Posts tonen met het label Zweden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Zweden. Alle posts tonen

zondag 12 augustus 2018

Column Jack Schlimazlnik


Nordic Noir, de duistere kant van Scandinavië

Het is weer vakantietijd! Zijn we naar het zuiden geweest om aan de Middellandse Zee in het echt een vakantiethriller te beleven, of naar het noorden voor het duistere gevoel van de Nordic Noir?

In tegenstelling tot de vakantiethrillers, die doorgaans door Nederlandse auteurs worden geschreven, zijn de meeste Nordic Noirs geschreven door auteurs die in Scandinavië wonen: Noorwegen, Zweden, Denemarken, soms IJsland - Finse Nordic Noir is mij niet bekend. Eigenlijk best raar dat er in Nederland geen traditie bestaat van Polderthriller, ze zijn er natuurlijk wel, maar ze worden zo niet in de markt gezet, niet in Nederland en niet in het buitenland.

Van oudsher laat de Nordic Noir zien hoe het moet: je pakt wat stereotypen over het land (somber en eenzaam), beschrijft het landschap (somber en eenzaam) en authentieke inwoners (somber en eenzaam), en je laat er een moordenaar op los. Bij voorkeur een seriemoordenaar. Dat laatste hoeft niet realistisch te zijn, want het aantal echte moordzaken in Scandinavië blijft ver achter bij het aantal fictieve moorden in die landen. Het zou niet goed voor de bevolkingscijfers zijn als er echt zoveel moorden werden gepleegd.

Scandinavië, en dan met name Noorwegen en Zweden, hebben te kampen met leeglopende dorpen. Zo’n vijftien jaar terug was er in Nederland een campagne om werkzoekenden naar Noorwegen en Zweden te laten emigreren. Het was de bedoeling dat je daar dan werk zou vinden/scheppen in een kleine plaats, en dat je met de aanwezigheid van je gezin en bedrijf zou bijdragen aan de leefbaarheid, zoals het behoud van de basisschool en de dorpswinkel. In Nederland is dat verschijnsel ook bekend, onder meer in Noordoost-Groningen, de Noordoostpolder en de Hoekse Waard. Daar is veel leegstand en een laag niveau aan voorzieningen (scholen, gezondheidszorg, winkels, werk, openbaar vervoer). Dat levert een soort spooksteden op, maar in Nederland is men veel te keurig en sloopt men doorgaans wat vervallen dreigt te raken.

In Scandinavië laat men leegstaande huizen gewoon vervallen, zeker als ze wat afgelegen in het bos staan. Als je in de naaldwouden van Zweden een wandeling maakt, kun je zomaar ineens voor een “spookhuis” komen te staan: een verlaten houten “stuga” (in Noorwegen heten ze “hytte”), het huisraad er nog in, voor zover het niet naar buiten is gehaald door vandalen, vervallen en rottend, alsof je er elk moment een lijk kunt aantreffen.

Dat was tenminste wat ik jaren terug in Zweden aantrof, bij een avondwandeling. Eigenlijk ben je dan op zoek naar elanden of ander wild, en dan ineens staat er zo’n vervallen hut langs het bospad. Met schitterende authentieke, misschien antieke meubelen. In elk geval geen IKEA. Buiten vonden we de restanten van een arreslee. Je vraagt je af wat er is gebeurd met zo’n huis, dat in zijn gloriedagen zo mee had kunnen doen in het decor van Pippi Langkous of De kinderen van Bolderburen of hoe die idyllische kinderboeken ook heten.

Wat ik heb gezien in Scandinavië is niet het naargeestige dat je op tv ziet in de Nordic Noir series. Op IJsland was ik nog niet (staat op de bucketlist), Finland ook niet (ik ben bang dat de muggen, die er volop schijnen te zijn, een kampeervakantie verpesten), maar in de andere Scandinavische landen wel.
Noorwegen is een schitterend land, ruig, maar niet echt eng. Het enge is meer het autorijden, op de beruchte Trollstig (Trollstigen is het woord met -en als lidwoorduitgang), of op de vele onverharde wegen, of op wegen waar nog (of alweer) resten sneeuw liggen. Of waar je een kudde schapen of geiten voor de wielen krijgt. Mijn avonturen daar zijn niet zo heel spannend.

Het spannende begon er in Noorwegen mee dat de brandweer uitrukte, omdat ik de open haard in mijn appartement had aangestoken en de politie ook een kijkje kwam nemen. Ik zat rustig tv te kijken, drankje erbij. Omdat na verloop van tijd de blaas geleegd wilde worden, deed ik de deur naar de hal open om naar het toilet te gaan. In die hal hing de rookmelder, die prompt afging vanwege de rook die vanuit de kamer die (voor mij onopgemerkt) vol rook hing, omdat blijkbaar de schoorsteen niet goed trok - iets met een vogelnest of zo. Het appartementencomplex werd geëvacueerd voor we daar achter kwamen, en toen was het wachten op de brandweer.

Later in die vakantie landde een helikopter bij datzelfde complex, maar ik heb geen idee waarom. Wel stond iedereen buiten te kijken naar dat wentelwiekmatige geweld. Blijkbaar was men daar niet gewend dat er spannende dingen gebeuren. Wat me trouwens doet denken aan de Zweedse actie-komediefilm Kopps, waarin een politiebureau met sluiting wordt bedreigd, waarop de politieagenten, die merken dat hun baan op de tocht staat, zelf maar voor wat reuring zorgen.

Een hachelijk avontuur in Noorwegen was mijn bezoek aan Nygardsbreen (de Nygard-gletsjer). Ik had me wat verkeken op de afstand en de toegestane maximumsnelheid, waardoor ik pas laat in de middag bij de gletsjer arriveerde. Ik was te laat voor een tocht over de gletsjer met begeleiding van een gids. Wel kon ik meevaren met de schipper die de gletsjerwandelaars ging ophalen, maar dan moest ik zelf teruglopen. Hoewel de schipper best vriendelijk was (“Waar kom je vandaan?” “Nederland.” “Huh?” “Holland.” “Ah! Ajax!” “Nee, dat is Amsterdam.”) had hij me niet verteld dat er geen pad terug naar de parkeerplaats was of dat de bewegwijzering door het ruwe terrein te wensen over liet. Dus moest ik klauterend over rotsen en me door allerhande struiken worstelend terug, strategisch de oever van het gletsjermeer volgend, met de zonsondergang (Solnedgangen - “de zonsneergang”) op mijn hielen. Ik haalde het gelukkig wel, maar de tocht eindigde in een terugreis naar mijn appartement door het pikkedonker over een bergpas van 1172 meter hoog, vrijwel verlaten, op een enkele trucker na. Een landschap waaruit ik dankbaar inspiratie heb geput voor Stille wateren (in de Nordic Noir bundel van uitgeverij LetterRijn).

Minder hachelijk, maar wel spooky, was mijn verblijf in een ski-oord, in september. Er lag nog geen sneeuw, maar het leek op wat bij ons november kan zijn. Omdat ik langs de weg enorme borden zag met “Pas op, groot gevaar wegens elanden” (iets van “Stor elg fare” las ik), vroeg ik waar die beesten dan zaten. Nou, die komen dus niet boven de 800 meter of zo, waaruit blijkt dat elanden en rendieren intelligenter zijn dan mensen. En als ze er al zouden zijn, dan zou ik ze niet hebben gezien, want die bergtop met het ski-oord zat gewoon dagenlang in de wolken waarbij ik beslist niet in de wolken was, maar mijn toevlucht had gevonden in de sauna van de hytte. Ik kon vanuit het raam mijn auto niet eens zien, die voor de deur stond, laat staan Solnedgangen waarmee werd geadverteerd. En toen het wat optrok, bleef een spooky landschap achter, met bemoste dode bomen langs stille wateren, en op een verder verlaten hoogvlakte.

Zweden heeft een veel vriendelijker landschap dan het ruige Noorwegen. Het ligt aan de lijzijde van het gebergte dat ervoor zorgt dat het in Bergen, Noorwegen, zo’n 250 dagen per jaar regent. Dat is dus die stad waar de tv serie over speurder Varg Veum zich afspeelt en deels is opgenomen. In Zweden is het dus droger en vaker zonnig, met hoge temperaturen van een landklimaat in de zomer.
Dat naargeestige dat je ziet in de Zweedse krimi’s heb ik er niet gemerkt, misschien omdat ik er voornamelijk in de zomer was. Hoewel in je eentje in een stuga op een verder verlaten camping langs de snelweg kamperen ook niet echt een vrolijke bedoening is, al was het maar voor één nacht.
Toen ik voor de eerste keer in Zweden was, was er nog geen Øresundbrug. We gingen met de boot van Frederikshavn (Denemarken) naar Göteborg (Zweden) (een drama op zich omdat we een uur of drie moesten wachten voor we door de douane konden). Toen ik later de grens moest passeren, koos ik steeds voor het veer tussen Helsingborg (Zweden) en Helsingør (Denemarken), omdat je op de veerboot wel even wat kunt uitrusten met wat te eten en te drinken en op de brug niet (en de prijs van de overtocht en de tol voor de brug is hetzelfde). Dus heb ik de spectaculairste locatie van een Scandinavische tv-thriller gemist: Broen (Deens) of Bron (Zweeds), beter bekend als The Bridge.
Denemarken is op zijn eigen manier spectaculair. Het lijkt zo’n onschuldig land, met maar weinig echte Deense thrillers, en als het Deens is, dan vooral in en om Kopenhagen (København). Hoewel dat weinig zegt, want het van het rockfestival bekende Roskilde is gewoon met de “metro” vanuit Kopenhagen te bereiken. In dat Roskilde heb ik nog enkele benauwde ogenblikken meegemaakt in zo’n oude Vikingboot, want het leek de mensen die mij hadden uitgenodigd voor zo’n zeiltochtje geen probleem om met een windkracht van een Beaufort of 6, 7 het fjord op te gaan. Nou, dat hebben we geweten: pijlsnel vertrokken naar het noorden, maar terugkomen was een ander verhaal. Met zes man roeien had als enige effect dat we tenminste niet verder aan lagerwal raakten. Uiteindelijk zijn we door een motorsloep van het Vikingschipmuseum gered uit onze hachelijke situatie. Je zou er een thriller over kunnen schrijven.

Die Denen zijn sowieso een beetje raar. Vroeger was Denemarken veel groter, heel Zuid-Zweden (Skåne) was Deens, waardoor het erg op elkaar lijkt qua cultuur, maar ook het noorden van Duitsland was Deens, tot Hamburg aan toe. De Duitsers noemen dat Bundesland Schleswig-Holstein, de Denen hebben het echter over Zuid-Jutland. En in dat Zuid-Jutland heb ik een gruwelijk avontuur beleefd.
Ik stond met mijn tent op de Vikingcamping van Schleswig en wilde een korte wandeling maken om enkele van de runenstenen (replica’s) van Hedeby (Haithabu, de archeologische site van een belangrijke handelsstad uit de Vikingtijd) te bekijken. Die archeologische vindplaats lag tegenover de camping, dus de weg over en gaan wandelen. Fraaie runenstenen, dat wel. Ze stonden op de plaats waar ooit de echte stenen waren aangetroffen. Een deel van de Vikingstad Haithabu is als archeologisch park gereconstrueerd, een soort Archeon. Het was al dicht, want het was al wat later op de dag. De schemering viel in. Toch wilde ik de voor mij laatste runensteen in het gebied, de meest zuidelijke, ook nog zien. Toen ik daar aankwam, hoorde ik een uiterst merkwaardig geluid. Een soort gejank, maar dan heel erg luid. Het was bijzonder angstaanjagend, omdat ik geen idee had waar dat geluid vandaan kwam. Tegelijkertijd zag ik dat het tijd was om terug naar de camping te gaan. Ik kon dezelfde weg teruggaan, of via de andere oever van de baai. Ik besloot de andere oever te nemen. Dat gejank -misschien was het een sirene? Maar voor welke ramp?- ging me wel op mijn zenuwen werken, dus het traject door het verlaten moeras legde ik best vlot af. Inmiddels werd het ècht donker. Voor mij lag het pad terug naar de camping, dwars door het bos. Waar in het moeras de vale lucht nog voldoende licht had gegeven, was daar in het bos geen sprake meer van: het bladerdak hield al het schemerlicht tegen en verzonk de omgeving in diepe schaduwen. Het was te laat om terug te keren. Ik moest verder door dat bos. Ik zag bijna geen hand voor ogen, letterlijk, als ik mijn hand voor mijn ogen hield, zag ik slechts een vage grijze schim van een hand. Dat janken ging ook maar door, en de stiltes ertussen waren onheilspellend. Ik was erg bang, vooral dat ik zou vallen op het voor mij onbekende pad en dan hulpeloos alleen gewond de nacht in moest gaan. Mobiele telefoon? Lag in de auto op te laden, dus ik kon niemand bellen (en wie zou ik hebben moeten bellen? Het was geen smartphone, dus geen idee wie ik in Zuid-Jutland kon bereiken voor hulp). Ik had alleen een fototoestel mee. Geen zaklamp. Gelukkig viel ik niet, hoewel de bosbodem er onregelmatig genoeg voor was. In het duister arriveerde ik gezond en wel op de camping en genoot van een welverdiende nachtrust.

Ik las laatst over Susanna Janssons boek Offermossen (Het offermoeras). Daarbij denk ik dan aan dat naargeestige moeras van het heidense Haithabu en dat gruwelijke gejank. Ik kan me zo goed voorstellen dat daar offers hebben plaatsgevonden.
Dat angstaanjagende gejank bleek achteraf afkomstig te zijn van de straaljagers op een vliegveld van de Duitse luchtmacht, dat ik niet zag door de bomen, maar dat heel dichtbij was.

Dus ondanks alle succesvolle Nordic Noir thrillers is Scandinavië in de zomer en het najaar lang niet zo gruwelijk als wat je vermoedt als je de thrillers op tv kijkt of de boeken leest. Zelfs de IKEA op tweede Paasdag steekt er qua horror bleekjes bij af. Geen wonder dat de schrijvers daar talloze seriemoordenaars aan de werkelijkheid toevoegen. Je moet wat als je woont in een omgeving waar nooit echt iets gebeurd.

Naar welk gruwelijk oord voerde jouw vakantie je dit jaar?

Eigenlijk wil ik ooit nog eens naar Engeland, maar gezien het aantal moorden dat alleen al in Causton, Midsomer wordt gepleegd, lijkt me dat levensgevaarlijk!

dinsdag 17 oktober 2017

Mariette Lindstein ondervraagd


Mariette Lindstein (1958) groeide op in Halmstad, aan de westkust van Zweden. 
Al van jongsaf aan had ze een talent voor het vertellen van verhalen. Tegen de tijd dat ze van school kwam had ze haar zinnen gezet op een carrière in de journalistiek. Die droom vervloog echter toen ze op 19-jarige leeftijd in de Scientologykerk belandde. Ze klom razendsnel op naar het hoofdkwartier, waar ze uiteindelijk 27 jaar bleef en op het hoogste niveau werkte, direct onder Scientologyleider David Miscavige. 
In 2004 slaagde ze erin te ontsnappen, onder dramatische omstandigheden. 
Mariette woont tegenwoordig in Zweden met haar man Dan Koon, een eveneens voormalig Scientologylid én auteur. 
Toen ze geïnterviewd werd door Pulitzer Prize-winnaar Lawrence Wright over haar tijd bij Scientology, ontstond het idee voor een thriller over een sekte, deels gebaseerd op haar eigen ervaringen. Inmiddels zijn alle drie de boeken uit Lindsteins trilogie enorme bestsellers in Zweden. De boeken verschijnen in 10 landen. 
Naast schrijven geeft Mariette ook lezingen en voorlichting over de gevaren van sektes. (Bron:AW Bruna)

Het interview is door Lilian vanzelfsprekend in het Engels gedaan. Wij hebben de keuze gemaakt, zowel de orginele versie als de vertaalde versie te plaatsen. Met dank aan Mayke Kruf voor de vertaling.

• Can you describe yourself in five words and explain them?
- I think that I have a positive outlook on life but that I am very resilient, sometimes stubborn. In other words, I never give up. 

Kan je jezelf in 5 woorden beschrijven en uitleggen?
- Ik denk dat ik een positieve kijk op het leven heb, dat ik erg veerkrachtig ben, soms zelfs koppig. Met andere woorden, ik geef nooit op.

• When did you discover that you wanted to write?
- As soon as I could write letters almost. I “drew” books when I was six. I wrote short stories for teen magazines like “Starlet” when I was fourteen. But then I joined the church and didn´t have the opportunity to write until I managed to escape 2004.

Wanneer ontdekte je dat je wilde schrijven?
- Bijna zo snel als ik letters kon schrijven. Ik ‘tekende’ boeken toen ik 6 was. Toen ik 14 was schreef ik korte verhalen voor tiener tijdschriften zoals ‘Starlet’. Maar toen ging ik naar de kerk en had geen gelegenheid om te schrijven, tot ik erin slaagde om te ontsnappen in 2004.

• Where do you write, do you have a favorite place?
- I have my own writing space now, we just moved to our own house. The view is very inspiring, I have the forest right outside my window. 


Waar schrijf je, heb je een favoriete plek?
- Ik heb nu mijn eigen plek om te schrijven, in ons nieuwe huis. Het uitzicht is erg inspirerend, ik zie het bos als ik uit mijn raam kijk.

• When you write, do you listen to music or do you prefer silence?
- I prefer silence, so my mind can work in peace.

Luister je naar muziek als je schrijft of schrijf je in stilte?
- Ik geef de voorkeur aan stilte, zodat ik rust in aan mijn hoofd heb.

• Do you read a lot? And what do you read?
- Yes, a lot! Around 2 books a week. Often up to a hundred a year. I prefer thrillers, and I love the British and American female writers: Joyce Carole Oates, Tana French, Erin Kelly, Karin Slaughter, Sharon Bolton, Joyce Maynard, Alex Marwood, etc. I also like to read books from debutants, they often have something special, a sort of lovely enthusiasm for telling a story. 

Lees je veel? Zo ja, wat lees je?
- Ja, heel veel! Ongeveer 2 boeken in de week. Vaak tot bijna 100 per jaar. Mijn voorkeur gaat uit naar thrillers, en ik ben dol op de Britse en Amerikaanse schrijfsters: Joyce Carole Oates, Tana French, Erin Kelly, Karin Slaughter, Sharon Bolton, Joyce Maynard, Alex Marwood, etc. Ik hou er ook van om boeken van debuut schrijvers te lezen, deze boeken hebben vaak iets speciaals, een soort enthousiasme om een verhaal te vertellen.



• You have been a member of the scientology church for a long time, is that the reason you choose to write about a sect?
- Yes, absolutely. The idea to write the trilogy came from a conversation with a journalist, Lawrence Wright, who was writing about Scientology. He said something like: “Your life sounds like a thriller, why don´t you write a novel inspired by your life in the cult?” Another reason I wrote the book is that it became my “therapy”. I had nightmares about the time in the cult and while I was writing the books, the nightmares disappeared. 

Je bent al een lange tijd lid van de Scientology kerk geweest, is dat de reden dat je koos om te schrijven over een sekte?
- Ja absoluut. Het idée om de trilogie te schrijven kwam voort uit een gesprek met een journalist, Lawrence Wright, die aan het schrijven was over Scientology. He zei zoiets als: “Je leven klinkt al seen thriller, waarom schrijf je geen boek geinspireerd over je leven in de secte?” 
Een andere reden waarom ik dit boek schreef is dat het een soort therapie voor mij werd. Ik had nachtmerries over de tijd in de secte en tijdens het schrijven van de boeken verdwenen de nachtmerries. 

• Is your book based on your personal experiences and is it autobiographical?
- My book is fiction yet inspired by countless of real incidents. The things that happen in the actual cult in the books happened for real in almost all cases. The people were different, the circumstances, but similar and worse things happened for real while I was there.  

Is je boek gebaseerd op je eigen ervaringen en is het autobiografisch?
- Mijn boek is op fictie geinspireerd door ontelbare echte incidenten. De dingen die in de sekte in het boek gebeuren, zijn bijna allemaal in het echt ook gebeurd. De mensen zijn anders, de omstandigheden, maar gelijke en nog ergere dingen gebeuren in het echt toen ik daar was.

• Do the island and villa really exist?

- No, Fog Island is a creation of my fantasy. But the Bohuslän-coast exists and it is extremely beautiful on the islands out there. 

Bestaan het eiland en de villa echt?
- Nee, Fog Island is een creatie van mijn fantasie. Maar de Bohuslan-kust bestaat en het is heel erg mooi op de eilanden daar.

• Which book (thriller) is Sofia reading on her way home?
- Ha, ha. No idea. Hopefully something even more suspenseful than what she is going through herself. 

Welk boek (thriller) is Sofia aan het lezen onderweg naar huis?
- Ha,ha. Geen idée. Hopelijk iets spannender dan dat ze zelf meemaakt. 


• Can you recommend us another good Swedish thriller? And why specifically this writer?
- I really like all of Henning Mankells books and the Stieg Larsson-series. They are groundbreakers for other Swedish thriller authors and blew life into Nordic crime again. 

Kan je ons een goede Zweedse thriller aanbevelen? En waarom deze schrijver?
- Ik hou van alle boeken van Henning Mankells en de Stieg Larsson-serie. Ze zijn de baanbrekers voor andere Zweedse thriller schrijvers en hebben nieuw leven geblazen in het Scandinavisch misdaad genre.


• In the Netherlands the Scandinavian thrillers are very popular, do you have an explanation for that?
- Not really, except that people have always been fascinated by the dark, cold, blustering landscapes of the North. 

In Nederland zijn de Scandinavische thrillers erg populair, hoe komt dat denk je?
- Geen idée, behalve dat mensen altijd geinteresseerd zijn in de donkere, koude landschappen van het Noorden.

• Which three Swedish words are your favourites and should we really learn before meeting you?
Ödmjukhet (humbleness), snällhet (kindness) and förlåtelse (forgiveness)

Welke 3 Zweedse woorden zijn je favouriete woorden en moeten we leren voordat we je ontmoeten?
- Ödmjukhet (nederigheid), snällhet (vriendelijkheid) and förlåtelse (vergiffenis)



• When your friends come over for dinner, what do you serve them?
- Warm-smoked salmon with new-potatoes.
 Als je vrienden komen eten, wat krijgen ze dan voorgeschoteld?- Warm-gerookte zalm met nieuwe aardappelen.


• Do you have a quilty pleasure in music? And can you tell me what it is?
- I like all kinds of music, ranging from Hosier, Eminem, to classical and jazz.


Wat is jequilty pleasure op muziekgebied? 
- Ik hou van alle soorten muziek, van Hosier, Eminem tot klassiek en jazz.

• If you have to go to an island for a year, which three things do you take with you?
- My husband and my dogs. Whoops, that is four, but the smallest one would sneak in somehow. 

Als je naar een eiland moet voor 1 jaar, welke 3 dingen neem je mee?
- Mijn man en mijn honden. Oeps, dat zijn er 4, maar de kleinste smokkel ik wel mee.

• For what may we wake you up?
- For anything that has to do with my writing and my books. 

Waar kunnen we je voor wakker maken?
- Voor alles dat met mijn schrijven en mijn boeken te maken heeft.

• You have to choose between cats or dogs, what do you choose and why?
- I have three dogs. They are great companions. They make me take long walks. And they have also served at watchdogs so I can feel safe in my home. (The scientologists are not beyond harassing people who dare to speak out about them.)

Als je moest kiezen tussen katten of honden, welke zou je kiezen en waarom?
- Ik heb 3 honden. Zijn zijn goed gezelschap. Ze zorgen ervoor dat ik lange wandelingen maak. En ze hebben ook gediend als waakhonden, zodat ik me veilig voel in mijn eigen huis. (De scientologisten zijn niet tegen het lastigvallen van mensen die openlijk over ze durven te praten.)

Dank je wel voor het interview Mariette!

Lilian las het boek De sekte van Mariette en haar recensie kan je lezen via onderstaande link

http://thrillerlezers.blogspot.nl/2017/10/de-sekte-van-mariette-lindstein.html




dinsdag 10 oktober 2017

De sekte van Mariette Lindstein

Titel: De sekte

Auteur: Mariette Lindstein

Uitgeverij: Manteau

Aantal pagina's e-reader: 574

Over de auteur:

Mariette Lindstein (1958) groeide op in Halmstad, aan de westkust van Zweden. Al van jongsaf aan had ze een talent voor het vertellen van verhalen. Tegen de tijd dat ze van school kwam had ze haar zinnen gezet op een carrière in de journalistiek. Die droom vervloog echter toen ze op 19-jarige leeftijd in de Scientologykerk belandde. Ze klom razendsnel op naar het hoofdkwartier, waar ze uiteindelijk 27 jaar bleef en op het hoogste niveau werkte, direct onder Scientologyleider David Miscavige. In 2004 slaagde ze erin te ontsnappen, onder dramatische omstandigheden. Mariette woont tegenwoordig in Zweden met haar man Dan Koon, een eveneens voormalig Scientologylid én auteur. Toen ze geïnterviewd werd door Pulitzer Prize-winnaar Lawrence Wright over haar tijd bij Scientology, ontstond het idee voor een thriller over een sekte, deels gebaseerd op haar eigen ervaringen. Inmiddels zijn alle drie de boeken uit Lindsteins trilogie enorme bestsellers in Zweden. De boeken verschijnen in 10 landen. Naast schrijven geeft Mariette ook lezingen en voorlichting over de gevaren van sektes.

Achterflap:

Op een klein eiland aan de Zweedse kust heeft zich een New Age-beweging gesetteld. Hun charismatische leider, Franz Oswald, ontwikkelde de doctrine ViaTerra, die een onweerstaanbare aantrekkingskracht heeft op beroemdheden en vooraanstaande politici. Sofia Bauman, net afgestudeerd aan de universiteit, raakt gefascineerd door de leer van ViaTerra. Ze is gecharmeerd van Oswald en accepteert de baan die hij haar aanbiedt. Wanneer de idyllische zomer ten einde loopt en een ondoordringbare mist het eiland opslokt, vraagt Sofia zich af of ViaTerra wel zo'n nobele beweging is als ze aanvankelijk dacht. Er lijkt echter geen weg terug naar haar oude leven. Want niemand kon ViaTerra ooit verlaten.

Cover:

Dit is voor mij zo'n cover die ervoor zorgt dat ik het boek op zou pakken om de achterflap te lezen. Het straalt iets mysterieus en spannends uit. Het grote statige huis op een een prachtige plek, omringt door mist. Je voelt dat het huis zo zijn geheimen heeft. Het maakt mij nieuwsgierig, gaat het huis haar geheimen prijs geven?

En dan die titel: De sekte. Wat een aantrekkingskracht heeft dat, het blijft fascinerend en intrigerend om over over dit onderwerp te lezen.

Mijn mening:

Het blijft een fascinerend en interessant gegeven, sektes. Met regelmaat duikt er in het nieuws wel weer iets op over een sekte. Met hun charismatische leider, die zijn leden zo kan boeien dat ze voor de gemeenschap/sekte kiezen en alles doen wat deze leider van hen vraagt. Dat blijft een erg interessant gegeven, zeker als het door een ervaringsdeskundige wordt verteld. Mariette Lindstein is zelf jaren lid geweest van de Scientology Church en heeft daar zelfs een hoge functie bekleed. Ze spreekt dus uit ervaring en dat maakt dit boek vanaf het begin beklemmend. Ze neemt je mee naar het leven binnen een sekte, waar alles in het begin zo mooi lijkt. Als buitenstaander denk je al snel: “als het je uiteindelijk toch niet bevalt stap je toch gewoon op”. Maar zo eenvoudig ligt het vaak niet, zo wordt ook wel duidelijk in dit boek.

In het boek volgen we Sofia, een intelligente vrouw, die net afgestudeerd is aan de universiteit. Na een lezing van de charismatische Franz Oswald, gaat ze in op zijn aanbod om een weekje proef te komen draaien op het eiland waar ViaTerra is gevestigd.

ViaTerra is ondergebracht in een mooie grote villa op het noordelijk deel van het eiland en is selfsupporting. De groenten worden op het terrein van de villa gekweekt en er zijn stallen voor de dieren. De dagen van de leden zijn vol gepland met trainingen en onbaatzuchtig werk, dat zijn taken die dienen te gebeuren om alles draaiende te houden.

Sofia krijgt het aanbod om de bibliotheek op te zetten, het moet het pronkstuk van ViaTerra worden. Dat spreekt haar zo aan dat ze blijft en mee gaat draaien met de andere leden. Ze heeft het naar haar zin en volgt het programma. Ze merkt wel kleine eigenaardigheden op, maar wuift die weg onder het mom dat hoort er nu eenmaal bij. Zoals het uit handen geven van haar laptop en mobiele telefoon, er staat een centrale pc waar je zo nu en dan je mail mag checken. Alles wat er binnen de muren van ViaTerra gebeurt is gepland en wordt
gecontroleerd. Veel privacy is er niet, er wordt geslapen op slaapzalen en het licht gaat iedere avond op dezelfde tijd uit. Allemaal regeltjes die door iedereen braaf opgevolgd worden.

Als de sekte negatief in het nieuws komt begint er langzaam scheuren te ontstaan in het regime van Franz. Het gemoedelijke verdwijnt en er komen steeds meer gedwongen werkzaamheden. De sancties die de leden krijgen als er iets niet naar de zin van Franz is uitgevoerd, worden zwaarder en absurder

Op een gegeven moment gebeuren er zulke eigenaardigheden dat Sofia begint te twijfelen en ze besluit dat ze weg wil. Al snel krijgt ze door dat weggaan geen optie is. Dat doet haar besluiten om op zoek te gaan naar informatie over Franz Oswald. Wie is hij nu eigenlijk?

Door het verhaal van Sofia heen, lezen we over Frederik, deze cursieve gedeeltes laten je nekharen overeind staan. In het begin is het nog niet helemaal duidelijk over wie het gaat, maar al snel begint het te dagen en dat gaf mij een naar gevoel in mijn buik. Frederik heeft als kind al door dat mensen te manipuleren zijn en zo ingezet kunnen worden om iets te bemachtigen, een taak die uitgevoerd moet worden, een seksuele voorkeur of iets materieels, hij krijgt het keer op keer voor elkaar.

Mariette zet een klemmend en intrigerend verhaal neer. Ze weet je aandacht vast te houden en mee te nemen in een wereld die vol staat van manipulatie. Wie kun je nog vertrouwen, is er nog iemand te vertrouwen? Valt er te ontsnappen?

De sekte is het eerste deel van een trilogie en in februari komt het tweede deel, De sekte – Herrijzenis, uit en ik kijk daar nu al met smacht naar uit!

Punten:

Originaliteit: 4,5
 Leesplezier: 5
 Psychologie: 5
 Schrijfstijl: 5 
Spanning: 4 
Plot: 4,5

De sekte krijgt van mij 4,5 ster

Lilian


Koop bij bol.com

dinsdag 28 maart 2017

Nordic van Marja West

'Kun je geen nordic noir schrijven?' Mijn uitgever zat tegen over mij op de achterkant van zijn pen te bijten, hij balanceerde op twee stoelpoten
'Ik woon in Staphorst,' zei ik.
Met een klap kwam zijn stoel terug op alle vier de poten. 'Daar is toch ook een bos?'
'Een nordic noir in Staphorst wordt een comedy. In die Zweedse verhalen komen op een donkere zondagen met bloed besmeurde meisjes in vodden het bos uit wankelen, waarna een inspecteur nog voor pagina 10 het forensisch onderzoek start door peinzend en gehandschoend tussen de Douglas sparren in de grond te wroeten als een varken op zoek naar een truffel. In Staphorst is het politiebureau zondags gesloten.' Meer kon ik er niet tegenin brengen.
'Ga dan een tijdje naar Smalland,' opperde mijn uitgever.
Ik keek hem strak aan en zei: 'Het lijkt mij geen schrijven in zo'n ballenbak.'
Maar het werd een nordic noir of niets.


Dus toog ik op een gure novemberdag in mijn Peugeot 106 naar Zuid Zweden om sfeer te proeven. Als ik bij het inpakken van mijn auto had geweten dat ik daar met een lijk zou gaan zeulen, had ik een steekwagentje achterin gegooid. In plaats daarvan nam ik mondvoorraad mee voor de eerste dag: met kaas belegde boterhammen, zes flesjes water, een kilo peren en een aardappelschilmesje van Ikea.
Doodse landschappen trokken voorbij in Oost Groningen en Noord Duitsland. Uren lang was de snelweg bijna akelig leeg. Om te voorkomen dat ik in slaap viel zette ik een cd van ACDC op. Maar rond Bremen werd het gelukkig drukker en kreeg ik meer afleiding. Via de rondweg tufte ik rustig door naar de Deense grens. En daar, in de buurt van Kiel, ging het fout: achter mij kwam een BMW aanstormen met knipperende koplampen ten teken dat ik aan de kant moest. Voor hem! Ik kantelde mijn binnenspiegel en bleef onverstoord op de rechterbaan rijden. Het geflits werd bijna stroboscopisch, maar ik hield vol.
Hij ook. Honderden kilometers kon hij mij via de linkerbaan passeren, maar kennelijk vond hij dat ík voor hém moest wijken en daar begin ik nu eenmaal niet aan. Zwaan-kleef-aan toerden wij dan ook door Denemarken terwijl mijn bloeddruk steeg. ACDC hielp daar niet bij.
Boven Malmö kreeg ik een eigenaardig gevoel. De snelweg ging over in een tweebaansweg. Bocht na bocht bleef hij mij volgen en dan komt er een moment dat toeval te toevallig wordt, dus besloot ik rechtsaf een zandpad in te slaan. Niemand die een BMW uit de 7-serie rijdt slaat vrijwillig een zandpad in, was mijn ervaring, en even meende ik hem dan ook kwijt te zijn. Maar toen het stof achter mijn auto neerdaalde, doemde die zilvergrijze pooierbak weer achter mij op als een potvis uit zee. Manhaftig zette ik mijn auto aan de kant. Over alles kon gesproken worden, dus ook over het gebruik van de rechterbaan van een snelweg. Voor de zekerheid stak ik het Ikea
aardappelschilmesje in mijn mouw. Een vrouw alleen kan niet voorzichtig genoeg zijn. De BMW bleef vervaarlijk ronkend staan. Ik klopte op zijn raampje dat geruisloos naar beneden schoof.
'Sie können nicht Auto fahren, Frau,' zei een kalende kerel kalm tegen me. De zon ging al onder en het begon te schemeren. Zou een Ikea aardappelschilmesje voldoende scherp zijn om een all seasons voorband lek te steken, vroeg ik mij af; een gesprek met zo'n type leek mij namelijk weinig zinvol. Ik bukte en deed een poging het rubber te splijten en op dat moment besloot de man uit te stappen. Of hij mijn lichaamshouding verkeerd interpreteerde weet ik niet, maar achter mij hoorde ik de rits van zijn gulp opengaan.


Geloof mij, Ikea aardappelschilmesjes zijn levensgevaarlijk scherp.
En nu zeul ik op een maandagavond door de Smallandse bossen met een besmeurd lijk.


Zondag wankelt er geen jong meisje in vodden tussen de bomen vandaan, maar vindt een schrijfster op zoek naar inspiratie een dode vent van middelbare leeftijd aan de rand van een verlaten meer. Uiteraard blijkt al snel dat het moordwapen een Ikea aardappelschilmesje is, maar ga er maar aan staan om alle kopers van zo'n mesje na te trekken!
Een jaar later zal haar eerste nordic noir uitkomen, eentje waarin een vrouwelijke Zweedse rechercheur met relationele problemen en een onopvoedbaar kind haar kop breekt over de vraag hoe een Duitse BMW rijder zonder ballen in een Smallands meertje belandt.

zondag 28 februari 2016

30 jaar na de moord op Olof Palme

Olof Palme, 30 jaar later

Vandaag is het dertig jaar geleden dat de Zweedse premier Olof Palme op straat werd doodgeschoten. De moord op de socialistische premier is nooit opgelost en wordt beschouwd als het nationale trauma van Zweden. 

Ik las pas voor het blog het boek: 10 Redenen waarom Zweden de moord op Olof Palme niet oplost van Marc Pennartz.
In dit boek legt hij uit hoe het onderzoek is verlopen en welke fouten er zijn gemaakt.

Hoewel inmiddels al 133 mensen de moord hebben bekend en 11.000 mensen als
verdachten zijn aangemerkt, kan de Zweedse politie nog steeds niet bewijzen wie het heeft gedaan. Daar komt misschien verandering in, want deze week liet de recherche weten de betrokkenheid van een oude bekende te gaan onderzoeken.

Afgelopen donderdag werd een persconferentie gehouden. Daarin noemde de politie de naam van Christer Andersson, een man van wie al eerder is gedacht dat hij iets met de moord te maken had. Andersson zou Palme hebben gehaat.

De Nederlandse journalist Marc Pennartz verdiept zich al jaren in het mysterie rondom de dood van Palme. Hij vertelt in Met het Oog op Morgen dat Andersson twintig jaar geleden al eens werd ondervraagd. Hem nu oppakken kan niet meer, want de man is zeven jaar geleden overleden. "Maar men heeft wel veel belangstelling in datgene wat hem in beeld bracht, namelijk de revolver die hij bezat", vertelt Pennartz.

De journalist schreef een boek over de moord op Palme en opperde daarin Andersson als verdachte. Nu wil de Zweedse politie zijn rol verder onderzoeken. "Kort na de moord besloot men alle revolvers van het type dat de dader gebruikte op te sporen. Dat waren er 450. Die zijn toen allemaal ingeleverd. Behalve het wapen van Christer Andersson. Dat is nooit teruggebracht."

Ongeloofwaardig

Pas zeven jaar na de moord moest de man zich hierover verantwoorden bij de politie. "Hij heeft een of ander verhaal opgehangen dat hij het wapen had verkocht", vertelt Pennartz. "Een tamelijk ongeloofwaardig verhaal." 

Andersson beroofde zichzelf van het leven toen in 2008 de politie bij hem voor de deur stond. De broer van Andersson had de politie gebeld, omdat hij al een tijd niks van zijn broer had gehoord en bezorgd was.

Iemand anders werd wel veroordeeld voor de moord. Doordat er in het begin veel fouten in het onderzoek zijn gemaakt, ontstond er volgens Pennartz druk vanuit de samenleving om de dader te vinden. 

In 1988 pakte de politie Christer Pettersson op, een alcoholist die eerder al eens de cel in moest voor doodslag. "Op basis van een twijfelachtige identificatie van de vrouw van Olof Palme, die ten tijde van de moord bij haar man was, werd Pettersson aangemerkt als de schuldige." Meer bewijs was er echter niet en dus werd Pettersson in hoger beroep vrijgesproken.

Veel Zweden geloven tegenwoordig dat de binnenlandse veiligheidsdiensten verantwoordelijk zijn voor Palmes dood. Ook bestaan er een hoop andere theorieën. Zo zou de Koerdische afscheidingsbeweging PKK achter de moord zitten of de Zuid-Afrikaanse geheime dienst. Die laatste mogelijkheid wordt overigens serieus genomen door de politie.


Dertig jaar na de dood van Olof Palme heeft het verhaal dus nog steeds geen bevredigend einde. Voer voor speculatie is er nog genoeg. 

Ondertussen gelooft de familie van Palme nog steeds dat Pettersson de moord heeft gepleegd. Ook een oud-medewerker van Palme is daarvan overtuigd. Vorige week liet hij weten dat Pettersson voor de moord leden van Palmes kabinet had benaderd om meer te weten te komen over de premiers gewoontes en agenda.

Zou ooit de waarheid boven tafel komen? Eerlijk gezegd betwijfel ik het....


( grote delen van deze tekst heb ik overgenomen van NOS.nl )

vrijdag 12 februari 2016

10 redenen waarom Zweden de moord op Olof Palme niet oplost van Marc Pennartz

Het verhaal
Op 28 februari 1986 om 23.21 uur werd de Zweedse premier Olof Palme doodgeschoten langs een drukke straat in het centrum van Stockholm. Dertig jaar later is de moord nog altijd onopgelost.
Hoe kon dit gebeuren in het voorbeeldige, vreedzame Zweden? Wat ging er mis tijdens het politieonderzoek? Werd Palme het slachtoffer van een samenzwering? Of was de licht ontvlambare crimineel Christer Pettersson de dader? En wie was eigenlijk die andere man die de politie, buiten het zicht van de media, als hoofdverdachte beschouwde?
10 Redenen Waarom Zweden De Moord Op Olof Palme Niet Oplost voert de lezer mee naar de plaats van de misdaad, volgt en analyseert de vaak bizarre sporen, vertelt waarom Palme zowel geliefd als gehaat werd, verklaart waarom de moord een cold case is geworden en geeft desondanks antwoord op de meest prangende vraag: wie haalde de trekker over?

Cover
Straat met, naar je aanneemt, de bloedvlek van de moord op Olof Palme. 

Mijn mening
Toen Olof Palme werd vermoord was ik 13. Ik kan het mij dan ook nog goed herinneren. Ik wist bijvoorbeeld het jaar nog en dat hij naar de bioscoop was geweest. En dat Palme iemand was die zich uitsprak tegen bijvoorbeeld het Apartheidsregime in Zuid Afrika.
Dus toen gevraagd werd of ik dit boek wilde lezen heb ik geen moment geaarzeld, graag!

In dit boek wordt aan de hand van 10 argumenten uitgelegd hoe het komt dat de moord, na 30 jaar, nog steeds niet opgelost is. 
Tijdens het lezen val je van de ene verbazing in de andere en denk je regelmatig: "hoe is dit in vredesnaam mogelijk in een Westers, en ontwikkeld land?". Er zijn dingen gebeurd die je eerder in een achtergebleven gebied of een niet democratisch land zou verwachten.
Bewijzen zoeken bij je eigen denkspoor, ipv het denkspoor aan te passen aan bewijzen. Getuigen beïnvloeden. Getuigenissen jaren op een plank laten liggen. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Maar ik wil ook niet teveel van het verhaal weggeven.

Het boek eindigt met een fictief verhaal waarin de schrijver beschrijft wat er door de dader heen gegaan kan zijn. Hoe hij tot zijn daad is gekomen en hoe hij het uitgevoerd heeft. En gek genoeg is dat bijna het meest geloofwaardige in het hele boek. Alle daadwerkelijke gebeurtenissen zijn zo onwaarschijnlijk, dat als je ze in een fictief verhaal zou gebruiken, dat men dan zou zeggen dat het teveel van het goede ( of slechte ) is.

Ik vond het wel een verwarrend boek. En dan verwarrend in de zin dat je weigert te geloven dat dit daadwerkelijk zo gegaan kan zijn. Het is allemaal te bizar voor woorden!

Als je geïnteresseerd bent in moordonderzoeken en true crime, dan is dit boek wat mij betreft zeker een aanrader. Ik heb het met veel interesse gelezen.

4 sterren

Juul