was gelopen.  

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen