zaterdag 16 april 2016

Blauwe maandag - deel 7 (door Nancy Elferink)


*Vigo

Zijn ijskoude handen schuurde hij langs elkaar en vouwde ze daarna ineen om er eens flink in te blazen. De warme adem verwarmde zijn doorgestoken vingers. Net toen hij de plaats delict wilde verlaten voelde hij trillen in zijn broekzak. Op het scherm van zijn mobiel las hij; Evelien. Een diepe zucht ontglipte over zijn lippen. Die meid had een beroerde timing! Het irriteerde hem, maar hij nam op om haar te zeggen dat ze ongelegen belde. Ondertussen kroop hij onder het lint door en knikte naar de collega’s die er stonden om de plaats delict te bewaken. Arme stumpers, uren in de kou blauwbekken. Naast het brengen van slecht nieuws was bewaken toch wel het minst leuke geweest van zijn tijd in het blauw.
‘Ik wil alleen vragen of ik vannacht bij Sas mag logeren. Het concert is gecanceld en nu willen we gewoon chillen.’ Ze wist dat haar vader Sas niet mocht, maar Saskia, zoals ze officieel heette, was haar beste vriendin. Een meid die geen blad voor haar mond nam en meer make-up droeg dan Boy George in verloren tijden, had haar vader gezegd.
‘Waarom gaat dat optreden niet door?’ Vroeg hij, alsof het hem ook maar één moer kon schelen. De muziekkeuze van zijn dochter was van een ander genre dan hij prefereerde. De band Skinny jeans, wiens muziek niet aan te horen was, had het nooit verder geschopt dan de regio (wat hij dan wel weer begreep).
‘De zangeres wordt vermist.’
‘Hoe weet jij dat?’
‘Staat op hun website.’
‘Caspers!’
Vigo draaide zich om en zag de jonge geüniformeerde collega gebaren. De snotneus, kwam net van de opleiding, maar had een attitude alsof hij al jaren brigadier was. Vigo stak twee vingers in de lucht en knikte.
‘Evelien? Ben je er nog?’
‘Mag het dan?’
‘Wat?’
‘Logeeeeren!’
‘Ja jah. Evelien?... Hoe heet die zangeres?’
Hij klemde zijn mobiel tussen zijn oor en schouder en zocht naar een klein memoblokje en pen in zijn jaszak, terwijl hij zich omdraaide en terugliep over zijn eigen gemaakte voetstappen. Vluchtig krabbelde hij bijna onleesbaar Skinny FETS en verbrak de verbinding.
Een kop warme chocolademelk of hete dampende koffie zou hem nu wel kunnen bekoren. Hij zette de kraag van zijn jas rechtop zodat zijn oren beter beschermd waren tegen de kou, gooide zijn hoofd achterover en keek de agent vragend aan.
‘U bent rechercheur Caspers?’
‘Helemaal’, klonk hij nogal kribbig en keek oneerbiedig op zijn horloge.
‘Ik ben zojuist gebeld door Betsy.’
Vigo fronste zijn wenkbrauwen en trok zijn kin op zijn borst.
‘Die van de receptie? Ze heeft een echtpaar aan de balie staan die de vermissing van hun kinderen willen melden.’

*Agnes

De rit voelde ongemakkelijk. Daniël had zijn hoofd op haar schoot gelegd en was in slaap gevallen. Bep zweeg de gehele reis en Agnes begreep niet goed wat van haar verwacht werd. Noch van Vigo noch van Bep. Ze had het gevoel dat Vigo haar had willen lozen. Ze wist ook wel dat ze niet dezelfde ervaring had als hij, maar ze was leergierig genoeg. Als ze haar bleven buitensluiten zou ze haar vader inlichten. Eens zien wie de langste adem had en wat ervaring waard was.
Het GGZ gebouw was een modern uit glas opgetrokken gebouw midden in de stad. Heel wat anders dan het aftandse politiebureau in het dorp. Ze tilde Daniël voorzichtig uit de auto en volgde Bep naar een ruimte die er huiselijk en knus uitzag. Een vriendelijke dikke moeke nam Daniël van haar over en legde hem op een bank. Heel even vroeg ze zich af of ze bij de GGZ geselecteerd werden op gewicht en zag haar kansen vervlogen. Daarna volgde ze Bep naar de koffiekamer. De temperatuur in de auto had haar al opgewarmd, maar koffie ging er wel in. Puur, zonder suiker en melk dan smaakte de koffie het best. Bep sloeg over en verontschuldigde zich.
Daar zat ze dan. En nu? Ze nam haar mobiel en probeerde Vigo te bereiken.
‘Spreek in na de piep en u wordt zo spoedig mogelijk terug gebeld.’
Super handig die mobieltjes! Minuten schreden voorbij.
‘Rechercheur Schonenbeek?’
Verschrikt keek Agnes op en drukte Candy Crush weg. Verdomme, ze had het level bijna gehaald. Bep verzocht haar mee te lopen. Ze belandde in een kantoor dat overduidelijk Beps tweede huis was. De binnenmuren waren behangen met quiltwerken en vakantiekiekjes, het bureau was een wir-war aan papier en Agnes hoopte dat Bep in haar hoofd wat meer geordend was.
‘Stefanie van Loon’, sloeg Bep met vlakke hand op een dik dossier.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen