vrijdag 12 augustus 2016

Genieten

Terwijl de regen de toeristen van het eiland spoelt, maak ik mijn zoveelste ochtendwandeling tijdens ons weekje Schiermonnikoog. Wat is het toch heerlijk om elke ochtend, voor het kraaien der kemphanen, even mijn gedachten te laten wegwaaien door de aflatende wind die het eiland de hele week al in gijzeling houdt. Een moment van bezinning, reflectie of gewoon gedachteloos voor me uitstaren - wat is het toch fijn om af en toe even nergens aan te hoeven denken.



Zittend op een verweerd houten bankje, uitkijkend over het wad. In de verte manoeuvreert de eerste veerboot van de dag zich langs de zorgvuldig uitgezette boeien die de vaargeul markeren. De boot laveert van bakboord naar stuurboord, alsof het elk moment beschoten zou kunnen worden. Door de ruwe zee lijkt het alsof de overtocht een eeuwigheid duurt. Een nieuwe lading toeristen zet voet aan wal. Landrotten die eens per jaar aan het drukke stadsleven ontsnappen en hun rust vinden in de eenvoud. Terug naar de natuur, geen druk verkeer, geen verkeersopstoppingen, geen werk, geen gezeik. De parkeergarage in Lauwersoog staat vol, met auto's en geparkeerde zorgen. Bij terugkomst wordt de draad wel weer opgepakt, nu even niet.

De Waddenzee heeft zich ver teruggetrokken, de zeilboten in de jachthaven hangen strak aan hun touwen. Enkele zeebonken laten hun ongeschoren gezichten uit de patrijspoorten hangen, zo te zien speelt de wind niet alleen met de landrotten. Zelf hing ik al met een groen gezicht over de reling toen de veerboot nog aangemeerd lag in de haven. De overtocht duurde maar drie kwartier, het kon niet snel genoeg gaan.
Nadat de boot al zijn passagiers heeft uitgespuugd, loopt de boot alweer vol met mensen die het eiland moeten verlaten. De stemming is bedompt. Onder begeleiding van de twee lokale politieagenten lopen de mensen teleurgesteld de plank op en nemen plaats aan een van de tafeltjes, weemoedig naar buiten kijkend. Van willen kan toch geen sprake zijn, wie wil dit eiland nu vrijwillig verlaten?



Ik ga verder met mijn wandeltocht en volg het grintpad over duin en door bos. Het pad is een mengsel van bitumen, schelpen en fijn grint. Een gedeelte hiervan bevindt zich ondertussen in mijn schoenen. Twee roofvogels - het ontgaat mij wat voor soort roofvogels, alles groter dan een huismus is voor mij een roofvogel- jagen op klein grut dat zich schuil houdt in het bos. In de hoop dat ik niet per ongeluk wordt gezien als lekker hapje - geen verder commentaar- vervolg ik mijn weg door een klein bos. Een wirwar aan bladerloze bomen, omgevallen of rechtopstaand, gaan gebukt onder de nog steeds stevige bries. Het gebulder van de branding die door de wind op de kust wordt gebeukt is zelfs te horen in het bos. Plots schiet er voor mijn voeten iets over het grintpad. Het kleine beestje ziet zijn kans schoon om de roofvogels een loer te draaien en gebruikt mij als dekking om aan de andere kant van het pad te komen en in het struikgewas te verdwijnen. Verward staken de vogels hun jacht.
Heel af en toe kom ik iemand tegen; joggend, fietsend, de hond uitlatend, bij het passeren begroet ik iedereen vriendelijk. Dit houd ik de eerste twintig mensen nog wel vol, hoe verder ik kom hoe minder respons er is. Al die vriendelijkheid is ook wel wennen, voornamelijk dat je terug begroet wordt. Heel vreemd.





Tijdens het wandelen dwalen mijn gedachtes af, het zou kunnen dat ik teveel boeken lees - bestaat dat?- of omdat ik gewoon een fantasierijke geest heb, maar regelmatig ontvouwen er zich kleine verhaaltjes in mijn hoofd; een achtergebleven fiets op een duin, twee verlaten kinderschoenen bij het vliegerfestival, een gruwelijke ontdekking tijdens de wekelijkse braderie, die ene man die toch wel erg fanatiek protesteert tegen de ophanden zijnde boringen naar olie. Misschien kijk ik toch iets teveel naar Midsomer Murders. Voor de zekerheid maak ik maar zoveel mogelijk foto's van dit soort taferelen, inspiratie voor later.





Mijn pad wordt opeens versperd door een stel koeien, die mij net zo verbaasd aankijken. Rustig grazend bekijken ze beide kanten van het grintpad, hun terrein afgebakend door een rooster in de weg. Zelfs op een eiland zijn er hekken, roosters en elektriciteit nodig om de natuur in te perken. Op mijn ongemak loop ik tussen de koeien door en stap over het rooster. Zo komt de natuur wel heel dichtbij.


Na een onvoorziene 11,5 kilometer wandelen stap ik de vakantiewoning weer binnen, doe mijn schoenen al kreunend en steunend uit en vul de container met half Schiermonnikoog. Mijn medereisgenoten zijn ondertussen ook wakker, sommige al een tijdje, en vermaken de kleinsten onder ons en ook de kinderen. Voldaan laat ik me op de bank zakken met een fles water en Nachtvlinder van Carina van Leeuwen.

Genieten.









Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen