Posts tonen met het label verhalen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label verhalen. Alle posts tonen

zaterdag 4 maart 2017

Bloed op zand - deel 9 (door Karin Hazendonk)

Kai, die zijn gedachten nog amper op een rijtje had, schrok op van haar stem. Zacht, nog natrillend van de vergoten tranen, maar met een vleugje vastberadenheid. De prinses probeerde zelfs onder deze omstandigheden haar waardigheid te bewaren. Net als hij zat ze op de smerige vloer. Hoewel het aardedonker was in de laadruimte van de bus voelde hij hoe ze haar badjas strakker om zich heen trok en rechterop ging zitten.
‘De prins verdient een eervolle begrafenis en ik zal daarbij aanwezig zijn.’
Kai wist niet wat hij moest antwoorden. Beelden van het bloedbad dat hij zojuist had moeten aanschouwen flitste in slow motion voor zijn ogen heen en weer. Zij waren nog in leven, de prinses naar alle waarschijnlijkheid met een bedoeling, maar hij…?
Hij zocht naar woorden. Hij wilde de prinses geruststellen en haar ervan overtuigen dat hij alles zou doen wat in zijn vermogen lag om haar te beschermen. Met zijn leven als dat nodig was. De woorden zouden zijn mond nooit verlaten. De portieren van de bus werden geopend, het voertuig schudde toen twee mannen instapten en de portieren vlak na elkaar met een klap werden gesloten. Kai hoorde hun stemmen, rauwe keelklanken waarvan de betekenis volstrekt onduidelijk was. De motor brulde en met een ruk kwam de bus in beweging.
Door de schok verloor de prinses haar evenwicht en met enige schroom hielp Kai haar overeind te gaan zitten. ‘Wie zijn deze monsters?’ fluisterde ze dicht bij zijn oor.
‘Ik weet het niet,’ moest Kai haar het antwoord schuldig blijven. Hij probeerde zich op de weg te concentreren. Het parkeerterrein zou uiteindelijk naar een doorgaande weg leiden. Zijn onwetendheid nekte hem. Waarom had hij verdomme niet beter opgelet toen hij de weg naar het paleis had afgelegd.
Observeer altijd de omgeving, drong de stem van zijn mentor zijn hoofd binnen. Het kan je leven redden.
Nee, hij had nergens op gelet. Op weg naar wat misschien de belangrijkste opdracht van zijn jonge carrière zou zijn, moest hij de populaire jongen uithangen. Het moment van onoplettendheid. Zijn oom Aiden was daar het levende bewijs van.
Kai merkte dat de snelheid van de bus werd verhoogd. Met het verstrijken van de tijd verloor die alle betekenis. De prinses leunde tegen zijn schouder. Elk verschil tussen hen was weggenomen door de duistere situatie.
Abrupt kwam de bus tot stilstand. De rust die hen overviel na het monotone brommen van de motor en het schudden van de bus was unheimisch. Kai strekte zijn benen. Nu pas merkte hij dat zijn spieren waren verkrampt door het subtiel vasthouden van de prinses.
Een portier werd geopend en stemmen doorbraken de stilte. Kai luisterde ingespannen. Een mengelmoes van talen bereikte zijn oren. Soms viel er een Nederlands woord. Een ander geluid liet zijn lichaam verstrakken. Wapens. Ze stonden buiten met wapens in hun handen. Zijn ademhaling stokte en met de weinige zelfkennis die hij bezat, constateerde hij dat hij bang was. Op dat moment doorboorde de eerste kogel de zijkant van de bus. Het salvo dat volgde was oorverdovend.
Met een kreet liet Kai zich op het fragiele lichaam van de prinses vallen. Zijn instinct nam het over. Voorzichtig schoof hij met de vrouw in de richting van de cabine. Het houten schot zou weinig bescherming bieden, maar zijn lichaam zou de kogel opvangen als die op haar werd afgevuurd.
Hij voelde haar beven en hoorde haar geprevelde gebed.
Daarna doodse stilte.
Sigarettenrook drong door de kogelgaten naar binnen. De inktzwarte duisternis was verdwenen nu het licht van een straatlantaarn tot de laadruimte van de bus kon doordringen. Buiten, naast de bus werd gepraat en gelachen. Er klonk een dof geluid alsof iemand complimenterend op zijn schouders werd geslagen. Een naam… Wolf. Of was het de benaming van iets anders?


Een snik bracht hem terug naar de realiteit. De stank was terug. De geur van angst die beiden uitwasemden. Dat en de stank van koninklijke urine die ongeremd over de vloer was gelopen.  

zaterdag 18 februari 2017

Bloed op zand - deel 7 (door Chantal van Mierlo)

‘Die klootzak was bij zijn graf?’ vroeg Aiden. Hij kneep in zijn neusbrug, om zo af te leiden van de intense pijn in zijn borst. Matthias. Lobatsky had zijn zoon vermoord en het licht in Aidens ogen gedoofd. Dat hij het lef had om naar Matthias graf te gaan gaf aan hoe zeer de rekening nog open was. Aiden probeerde de stemmen op de televisie buiten te sluiten, hij moest nadenken. Wat was er godverdomme aan de hand? En waar was Kai? Hij kon hem niet verliezen. Niet ook nog Kai.
Wat was Lobatsky van plan? Iets moest hem naar het graf hebben gedreven. Ging het om hun persoonlijke vete? Dat moest haast wel, want anders had hij het bij de Efteling gehouden en was hij niet naar het kerkhof gekomen.
‘Jezus, dat kan niet waar zijn.’ Het geluid in Ivette’s stem bracht hem terug naar het hier en nu. Het was niet zozeer wat ze zei, maar de klank van ontzetting die zijn aandacht trok.
‘Wat is er gebeurd?’ vroeg hij.
Hij hoorde Charles opstaan. ‘Dit moet ik verifiëren. Ik ga even bellen.’ Zes stappen, de deur van de hal die open en dicht ging.
‘De prins is dood aangetroffen,’ zei Ivette.
Aiden spitste zijn oren. De verslaggever was aan het woord. Stamelend, alsof hij zijn eigen woorden niet kon geloven. ‘Ik krijg zojuist door dat de prins is neergeschoten. Evenals zijn beveiligers.’
Aiden stond op in een impuls, liep naar de keuken en greep het aanrechtblad vast. Dood. De beveiligers waren dood. Kai. Hij moest meer weten. Met een paar grote stappen stond hij voor de televisie. Er klonk geroezemoes op de achtergrond. De verslaggeefster in de studio viel even stil, ze probeerde contact te maken met Peter den Ouden, haar man bij Het Loo.
De stem van Den Ouden kwam weer binnen, hakkelend. Aiden stelde zich voor hoe hij het microfoontje dicht tegen zijn oor drukte om te kunnen horen welke ontwikkelingen er waren achter het afsperband.
‘De prins is overleden. Twee van zijn bodyguards ook. Momentje.’ Wederom een moment van stilte. Aiden sloot zijn ogen. Concentreerde zich. Waar was Kai godverdomme?
‘Wat ik zojuist binnenkrijg, is dat de prinses is ontvoerd. Een auto met meerdere overvallers, terroristen, heeft zojuist het terrein verlaten. Het is op dit moment nog onduidelijk hoeveel personen er betrokken zijn bij die ontvoering, en of de prinses alleen is.’
‘Hoe kan dat nou?’ mompelde Ivette. ‘Hoe kunnen ze hen nou zomaar weg laten rijden.’
Aiden draaide zich om. Ivette-met-een-i moest nog veel leren.
De deur naar de hal ging open. Charles was er weer.
‘En?’ vroeg Aiden. Hij herkende zijn eigen stem nauwelijks.
‘Het is waar. De prins en twee marechaussees zijn ijskoud geëxecuteerd. Ze hebben de prinses en mogelijk ook een marechaussee in hun macht.’
‘Godverdomme,’ mompelde Aiden.
‘Dat neefje van jou? Kai?’
Aiden knikte.
‘Het ziet er naar uit dat hij dienst had vandaag.’
Hij hoorde hoe Ivette van schrik een teug lucht inzoog.
Aiden zei niets, maar liep naar de gang.
‘Waar ga je heen?’ hoorde hij Charles zeggen.
  ‘Tijd om te gaan, lijkt mij? Vertel jij mij maar waarheen. We hebben geen tijd te verliezen.


maandag 23 januari 2017

Verhalenwedstrijd Efteling

De Efteling heeft echt weer een leuke actie. Zeker voor de schrijvers onder ons.
Op hun website staat het volgende:
Sprookjes zijn generaties lang doorverteld, veranderd, opgeschreven en voorgelezen. Daarom bestaan ze vandaag de dag nog steeds. De Efteling, in 2017 al 65 jaar hoeder van het sprookje, is daar natuurlijk heel blij mee. Sprookjes moeten weer gaan leven onder de mensen, zodat ze altijd zullen blijven bestaan! 
In ons jubileumjaar organiseert Stichting Natuurpark de Efteling daarom de Sprookjesschrijfwedstrijd der Lage Landen. Met deze wedstrijd willen we fantasie stimuleren en het plezier van het schrijven van sprookjes laten ervaren voor iedereen in Nederland en Vlaanderen. 
Wat verwachten ze van je?
Schrijf een sprookje dat zich afspeelt in de toekomst. Kijk in plaats van naar het verleden (Er was eens…) naar de toekomst: Eens is er…  Jouw verhaal zal de Efteling en de schrijvers inspireren om te komen tot het nieuwe boek van de Sprookjessprokkelaar.
Indien ik zelf schrijftalenten had, had ik al achter de laptop gezeten. Sprookjes zijn voor mij de mooiste verhalen met altijd vreselijke dingen, zoals een wolf die je op eet of een vrouw die slooft enzovoort enzovoort. De oorsprong voor mijn liefde voor thrillers.
Het logo voor deze wedstrijd is trouwens niet heel erg flitsend of sprookjesachtig? 

zondag 15 januari 2017

Rummikub, kort verhaal door Marja West

Rummikub

‘Je moet een joker vervangen, je mag hem niet losmaken uit het spel.’ Vanonder twee fanatiek vertrokken wenkbrauwen werd ik aangekeken door Harry, mijn buurman.
Die regel kende ik niet. Nu kende ik geen enkele Rummikubregel; een gebrek aan kennis die ik decennialang met trots had gedragen. Maar op 31 december 2016 om dertien minuten over negen werd ik wijzer gemaakt dan ik wilde. We waren halverwege de vijfde partij toen ik dus plots gekend werd in het bestaan van deze regel.
‘Kijk.’
Alsof ik om een uitleg had gevraagd.
‘Hij ligt voor een tien en alleen daarvoor mag je hem inruilen. Je kunt niet aan het begin van de rij iets toevoegen om dan de joker weg te pakken.’
Ooit speelde ik jarenlang verplicht patience op zondagmiddag, met mijn schoonmoeder. Telkens als ik dreigde te winnen, wijzigde zij de spelregels. De allerlaatste partij verloor ze. Inmiddels is ze overleden. Een nostalgisch gevoel kroop omhoog. Het was zestien minuten over negen en er stonden nog acht stenen op mijn plankje. Ik ging aan de slag met de setjes die op tafel lagen.
‘Je moet wel onthouden hoe alles lag, voor als het niet lukt.’ Harry’s duim veegde poedersuiker uit zijn mondhoek.
De houtkachel knetterde.
Het was achttien minuten over negen.
Voor mij stond een schaal koud geworden oliebollen van bedenkelijke kwaliteit. De poedersuiker had zich tot een glazuurlaag ontwikkeld en onder de bollen vormde zich een plasje vet van dezelfde kleur als het eikenhouten dressoir dat de woonkamer domineerde. Stoïcijns ging ik verder met spelen.
‘Weet je zeker dat je iets kwijt kunt?’
Spuit elf naast mij ging zich er ook mee bemoeien. Harry noemt haar Hondje, ik meestal Buuv en zij stelt zich doorgaans voor als: Tien. Tiny is zo ouderwets, vond Tien.
Ik knikte. ‘Vast.’
Na drie minuten stond er nog één steen op mijn plankje. Nog voordat ik goed en wel een tweede blik op de tafel had kunnen werpen om te zien of ik ook die nog ergens aan kon schuiven, legde Harry triomfantelijk zijn laatste neer.
‘Uit.’ Zijn wenkbrauwen ontspanden zich. Genoegzaam klemde hij twee handen om de tafelrand en kantelde vervolgens zijn stoel op twee poten. ‘Nog een potje?’
Voordat ik antwoord kon geven draaide Buuv de Rummikubsteentjes om. Harry greep een koude bol van de schaal. Als hij hem door de kamer zou keilen, kostte het ongetwijfeld een van zijn dubbele ramen, maar Harry gooide hem niet door de kamer, hij stak hem tussen zijn tanden en begon luid smakkend te kauwen op de taaie massa terwijl hij zei: ‘Gezellig hè.’
De klok sloeg half tien.
Met kordate hand schoof Buuv veertien steentjes mijn richting op. Terwijl ik ze lijdzaam op het plankje plaatste vroeg ze: ‘Koffie? Of liever wat sterkers?’
Ik ging maar voor het laatste. Dat zou de scherpe randjes van de avond afvijlen.
Waarom zat ik hier eigenlijk te Rummikuppen? Afgelopen week beklaagde ik mijzelf nog. Oudejaarsavond moest een mens niet alléén hoeven doorbrengen. Het was fout gegaan toen ik hardop begon te klagen tegen Buuv en nu zat ik dus hier een liefdadigheidsproject te zijn; normaal kwamen wij niet verder dan “Goedemiddag, lekker weertje hè”, maar vanavond had ik asiel gekregen, omdat het de laatste avond van 2016 was.
Harry schroefde de dop van een fles rode wijn, terwijl Buuv pinda’s in een bakje liet glijden. “Dat haalt het zure uit de wijn”, zei Kees van Kooten ooit, als ik het goed onthouden heb. Er werd een vol glas mijn richting opgeschoven.
‘Nou, proost dan maar.’ Harry hief het zijne omhoog en nam een stevige slok die gevolgd werd door een fikse hand pinda’s. Dat beloofde niet veel goeds.
‘Ik doe de hele avond met zo’n glas,’ zei Buuv terwijl ze die van haar tegen de mijne tikte. ‘Het is de overgang, hè.’ Ik kreeg een vette knipoog. Stilletjes bad ik dat het bij deze informatie zou blijven.
Het was zes over halftien.
Harry mocht beginnen want Harry had gewonnen.
We gingen tot de vijfhonderd, hadden ze gezegd.

Een mens kan niet zo eenzaam zijn dat drieënhalf uur Rummikub met de buren beter is dan oudejaarsavond in je eentje uitzitten voor de televisie. Tegen tienen ontstond er dan ook een plan in mijn hoofd. De punten die ik op mijn plankje overhield gingen naar de winnaar. Zo waren de spelregels, volgens Harry. 
Zuchtend staarde ik naar de achtendertig stenen die mijn plank én de tafel daarvoor vulden.
‘Kun je nu nog niet uit?’ Buuvs stem klonk argwanend.
Om haar gunstig te stemmen pakte ik zo’n tennisbalbol van de schaal en nam er een hap van. ‘Lekker!’ Ik hoopte dat mijn stem overtuigend genoeg klonk. ‘Jij bent, Harry.’
Het was elf minuten over tien.
Het probleem van steentjes vasthouden is dat uiteindelijk het hele spel blokkeert en dat dreigde te gebeuren. Schouderophalend pakte Harry een nieuwe steen.
‘Ik kan niks,’ zei hij nog ten overvloede.
Ook Tien greep een nieuwe van de stapel en nét wilde ik dan toch maar wat op tafel leggen om in ieder geval “de loop” erin te houden toen Buuv haar nek strekte zodat ze op mijn plankje kon kijken. Met een snelle beweging griste ze zo’n zesentwintig steentjes er vanaf en legde die op tafel.
‘Zo,’ haar stem klonk triomfantelijk. ‘Het is de wijn zeker?’ Haar hand bleef rusten op mijn arm.
Ik knikte braaf.
Harry schoof wat met de setjes die op tafel lagen en riep vervolgens: ‘Uit!’
‘Ze heeft nog maar eenendertig punten over, Har,’ riep Tien te luid. De man zat recht tegenover haar aan tafel. ‘Het is maar goed dat ik je heb geholpen, anders had hij er zo een paar honderd punten bijgekregen met die drie jokers die jij op dat plankje had staan.’
Nou, inderdaad! Fijn Tien!
‘Wijntje?’
Nog voor ik kon antwoorden stroomde het rode vocht mijn glas al in. Harry schonk voor zichzelf eveneens een bel vol terwijl Tien opnieuw de steentjes keerde.
De klok sloeg half elf.

Er zijn van die momenten waarop je achteraf beseft dat je op een kruispunt in je leven stond. Toen mijn nu ex-echtgenoot zichzelf plots hele avonden in zijn kantoor opsloot en ik op een dag meende zijn harde schrijf aan een grondig onderzoek te moeten onderwerpen; dat was zo’n kruispunt. Inmiddels is hij verloofd met de Thaise die hij op Tinder had leren kennen. Of die keer dat Sandra van mijn werk voor de zoveelste keer aan mij refereerde als ‘haar collegaatje’. Beide keren was ik er met een waarschuwing vanaf gekomen “wegens verzachtende omstandigheden”. Crime passionnel, noemen de Fransen het. Dat vind ik veel zachter klinken, bijna weemoedig.
‘Wel blijven opletten,’  hoorde ik Harry bulderen die net de houtkachel had bijgevuld met voorraad vanbuiten. De sneeuw had hij er in de woonkamer af staan schudden, waardoor er een plasje op hun plavuizen lag.
Pas toen viel het mij op dat Buuv haar stoel dichter bij mij had geschoven zodat ze permanent mee kon gluren op mijn plankje. Ik wierp een blik op de stenen en pakte toen een nieuwe van de stapel.
‘Ga je weer verzamelen, meid,’ zei Harry terwijl hij twee setjes op tafel legde om daarna in zijn handen te wrijven terwijl hij ‘Zo, dat heeft Harry weer mooi geflikt,’ zei.
Tien kwam half overeind en begon omstandig haar eigen plank te legen. Harry greep de laatste oliebol van de schaal. Een treurig plasje oude olie bleef liggen, er dreven wat klonters suiker in.
‘Zal ik er nog een paar warm maken?’ Buuv stond direct op, alsof de vraag retorische bedoeld was.
‘Nou?’ Harry keek mij verwachtingsvol aan terwijl hij met zijn hoofd naar mijn plankje knikte.
Met tegenzin legde ik wat neer. Niet te veel. Voldoende om uit te mogen komen, voldoende om het spel niet dood te leggen en voldoende om Buuv tevreden te houden. Maar vooral voldoende om Harry met sneltreinvaart naar de vijfhonderd punten te duwen. Misschien konden we daarna nog even naar Claudia de Breijs oudejaarsconference kijken.
Buuv stond in de keuken te schutteren met oliebollen. Voorzichtig duwde ik haar stoel met mijn voet een beetje weg.
‘Kijk.’ Blij schoof Harry een vierde dertien tegen het rijtje dat ik zojuist had uitgelegd.
Het was negen minuten voor elf.
De magnetron zei “ping” en Buuv schoof met een warm bord bollen weer aan tafel. Haar Harry griste er onmiddellijk eentje van de schaal af en zette zijn tanden erin. Terwijl hij omstandig kauwde vielen er stukjes oliebol tussen zijn lippen vandaan. Ik schoof mijn plankje zo opzij dat Buuv niet meer kon meekijken tenzij ze opstond en aan mijn andere kant ging staan.
Toen het mijn beurt was, pakte ik gedachteloos een steentje van de stapel dichte steentjes en legde die al even gedachteloos voor mijn volle plankje op tafel.
‘Ja, kijk, dat geloof ik nou dus niet,’ begon Buuv.
Ze trok mijn plankje naar zich toe. De stenen vielen eraf. Met vlugge vingers legde ze opnieuw mijn verzameling op tafel. Haar in een legging gestoken been drukte ze tegen het mijne.
‘Nou jij weer, Har,’ zei Buuv terwijl ze mijn plankje met slechts vijf resterende Rummikubstenen weer voor mijn neus plaatste.
De klok sloeg elf uur.
‘Uit,’ zei Harry.
Opnieuw werden de stenen gekeerd en mijn hersenen maakten kortsluiting. Op dat moment had ik van alles kunnen doen. Ik had op kunnen staan, een hoofdpijn kunnen veinzen of desnoods een opvlieger, om maar eens bij Tiens problemen aan te sluiten. Maar ik deed niets.
‘Gezellig zo, toch?’  vroeg Harry. ‘Beter dan alleen thuiszitten!’ Onder de tafel kroop zijn voet langs mijn kuit omhoog. Even dacht ik dat het stel een kat had totdat ik beneden mij Harry’s geruite sok richting mijn kruis zag gaan. Geschrokken schoof ik met mijn stoel achteruit.
‘O, is het weer zover?’ zei Tien. ‘Ophouden, Har. Niet iedereen is daarvan gediend. Wij zijn swingers moet je weten.’ Dat laatste was voor mij bedoeld en precies het soort informatie dat ik niet wilde krijgen en eerlijk gezegd, ik kon mij er ook geen voorstelling van maken. Harry’s in geruite sokken gestoken voeten met daarboven zijn melkwitte behaarde benen waren net zo sexy als de teckel van de andere buren en Tien d’r legging riep allerlei gedachten in mij op, maar geen daarvan had ook maar iets erotisch.
‘Hier.’
Veertien omgekeerde steentjes werden mijn richting opgeschoven. Zonder het te vragen schonk Harry mijn glas nog een keer vol.
‘Even dollen kan toch geen kwaad,’ zei hij met een knipoog.
Wat deed ik hier?
Het was zestien minuten over elf.
Kakelend zetten mijn buren hun steentjes weer op de plank, lethargisch keek ik naar de mijne. Ze zouden toch niet serieus tot twaalven willen Rummikuppen?
Ongevraagd plaatste Buuv onze plankjes tegen elkaar, alsof we verkering hadden. ‘Ik kijk wel met je mee.’ Dat was haar enige opmerking erover.
‘Nog honderdtachtig puntjes en dan is ome Harry klaar!’ Handenwrijvend  keek hij mij aan.
Dat moet toch in één partij te doen zijn, dacht ik. Dan lig ik nog voor twaalven tussen de warme dekens.
‘En krijg nou tieten!’ Harry legde onmiddellijk twee setjes neer. ‘Ik zit hier heel alleen kerstfeest te vieren…’ Zong hij luidkeels.
‘Wij spelen samen,’ zei Buuv tegen me terwijl ze van alles neerlegde.
Het was twee minuten voor half twaalf en ineens was ik er klaar mee. Niets in mijn lijf was bereid 2017 te starten na een avond Rummikuppen met Harry en Tien. Abrupt stond ik op.
‘Ik moet frisse lucht hebben.’ Rap beende ik de kamer uit. Dan maar een burenruzie, maar ik ging naar huis. Eenmaal buiten constateerde ik dat mijn jas nog aan de kapstok hing, met de huissleutel in de binnenzak. Zuchtend keerde ik me om en botste tegen Harry aan die me achterna was gekomen. Hij duwde twee blokken besneeuwd hout in mijn handen.
‘Help eens even.’ Zelf bukte hij om nog meer van de stapel te pakken en ik staarde in de gleuf tussen zijn billen waaruit licht krullende, bruine haartjes tevoorschijn kwamen. De buitenverlichting van “Har” en “Tien” loog er niet om. Terwijl Harry zijn armen vulde, ontwaarde ik onder de overkapping een kettingzaag.
‘Hup, naar binnen.’
Mijn buurman gaf me een zacht knietje tegen mijn billen, zonder morren volgde ik zijn orders. Waarom eigenlijk?
De klok op de schoorsteenmantel sloeg half twaalf. In de verte hoorde ik vuurwerk knallen. Er hing kruitdamp in de lucht.
Eenmaal binnen leegde ik mijn handen, net als Harry die onmiddellijk de kachel vulde met de nieuwe voorraad. Buuv had alle steentjes alweer klaarliggen en verdeeld in drie keer veertien en een stapeltje om vanaf te pakken als je niets kon uitleggen.
‘Harry gaat winnen!’ zei Harry en hij legde een rijtje van vier op tafel.
Waarom sprak die man constant in de derde persoon enkelvoud over zichzelf?
‘Ik stop ermee,’ zei ik.
‘Net nu Harry op winst staat? Dat dacht ik niet. Kom op Tien, jij bent.’ Ook Buuv legde uit.
Ik kwam overeind.
‘Zitten.’ Tien trok me aan mijn onderarm de stoel weer in. ’Hij heeft gelijk, het is niet netjes om halverwege een spelletje weg te lopen. Kun je uit?’
Voor mij zag ik geen plankje met Rummikubsteentjes staan. Nee, voor mij zag ik een kettingzaag met een laagje sneeuw erop liggen. Achter in een overmatig verlichte tuin. In de verte hoorde ik vuurwerkgeknal aanzwellen en ik stond op.
‘Maar ik moet even naar de wc,’ zei ik rustig.
‘Ja, dat moet je zelf doen.’ Buuv schoof mijn plankje wat meer in haar zicht en ging aan de slag.
Terwijl ik de wc passeerde en naar buiten liep, bad ik dat drie-en-een-half-uur verplicht Rummikuppen ook verzachtende omstandigheden zouden zijn voor het Openbaar Ministerie.
Over drieëntwintig minuten was het 2017.


donderdag 22 december 2016

Dresscode deel 2

deel 2 - door Liesbeth Rörik
Eva snelt de jonge meiden achterna en al snel ziet ze wat de oorzaak is van het gegil. De tweede oude dame staat aan de grond genageld zodra ze het toilethok uitkomt. Ook zij slaakt een gil als ze ziet wat er uit het hokje naast haar vloeit. Ze stapt haar hok weer in en ontdoet zich van haar ontbijt.
Onder de deur van het hokje ligt een spierwitte hand, een pluk haar en er stroomt een dunne stroom bloed naar het afvoerputje in het midden van de toiletruimte. Eva grijpt snel in en stuurt iedereen de toiletruimte uit. Ook zij verlaat de ruimte en belt 112. Al zittend op haar klapstoeltje, voelt ze al het bloed uit haar wangen trekken en doet ze snel haar hoofd tussen haar knieën om te voorkomen dat ze flauwvalt.
Eva schrikt op als ze een hand op haar schouder voelt. ‘Mevrouw, gaat het met u?’ Ze schudt haar hoofd en knikt naar de toiletruimte. De agente die haar aansprak, loopt snel met een collega langs haar en staat met piepende schoenzolen in de toiletruimte stil. Ze hoort wat gepraat en vervolgens lijkt de agente iemand te bellen, want ze hoort een half gesprek. Wat is er aan de hand? Wat of wie ligt daar in het middelste toilethokje?
Op het scherm van haar telefoon ziet ze allemaal WhatsApp-berichten binnen komen. Zonder het toestel te ontgrendelen kan ze een deel van de berichten lezen. Wat?!? Helmer vraagt haar wie er vermoord is op haar toilet! Terwijl zij vlak naast die ruimte zit, weet kennelijk de rest van de wereld meer over wat er aan de hand is dan zij.
Ze ziet in haar ooghoek een groep mensen aan komen. Ze wil hen tegenhouden, maar ze blijken van de technische recherche te zijn. De agenten die als eerste ter plaatse waren, komen uit de toiletruimte en blijven bij haar staan. Ze willen haar een aantal vragen stellen, maar ze blokkeert volledig. Ze weet alleen dat ze twee oude dames de toiletruimte in heeft zien gaan. De eerste vrouw was al weg toen de jonge meiden over een verdwenen portemonnee begonnen. De tweede vrouw is weggegaan toen Eva al in de toiletruimte was. Ze heeft geen idee wie de dames zijn. Het is ook haar werk niet, ze hoeft alleen maar de toiletten schoon te houden. Inmiddels is haar baas gearriveerd, die geërgerd laat weten, dat hij als eerste op de hoogte gebracht had moeten worden. Ze hoort allemaal stemmen door elkaar, haar oren beginnen te suizen, ze voelt dat ze wankelt op haar benen. Alles begint te tollen en voor ze het weet, ligt ze op de grond en wordt alles zwart voor haar ogen.
*****
´Leida, wat is er met jou? Ik dacht dat je al terug was naar de rest van de groep, dus ik was al weggegaan. Je bent helemaal bleek. Voel je je wel goed?’ Joke voelt zich meteen rot nu ze ziet dat Leida er zo geschokt uit ziet. Ze had dus toch moeten wachten bij de toiletten, maar ze voelde zich niet op haar gemak door die meidengroep die daar stond. Ze hoopte dat Leida al naar de groep was gegaan, maar dat was dus niet het geval.
‘Heb jij niets gezien, Joke? Ik kwam uit het hokje omdat er gegild werd en zag daar die hand. Ik werd meteen zo ziek. Heb jij dat bloed niet zien stromen?’ Nu was het de beurt van Joke om geschokt te zijn. Ze had niets gezien, was na het handen wassen meteen weggelopen. Suus komt aangelopen met een serieus gezicht. ‘Hebben jullie het al gehoord? We moeten allemaal binnen blijven, want er is een auteur vermoordgevonden op een damestoilet.’
Leida buigt zich voorover boven de prullenbak en leegt voor de tweede keer haar maag. Wie is die auteur van wie zij het bloed heeft zien stromen?


woensdag 28 september 2016

Marja West schreef Spin-off van Uitgeteld.... voor ons....


 

'In die kelder daar liggen klantendossiers, stapels klantendossiers van patiënten van uw ex-man, en van zijn voorganger. Uw ex springt nogal ruimhartig om met zijn beroepsgeheim, moet u weten. Dat vind ik niet zo'n leuk trekje van hem. En nu liggen al die dossiers daar gewoon voor het oprapen. 

Zo begint Ontspoord 
Voor wie Uitgeteld (Ambo|Anthos, april 2015) heeft gelezen zijn dit bekende woorden. Irene Albeda, de vrouw die, 'cliché, vind je niet?', door haar man aan de kant is gezet voor zijn secretaresse krijgt hier zijn patiëntendossiers in de schoot geworpen dankzij Esther van Nuenen, de hoofdpersoon uit Uitgeteld. En Irene heeft daar zo haar eigen ideeën over, want kunnen deze dossiers haar niet terugbrengen naar Aerdenhout? Weg van de keuken/zit/slaapkamer die ze nu bewoont in Santpoort Noord? En hoe kan die Esther van Nuenen haar daar bij helpen? 

Vanaf 22 oktober is in zes afleveringen het verhaal van Irene Albeda te lezen op www.thrillerlezers.nl. Ontspoord is een spin-off van Uitgeteld. 

Uitgeteld is verkrijgbaar bij de boekhandel (als de voorraad op is kan hij besteld worden), via de internetboekhandel en (gesigneerd) via www.marjawest.nl/bestellen.html. 

Marja West is de auteur van Uitgeteld (Ambo|Anthos april 2015) en Echte barkeepers heten Henk (Ambo|Anthos april 2016). Zij werd geboren in Bakkum (NH) en studeerde rechten. Na jarenlang over de wereld gezworven te hebben is zij nu neergestreken in het Reestdal, het grensgebied tussen Zuidwest-Drenthe en Overijssel. Haar boeken zijn gelardeerd met zwarte humor en worden vergeleken met het werk van Roald Dahl. 
Momenteel schrijft zij aan haar derde boek en is zij bezig met een luisterboek in opdracht.