woensdag 24 december 2025

In gesprek met Dominique Biebau


 ‘Duivelsklauw’ van Dominique Biebau bevat meer dan spanning alleen. Na een spannende proloog ontvouwt de misdaadroman zich tot een gelaagd verhaal over bijgeloof, irrationele angst, uitsluiting, schuld en wraak. Tegen het decor van het dorp Mollendaal en geïnspireerd door Edgar Allan Poe en andere gotische klassiekers, houdt de auteur de lezer een ongemakkelijke spiegel voor. Hoe kwam Duivelsklauw tot stand, wat heeft Edgar Allan Poe hiermee te maken en waarover gaat de essentie van het verhaal? Dominique Biebau geeft antwoord.

Dag Dominique

-      Jouw nieuwe misdaadroman brengt ons opnieuw naar Mollendaal. Voor de nieuwe lezers, waar ligt Mollendaal?

 

Mollendaal bestaat niet echt (spoiler), maar het heeft wel een bestaande naam. Ik woon in Bierbeek in Vlaams-Brabant en in de buurt ligt een gehucht met de naam Mollendaal, een paar huizen in de schaduw van het  Meerdaalwoud. De naam fascineerde me zo hard dat ik het als locatie gebruik voor mijn boeken. Ik zie het als een soort Vlaamse versie van Midsomer, de dorpjes uit de gelijknamige Britse crimiklassieker.

 

-      ‘Duivelsklauw’ opent met een heftige scène. Welk effect wou je sorteren?  

 

Het boek begint inderdaad met een typische cliffhanger: een vrouw ligt onder een slingerende valbijl die langzaam dichterbij komt – een knipoog naar Edgar Allan Poe’s kortverhaal The Pit and the Pendulum. De lezers weten nog niet wie de vrouw onder de valbijl is – dat wordt pas later duidelijk. Hopelijk zet hen dat aan om verder te lezen.

 

-      Jaren terug, in Mollendaal, kwam het Schervengericht samen en werden Edward en zijn moeder uit het dorp verbannen. Deze vorm van ‘rechtspraak’ is fictief of heeft echt bestaan?

 

Het Schervengericht is losjes gebaseerd op de gelijknamige praktijk uit het Oude Athene. Daar kon je iemand verbannen door zijn naam op een scherf te schrijven. Wie voldoende tegenstemmen kreeg, moest de stad verlaten. In mijn boek wordt Edward verbannen, een jongen met een gigantische moedervlek op zijn gezicht. De burgers van Mollendaal besluiten hem en zijn moeder weg te jagen omdat ze bang zijn voor zijn misvormde gezicht.

 

-      Is Duivelsklauw een hommage aan de gothic novel?

 

Absoluut. Als student Germaanse talen verslond  ik gothic novels, het was ook een van mijn keuzevakken. Duivelsklauw bevat alvast heel veel verwijzingen naar  - uiteraard – het werk van Edgar Allan Poe, maar ook Frankenstein, Dracula, de werken van Coleridge passeren de revue. Het zijn werken die vaak draaien om anders zijn en hoe de maatschappij daarmee omgaat. Ze stellen ook de vraag: ‘Wie is nu eigenlijk het monster? De persoon die afwijkt, of net de gemeenschap die mensen afwijst op basis van hun uiterlijk.’

 

-      Edgar Allan Poe speelt een belangrijke rol in jouw boek. Is Duivelsklauw een eerbetoon aan Poe? Of zijn de verhalen van Poe de literaire laag waaruit jouw verhaal is ontkiemd? Wat trekt jou aan in zijn werk?

 

Het is moeilijk om géén fan van Poe te zijn. De man ligt aan de basis van het moderne horrorgenre en van het detectiveverhaal. Het is ook een fascinerende persoonlijkheid, hoewel sommige elementen uit zijn biografie wel wat hedendaagse wenkbrauwen doen fronsen (zo trouwde hij toen hij 26 was met zijn 13-jarige nicht). Voor de rest is hij het prototype van de ‘poète maudit’, de schrijver die ten onder gaat aan zijn eigen schrijverschap. Zelfs na zijn dood blijft hij mensen inspireren. Zo is er de anekdote van ‘Poe-toaster’, een onbekende persoon die elk jaar op de verjaardag van Poe een fles cognac en enkele rozen achterliet op zijn graf.

-      Elk spel is geïnspireerd op een Poe-verhaal. Welk Poe-verhaal vond jij het leukst om te verwerken in jouw boek?

Dat is een moeilijke vraag. Ik heb Poe’s werken als een grabbelton gebruikt, maar als ik dan toch moet kiezen… Het verhaal Het masker van de rode dood is misschien wel mijn favoriet: een verhaal waarin een rijke prins een luxefeest organiseert terwijl zijn volk wordt getroffen door een pestepidemie, wat natuurlijk slecht afloopt. In Duivelsklauw heb ik van het feest een soort escaperoom gemaakt. Ik vond het alvast heerlijk om de deelnemers aan diabolische opdrachten te onderwerpen. Ik vraag me af wat dat over mij zegt…

😊

-      Met welke passage in het boek zou je lezers willen verleiden tot het aankopen van jouw boek?

Ik zou dit fragment nemen: de moeder van Edward leest hem een sprookje voor – net voordat ze uit het dorp worden weggejaagd.
Het contrast tussen de intieme moeder-zoonband en de angstaanjagende buitenwereld vind ik iets hartverscheurends hebben. Als ouder proberen we uiteindelijk altijd onze kinderen te beschermen, maar dat lukt jammer genoeg niet altijd.

Vroeger

Elke liefde begon met een vraag. Iemand die voor je stond en zei: ‘Ik zie je graag. Jij mij ook?’ Elke liefde begon met een vraag – behalve één soort: die van een moeder voor haar kind. Die startte met een antwoord. ‘Ik hield al van jou voor je er was.’
Ze had nooit gedacht dat liefde zoveel pijn kon doen.

***

‘Mama, kan je me nog eens het verhaal vertellen van Anabelle en het Beest?’
‘Belle, lieve schat,’ corrigeerde zijn moeder hem met een glimlach.
‘Ja, dat!’ riep het jongetje enthousiast.
Ze plofte naast hem neer op het kleine bed dat krakend protesteerde onder hun gewicht. Haar hoofd zat vol lijstjes met dingen die ze nog moest doen. Ze was moe.
Haar zoontje lag onder een donsdeken met daarop een breed grijnzende Mickey Mouse afgebeeld, zijn magere armen en benen staken als sprietige takken onder het deken uit. Zijn ogen straalden, iets wat ze moeilijk kon weerstaan. Er zat de laatste tijd steeds vaker een doffe glans in de blik van haar zoon. Echt verwonderlijk was dat niet. Kinderen konden wreed zijn.
Ze drukte haar vermoeidheid uit als een opgerookte sigaret. ‘Ik heb dat al zeker tien keer verteld,’ zei ze met zachte stem. ‘Misschien wel honderd keer.’
De jongen knikte enthousiast. ‘Het is mijn lievelingsverhaal.’
Zijn moeder aaide door zijn donkere haren en ontblootte daarmee de karmijnrode wijnvlek die het leven van haar zoon zo beheerste. Wijnvlek. De naam klonk feestelijker dan de realiteit. Alsof iemand tijdens een receptie een glaasje rood op haar zoon had gemorst.
‘Volgens mij ken je het verhaal al beter dan ik.’
Opnieuw knikte de jongen.
Ze nam het boek voorzichtig van de plank en legde het open op haar schoot.

***

‘En ze leefden nog lang en gelukkig.’ Ze sloot het boek en stopte haar zoon zorgvuldig in. Hij was halfweg het verhaal al in slaap gevallen. Ze had het verhaal vooral aan zichzelf verteld.
Net op dat ogenblik werd op de deur gebonsd.

 Niet alleen Poe, ook Shelley met Frankenstein, sprookjes en film lijken voor jou bronnen van inspiratie. Waarin zit de kracht van literatuur volgens jou?

Literatuur is een vluchtheuvel, een plek waar je naartoe kan als de wereld rondom te chaotisch en te hard lijkt. Toch is het meer dan escapisme, als lezer kom je immers altijd terug naar de realiteit, maar dan wel met een rugzak vol waardevolle ideeën en verhalen die je kunnen helpen in het dagelijkse leven. Als mijn boeken een ding gemeenschappelijk hebben is het misschien wel de onvoorwaardelijke liefde voor boeken en verhalen (en dat is ruimer dan ‘literatuur’). Judith, een van de hoofdpersonages, is niet voor niets een bibliothecaris.

-      Wie de dader is is niet lang een geheim. Waar draait het dan om in jouw misdaadroman? Kan je dat in enkele trefwoorden samenvatten?

Duivelsklauw is niet echt een klassieke whodunit, want je weet inderdaad al snel wie de dader is. In dit boek draait het meer om de zoektocht naar de identiteit van het slachtoffer en om de afloop. Je wilt vooral weten hoe het met de hoofdpersonages afloopt – en dan vooral met Edward, de jongen die eigenlijk nooit echt een kans gekregen heeft.

-      Vergis ik me of is de sfeer die rond de Moordwijven hangt enigszins anders dan in ‘De Christiemoorden’?

De sfeer is een stuk donkerder, wat ook te maken heeft met de auteur die ik in de kijker zet. Het gaat er in Agatha Christies boeken – ondanks alle moord en doodslag – best wel gezellig aan toe. Haar boeken zijn vroege voorbeelden van cosy crime, iets waar je Edgar Allan Poe niet echt kan van beschuldigen. Ik was nochtans gestart met het idee om een boek te schrijven dat ook stilistisch aansloot bij De Christiemoorden, maar gaandeweg merkte ik dat de duisternis die in Poe’s verhalen zit toch ook wel doorsijpelde naar mijn eigen schrijfstijl. Toch heb ik geprobeerd om hier en daar wat humor binnen te smokkelen.

-      Mag de lezer empathie voelen voor Edward, ondanks zijn daden? Wie of wat is het echte monster in ‘Duivelsklauw’? Werd je ook geïnspireerd door de ideeën van Jean-Jacques Rousseau?

Ik heb zelf alvast een grote sympathie voor Edward. Door zijn moedervlek is hij al snel het slachtoffer van pestgedrag en verandert hij van een open, onschuldig kind in iemand die hij niet wil zijn. Hij verandert in datgene dat de anderen in hem zien: een monster. Zo speelt hij de rol die anderen voor hem gekozen hebben. En ja, ik denk dat die anderen eigenlijk de echte monsters zijn in dit verhaal. Ik heb me niet bewust laten inspireren door Rousseau, maar het klopt natuurlijk wel: geen enkel mens wordt als een monster geboren. Monsters worden gemaakt – en meestal door ‘gewone’ mensen zoals Aloïs.

-      Welk thema moet de lezer volgens jou als centraal thema in de roman ontdekken? Wat is de essentie van deze misdaadroman?

Elke misdaadroman heeft natuurlijk ‘misdaad’ als thema, maar Duivelsklauw draait toch ook om hebzucht. Edward neemt wraak op het dorp dat hem heeft verjaagd door misbruik te maken van de kleine kantjes van de dorpelingen. Hebzucht is daar zeker één van.

-      Hoe belangrijk is humor voor u, zelfs in een grimmig verhaal als dit?

Humor is heel erg belangrijk. Uit de eerste reacties blijkt ook dat lezers die humor wel weten te appreciëren. Mijn boeken geven me de kans om over een heleboel dingen mijn mening te geven en die verpak ik maar al te vaak in grappige stukjes. Vooral de personages Eline en Sien, de oudere dames die de leesclub Met Thrillende Vingers hebben opgericht, zijn me op dat vlak heel dierbaar. Eline is een heerlijk cynische vrouw die overal wel een pittige mening over heeft.

-      Mollendaal lijkt een miniatuurversie van onze maatschappij. De roman toont hypocrisie, bekrompenheid en egoïsme zonder veel genade. Is schrijven voor u ook een vorm van maatschappijkritiek?

Het is niet mijn bedoeling om mijn lezers een geweten te schoppen, want dat werkt toch niet. Nu en dan laat ik wel wat maatschappijkritiek doorsijpelen in mijn teksten, maar dat is zeker niet het hoofddoel. Bovendien heb ik ergens wel begrip voor de kleine kantjes van de mensheid – humor kan daar ook wel bij helpen. Niemand is uiteindelijk honderd procent goed of slecht. Uiteindelijk ploeteren we allemaal.

-      Begrijp je me als ik zeg dat de lezer zich ongemakkelijk zou kunnen voelen tijdens het lezen van dit verhaal? Is dat ook wat je wil bereiken?

Ook dat was niet mijn hoofdbedoeling. Ik wil vooral een spannend verhaal vertellen en ervoor zorgen dat mensen meeleven met mijn personages – ook al doen die soms dingen die niet helemaal juist zijn.

-      Tot slot: Kreeg je al lezerreacties binnen? Wordt het boek ontvangen zoals je het je gewenst hebt?

De eerste recensies zijn inderdaad al binnen en die zijn voor het grootste deel echt positief. Sommigen geven aan dat dit boek net iets literairder is dan zijn voorganger, De Christiemoorden. Anderen wijzen er wel op dat het begin een harde noot is om te kraken: er komen veel vertelperspectieven bij elkaar en dat maakt het misschien wat moeilijker om ‘in’ het verhaal te geraken, maar als je er eenmaal in zit … 😉

Dankjewel Dominique voor jouw verhelderende antwoorden die een waardevolle aanvulling zijn op het verhaal in ‘Duivelsklauw’. Hopelijk gebeurt er snel weer wat in Mollendaal en maak je ons er deelgenoot van.

Graag gedaan! Dank je voor het gesprek.

Anita voor Thrillerlezers!



Geen opmerkingen:

Een reactie posten