Posts tonen met het label bloed op zand. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bloed op zand. Alle posts tonen

zaterdag 1 april 2017

Bloed op zand , deel 13

De stem van Peter den Ouden, die inmiddels had plaatsgenomen in de studio in Hilversum op het zwaarbewaakte Mediapark, klonk gedempt uit de televisie in het wegrestaurant naast de Shell-shop. Omdat iedereen muisstil luisterde naar de nieuwste berichten, was hij prima te verstaan.
Ivette roerde doelloos in haar koffie en knabbelde aan de restanten van haar broodje gezond, terwijl ze probeerde te begrijpen wat er gaande was. Ze keek naar het flakkerende beeld van de tv. Ze probeerde haar ogen niet af te wenden bij de gruwelijke beelden van de Efteling, hoewel ze het een en ander was gewend uit haar vorige leven. Ze probeerde er niet aan te denken dat het een boodschap was voor haar, en haar alleen.
'De aanslag in de Efteling, die zojuist heeft plaatsgevonden bij de lichtshow Aquanura, heeft vermoedelijk honderden slachtoffers gemaakt onder de tienduizenden bezoekers van het pretpark. Vanuit omringende steden zijn hulpverleners onderweg naar Kaatsheuvel. Nadere gegevens ontbreken nog.' Er waren beelden van de ambulances die af- en aanreden, gevolgd door een vaag filmpje dat iemand live met Periscope had gestreamd. De plotselinge flits in de lichtshow was zien, de knal die volgde was te horen. En dan... Ivette moest goed luisteren. Was dat het vuurwerk dat bij de lichtshow hoorde, of geweervuur?

'Eerder deze dag vond een aanslag plaats in Scheveningen, bij de toegang tot de Pier. Het dodental loopt nog steeds op en nadert de driehonderd, waarvan bijna de helft kinderen. Alle gewonden zijn nu weggebracht naar ziekenhuizen in de regio. Het strand zal tot nader order gesloten zijn wegens sporenonderzoek.' Het beeld van Den Ouden werd vervangen door het beeld van een webcam op een van de strandtenten in de omgeving. Mensen van de technische recherche bewogen zich als strandjutters over het slagveld. Tussen alle achtergebleven spullen van de slachtoffers, het gebruikelijke zwerfafval en jutterswaar, waren duidelijk de donkere plekken te zien waar het zand het bloed had geabsorbeerd.
Het beeld werd vervangen door dat van de minister-president. Hij zweette, en het was duidelijk dat dit niet alleen vanwege de hitte was. Achter hem schitterde de zon op de Hofvijver, voor hem op het dak van zijn dienstauto. 'De situatie is uitzonderlijk,' hijgde hij. 'We hebben de noodtoestand uit moeten roepen en nemen die zeer serieus. Op enkele plaatsen is het leger ingezet. Reservisten dienen zich zo spoedig mogelijk te melden bij hun onderdeel.' Het lachen was hem vergaan. Hij keek naar een agent van de Mobiele Eenheid, die nog net voor het oog van de camera zenuwachtig gebaarde met zijn semi-automatische geweer. 'Het Binnenhof wordt ontruimt, zoals u ziet. Het kabinet zal samenkomen op een geheime locatie om de situatie het hoofd te kunnen bieden. Ik roep u allen op om kalm te blijven. Veilig te blijven. Houdt u aan de aanwijzingen van de politie, de legereenheden en crisis.nl.' Hij stapte in de auto en liet zich met gierende banden wegrijden. Achter hem werden dranghekken neergezet, voorzien van rollen prikkeldraad. Het regeringscentrum was afgesloten.
'De noodtoestand zoals die is uitgeroepen door de minister-president, is tot minimaal volgende week van kracht,' zei de presentator. 'Gaat u zo spoedig mogelijk naar huis. Blijft u binnen, ga niet naar toeristische attracties of plaatsen waar veel mensen samenkomen.' Met een ernstige blik staarde Den Ouden even in de camera om de ernst van zijn woorden te onderstrepen.

Ivette slikte zwaar. Zij zou voorlopig nog niet thuis zijn. Niet dat ze ook maar een oog dicht zou kunnen doen. De man die haar chanteerde, Omar Lobatsky had hij zichzelf genoemd, maakte zijn persoonlijke grieven wel erg openbaar. Verdorie, al die slachtoffers in de Efteling, alleen maar omdat hij haar moest laten zien dat hij het meende met zijn bedreigingen! Ze herkende zijn naam uit de dossiers: hij was hoofd van de terreurbeweging Al'Asl - "Het Origineel". Hij had binnen Europa een dekmantel als handelaar in Oost-Europese deegwaren. Zijn vader was ooit een hoge pief in een Kaukasus-republiek uit de Sovjettijd, zijn moeder een Syrische en verwant met het koninklijk huis van Perzië. Veel meer wisten ze niet van hem. Maar hij wist dus alles van haar. Zelfs alles wat ze had willen vergeten. Ze beet op haar lip.
Tijd. Ze had tijd nodig om zijn opdracht uit te voeren. In de tussentijd kon ze erachter zien te komen wat er nu echt aan de hand was. Kon ze hem uitschakelen? Kon ze zorgen dat zijn informatie, waarmee hij haar chanteerde, waardeloos werd?
Ze wierp weer een blik op de televisie. Zouden Scheveningen en Apeldoorn ook zo'n boodschap zijn geweest? Voor wie dan? Haar lichaam werd kil toen ze besefte dat zowel Charles als Aiden ook gechanteerd konden worden door Lobatsky. Misschien ook de andere leden van de unit, de staf. Wie kon zeggen hoe diep Al'Asl was geïnfiltreerd bij de nationale recherche? Het kon een reden zijn voor het vreemde gedrag van Charles. Ze kon niemand meer vertrouwen.

'De gijzeling in Apeldoorn is nog niet beëindigd,' zei Peter den Ouden. 'Het busje waarmee de prinses en een nog onbekende marechaussee van haar lijfwacht zijn ontvoerd, werd door verkeerscamera's gesignaleerd op de A12, in de richting van Den Haag. Inmiddels wordt in Den Haag gezocht naar het busje. De stad is hermetisch afgesloten.' Een shot van tanks op het Malieveld volgde. 'In Apeldoorn wordt de begrafenis van de prins voorbereid, echter in afwezigheid van de koninklijke familie, die onder de noodsituatie naar een veilige, geheime locatie is gebracht.'
Ivette keek om zich heen. Haar onderbuikgevoel was veranderd in een flinke buikpijn.
Ze zag in de hoek van de vrachtrijders de man met het sjaaltje zitten, spelend met de sleutels van zijn Iveco en kreeg een ingeving. Ze liep naar hem toe en wees op het sjaaltje. 'Sparta?'
De man grijnsde breed vanonder zijn borstelige snor.
'U komt uit Rotterdam?'
'Mathenesse, mevrouwtje. Mathenesse. Met uitzicht op het Kasteel.'
'Zou ik een lift kunnen krijgen naar Rotterdam? Mijn auto heeft het begeven, de Wegenwacht kan voorlopig niet komen door die toestanden. En iedereen moet naar huis, vanwege de noodsituatie.' Ze probeerde een smekende blik in haar ogen te leggen.
Peter den Ouden las het weerbericht voor. Zwaar onweer in de nacht, harde windstoten uit het zuidwesten, flinke afkoeling door een lagedrukgebied dat boven de Noordzee hing...
Even later zat Ivette als bijrijder naast de Sparta-supporter, die zich had voorgesteld als Moes. Ze reden de A59 op. Op de andere rijbaan reden met loeiende sirenes hulpverleners in de richting van de Efteling. Ivette keek een laatste maal achterom naar haar auto, die ze achterliet op de parkeerplaats. Ze liet zich zuchtend terugvallen in de stoel. Geen achtervolgers.
'Wat een dag, wat een dag,' zei Moes. Hij veegde het zweet van zijn voorhoofd. Hoewel de zon langzaam onderging, bleef de drukkende hitte hangen. In het westen waren al de eerste contouren van onweerswolken te zien, met hun kenmerkende donderkoppen. Moes had de raampjes van zijn cabine geopend, de rijwind blies nog enige koelte naar binnen. Verder was het windstil. Stilte voor de storm.
Ivette had van de gelegenheid gebruik gemaakt om stiekem haar telefoon naar buiten te werpen. Genoeglijk zag ze hoe het ding over het asfalt stuiterde en werd verpletterd onder de wielen van een dieplader. Niemand zou haar nog kunnen volgen via haar gsm-locatie. Het was een opluchting.
'Waar ga je heen?!' vroeg Ivette toen Moes zijn auto de uitvoegstrook naar de A27 opstuurde. Haar stem klonk te hoog. Panisch. Denk aan je hartslag. Ze moest rustig worden om haar opdracht in Rotterdam te kunnen uitvoeren, het zou al moeilijk genoeg zijn zònder trillende handen.
'Iedereen die over de Moerdijkbrug wil, wordt gecontroleerd. Er staat een file van heb-ik-jou-daar.' Hij knikte naar het scherm van zijn navigatiesysteem. Rond alle bruggen over de grote rivieren zag het rood van de filemeldingen. 'Maar Moes Koeriersdiensten kent de sluipwegen. We nemen de pontjesroute naar Rotterdam, mevrouwtje.'
Moes Koeriersdiensten was niet de enige die de sluipwegen kende. Het oponthoud bij de veerponten was behoorlijk, het was al tegen middernacht toen de Iveco New Daily-bestelauto Rotterdam binnenreed.
'Waar kan ik u afzetten?' vroeg Moes.
'Erasmus Medisch Centrum, 's-Gravendijkwal.'
'Het ouwe Dijkzigt,' zei Moes. 'Daar is m'n jongste geboren. Malik heet-ie.' Hij tikte op de oude polaroidfoto van een jochie met een donkere krullenkop, die op het dashboard prijkte.
'Leuk joch,' zei Ivette. 'Bijzondere naam.'
'Mijn vrouw is Egyptische. Het is Arabisch voor koning.'
Het Erasmus was uiteraard nog open, zo laat op de avond, zo vroeg in de nacht. Het was er zelfs druk. Natuurlijk waren slachtoffers van Scheveningen ook hierheen gebracht. Traumahelikopters, ambulances, taxi's, het was nog steeds een komen en gaan. Ivette stond voor de hoofdingang waar ze een sigaretje opstak, de laatste van die dag. Ze genoot er van de bries die kenmerkend was voor de wereldhavenstad. Het gaf haar enige verkoeling terwijl ze zich probeerde te herinneren hoe ze het beste haar alma mater binnen kon gaan. Er was veel veranderd sinds ze hier had gestudeerd. Dat haar misstap in haar afstudeeronderzoek zoveel mensen het leven zou kosten, had ze niet kunnen bevroeden. Ze had immers volledig gebroken met het onderzoeksteam, was naar de politieacademie gegaan en had uiteindelijk gekozen voor de nationale recherche en via hen het NCTV. Nu was ze terug. Drukte de peuk uit in de daarvoor bestemde asbak. Ze schreed binnen en volgde zonder aarzeling de borden naar de afdeling Klinische genetica.
Kai schrok op van de knal. Instinctief boog hij zich over de prinses. Weer een knal, gerommel. Hij zag het nu ook weerlichten door de gaten in de laadruimte. Onweer! besefte hij en ontspande. Hij luisterde goed naar wat er buiten het busje te horen was. Hij probeerde zich Aiden voor te stellen, zijn blinde oom. Wat zou die allemaal kunnen "zien" door slechts te luisteren? Hij spande zich extra in. Onweer buiten. Nog geen tien seconden tussen de bliksem en de donder. Regen, maar niet op de carrosserie van het busje. Ze stonden ergens binnen, overdekt, een carport misschien, of een garage met een open wand. Hij rook de typische ozongeur, vermengd met een sterke zoutlucht, die door de kogelgaten het busje binnenkwam. Het prikkelde op zijn lippen. Waren ze aan zee? Hij dacht aan wat hij over de aanslag in Scheveningen had gehoord, de gruwelijke beelden op Twitter voor het internet rond Het Loo uitviel. Honderden doden. Hij hoorde auto's rijden, buiten. Rubber op nat asfalt, een diepe plas vlakbij. Geen sirenes. Hoorde hij nou paarden hinniken in de verte? Hoe laat was het eigenlijk?
Toen Kai zijn ogen weer opendeed, zag hij hoe de prinses hem aanstaarde met haar reeënogen.
'Wat hoorde je?' vroeg ze hem fluisterend.
'Paarden, denk ik.'
'Ik hield van paardrijden. Vroeger. Galopperen over het strand, door de branding.' Het was duidelijk dat ze haar mémoires wilde vertellen voor het doek voorgoed zou vallen. Schoon schip maken, haar zonden opbiechten. Ze vertelde van haar jeugd op het paleis, nam daarna een jerrycan water aan van Kai en dronk een paar slokken.
Terwijl zij op een mueslireep kauwde, vertelde Kai zijn verhaal. Over zijn jeugd, de dood van zijn vader, zijn puberteit met zijn neef Matthijs. Over de aanslag op zijn oom Aiden en de dood van Matthijs. Over Eva. Vooral over Eva. Hij was in tranen toen hij aan hun laatste nacht dacht. Hoe had hij haar kunnen laten gaan? Niet klaar voor een relatie. 'Ik ben een sukkel,' besloot hij.
De prinses had haar arm weer troostend om zijn schouder. 'Iedereen maakt fouten,' zei ze. 'Je moet weten dat ik je oom Aiden-'
Ze zweeg prompt toen er zware voetstappen waren te horen, vlak bij het busje.



vrijdag 31 maart 2017

Bloed op zand - deel 12 (door Alexander Roessen)

Op zijn knieën zat Aiden voor de gesloten kist. Hij streelde over het hout alsof hij zo nog één keer zijn zoon kon vasthouden. Alsof hij door de kist nog in contact kon komen met zijn jongen, zijn verloren held. Die hufter van een Lobatsky had hem voor zijn ogen vermoord, een zinloze vergelding. Dat hij blind was geworden tijdens de missie was nog het minst erge, daar viel mee te leven, maar dat hij Matthias nooit meer zou kunnen zien was bijna ondraaglijk. Hij heeft hem niet eens zelf kunnen begraven. Woest smeet hij een handvol aarde weg, dat op de glazen plaat belandde die naast het graf lag.
Na de mislukte missie raakte Aiden in een depressie, post traumatische stress. De ontploffing was te heftig en hij stond te dichtbij. Maandenlange revalidatie en psychische begeleiding hielden hem in leven, van hem hoefde het eigenlijk niet meer. Hij kon niet wennen aan het idee verder blind en zonder Matthias door het leven te moeten gaan. Alles raakte hij kwijt, zijn vertrouwde omgeving veranderde in een wiskundig labyrint; de keuken vijf en een halve stap, vijf als hij de salontafel wat opschoof, vier passen naar voren en drie naar links voor het toilet, de gang zes stappen, met een paar biertjes op acht. In het begin was Maureen er nog om hem te helpen, maar na een paar maanden trok ze het niet meer. Hij kon het haar niet kwalijk nemen, het is dat hij gedwongen was met zichzelf te wonen. Maar hoe kleed je jezelf als niemand je vertelt dat je trui achterstevoren zit, wat doe je als er niemand is om je te zeggen dat het wc-papier op is.
De bel ging steeds minder vaak, bezoek bleef weg. Alcohol, eenzaamheid en de pizzabezorger werden zijn nieuwe vrienden. Charles had hij niet meer gezien of gesproken sinds de missie. Op zich niet vreemd, ze waren undercover. Contact onderhield je niet als je geen rol speelde. De zaak besprak je alleen met elkaar via gecodeerde berichten, er was geen code voor koetjes en kalfjes. Door het leven bij de antiterreurbrigade was er bijna geen ruimte voor een privéleven, ieder geval niet eentje die zover van de missie staat. Je leeft een schijnleven, bestaat alleen maar op papier: je vrienden, je rekeningen, alles is verzonnen om geloofwaardig te infiltreren. Hij leefde vaker op een schijnadres dan dat hij zijn vriendin en zoon zag. Dat ze na de missie zijn safehouse nooit hadden gevonden, was alleen te danken aan de goede organisatie van het NCTV. Op papier bestond hij niet meer. Omgekomen bij een inval in Best.
Des te langer Aiden thuis zat, des te meer hij ervan overtuigd raakte dat niet Lobatsky het doelwit was, maar dat juist hij het doelwit was. Keer op keer speelde hij de film van die avond in zijn hoofd af: de fabriekshal, de inval, Lobatsky gevangen, Matthias, de hinderlaag, de missie verraden, Lobatsky die Matthias door het hoofd schiet, Charles en Lobatsky die met elkaar praten, de explosie. Hij had altijd blind vertrouwen gehad in Charles, waarom zou hij moeten twijfelen aan zijn loyaliteit. Samen hadden ze voor hun tijd bij het NCTV tijdens een geheime missie in Afghanistan vastgezeten in een kamp van Al-Qaida, waar ze verschrikkelijk gemarteld werden. Geen moment had Charles toegegeven aan de druk van de strijders. Aiden was juist de zwakke schakel. Hij stond op het punt van breken, toen het kamp werd bevrijd door Navy Seals en zij samen met 3 Amerikaanse gevangenen het land werden uitgesmokkeld.
Maar des te meer alcohol hij dronk en des te langer hij op zichzelf aangewezen was, des te meer geloofde hij in zijn eigen theorieën: er moet een verrader zijn geweest, hoe kan Lobatsky anders zoveel invloed hebben gehad in Nederland.
Aiden had niet geweten dat Matthias een onderdeel van de missie was. De communicatie van de verschillende onderdelen binnen het NCTV verloopt nooit vlekkeloos. Sommige onderdelen praten niet eens met elkaar, uit angst teveel geheimen prijs te geven. En Maureen voedde Matthias praktisch alleen op vanaf dat hij 14 was. Samen met Kai trainde hij als een beest, scheerde zijn hoofd kaal en werd met de maand gespierder. Wie ooit bedacht had om hem op zijn 18e bij de missie te plaatsen heeft hij nooit kunnen achterhalen.
Lobatsky was na de mislukte inval het land uitgevlucht, overtuigd dat Aiden om het leven was gekomen bij de explosie. Ze vonden hem terug in Syrië en hielden zijn bewegingen in de gaten, lieten hem vrij reizen om te kijken wat zijn volgende stappen waren. Maar de middelen van het NCTV waren niet toereikend genoeg om hem op eigen grond aan te pakken. Huurlingen kunnen ongehinderd deelnemen aan de oorlog, maar worden berecht als ze een paar terroristen neerschieten. Als overheid is het lastig om te erkennen dat militairen of geheim agenten ter plekke hebt. Alleen op eigen bodem mag gehandeld worden, en dat moest steeds vaker.
De macht van de Europese cel van Lobatsky werd steeds groter, de radicalisering ging steeds sneller en ging met steeds meer geweld. Daarom moest er ingegrepen worden, de kop moest worden afgebeten. De invloed van Lobatsky en zijn terreurbeweging Al'Asl moest ingedamd worden om grip te houden op de situatie. Net als met een epidemie is quarantaine essentieel. Geef ze een wijk, een stadsdeel, dan kun je ze tenminste in het zicht houden.
Nadat Lobatsky het idee kreeg meer bewegingsvrijheid te hebben, reisde hij geregeld terug naar Nederland via de vluchtelingenroutes, om zijn invloed te blijven uitoefenen en kwam erachter dat Aiden nog in leven was. Hij mocht dan het land uit zijn, zijn invloed was overal binnen de beweging merkbaar. Stilletjes gingen de voorbereidingen gewoon door, onder de neus van het NCTV.
En nu was Lobatsky terug en was uit op wraak. De handschoen was opgenomen, de kist was in het zicht gelegd, geen weg terug meer. Openbare uitdaging. Een bevestiging dat dit niet alleen persoonlijk was, maar dat hij er klaar voor was om te strijden.
Scheveningen, Apeldoorn. Wat was die klootzak allemaal van plan, waarom nu? 200 doden op een strand van de regeringsstad, gewone burgers, kinderen. Een prins vermoorden. Alleen maar om te laten zien hoeveel macht hij heeft? Dat hij en zijn beweging er klaar voor zijn een vijandelijke overname te doen. Omar Lobatsky, kalief van het kalifaat Nederland?
Aiden hoorde het grind bewegen onder Charles' schoenen. Charles draaide zich om en zwaaide voor hij besefte wie hij zag. De man met het rossige baardje stand half verscholen in de schaduw van een boom en wees naar het graf van Matthias.
'Charles, we moeten naar de Efteling.'
'Sorry, Aiden. Maar eerst dit.'
Voor Aiden doorhad wat er gebeurde, sloeg Charles hem tegen de grond en viel op de glazen plaat. Het graf van Benjamin Groothuis moest nodig onderhouden worden.
Charles opende de kist van Matthias.
Leeg.
De trilling in zijn broekzak zorgde dat hij zijn mobiel weer pakte.
Je weet je opdracht. Stel me niet teleur.
In de lege kist zat aan de wand een pakketje vastgeplakt met schilderstape. Snel trok hij het pakketje van de fluwelen voering en opende het witte doosje.
In het doosje zat een SSD kaart en een papiertje met een naam.
´ Ivette den Brucke´



donderdag 23 maart 2017

Bloed op zand - deel 11 (door Bibi Boom)

De prinses maakte geen oogcontact. Haar blik was op de bodem van de bus gericht, de ogen neergeslagen. Kai geneerde zich en keek ook weg, hij wilde haar niet nog verder in verlegenheid brengen. Tot zijn eigen verbazing voelde hij geen pijn, of kwam dat door de adrenaline die door zijn lichaam pompte? Zijn ademhaling zat hoog in zijn borst en zijn hart bonkte in zijn keel. Vluchtig betastte hij zijn armen, zijn benen. Geen bloed, hij was niet gewond. Toen richtte hij zijn blik weer op de prinses en ontmoette die van haar. Ook zij leek niet gewond, althans niet fysiek. Kai scheurde zich los van de smekende reeënogen en keek om zich heen. De kogelgaten wierp een vreemd patroon van lichtstraaltjes de bus in. Nu pas viel het hem op dat alle gaten hoog in de wand zaten, vlak onder het dak van de bus en ruim boven hun hoofden, zelfs als ze nog rechtop hadden gestaan toen er geschoten werd. Waren de ontvoerders zulke slechte schutters of hadden ze nooit de bedoeling gehad hen te doden, maar alleen schrik aan te jagen? Wat overbodig; de prinses en hij hadden geen enkele weerstand geboden en gedwee meegewerkt.

Behalve het schaarse licht van de straatlantaarn, dat door de kogelgaten naar binnenviel, was het aardedonker in de bus. Alleen de grote angstogen van de prinses lichtten op in het duister. Kai voelde om zich heen en merkte dat hij tegen iets aan zat. Iets hard, ruw en hoekigs. Een kist? Zijn hand streek over het deksel, multiplex zo te voelen. Hij zette kracht en lichtte het deksel op, de kist zat niet op slot. Met een piepend geluid klapte het deksel open. Voorzichtig stak hij zijn hand in het zwart van de kist. Zijn vingertoppen stuitten op weerstand. Plastic, stevig plastic. Hij bevoelde het voorwerp en vond iets wat leek op een handvat. Hij tilde het ding op, het was zwaarder dan hij had verwacht. Een jerrycan, een volle. Kai rook eraan, geen bespeurbare benzinegeur. Hij draaide de schroefdop eraf en rook nog eens. Niets. Voorzichtig kantelde hij de jerrycan en liet wat van de inhoud over zijn vingers druppelen. Hij bracht zijn hand eerst naar zijn neus en nam toen voorzichtig een likje. Water, gewoon water, niks bijzonders. Kai richtte zijn aandacht op wat er verder in de kist lag. Zijn handen tastten rond. Nog zo’n jerrycan en iets anders, wat hij even later identificeerde als verpakte mueslirepen en sultana’s. Proviand, voor dagen. Peinzend staarde hij omhoog, naar de kogelgaten in de bovenrand van de bus. In de benauwde ruimte bood het een klein beetje verkoeling en frisse lucht. Luchtgaten. Ineens drong de verschrikkelijke waarheid tot hem door. Dit was hun mondvoorraad, hun overlevingspakket. Deze bus zou de komende tijd hun verblijf zijn. Hun gevangenis. Hoe lang zijn ze van plan ons hier te houden? En met welk doel?
Met een klap liet hij het deksel weer dichtvallen en zeeg ineen tegen de zijwand van de bus. Het lichaam van de prinses verstrakte op het horen van de klap, haar zintuigen nog steeds ingesteld op volle alertheid. Sissend liet zij haar adem ontsnappen toen ze merkte dat er niets aan de hand was. Verwachtingsvol keek ze Kai aan. Hij zweeg en gebaarde haar naast hem te komen zitten. Tot zijn verbazing volgde ze zijn aanwijzing klakkeloos op, haar welzijn lag volledig in zijn handen. Ze schoof tegen hem aan en trok de badjas nog wat strakker om haar lichaam. Elk spoor van waardigheid was als sneeuw voor de zon verdwenen. Nu waren ze gewoon samen bang, als gelijken.
Troostend sloeg Kai een arm om haar heen. Net zoals hij vrijdag nog met Eva had gedaan nadat hij haar had verteld dat hij geen relatie met haar wilde. “Waar denk je aan?” had ze gevraagd, toen ze samen in bed lagen, zij met haar hoofd op zijn schouder, hij naar het plafond starend, piekerend. Hij was er gewoon nog niet klaar voor, had hij gezegd, hij was nog te jong om zich te binden. Dat begreep ze toch wel? Ze begreep het niet. Huilend had ze in zijn armen gelegen. En nu... nu had hij spijt. Dit konden weleens zijn laatste uren zijn en dít was de herinnering waarmee hij haar achterliet. Het gevoel dat ze niet goed genoeg voor hem was. Hij kon zichzelf wel voor zijn kop slaan. Hij had haar helemaal niet goed behandeld, hartenbreker dat hij was. Hij zou haar zo gauw mogelijk opzoeken en het goedmaken, zeggen dat hij wel met haar verder wilde, dat hij spijt had van zijn woorden. Dat ging hij gelijk doen zodra hij hier uitkwam. Als... hij hier uit kwam.
“Waar denk je aan?” Eva’s woorden echoden in zijn hoofd. Ineens besefte hij dat het niet Eva’s stem was die had gesproken. De woorden kwamen van de prinses. Ze rekende op hem, hij moest haar beschermen, maar hij had er niets van terecht gebracht. En erger nog... hij realiseerde zich dat hij een onvoorziene factor was voor de ontvoerders. Het eten en het water in de bus waren bestemd voor de prinses. Voor één slachtoffer, niet voor twee. Kai was boventallig. Nooit eerder had die term hem zoveel angst ingeboezemd. Wat zouden de ontvoerders met hen van plan zijn? Zouden ze hem alsnog doden om de prinses langer vast te kunnen houden?
“Zou er iemand voor ons komen?”