‘Duivelsklauw’ van Dominique Biebau bevat meer dan spanning alleen. Na een spannende proloog ontvouwt de misdaadroman zich tot een gelaagd verhaal over bijgeloof, irrationele angst, uitsluiting, schuld en wraak. Tegen het decor van het dorp Mollendaal en geïnspireerd door Edgar Allan Poe en andere gotische klassiekers, houdt de auteur de lezer een ongemakkelijke spiegel voor. Hoe kwam Duivelsklauw tot stand, wat heeft Edgar Allan Poe hiermee te maken en waarover gaat de essentie van het verhaal? Dominique Biebau geeft antwoord.
Dag Dominique
- Jouw nieuwe misdaadroman brengt
ons opnieuw naar Mollendaal. Voor de nieuwe lezers, waar ligt Mollendaal?
Mollendaal bestaat niet echt (spoiler), maar het heeft wel een bestaande
naam. Ik woon in Bierbeek in Vlaams-Brabant en in de buurt ligt een gehucht met
de naam Mollendaal, een paar huizen in de schaduw van het Meerdaalwoud. De naam fascineerde me zo hard
dat ik het als locatie gebruik voor mijn boeken. Ik zie het als een soort
Vlaamse versie van Midsomer, de dorpjes uit de gelijknamige Britse
crimiklassieker.
- ‘Duivelsklauw’ opent met een heftige
scène. Welk effect wou je sorteren?
Het boek begint inderdaad met een typische cliffhanger: een vrouw ligt
onder een slingerende valbijl die langzaam dichterbij komt – een knipoog naar
Edgar Allan Poe’s kortverhaal The Pit and the Pendulum. De lezers
weten nog niet wie de vrouw onder de valbijl is – dat wordt pas later
duidelijk. Hopelijk zet hen dat aan om verder te lezen.
- Jaren terug, in Mollendaal, kwam
het Schervengericht samen en werden Edward en zijn moeder uit het dorp
verbannen. Deze vorm van ‘rechtspraak’ is fictief of heeft echt bestaan?
Het Schervengericht is losjes gebaseerd op de gelijknamige praktijk uit
het Oude Athene. Daar kon je iemand verbannen door zijn naam op een scherf te
schrijven. Wie voldoende tegenstemmen kreeg, moest de stad verlaten. In mijn
boek wordt Edward verbannen, een jongen met een gigantische moedervlek op zijn
gezicht. De burgers van Mollendaal besluiten hem en zijn moeder weg te jagen
omdat ze bang zijn voor zijn misvormde gezicht.
- Is Duivelsklauw een hommage aan de gothic
novel?
Absoluut. Als student Germaanse talen verslond ik gothic novels, het was ook een van
mijn keuzevakken. Duivelsklauw bevat alvast heel veel verwijzingen
naar - uiteraard – het werk van Edgar
Allan Poe, maar ook Frankenstein, Dracula, de werken van Coleridge passeren de
revue. Het zijn werken die vaak draaien om anders zijn en hoe de maatschappij
daarmee omgaat. Ze stellen ook de vraag: ‘Wie is nu eigenlijk het monster? De
persoon die afwijkt, of net de gemeenschap die mensen afwijst op basis van hun
uiterlijk.’
- Edgar Allan Poe speelt een
belangrijke rol in jouw boek. Is Duivelsklauw een eerbetoon aan Poe? Of zijn de
verhalen van Poe de literaire laag waaruit jouw verhaal is ontkiemd? Wat trekt
jou aan in zijn werk?
Het is moeilijk om géén fan van Poe te zijn. De man ligt aan de basis
van het moderne horrorgenre en van het detectiveverhaal. Het is ook een
fascinerende persoonlijkheid, hoewel sommige elementen uit zijn biografie wel
wat hedendaagse wenkbrauwen doen fronsen (zo trouwde hij toen hij 26 was met
zijn 13-jarige nicht). Voor de rest is hij het prototype van de ‘poète maudit’,
de schrijver die ten onder gaat aan zijn eigen schrijverschap. Zelfs na zijn
dood blijft hij mensen inspireren. Zo is er de anekdote van ‘Poe-toaster’, een
onbekende persoon die elk jaar op de verjaardag van Poe een fles cognac en
enkele rozen achterliet op zijn graf.
- Elk spel is geïnspireerd op een
Poe-verhaal. Welk Poe-verhaal vond jij het leukst om te verwerken in jouw boek?
Dat is een
moeilijke vraag. Ik heb Poe’s werken als een grabbelton gebruikt, maar als ik
dan toch moet kiezen… Het verhaal Het masker van de rode dood is
misschien wel mijn favoriet: een verhaal waarin een rijke prins een luxefeest
organiseert terwijl zijn volk wordt getroffen door een pestepidemie, wat
natuurlijk slecht afloopt. In Duivelsklauw heb ik van het feest een
soort escaperoom gemaakt. Ik vond het alvast heerlijk om de deelnemers aan
diabolische opdrachten te onderwerpen. Ik vraag me af wat dat over mij zegt…
😊
- Met welke passage in het boek
zou je lezers willen verleiden tot het aankopen van jouw boek?
Vroeger
Elke liefde begon met een vraag. Iemand
die voor je stond en zei: ‘Ik zie je graag. Jij mij ook?’ Elke liefde begon met
een vraag – behalve één soort: die van een moeder voor haar kind. Die startte
met een antwoord. ‘Ik hield al van jou voor je er was.’
Ze had nooit gedacht dat liefde zoveel pijn kon doen.
***
‘Mama, kan je me nog eens het verhaal
vertellen van Anabelle en het Beest?’
‘Belle, lieve schat,’ corrigeerde zijn moeder hem met een glimlach.
‘Ja, dat!’ riep het jongetje enthousiast.
Ze plofte naast hem neer op het kleine bed dat krakend protesteerde onder hun
gewicht. Haar hoofd zat vol lijstjes met dingen die ze nog moest doen. Ze was
moe.
Haar zoontje lag onder een donsdeken met daarop een breed grijnzende Mickey
Mouse afgebeeld, zijn magere armen en benen staken als sprietige takken onder
het deken uit. Zijn ogen straalden, iets wat ze moeilijk kon weerstaan. Er zat
de laatste tijd steeds vaker een doffe glans in de blik van haar zoon. Echt
verwonderlijk was dat niet. Kinderen konden wreed zijn.
Ze drukte haar vermoeidheid uit als een opgerookte sigaret. ‘Ik heb dat al
zeker tien keer verteld,’ zei ze met zachte stem. ‘Misschien wel honderd keer.’
De jongen knikte enthousiast. ‘Het is mijn lievelingsverhaal.’
Zijn moeder aaide door zijn donkere haren en ontblootte daarmee de karmijnrode
wijnvlek die het leven van haar zoon zo beheerste. Wijnvlek. De naam klonk
feestelijker dan de realiteit. Alsof iemand tijdens een receptie een glaasje
rood op haar zoon had gemorst.
‘Volgens mij ken je het verhaal al beter dan ik.’
Opnieuw knikte de jongen.
Ze nam het boek voorzichtig van de plank en legde het open op haar schoot.
***
‘En ze leefden nog lang en gelukkig.’ Ze
sloot het boek en stopte haar zoon zorgvuldig in. Hij was halfweg het verhaal
al in slaap gevallen. Ze had het verhaal vooral aan zichzelf verteld.
Net op dat ogenblik werd op de deur gebonsd.
Niet alleen Poe, ook Shelley met Frankenstein,
sprookjes en film lijken voor jou bronnen van inspiratie. Waarin zit de kracht
van literatuur volgens jou?
Literatuur is een vluchtheuvel,
een plek waar je naartoe kan als de wereld rondom te chaotisch en te hard
lijkt. Toch is het meer dan escapisme, als lezer kom je immers altijd terug
naar de realiteit, maar dan wel met een rugzak vol waardevolle ideeën en
verhalen die je kunnen helpen in het dagelijkse leven. Als mijn boeken een ding
gemeenschappelijk hebben is het misschien wel de onvoorwaardelijke liefde voor
boeken en verhalen (en dat is ruimer dan ‘literatuur’). Judith, een van de
hoofdpersonages, is niet voor niets een bibliothecaris.
- Wie de dader is is niet lang een
geheim. Waar draait het dan om in jouw misdaadroman? Kan je dat in enkele
trefwoorden samenvatten?
Duivelsklauw is niet echt een klassieke whodunit, want je weet inderdaad al
snel wie de dader is. In dit boek draait het meer om de zoektocht naar de
identiteit van het slachtoffer en om de afloop. Je wilt vooral weten hoe
het met de hoofdpersonages afloopt – en dan vooral met Edward, de jongen die
eigenlijk nooit echt een kans gekregen heeft.
- Vergis ik me of is de sfeer die
rond de Moordwijven hangt enigszins anders dan in ‘De Christiemoorden’?
De sfeer is een stuk donkerder,
wat ook te maken heeft met de auteur die ik in de kijker zet. Het gaat er in
Agatha Christies boeken – ondanks alle moord en doodslag – best wel gezellig
aan toe. Haar boeken zijn vroege voorbeelden van cosy crime, iets waar
je Edgar Allan Poe niet echt kan van beschuldigen. Ik was nochtans gestart met
het idee om een boek te schrijven dat ook stilistisch aansloot bij De
Christiemoorden, maar gaandeweg merkte ik dat de duisternis die in Poe’s
verhalen zit toch ook wel doorsijpelde naar mijn eigen schrijfstijl. Toch heb
ik geprobeerd om hier en daar wat humor binnen te smokkelen.
- Mag de lezer empathie voelen
voor Edward, ondanks zijn daden? Wie of wat is het echte monster in
‘Duivelsklauw’? Werd je ook geïnspireerd door de ideeën van Jean-Jacques
Rousseau?
Ik heb zelf alvast een grote
sympathie voor Edward. Door zijn moedervlek is hij al snel het slachtoffer van
pestgedrag en verandert hij van een open, onschuldig kind in iemand die hij
niet wil zijn. Hij verandert in datgene dat de anderen in hem zien: een
monster. Zo speelt hij de rol die anderen voor hem gekozen hebben. En ja, ik
denk dat die anderen eigenlijk de echte monsters zijn in dit verhaal. Ik heb me
niet bewust laten inspireren door Rousseau, maar het klopt natuurlijk wel: geen
enkel mens wordt als een monster geboren. Monsters worden gemaakt – en meestal
door ‘gewone’ mensen zoals Aloïs.
- Welk thema moet de lezer volgens
jou als centraal thema in de roman ontdekken? Wat is de essentie van deze
misdaadroman?
Elke misdaadroman heeft
natuurlijk ‘misdaad’ als thema, maar Duivelsklauw draait toch ook om
hebzucht. Edward neemt wraak op het dorp dat hem heeft verjaagd door misbruik
te maken van de kleine kantjes van de dorpelingen. Hebzucht is daar zeker één
van.
- Hoe belangrijk is humor voor u,
zelfs in een grimmig verhaal als dit?
Humor is heel erg belangrijk.
Uit de eerste reacties blijkt ook dat lezers die humor wel weten te
appreciëren. Mijn boeken geven me de kans om over een heleboel dingen mijn
mening te geven en die verpak ik maar al te vaak in grappige stukjes. Vooral de
personages Eline en Sien, de oudere dames die de leesclub Met Thrillende
Vingers hebben opgericht, zijn me op dat vlak heel dierbaar. Eline is een
heerlijk cynische vrouw die overal wel een pittige mening over heeft.
- Mollendaal lijkt een
miniatuurversie van onze maatschappij. De roman toont hypocrisie, bekrompenheid
en egoïsme zonder veel genade. Is schrijven voor u ook een vorm van
maatschappijkritiek?
Het is niet mijn bedoeling om
mijn lezers een geweten te schoppen, want dat werkt toch niet. Nu en dan laat
ik wel wat maatschappijkritiek doorsijpelen in mijn teksten, maar dat is zeker
niet het hoofddoel. Bovendien heb ik ergens wel begrip voor de kleine kantjes
van de mensheid – humor kan daar ook wel bij helpen. Niemand is uiteindelijk
honderd procent goed of slecht. Uiteindelijk ploeteren we allemaal.
- Begrijp je me als ik zeg dat de
lezer zich ongemakkelijk zou kunnen voelen tijdens het lezen van dit verhaal? Is
dat ook wat je wil bereiken?
Ook dat was niet mijn
hoofdbedoeling. Ik wil vooral een spannend verhaal vertellen en ervoor zorgen
dat mensen meeleven met mijn personages – ook al doen die soms dingen die niet
helemaal juist zijn.
- Tot slot: Kreeg je al
lezerreacties binnen? Wordt het boek ontvangen zoals je het je gewenst hebt?
De eerste recensies zijn
inderdaad al binnen en die zijn voor het grootste deel echt positief. Sommigen
geven aan dat dit boek net iets literairder is dan zijn voorganger, De
Christiemoorden. Anderen wijzen er wel op dat het begin een harde noot is
om te kraken: er komen veel vertelperspectieven bij elkaar en dat maakt het
misschien wat moeilijker om ‘in’ het verhaal te geraken, maar als je er eenmaal
in zit … 😉
Dankjewel Dominique voor jouw verhelderende
antwoorden die een waardevolle aanvulling zijn op het verhaal in
‘Duivelsklauw’. Hopelijk gebeurt er snel weer wat in Mollendaal en maak je ons
er deelgenoot van.
Graag
gedaan! Dank je voor het gesprek.
Anita voor Thrillerlezers!


Geen opmerkingen:
Een reactie posten