zaterdag 2 april 2016

Blauwe maandag - deel 5 (door Christine Bols)


Vigo draaide zich bruusk naar zijn collega toe, waardoor de auto even naar de kant van de greppel laveerde. Hij corrigeerde snel en keek dan weer strak voor zich uit.
Jij kent haar dus,’ zei hij met licht ongeloof in zijn stem.
We hebben vroeger samen op het Willem van Oranjecollege gezeten.’
Van toeval gesproken.’ Hij dacht even na over deze onthulling terwijl hij het smalle bospad indraaide dat hen na enkele minuten bij de plaats delict zou brengen. ‘Waarom denk je dat dit kind van haar zou kunnen zijn?’
Zeker weet ik het natuurlijk niet, maar ze werd op haar vijftiende zwanger. Het was destijds een schandaal en ze werd van school gestuurd. Je kent die mentaliteit wel…’.
Hou de details maar voor later, Agnes. Eerst moeten we vaststellen wie dit slachtoffertje is. ‘
Hij parkeerde de auto voor het gele lint dat rond de plaats delict gespannen was. Het tafereel leek irreëel. Agenten in uniform liepen heen en weer als kippen zonder kop. Op een vouwstoeltje zat een blonde vrouw met piekjeshaar dat een jongetje van ongeveer vijf in haar armen wiegde. De tent die over het slachtoffer was geplaats, lichtte op onder het flitslicht van de camera. Hij had al vaak met moorden te maken gehad, maar een kind was toch telkens iets anders. Hij voelde woede in zich opkomen, woede die hij nooit voelde bij volwassen slachtoffers.
Het was propvol in de bekrompen tent. Twee mannen van de technische recherche waren druk bezig met vingerafdrukken. Een derde maakte foto’s. Een vierde draaide een video van de gebeurtenissen. De assistent van patholoog Irina Molinev zat gebogen over het lichaam met zijn rug naar hen toegekeerd. Op een blauw zeil lag het lichaam van een kind, niet ouder dan zeven. Op het eerste gezicht leek het te slapen, blond engelenhaar rond haar gezichtje. Maar de grauwheid van haar huid en het aangekoekte bloed op haar voorhoofd bewezen het tegendeel.
De pathologisch assistent draaide zich naar Vigo en Agnes toe. Hij leek op een uit de kluiten gewassen puber en paste helemaal niet in dit lugubere plaatje. Ondertussen flitste de camera.
Vigo wreef met zijn hand over zijn vermoeide gezicht en keek naar Agnes die haast onbeweeglijk naast hem stond.
Is de identiteit van het kind bekend?’ vroeg Vigo aan de rechercheur die hem de oudste in rang leek.
Het enige wat we weten is dat ze Sybil heet. Dat is tenminste de naam die haar broertje maar bleef herhalen. De sociale werkster heeft hem onder haar hoede genomen. Misschien heeft hij haar iets meer verteld, hoewel ik dat betwijfel.’
Vigo richtte zich nu tot de assistent patholoog.
Enig idee hoe lang ze al dood is?’ Hij probeerde zijn stem professioneel en onbewogen te laten klinken, maar lukte daar slecht in.
De man schudde zijn hoofd. ‘De lichaamstemperatuur is al met vier graden gedaald. Onder normale omstandigheden zou ze dan vier tot vijf uur geleden moeten gestorven zijn, maar met dit koude weer is dat niet echt een aanwijzing. Morgen zal dokter Molinev de autopsie doen.’
Een plotse beweging deed Vigo opkijken. Agnes draaide zich om en strompelde de tent uit, een hand tegen haar mond gedrukt.


*Agnes*

Ze voelde een golf van misselijkheid opkomen, maar volgde Vigo onder het gele afsluitingslint door. De bevroren sneeuw knisperde onder haar laarzen. Ze hoopte maar dat de technische recherche het terrein al had onderzocht op voetsporen. Daar was het anders nu wel rijkelijk laat voor. Ze beefde, maar niet alleen van de kou die tot in haar botten doordrong. Even keek ze naar de blonde vrouw op een vouwstoeltje dat sussend tegen een jongetje sprak. Ze had een wollen deken om hen beiden heengeslagen maar het kind beefde als een riet. Hoe lang had hij naast het lichaam van zijn overleden zusje gezeten? Wat had hij gezien? Vragen waar voorlopig nog geen antwoorden op waren.
Vigo hield het tentzeil voor haar open en ze stapte langzaam naar binnen. De brede rug van haar chef benam haar het zicht en heel even was ze daar dankbaar voor. Maar het onvermijdelijke werd slechts met enkele seconden uitgesteld. De adem stokte in haar keel. Gebiologeerd staarde ze naar het kleine lichaampje op het blauwe zeil. Ze kon zich amper verroeren. In een waas hoorde ze Vigo vragen stellen, maar de antwoorden drongen niet tot haar door. Zo dadelijk zou ze uit deze nachtmerrie ontwaken en als ze een beetje geluk had, zou ze zelfs vergeten wat ze had gedroomd. Maar dit was de ruwe werkelijkheid. Een jong kind, levenloos op de bevroren grond. Zelfs de beste politieschool kon je niet voorbereiden op dergelijke situatie.


De misselijkheid kwam nu opzetten met een kracht die haar deed ineenkrimpen. Terwijl ze haar hand voor haar mond hield, snelde ze de tent uit. Even later braakte ze met onbeheersbare golven haar maaginhoud uit tussen de struiken.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten