maandag 19 september 2016

Anja Feliers telt af, 1e deel

Maandag 19 september 

Ik word vandaag wakker met het gevoel alsof de tijd te snel gaat. En toch ook weer niet. Binnen tien dagen immers wordt mijn nieuwe psychologische thriller Kwijt voorgesteld en ook al wenste ik dat die dag al aangebroken was, toch besef ik dat er nog veel moet gebeuren. 

Vandaag hou ik mij voornamelijk bezig met telefoontjes plegen en mails beantwoorden die nog dringend ‘moeten’.  

Het laatste telefoontje is er een aan mijn uitgeverij Lannoo. We hebben op de valreep beslist om nog een korte boektrailer te maken van Kwijt en ja, als het even kan, wil ik die graag ook nog tonen op de avond van mijn boekpresentatie. Wat doe ik mezelf aan?  

De beelden van de trailer hebben we al, maar ik wil er graag nog intrigerende zinnetjes bij plaatsen zodat de lezer zich een beter beeld kan vormen van het boek. 

Kwijt gaat over een populaire radiohost Sylvie- die in Vlaanderen voor een groot radiostation werkt. Tijdens een live-uitzending krijgt zij plotseling een confronterend telefoontje waarin een luisteraar insinueert dat de mogelijkheid bestaat dat haar moeder nog leeft. Al het verdriet over het overlijden van haar moeder toen Sylvie nog kind was, komt weer naar boven.  

In Kwijt zit heel veel van mezelf. Het is het meest persoonlijke boek dat ik ooit geschreven heb. Mijn mama is gestorven toen ik elf was en haar afwezigheid heeft een ongekende indruk op me gemaakt. Dit jaar werd ik even oud als mijn mama toen ze stierf. Ik vond het tijd dat ik daarmee iets ging doen. Maar dat ik tijdens het schrijven van Kwijt zoveel geconfronteerd werd met het gemis van al die jaren, had ik niet kunnen denken.  

Tijdens het schrijven aan Kwijt was er een nummer dat ik steeds opnieuw beluisterde. The words van Christina Perri. Een beangstigend intens nummer over loslaten en de indringende pijn die dat met meebrengt.  

Het is dit nummer dat ik vandaag steeds opnieuw beluister én bekijk wanneer ik inspiratie zoek naar de zinnetjes voor mijn trailer. Een paar keer moet ik slikken. Het nummer blijft me raken, hoe vaak ik het ook al hoorde. En dan, voordat ik het zelf besef, knap ik. Ik mis mijn mama. Ik zou willen dat ze nu bij mij kon zijn. Dat de onmogelijke droom die wordt nagejaagd in het boek toch werkelijkheid werd. Maar ik weet dat het niet kan. Ik veeg de tranen uit mijn ogen en herpak me. Dit boek is voor mijn mama. En hoe raar het ook klinkt, ik weet dat ze er nog is.  

Ergens.  

Misschien wel op iedere pagina van dit boek.  


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen