Posts tonen met het label valentijn. Alle posts tonen
Posts tonen met het label valentijn. Alle posts tonen

zondag 12 september 2021

Valentijn van Elizabeth Wetmore

 


‘Valentijn’ is geschreven door Elizabeth Wetmore. Het is haar debuut roman.

 

Het is Valentijnsdag 1976, en de kleine 14-jarige Gloria Ramirez probeert zich in haar eentje wat te vermaken bij de drive-in. Als Mexicaanse kreeg ze al menig keer te maken met de neerbuigende houding van mannen. Totdat ze Dale Strickland ontmoet en hij de eerste is die haar vriendelijk bejegend.

De volgende ochtend verschijnt Gloria Ramirez gehavend en gebroken op de ranch van Mary Rose. Ze is verkracht in het aangrenzende olieveld maar wist te ontsnappen. Mary Rose haar man was die ochtend al vroeg naar zijn werk gegaan. Mary is alleen thuis met haar jonge dochter en zwanger van haar tweede. ‘Old Lady’ ligt nog boven in de slaapkamer. Als ze over de schouder van Gloria kijkt ziet ze een stofwolk snel dichterbij komen. Het is een pick-up die regelrecht op haar ranch afkomt. Ze beseft dat zij de enige is die haar jonge dochter én haar ongeboren kindje kan beschermen. Zal ze ook de kleine Gloria bescherming bieden?

Het is het begin van de fenomenale roman ‘Valentijn’, die zich afspeelt in het Texaanse Odessa, met zijn opbloeiende oliecultuur en dat gedomineerd wordt door mannen, vooral witte mannen. Deze roman vertelt het verhaal voornamelijk vanuit een vrouwelijk oogpunt en we volgen dan ook een aantal vrouwen uit Odessa.

Zoals Corrine, de oudere dame die net haar man heeft verloren. Ze kan het leven niet echt meer aan en trekt zich terug in haar drank en haar norse buien.

En de kleine Debra Ann, die zo vaak aan haar lot wordt overgelaten. Uit verveling zoekt ze contact met al die andere mensen uit haar buurtje, waar ze lang niet altijd welkom is. Maar wel bij die ene, die dakloze, die in een grote afvoerbuis woont en die ze af en toe iets te eten brengt. En dan praten ze wat.

Ginny, Debra Ann’s moeder, was pas 17 toen ze haar kreeg en ze moest trouwen. En Ginny heeft het echt geprobeerd, echt zeker wel 10 jaar lang, maar ze kon niet meer. En ze wist dat ze moest vertrekken voordat het leven haar inhaalde.

En natuurlijk de zwangere Mary Rose, van het begin van het verhaal. Ze heeft haar keuze gemaakt, toen, en nu ervaart ze dagelijks de consequenties daarvan. Wonend in het midden van een wereld vol dominante blanke mannen die denken dat ze het recht aan hun bevooroordeelde kant hebben staan. Ze is tijdelijk met haar dochter naar de stad verhuisd, maar ze kan maar niet wennen aan de harde geluiden en die drukte. En ze kan maar niet wennen aan het feit dat haar man haar de schuld geeft van al hun tegenwoordige besognes, die volgens hem allemaal voortkomen uit haar keuze, toen, met de kleine Texaanse Gloria.

En dan is er nog Dale Strickland. Hij, die werd meegenomen en werd aangeklaagd wegens een ernstig zedendelict en poging tot moord. Zijn ouders komen uit het betere Magnolia, Arkansas, waar de medebewoners hem een brave jongen vinden die nog geen verkeersboete op zijn naam heeft staan en zich juist altijd zo respectvol gedroeg.

‘Maar mededogen in een oord als dit is moeilijk. Ik wenste hem dood voor ik zijn gezicht had gezien.’

Het is een schitterende roman waarbij de raciale en sociale verhoudingen van een door mannen gedomineerde cultuur in het Texas anno 1976 op een prachtige, echt filmische manier worden overgebracht. De sfeer is niet vrolijk, nee ronduit mistroostig te noemen. Hiervoor gebruikt Elizabeth Wetmore prachtige vergelijkingen. Haar schrijfwijze is bloemrijk en vloeiend en neemt je als lezer mee aan de hand en in de levens van elk personage. En elk personage heeft zo zijn eigen prachtige uitgediepte karakter. Je ervaart een achtbaan vol aan gevoelens zoals angst, wraak, boosheid, maar vooral onrecht.

Ik voel mij één met het boek en mijn omgeving vervaagd. De hitte is zo zinderend, dat de ratelslangen zich terugtrekken in hun holen. Ik pak een tissue en dep mijn voorhoofd af en als ik geritsel hoor kijk ik over mijn schouder in de verwachting een prairiehond te zien. Maar nee, het is de regen die enthousiast tegen het raam klettert. De warmte die ik voelde is niet die van het olieveld met zijn ja-knikkers. Geen blaren op mijn voeten en verdorde plukjes gras tussen mijn tenen. Het is de open haard waar ik, samen met de kat, iets te dichtbij ben gaan zitten. Geen hitte golf in Texas, maar een koude natte Nederlandse zomer.

En ik die het boek dichtsla.

Ik geef het 5 welverdiende kraaien.

Karin K.

woensdag 15 februari 2017

De tienerjaren voorbij

Afgelopen dinsdag was het 14 februari.
Ja duh, hoor ik je denken.
14 februari was ook Valentijnsdag.
Zo dan, nog meer nutteloze feitjes?
Verwacht niet dat je nu een slijmerig romantisch Valentijnsverhaaltje voorgeschoteld krijgt. Ik kan best romantisch zijn – het is alweer een tijdje geleden, maar daar gaat het nu even niet om. ‘Wij’ geven niets om Valentijnsdag. ‘Dat zeg jij. Je partner zegt wel dat ze er niets om geeft maar als jij met je rug naar haar toe ligt, valt ze huilend in slaap wanneer er weer een Valentijnsdag voorbij gaat zonder een Valentijnskaart of bos bloemen.’
Vroeger, toen deden wij er zo nu en dan wel eens aan. Maar toch meer ook omdat het een soort van verwacht wordt, sociale druk. Nu is het meer een dag die je opgedrongen wordt omdat het zo fijn tussen kerst en Pasen past, zodat de schappen in de winkel maandenlang met chocolade gevuld kunnen blijven.
Dat is niet waar deze column over gaat.

Valentijnsdag is voor ons belangrijk om een andere reden, de dag dat ik een tiener kwijtraakte.
14 februari 2017 is mijn zoon 20 geworden. Ik heb gewoon een twintiger als zoon. Ik kan het zelf ook nog niet geloven. Ik bedoel, heb je mij wel eens gezien? Het lijkt heel wat met zo'n baard, maar eigenlijk ben ik nog steeds 27.
Vorig jaar vierden wij zijn vierde verjaardag nog, althans zo lijkt het. Je knippert een keer met je ogen en je bent 16 jaar verder.
Twin-tig. Mijn zoon is zo oud, dat hij zijn leeftijd moet uitdrukken in tig! Klinkt toch niet meer zo kinderlijk als vijf, schattig als 10 of opstandig als 16. Zijn eerste verjaardag ligt nog vers in mijn geheugen. Een teken aan de wand voor wat ons niet veel later te wachten stond.
Wat is er gebeurd met mijn baby, peuter, kleuter, tiener, puber en volwassene-in-opleiding? Moet ik hem nu zijn certificaat overhandigen: Gefeliciteerd, u bent volwassen of moet ik mezelf een certificaat geven: Gefeliciteerd! U hebt de tienerjaren doorstaan, zet u schrap voor de jaren 20? Gaat hij mij nu opeens bij mijn voornaam noemen, in plaats van u – ja, die van mij zegt u tegen mij en anderen, in ieder geval in mijn bijzijn.

14 februari 1997. Het lijkt zo lang geleden: No Doubt stond met Don't Speak op nummer 1 van de top 40, Hakke & Zage van Gabber Piet op nummer 2. Weet u dat nog, gabbers? Zó jaren negentig. De mobiele telefoon was nog een koelkast die je op een steekwagen moest voortduwen, Facebook moest nog uitgevonden worden. Wat was het leven toen een stuk rustiger.
Historisch gezien misschien niet zo’n belangrijke datum, voor ons natuurlijk een dag om nooit te vergeten. Je eigen kroost van 5kg verwelkomen, na nog eens 3 weken langer te hebben moeten wachten dan gepland, met stimuleringsmiddelen en via de nodige werktuigen. Net als zijn vader doet hij alles in zijn eigen tempo: als het lekker zit, waarom er dan wat aan veranderen. Toch?

1997. De vorige eeuw. Ondertussen al 4 Amerikaanse presidenten meegemaakt, 16 kabinetten. De wereld is flink veranderd.
Zoveel meegemaakt met elkaar, maar helaas ook zonder elkaar. Onze werelden stortte al vroeg na zijn geboorte in elkaar, vanaf zijn 3e levensjaar moesten wij het grotendeels zonder elkaar doen. We groeiden gescheiden op, zagen elkaar wekelijks maar toch anders. Er gingen ook weken voorbij dat we elkaar helemaal niet zagen, een groot gemis van beide kanten. Angst en depressie maakte het soms onmogelijk. We hebben ons door heel wat moeilijke perioden geworsteld en zagen elkaar veel meer dan die ene keer in de week, waardoor we elkaar steeds vaker zagen. Misschien niet zoveel als hij gehoopt had of durfde uit te spreken en niet zoveel als ik zou willen, maar weten dat er altijd een veilige haven is waar je op kunt terugvallen is vaak al een hele geruststelling.
Het gevoel van falen ligt zo dicht onder de oppervlakte. Het gevoel van vluchten en iemand in de steek laten, er niet meer kunnen zijn voor je kind, is hartverscheurend. Slopend voor lichaam en geest. Momenten dat hij als kleine jongen liever thuis wilde zijn en niet bij mij, alleen maar omdat het niet thuis was. Een keuze maken tussen vader en moeder, het is zo oneerlijk.

Nu, op latere leeftijd, is de tijd die we met elkaar doorbrengen nog belangrijker dan het vroeger al was omdat het minder wordt. Logisch. Een eigen leven, ouders komen over een paar jaar weer op een hogere plaats te staan, wanneer het leven meer gewaardeerd wordt. Voor een ouder is het slikken. Je wilt je kind blijven omarmen, zijn hand vasthouden en waarschuwen voor de valkuilen waar jezelf met open ogen in bent getrapt. Maar het kan niet, loslaten is zo moeilijk.

20 jaar. Het is pas het begin, waar hebben we het eigenlijk over. Er komt nog zoveel moois en zoveel hartzeer aan. Het mooiste in mijn leven, met stip op nummer 1.

Verdorie, is het toch een zoetsappig verhaaltje geworden...

vrijdag 13 februari 2015

Karin Kallenberg en haar Valentina

AI  LUF  JOE
‘Ik heb een pakje voor u, mevrouw.’
De postbezorgster kijkt haar glimlachend aan. Onder haar oranje PostNL-pet steken rode krullen uit, ze passen bij de sproetjes op haar neus. Ze houdt haar het pakketje uitnodigend voor. Astrid aarzelt.
De postbode beweegt het pakje even heen en weer. De inhoud rammelt. Het is alsof ze met een etensbakje de hond roept. Astrid blijft stram bij de voordeur staan. De ogen onder de PostNL-pet kijken haar onderzoekend aan. ‘Altijd leuk om post te krijgen toch?’
Astrid haalt haar schouders op. ‘Het is voor Valentijn, en dat kan me gestolen worden.’
‘Hoe weet u…’
‘Het is altijd voor Valentijn.’ Ze zucht. ‘En daar heb ik dus niets mee.’
Ze kijkt in de heldere ogen van de postbode. ‘Jij wel?’
‘Uh… Neuh…’ De blik van de vrouw wordt onzeker. Ze strijkt een krul achter haar oor. Weer rammelt ze met het pakje. ‘Dus deze gaat retour?’
Astrid steekt haar hand uit. ‘Geef maar. Ik leg hem wel op de stapel.’
Vorige week begon de jaarlijkse pakjesstroom die altijd goed is voor een hernieuwde kennismaking met de koeriers en postbezorgers in de buurt. Ze sluit de deur en loopt met het pakje naar de kamer. Zo te voelen zit er iets zwaars in. Ze zet de doos op tafel en maakt hem open. Bovenop ligt een kaart met op de voorkant de beroemde pin-upfoto van Marilyn Monroe die bloot op het rode satijn ligt. Om dat goddelijke lichaam nog sexyer te maken luidt de handgeschreven tekst. Er staat geen naam onder. Valentijnsboodschappen zijn per definitie anoniem. Dat maakt dat hele Valentijngedoe dubbel zo irritant. Ze scheurt het cadeaupapier stuk. In de doos liggen twee halters. Felroze van kleur.

Gisteren en eergisteren was het stil met de pakketpost. Astrid heeft de hele ochtend ongestoord en zonder zich te ergeren aan die brutale amoureuze pakketjes kunnen doorwerken aan de belastingaangiften van maar liefst drie cliënten. Ze schuift haar bureaustoel achteruit en wrijft in haar nek.
Het is twee uur, ze heeft nog niet eens geluncht. Ze smeert boter op een boterham als de oranje-witte bestelauto stopt. Er stapt iemand uit die meteen met zijn bovenlichaam de laadruimte induikt. De benen in de zwarte broek monden uit in twee mollige, peervormige billen. Astrid loopt naar de voordeur. Het is die nieuwe weer, die rooie.
De postbezorgster heeft twee kleine pakjes in haar hand. Met de andere houdt ze haar een pen voor.
Astrid laat haar armen slap langs haar lichaam vallen. ‘Wat moet ik toch met die troep?’
De bezorgster blijft geduldig staan.
‘Vertel me eens…’ Met haar ogen zoekt Astrid naar een naamplaatje op de oranje bedrijfskleding. Maar daar doet de post niet aan.
‘Maaike,’ zegt de postbode en steekt de pen verder naar voren. ‘Deze is aangetekend.’
Astrid neemt de pen aan, zet een krabbel en blaast.
‘Misschien vindt u het dit keer wel leuk wat er in de pakjes zit.’
 ‘Pfft… Weinig kans. Het is nooit leuk. Ik heb nog nooit…’
De postbode steekt de pen weer in de zak van haar uniform en loopt weg. ‘Veel plezier ermee.’
Astrid gaat achter haar aan en pakt haar bij een mouw. ‘Je gelooft me niet, hè? Je moet voor de lol eens komen kijken.’
Maaike veegt haar voeten voor ze binnenkomt. In de hoek van de kamer staat een pakjespiramide opgestapeld. Dozen bonbons, speelgoedknuffels, kanten lingerie, kaarsen, kandelaars, een doos met een pannenset, handdoeken in pastelkleuren, handdoeken met polkadots, enzovoorts. Bovenop een doos met een stofzuiger zit een beer met in zijn poten een rood satijnen hart. Ai luf joe, staat erop.
Maaikes mond valt open van verbazing.
‘Gelukkig werk ik thuis, anders zou ik steeds naar het postkantoor moeten om al die pakketten op te halen. En als die anonieme weldoeners nou nog smaak hadden… Tegen een ring van de goudsmid, of een voucher voor een vakantie op Hawaï heb ik geen bezwaar.’
‘Jezus,’ zegt Maaike. Astrid pakt een speelgoed giraffe bij zijn been, trekt hem uit de piramide en gooit hem op de bank. ‘Die mag me wel gezelschap houden vanavond.’
Ze draait zich naar Maaike en strekt haar arm uit naar de berg. ‘Wie dóen dit?’
Maaike lacht. ‘Mannen die je mooi vinden. Kijk naar jezelf, Astrid. Je bent wat kerels een stoot noemen.’
Hoe weet ze mijn naam? O ja, van al die pakjes natuurlijk.
‘Die rondingen van jou veroorzaken aardig wat golfslag in het water. En deining in herenpantalons.’
Astrid zucht. Het T-shirt spant om haar 75 F cup en ze weet dat ze een zandloper is met een geprononceerde kont, maar moet ze dan in een juten zak gaan lopen? Of in een ton met leren banden over haar schouders?
‘Ik vertik het om mijn kledingkeuze te laten leiden door het kennelijk niet in te tomen libido van de heren in mijn omgeving.’ De volzin komt eruit alsof hij vaak gebezigd is. Ze zou al die aandacht complimenteus vinden als ze op mannen viel. Maar de aanblik van een sixpack of het gevoel van een stoppelbaard tegen haar wang laten haar volledig koud.
‘Dus, wat moet ik ermee?’
Maaike haalt haar schouders op.
‘Ik zou het op Marktplaats zetten. Verpats het en van het geld ga je met iemand op date. Treft het toch nog doel, al is het via een omweg.’
Als ze weg is, maakt Astrid de pakjes open. In het ene zit een sneeuwbol met een foto. De “sneeuw” wordt gevormd door glanzende minihartjes. Op de foto herkent ze de eigenaar van de tabakswinkel waar ze weleens een online bestelling retour zendt. Zo weet hij haar adres. ‘Wat een gek!’ Ze smijt de sneeuwbol terug in zijn doos. Eigenlijk zou ze het ding op een onbewaakt ogenblik op zijn toonbank moeten zetten. Het liefst in een stampvolle zaak. Uit het andere pakje haalt ze een gifgroen plastic staafje met een soort handje aan het uiteinde. Op het begeleidende kaartje staat in zwierige letters: Van je Valentijn. Sure, denkt ze. Dream on, Pipo. Ze bekijkt het ding. Wat is dit in godsnaam? Een seksspeeltje? Een gadget voor in de keuken? Of gewoon een mini-rugkrabber? Ze legt het op de salontafel. Dit kan nog weleens van pas komen.

Een paar dagen later ruimt ze de afwasmachine uit. Als ze het bestek in de lade doet, ziet ze dat er roestplekjes op het lemmet van de messen zitten. Sproetjes. Zou Maaike nog komen vandaag? Ze kijkt uit het raam. Sneeuwvlokken vallen gestaag en hebben de straat een dikke laag poedersuiker gegeven. Er wordt nu zeker geen post bezorgd? Voor de tweede keer die ochtend checkt ze of er brieven op de mat liggen.
De bel gaat. Astrid kijkt uit het keukenraam. De postbode bij het busje zwaait naar haar.
‘Wat is dít?’ roept ze uit. In de sneeuw loopt een druk spoor van voetafdrukken, van en naar het busje.
‘Ja, de Casanova’s doen hun best,’ zegt Maaike. Naast de voordeur staan vier dozen opgestapeld.
Op Maaikes schouders en pet ligt een dun laagje sneeuw. Haar neus is rood. Aan beide wimpers kleeft een sneeuwvlok.
‘O, je bent helemaal koud,’ zegt Astrid. ‘Kom even binnen.’
Maaike veegt uitgebreid haar voeten. Sneeuw valt naar beneden en smelt op het  tapijt.  

Astrid komt de kamer binnen met een pot vers gezette thee. Ze schuift de anthurium opzij. ‘Deze werd vanochtend door de bloemist bezorgd,’ zegt ze. ‘Ik krijg altijd plaatsvervangende schaamte bij het zien van die penisvormige bloem. Misschien kan ik de buurvrouw er blij mee maken.’
Ze schenkt voor hen beiden in en gaat tegenover Maaike in een stoel zitten. Ze kijken naar de vier nat gesneeuwde dozen die naast de pakjespiramide staan.
‘Godver,’ zegt Astrid. Ze brengt haar kop naar haar mond. ‘Wat is dit toch een stupide, commercieel gedoe. Ik hou helemaal niet van Valentijn.’
Tegelijk nemen ze een slok van de dampende thee. Over de mok vinden hun ogen elkaar. Geen van beiden wendt haar blik af. Er verschijnt kippenvel op Astrids armen. Het is opeens doodstil in de kamer. Nog nooit eerder hoorde ze de klok boven de deur tikken.
‘Ik ook niet’, zegt Maaike. ‘Geef mij maar een Valentina.’
Als ze haar thee doorslikt klinkt dat zo luid alsof ze al bij Astrid op schoot zit.