zaterdag 7 januari 2017

Bloed op zand: deel 1 (door Olga Hoekstra)

September had nog nooit zo’n warme dag gekend. Daarom was het dodental waarschijnlijk ook zo hoog opgelopen. Tweehonderd. De eerste berichten gaven aan dat het ging om 120 doden, maar gaandeweg die zwoele septemberavond liep het dodental op. Hoger en hoger. Onder de ziellozen zouden 94 kinderen zijn. 94 kinderen die met hun ouders, broers, zussen, opa’s en oma’s genoten van een laatste warme dag aan het strand. Vis eten op de pier, misschien nog een extra kasteel bouwen op het gele strand van Scheveningen. Morgen… Morgen zou de temperatuur omslaan.
De nieuwsbulletins zonden onafgebroken uit. Er was geen ontkomen aan de werkelijkheid. Aan de waarheid. De eerste aanslag op Nederlands grondgebied. ‘We zaten er al tijden op te wachten,’ stelde de ene deskundige, terwijl de andere volhield ‘dat dit kwam als een volkomen verrassing’.
De deurbel onderbrak de donkere stem van de nieuwslezer, die melding maakte van een nieuw verdacht pakket, dit keer bij Paleis ’t Loo. Er was extra beveiliging ingezet, ook bij de andere nationale monumenten.
Met zijn hand volgde hij de muur. Het waren zes passen vanuit de keuken naar de deur van de gang. Een stevige stap van de gang naar de voordeur. Zijn vingers vonden het knopje van de speaker.
‘Hallo?’
Ruis aan de andere kant. Vervolgens een vrouwenstem. Licht. Jong. Eerlijk. ‘Meneer Malik?’ Een korte pauze waarop hij niet antwoordde. Het was duidelijk wie hij was, aangezien ze bij hem aanbelde. Het mysterie lag aan de andere kant, aan haar kant. ‘Bent u daar nog?’
‘Ja.’ Hij was er nog.
‘Mijn naam is Ivette den Brucke. Ik werk bij de nationale recherche. Kan ik even met u praten? Binnen?’
Een slimme toevoeging op het einde. Praten had ook prima buiten gekund. ‘Met een I of een Y?’
‘Sorry?’ De simpele vraag verwarde haar. Ze was hier met een doel gekomen en dat doel slokte haar gehele concentratie op.
‘Uw naam. Met een I of een Y aan het begin.’
‘O.’ Geschuifel. ‘Met een I. De simpele spelling.’
Zelfspot. Aan de manier waarop ze sprak, het feit dat ze refereerde aan simpele spelling... Middenklasse gezin, misschien een ondernemer als ouder. Waarschijnlijk was ze de oudste met zeker nog een broer of zus onder zich aangezien ze een verantwoordelijk beroep had gekozen.
‘Misschien kan ik even binnenkomen? Wat ik met u wil bespreken is van een dusdanig gevoelige aard dat ...’
‘Dat wat?’
Opnieuw geschuifel. Een wisseling. Ze was dus met nog iemand gekomen. Bij het horen van die stem, ging er een rilling door hem heen.
‘Kom op, Aiden, doe die godverse deur open. We staan hier niet voor Jan Lul.’
Een stem uit het verleden. Een stem die eens het belangrijkste was. Zijn levenslijn. De stem die toebehoorde aan het laatste gezicht dat hij ooit had gezien, de laatste gelaatstrekken voordat zijn wereld voor eeuwig duister werd. Hij had moeten weten dat hun wegen zich vandaag zouden kruisen. Na alles wat er was gebeurd op het strand van Scheveningen, hoe hun gezamenlijke vijand zich opnieuw had laten zien. Zij hadden de kop van de slang gehad, zo veel maanden geleden, wetende dat het beest der mensheid meerdere gezichten kende. Het was een kwestie van tijd geweest voor een nieuwe cel het zou overnemen.
Even overheerste de twijfel. Zijn vingers beroerden de knop waarmee de deur zich zou ontsluiten, waarmee hij ‘buiten’, binnen zou laten. De afgelopen tijd was hij selectief geweest met het indrukken van die knop. Niet wetende wat er aan de andere kant van de deur op hem wachtte. De dood, of simpelweg de bezorger van de Appie.
‘Aiden… Alsjeblieft.’
Charles was niet de man om te smeken. Zelfs niet toen de beulen in het kamp hem kootje voor kootje zijn vingers braken, had hij niet gesmeekt.

 De klik galmde na in zijn oren, het geluid overstemd door het openen van de deur, de voetstappen naar binnen. De scherpe inademing van Ivette den Brucke, die waarschijnlijk voor het eerst zijn gehavende gezicht in ogenschouw nam. Charles had haar erop moeten voorbereiden. De klootzak. Hij wendde zijn hoofd iets af, de linkerkant van zijn gezicht naar de muur, en draaide zich om. Zijn hand opnieuw langs het reliëf in het sierpleister, dat langzaam overging in het structuurbehang van de woonkamer. ‘Ik zou zeggen dat het goed was om je weer te zien, Charles, maar dat zou om meerdere redenen een leugen zijn.’
 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen