zaterdag 9 april 2016

Blauwe maandag - deel 6 (door Alexander Roessen)

*Vigo*

Vigo liep de tent uit en zag Agnes naast de tent voorovergebogen staan. Ze veegde haar mond af met de mouw van haar linkerarm.
‘Kom op, Agnes. Als je bij elk lijk dat je tegenkomt gaat overgeven, moet je je misschien eens afvragen of dit het juiste beroep voor je is.’ Hij probeerde zich van zijn eigen misselijkheid af te leiden en reageerde zijn woede af op Agnes.
‘Nou zeg, wat vriendelijker mag ook wel. Alsof jij zo'n koele kikker bent, heb je al eens in de spiegel gekeken. Je ziet bijna net zo bleek als dat jongetje daar,’ zei ze knikkend naar het kleine kereltje. Ze besefte dat ze misschien wat te grof reageerde, maar een beetje afbijten zou geen kwaad kunnen.
Vigo draaide zich naar het jongetje, die hard snikkend in de armen van de maatschappelijk werkster stond. Met moeite onderdrukte Vigo een glimlach. “Kijk, eentje die van zich afbijt. Dus niet alleen de koffie is pittig.”

Vigo zakte voor het jongetje door zijn knieën en keek omhoog naar de vrouw die hem stevig vasthield. Haar kalmerende woorden hadden hun uitwerking niet gemist en hij oogde al rustiger dan toen ze hem vanaf het bospad hadden gezien. De stevige vrouw had moeite haar tranen in bedwang te houden en rilde bij net zo hard van de kou als het ventje.
‘Hoi. Mijn naam is Vigo, ik ben van de politie. Wat is jouw naam?’
Het jongetje kroop nog dichter tegen de vrouw aan en trok de wollen deken over zich heen. Op zijn dikke winterjas zaten bloedspetters, maar hij oogde niet gewond.
‘Gaat het een beetje? Volgens mij heb je het heel koud, hé.’ Vigo probeerde het ijs te breken, maar omgaan met kleine kinderen was nooit zijn sterkste punt geweest. Te weinig geduld en teveel herhalingen, twee zaken die niet samengaan. Annemieke was daar veel beter in geweest, tot de puberteit toesloeg en Evelien aan hem ging hangen. Nu waren ze niet meer van elkaar te scheiden. Een echt papa's kindje. Annemieke was daar regelmatig verbolgen over.
‘Hij heet Daniël,’ antwoordde de maatschappelijk werkster, ‘en hij is zoveel jaar, zei ze terwijl ze haar hand omhoog stak met alle vijf de vingers gespreid.’ Ze boog zich voorover en keek Daniël met een glimlach aan. ‘Toch?’ Daniël staarde naar de grond en knikte weinig zichtbaar.
‘Hoi, Daniël. Kun jij vertellen wat er gebeurd is?’
Agnes draaide bijna hoorbaar met haar ogen. “Het is ook echt een man ook, snapt niets van een kind” dacht ze bij zichzelf.
‘Sybil.´ Daniël wees in de richting van de tent.
‘Sybil. Is dat je zusje?’ vroeg Vigo. Daniël knikte.
‘Sybil, zus.’ Meer kwam er niet uit.
‘Weet u misschien bij wie Daniël hoort, kent u zijn ouders?’ probeerde Vigo bij de maatschappelijk werkster. Bij het kind kwam hij geen steek verder.
‘Bep Waas, ook aangenaam,’ antwoordde de maatschappelijk werkster enigszins geïrriteerd bij het uitblijven van een hand. ‘Ik persoonlijk niet, maar het zou kunnen dat ze bij ons geregistreerd staan. Ik ben gebeld omdat ons telefoonnummer werd gevonden in de jaszak van het jongetje, dat betekent dat ze bij ons bekend moeten zijn. We hopen uit te kunnen vinden wie het zijn aan de hand van hun voornamen.’
‘Uitstekend, dat lijkt me een prima punt om te beginnen.’ Vigo stond met een kreun op en draaide zich om naar Agnes. ‘Kun jij met….’ hij zocht naar de voornaam van de maatschappelijk werkster. ‘Bep,’ vulde Agnes aan. ‘Kun jij met Bep en Daniël mee om te kijken of je kunt helpen? Het lijkt mij beter om Daniël hier weg te halen, het lijkt me al traumatisch genoeg met wat hij heeft meegemaakt. Aan de ene kant hoop ik dat hij niet teveel heeft gezien.’
‘Prima, dan ga ik naar Irina. Misschien dat zij ondertussen wat meer te weten is gekomen over mevrouw van Loon.’
‘Van Loon zegt u?’ vroeg Bep Waas.
‘Stephanie van Loon, inderdaad. Deze naam zegt u wel wat?’ Vigo reageerde verbaasd op de plotselinge alertheid van de vrouw.
‘Zeker. Mevrouw van Loon is een goede bekende van ons, in negatieve zin.’


3.

*Agnes*

Agnes reed met Bep en Daniël naar het GGZ centrum, een half uurtje rijden van de plek waar Sybil en Daniël gevonden waren. Hoewel de misselijkheid haar keel dichtkneep, wist ze zichzelf groot te houden. Ze zat met Daniël op de achterbank, de jongen zat dicht tegen haar aan gekropen. Zijn jas was in beslag genomen en geseald om het bloed te kunnen vergelijken met dat van het meisje. Wie weet zaten er nog sporen op die van geen van beiden waren.
‘De Onschuldige Sneeuwengel’. Vigo werd steeds luguberder met zijn werktitels. Agnes snapte niet zo goed waar die bizarre behoefte vandaan kwam om elke zaak maar een titel te geven, alsof hij van elke zaak een boektitel verzon voor latere publicatie. Het eerste hoofdstuk zou gaan over een oudere man die zijn hond aan het uitlaten was in het bos en die een verdwaald jongetje tegenkwam op een bospad. Hij had proberen te achterhalen wie het jongetje was en wat hij daar zo alleen deed, maar deze wist niet meer dan ‘zus’ uit te brengen. In een jaszak had hij een telefoonnummer gevonden die zat vastgenaaid aan de voering, met zijn mobiel had hij aan de rand van het bos contact weten te kregen. Terwijl hij Bep vroeg om naar het bos te komen, sloeg de hond aan. Deze stond verderop in de diepe sneeuw te blaffen. Met het jongetje aan de ene hand en de mobiel in de andere, liep hij in de richting van het geblaf en zag dat er wat voor de hond in de sneeuw lag. In eerste instantie dacht de man nog dat de hond een haas te pakken had, maar al snel werd duidelijk dat het object daar te groot voor was. De gruwelijke ontdekking van het meisje had een diepe indruk gemaakt op de oude man. Al snel arriveerden de hulpdiensten, Bep kwam niet veel later.
Ambulancepersoneel hadden Daniël onderzocht op verwondingen maar niets gevonden. De bloedsporen moesten van zijn zusje zijn. De oude man werd voor de zekerheid apart genomen en traumahulp aangeboden.
De gedachten dat Daniël zo dicht bij zijn zusje heeft gestaan dat er bloedsporen op zijn jas terecht waren gekomen was te gruwelijk voor woorden. Ze hield de jongen nog net een stukje steviger vast. Als ik niet bang ben, hoef jij het ook niet te zijn.

Of Sybil daadwerkelijk in contact was gekomen met een object moest nog worden onderzocht, het is een bosrijke omgeving waar ze was gevonden dus een aanval van een wild dier kon niet worden uitgesloten maar de hoofdwond suggereerde kwade opzet. De autopsie zou ook daar uitsluitsel over moeten geven. Of de twee zaken met elkaar te maken hadden moest snel duidelijk worden voor er sporen verloren zouden gaan. Op voorbarige conclusies zat niemand te wachten, een open geest is wat nodig is in dit beroep. Ze besefte dat eigenlijk te laat nadat ze aan Vigo had verteld dat Steffie een bekende was en dat het kind van haar zou kunnen zijn. Het was een gevoel, zonder enige vorm van onderbouwing. ´Feiten, je moet je aan de harde feiten houden´ zei haar vader altijd.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen