zaterdag 1 april 2017

Bloed op zand , deel 13

De stem van Peter den Ouden, die inmiddels had plaatsgenomen in de studio in Hilversum op het zwaarbewaakte Mediapark, klonk gedempt uit de televisie in het wegrestaurant naast de Shell-shop. Omdat iedereen muisstil luisterde naar de nieuwste berichten, was hij prima te verstaan.
Ivette roerde doelloos in haar koffie en knabbelde aan de restanten van haar broodje gezond, terwijl ze probeerde te begrijpen wat er gaande was. Ze keek naar het flakkerende beeld van de tv. Ze probeerde haar ogen niet af te wenden bij de gruwelijke beelden van de Efteling, hoewel ze het een en ander was gewend uit haar vorige leven. Ze probeerde er niet aan te denken dat het een boodschap was voor haar, en haar alleen.
'De aanslag in de Efteling, die zojuist heeft plaatsgevonden bij de lichtshow Aquanura, heeft vermoedelijk honderden slachtoffers gemaakt onder de tienduizenden bezoekers van het pretpark. Vanuit omringende steden zijn hulpverleners onderweg naar Kaatsheuvel. Nadere gegevens ontbreken nog.' Er waren beelden van de ambulances die af- en aanreden, gevolgd door een vaag filmpje dat iemand live met Periscope had gestreamd. De plotselinge flits in de lichtshow was zien, de knal die volgde was te horen. En dan... Ivette moest goed luisteren. Was dat het vuurwerk dat bij de lichtshow hoorde, of geweervuur?

'Eerder deze dag vond een aanslag plaats in Scheveningen, bij de toegang tot de Pier. Het dodental loopt nog steeds op en nadert de driehonderd, waarvan bijna de helft kinderen. Alle gewonden zijn nu weggebracht naar ziekenhuizen in de regio. Het strand zal tot nader order gesloten zijn wegens sporenonderzoek.' Het beeld van Den Ouden werd vervangen door het beeld van een webcam op een van de strandtenten in de omgeving. Mensen van de technische recherche bewogen zich als strandjutters over het slagveld. Tussen alle achtergebleven spullen van de slachtoffers, het gebruikelijke zwerfafval en jutterswaar, waren duidelijk de donkere plekken te zien waar het zand het bloed had geabsorbeerd.
Het beeld werd vervangen door dat van de minister-president. Hij zweette, en het was duidelijk dat dit niet alleen vanwege de hitte was. Achter hem schitterde de zon op de Hofvijver, voor hem op het dak van zijn dienstauto. 'De situatie is uitzonderlijk,' hijgde hij. 'We hebben de noodtoestand uit moeten roepen en nemen die zeer serieus. Op enkele plaatsen is het leger ingezet. Reservisten dienen zich zo spoedig mogelijk te melden bij hun onderdeel.' Het lachen was hem vergaan. Hij keek naar een agent van de Mobiele Eenheid, die nog net voor het oog van de camera zenuwachtig gebaarde met zijn semi-automatische geweer. 'Het Binnenhof wordt ontruimt, zoals u ziet. Het kabinet zal samenkomen op een geheime locatie om de situatie het hoofd te kunnen bieden. Ik roep u allen op om kalm te blijven. Veilig te blijven. Houdt u aan de aanwijzingen van de politie, de legereenheden en crisis.nl.' Hij stapte in de auto en liet zich met gierende banden wegrijden. Achter hem werden dranghekken neergezet, voorzien van rollen prikkeldraad. Het regeringscentrum was afgesloten.
'De noodtoestand zoals die is uitgeroepen door de minister-president, is tot minimaal volgende week van kracht,' zei de presentator. 'Gaat u zo spoedig mogelijk naar huis. Blijft u binnen, ga niet naar toeristische attracties of plaatsen waar veel mensen samenkomen.' Met een ernstige blik staarde Den Ouden even in de camera om de ernst van zijn woorden te onderstrepen.

Ivette slikte zwaar. Zij zou voorlopig nog niet thuis zijn. Niet dat ze ook maar een oog dicht zou kunnen doen. De man die haar chanteerde, Omar Lobatsky had hij zichzelf genoemd, maakte zijn persoonlijke grieven wel erg openbaar. Verdorie, al die slachtoffers in de Efteling, alleen maar omdat hij haar moest laten zien dat hij het meende met zijn bedreigingen! Ze herkende zijn naam uit de dossiers: hij was hoofd van de terreurbeweging Al'Asl - "Het Origineel". Hij had binnen Europa een dekmantel als handelaar in Oost-Europese deegwaren. Zijn vader was ooit een hoge pief in een Kaukasus-republiek uit de Sovjettijd, zijn moeder een Syrische en verwant met het koninklijk huis van Perzië. Veel meer wisten ze niet van hem. Maar hij wist dus alles van haar. Zelfs alles wat ze had willen vergeten. Ze beet op haar lip.
Tijd. Ze had tijd nodig om zijn opdracht uit te voeren. In de tussentijd kon ze erachter zien te komen wat er nu echt aan de hand was. Kon ze hem uitschakelen? Kon ze zorgen dat zijn informatie, waarmee hij haar chanteerde, waardeloos werd?
Ze wierp weer een blik op de televisie. Zouden Scheveningen en Apeldoorn ook zo'n boodschap zijn geweest? Voor wie dan? Haar lichaam werd kil toen ze besefte dat zowel Charles als Aiden ook gechanteerd konden worden door Lobatsky. Misschien ook de andere leden van de unit, de staf. Wie kon zeggen hoe diep Al'Asl was geïnfiltreerd bij de nationale recherche? Het kon een reden zijn voor het vreemde gedrag van Charles. Ze kon niemand meer vertrouwen.

'De gijzeling in Apeldoorn is nog niet beëindigd,' zei Peter den Ouden. 'Het busje waarmee de prinses en een nog onbekende marechaussee van haar lijfwacht zijn ontvoerd, werd door verkeerscamera's gesignaleerd op de A12, in de richting van Den Haag. Inmiddels wordt in Den Haag gezocht naar het busje. De stad is hermetisch afgesloten.' Een shot van tanks op het Malieveld volgde. 'In Apeldoorn wordt de begrafenis van de prins voorbereid, echter in afwezigheid van de koninklijke familie, die onder de noodsituatie naar een veilige, geheime locatie is gebracht.'
Ivette keek om zich heen. Haar onderbuikgevoel was veranderd in een flinke buikpijn.
Ze zag in de hoek van de vrachtrijders de man met het sjaaltje zitten, spelend met de sleutels van zijn Iveco en kreeg een ingeving. Ze liep naar hem toe en wees op het sjaaltje. 'Sparta?'
De man grijnsde breed vanonder zijn borstelige snor.
'U komt uit Rotterdam?'
'Mathenesse, mevrouwtje. Mathenesse. Met uitzicht op het Kasteel.'
'Zou ik een lift kunnen krijgen naar Rotterdam? Mijn auto heeft het begeven, de Wegenwacht kan voorlopig niet komen door die toestanden. En iedereen moet naar huis, vanwege de noodsituatie.' Ze probeerde een smekende blik in haar ogen te leggen.
Peter den Ouden las het weerbericht voor. Zwaar onweer in de nacht, harde windstoten uit het zuidwesten, flinke afkoeling door een lagedrukgebied dat boven de Noordzee hing...
Even later zat Ivette als bijrijder naast de Sparta-supporter, die zich had voorgesteld als Moes. Ze reden de A59 op. Op de andere rijbaan reden met loeiende sirenes hulpverleners in de richting van de Efteling. Ivette keek een laatste maal achterom naar haar auto, die ze achterliet op de parkeerplaats. Ze liet zich zuchtend terugvallen in de stoel. Geen achtervolgers.
'Wat een dag, wat een dag,' zei Moes. Hij veegde het zweet van zijn voorhoofd. Hoewel de zon langzaam onderging, bleef de drukkende hitte hangen. In het westen waren al de eerste contouren van onweerswolken te zien, met hun kenmerkende donderkoppen. Moes had de raampjes van zijn cabine geopend, de rijwind blies nog enige koelte naar binnen. Verder was het windstil. Stilte voor de storm.
Ivette had van de gelegenheid gebruik gemaakt om stiekem haar telefoon naar buiten te werpen. Genoeglijk zag ze hoe het ding over het asfalt stuiterde en werd verpletterd onder de wielen van een dieplader. Niemand zou haar nog kunnen volgen via haar gsm-locatie. Het was een opluchting.
'Waar ga je heen?!' vroeg Ivette toen Moes zijn auto de uitvoegstrook naar de A27 opstuurde. Haar stem klonk te hoog. Panisch. Denk aan je hartslag. Ze moest rustig worden om haar opdracht in Rotterdam te kunnen uitvoeren, het zou al moeilijk genoeg zijn zònder trillende handen.
'Iedereen die over de Moerdijkbrug wil, wordt gecontroleerd. Er staat een file van heb-ik-jou-daar.' Hij knikte naar het scherm van zijn navigatiesysteem. Rond alle bruggen over de grote rivieren zag het rood van de filemeldingen. 'Maar Moes Koeriersdiensten kent de sluipwegen. We nemen de pontjesroute naar Rotterdam, mevrouwtje.'
Moes Koeriersdiensten was niet de enige die de sluipwegen kende. Het oponthoud bij de veerponten was behoorlijk, het was al tegen middernacht toen de Iveco New Daily-bestelauto Rotterdam binnenreed.
'Waar kan ik u afzetten?' vroeg Moes.
'Erasmus Medisch Centrum, 's-Gravendijkwal.'
'Het ouwe Dijkzigt,' zei Moes. 'Daar is m'n jongste geboren. Malik heet-ie.' Hij tikte op de oude polaroidfoto van een jochie met een donkere krullenkop, die op het dashboard prijkte.
'Leuk joch,' zei Ivette. 'Bijzondere naam.'
'Mijn vrouw is Egyptische. Het is Arabisch voor koning.'
Het Erasmus was uiteraard nog open, zo laat op de avond, zo vroeg in de nacht. Het was er zelfs druk. Natuurlijk waren slachtoffers van Scheveningen ook hierheen gebracht. Traumahelikopters, ambulances, taxi's, het was nog steeds een komen en gaan. Ivette stond voor de hoofdingang waar ze een sigaretje opstak, de laatste van die dag. Ze genoot er van de bries die kenmerkend was voor de wereldhavenstad. Het gaf haar enige verkoeling terwijl ze zich probeerde te herinneren hoe ze het beste haar alma mater binnen kon gaan. Er was veel veranderd sinds ze hier had gestudeerd. Dat haar misstap in haar afstudeeronderzoek zoveel mensen het leven zou kosten, had ze niet kunnen bevroeden. Ze had immers volledig gebroken met het onderzoeksteam, was naar de politieacademie gegaan en had uiteindelijk gekozen voor de nationale recherche en via hen het NCTV. Nu was ze terug. Drukte de peuk uit in de daarvoor bestemde asbak. Ze schreed binnen en volgde zonder aarzeling de borden naar de afdeling Klinische genetica.
Kai schrok op van de knal. Instinctief boog hij zich over de prinses. Weer een knal, gerommel. Hij zag het nu ook weerlichten door de gaten in de laadruimte. Onweer! besefte hij en ontspande. Hij luisterde goed naar wat er buiten het busje te horen was. Hij probeerde zich Aiden voor te stellen, zijn blinde oom. Wat zou die allemaal kunnen "zien" door slechts te luisteren? Hij spande zich extra in. Onweer buiten. Nog geen tien seconden tussen de bliksem en de donder. Regen, maar niet op de carrosserie van het busje. Ze stonden ergens binnen, overdekt, een carport misschien, of een garage met een open wand. Hij rook de typische ozongeur, vermengd met een sterke zoutlucht, die door de kogelgaten het busje binnenkwam. Het prikkelde op zijn lippen. Waren ze aan zee? Hij dacht aan wat hij over de aanslag in Scheveningen had gehoord, de gruwelijke beelden op Twitter voor het internet rond Het Loo uitviel. Honderden doden. Hij hoorde auto's rijden, buiten. Rubber op nat asfalt, een diepe plas vlakbij. Geen sirenes. Hoorde hij nou paarden hinniken in de verte? Hoe laat was het eigenlijk?
Toen Kai zijn ogen weer opendeed, zag hij hoe de prinses hem aanstaarde met haar reeënogen.
'Wat hoorde je?' vroeg ze hem fluisterend.
'Paarden, denk ik.'
'Ik hield van paardrijden. Vroeger. Galopperen over het strand, door de branding.' Het was duidelijk dat ze haar mémoires wilde vertellen voor het doek voorgoed zou vallen. Schoon schip maken, haar zonden opbiechten. Ze vertelde van haar jeugd op het paleis, nam daarna een jerrycan water aan van Kai en dronk een paar slokken.
Terwijl zij op een mueslireep kauwde, vertelde Kai zijn verhaal. Over zijn jeugd, de dood van zijn vader, zijn puberteit met zijn neef Matthijs. Over de aanslag op zijn oom Aiden en de dood van Matthijs. Over Eva. Vooral over Eva. Hij was in tranen toen hij aan hun laatste nacht dacht. Hoe had hij haar kunnen laten gaan? Niet klaar voor een relatie. 'Ik ben een sukkel,' besloot hij.
De prinses had haar arm weer troostend om zijn schouder. 'Iedereen maakt fouten,' zei ze. 'Je moet weten dat ik je oom Aiden-'
Ze zweeg prompt toen er zware voetstappen waren te horen, vlak bij het busje.



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen