woensdag 22 juni 2016

Ika Gerritsen ondervraagt Joyce Spijker en andersom!


Joyce Spijker en Ika Gerritsen zaten met hun boeken in onze eerste twee leesclubs. Tegelijk liepen deze leesclubs van Beschadigd en In de familie waar een overeenkomst in bleek te zitten. Iets met een oma. Thrillerlezers leek het een leuk idee dat de dames elkaars boek gingen lezen en elkaar daarna aansluitend wat vragen zouden stellen. Het resultaat kun je hier onder lezen.
Joyce: Je hebt in jouw boek een verleden tijdlijn en een tegenwoordige tijdlijn heel mooi met elkaar gecombineerd: zo af en toe gaan we terug naar Kirstens verleden. Welke lijn had je eerder in je hoofd: het heden of het verleden?
Ika: Het begon allemaal met een idee over een mysterieus huis; het heden dus. Maar waarom zou de hoofdpersoon niet gewoon wegrennen als ze erachter kwam dat het in dat huis niet pluis was? Ik had iets nodig waardoor de hoofdpersoon met haar rug tegen de muur zou komen te staan. Pas jaren later wist ik het ineens: een geheim in haar eigen verleden moest er voor zorgen dat ze niet meer kon ontsnappen.



Ika: Ten eerste: je hebt in In de familie bijzondere voornamen gekozen voor de personages. Marsala bijvoorbeeld, en Merlot. Ken je mensen die zo heten? Of hoe ben je anders aan die namen gekomen?
Joyce: Marsala en Merlot zijn geen standaard voornamen, maar ik vind ze wel heel mooi. Ik ken niemand die zo heet, maar zelf vind ik het wel leuk om personages soms aparte namen te geven. Niet te veel en te exotisch, want dan leiden ze teveel af van het verhaal, maar namen die je niet veel tegen komt en toch ‘gewoon’ klinken (zoals Merlot), zorgen ervoor dat je ze net wat beter kunt onthouden. Het maakt het anders. Dat Merlot, Marsala en Boudewijn een gezin vormen en Emma en Nina daar een beetje buiten vallen, zie je ook terug aan hun namen. Er zit dus ook wel iets symbolisch in.

Joyce: Schrijf je (vanwege die twee lijnen) chronologisch of schrijf je door elkaar en plak je daarna alles op de goede plek?
Ika: Ik heb de twee verhaallijnen chronologisch geschreven en de verhalen daarna in elkaar geplakt. Toch hield ik bij het schrijven van beide verhaallijnen steeds rekening met wat er in de andere verhaallijn gebeurde, zodat Beschadigd (hopelijk) ‘slim’ in elkaar zit.

Ika: Google jij ook de namen van de personages? Ik zag op Facebook bijvoorbeeld iemand die van haar achternaam Valentijn-Van Amerongen heet. Ken jij die?
Joyce: Ja ik Google ze wel, simpelweg om ervoor te zorgen dat ik niet een naam verzin van iemand die bijvoorbeeld heel bekend of berucht is. Dat zou gênant zijn en de ‘werkelijkheid’ van het boek tenietdoen. De achternaam Valentijn-van Amerongen heb ik niet gegoogeld (wel Valentijn Satijn), maar wat hilarisch dat iemand dus werkelijk zo heet! Die ken ik niet, maar zo zie je maar…uiteindelijk is niets volkomen origineel.


Joyce: De locatie in het boek is duidelijk Alkmaar en de Beemster. Hoe bepalend en belangrijk zijn deze locaties voor jou/het verhaal en waarom heb je ze gekozen?
Ika: Eigenlijk was kiezen voor Alkmaar en de Beemster een luie keuze van me, want het zijn locaties die ik ken als mijn broekzak. Dat heeft veel voordelen; je kunt elke straatsteen en elke grassprietje levendig voor de geest halen - en dus ook beschrijven.


Ika: We hebben allebei een boek geschreven over een nogal disfunctionele familie. Kom je zelf ook uit een familie waar niet alles over rozen gaat? (Ik wel… maar zo erg als in Beschadigd is het gelukkig nooit geweest)
Joyce: Integendeel! Gelukkig maar, natuurlijk. Ik kom uit een heel rustige familie, waar – op een enkele scheiding links of rechts – niets opzienbarends gebeurt. Als schrijver is dat misschien niet handig, want dan moet je alles verzinnen, maar dat vind ik juist ook het leuke om te doen. Bovendien ben ik er als mens erg blij mee dat ik ‘lijd aan een gelukkige jeugd’.



Joyce: Welke elementen vind je belangrijk in een thriller en hoe heb je die een plek gegeven in Beschadigd?
Ika: Ik merk aan In de familie dat wij het allebei heel belangrijk vinden om niet te snel te veel informatie weg te geven. En 
om vrijwel alle personages op een bepaald moment lekker verdacht te maken - heerlijk hé?


Ika: Hoe heb je research gedaan over de gang van zaken in politiek Den Haag? Het is best een pittige opgave om daar over te schrijven als buitenstaander lijkt me, vond je dat niet eng?
Joyce: Nee, dat vond ik zeker niet eng. Ik gebruik graag decors of wereldjes waar ik mezelf niet in begeef, maar die ik wel interessant vind. In Spotlight was dat de showbizz, in dit boek politiek Den Haag. Ik had wel wat ingangen/contacten die ik dingen heb kunnen vragen en daarnaast heb ik 8,5 jaar bij de overheid gewerkt, dus die fascinatie was er altijd wel. Ik hou ervan om decors te kiezen waarin je de verhoudingen tussen mensen op scherp kunt zetten.


Joyce: Hoeveel van het verhaal weet je voor je een letter begint te schrijven en hoeveel laat je over aan de flow van het verhaal? Oftewel: ben je een ‘plotter’ of een ‘pantser’ en wat vind je fijn aan die werkwijze?
Ika: Ik probeer een plotter (leuke term) te zijn, ik zet mijn lijnen van tevoren in een exceldocument uit. Maar dan ga ik schrijven en nemen de personages weer heel andere beslissingen… Een heel leuk en interessant fenomeen, maar soms ook irritant, omdat ik dan m’n excelletje weer helemaal om moet gooien.

Ika: Een dode oma, een sjaal die gebruikt wordt als moordwapen… er zijn nogal wat parallellen tussen onze boeken. Had jij van tevoren gedacht dat iemand met een boek zou komen met zoveel dezelfde ingrediënten? En dat het dan toch zo anders zou zijn?
Joyce: Ja, hoe bijzonder is dat! Nee, dat had ik zeker niet verwacht: zo zie je, originaliteit bestaat niet in een idee, hooguit in de uitvoering. Ik vind het heel leuk dat we datzelfde gegeven – los en onwetend van elkaar – zo verschillend hebben uitgewerkt. Toen ik Spotlight aanbood bij uitgeverijen had ik iets soortgelijks: een andere auteur (die de showbizz heel goed kent) schreef op dat moment ook een boek over de teloorgang van een oudere actrice. Ik was enorm verbaasd, maar ergens ook blij. Toen wist ik dat ik een thema had opgepikt dat klopte bij de tijdsgeest.

Joyce: Wie is je eigen favoriete personage in het boek en waarom?

Ika: Ik hou van alle personages, zelfs van de slechteriken. Maar als ik een avondje uit zou gaan zou ik het liefste Elise en Oma Veronica meenemen. Die laatste is echt het type waar je een topavond mee zou beleven – heel anders dan jouw keurige oma Emma.Ika: In de familie is een heel ander boek dan jouw debuut, heb ik begrepen. Is het een bewuste keuze geweest om zo’n andere weg in te slaan?Joyce: Valt uiteindelijk wel mee. Het heeft een ander naamkaartje: thriller in plaats van roman, maar de verschillen zijn voor de lezer helemaal niet zo groot. Het zijn allebei spannende boeken met een hoog tempo die je wegtrekken uit je dagelijkse bestaan. In de familie is net even wat sneller en wat plotgerichter (en dat betekent een andere manier van schrijven) dan Spotlight, maar ze zijn zeker familie van elkaar.


Joyce: Hoe is Kirsten ontstaan en welke karaktertrekken van haar herken je in jezelf?
Ika: Goede vraag… Kirsten is zeker een deel van me, mijn piekerende en onzekere deel. Maar bij Kirsten heb ik dat behoorlijk overdreven. Zij heeft natuurlijk ook nogal wat meegemaakt in haar jeugd, ze is beschadigd, zoals de boektitel ook al aangeeft.

Ika: Heb je inspiratiebronnen? Welke schrijvers bewonder jij?
Joyce: In principe kan alles een inspiratiebron zijn: van mensen voor je bij de supermarkt tot krantenartikelen en nieuwsberichten (zoals bij In de familie de moord op Els Borst). Schrijvers die ik bewonder zijn onder andere Thomas Rosenboom (hij kan een andere tijd volledig tot leven wekken), Isabel Allende (een geweldige verhalenvertelster), Connie Palmen (vanwege haar originele stem en talent om de grenzen van de romanvorm op te rekken), maar ook Esther Verhoef (omdat ze kwalitatief hoog entertainment maakt) of Milou van der Will, die mij weer inspireren binnen het thriller genre.

Joyce: Beschadigd is je debuut en jaren geleden had je al de drang om te schrijven, las ik in een interview, maar je wachtte. Waarom wachtte je en wat is er op een gegeven moment veranderd waardoor je toch begonnen bent aan Beschadigd?
Ika: Ik wachtte eigenlijk op twee dingen: inspiratie en zelfvertrouwen. (Daar heb ik echt jaaaren op gewacht!). Toen de inspiratie eenmaal kwam (ik kreeg het idee voor de flashbacks) kwam het zelfvertrouwen ook vanzelf.





Ika: Heb je voordat je ging schrijven al het hele plot van In de familie bedacht of kwam dat gaandeweg?
Joyce: 80% had ik vooraf bedacht. Misschien wel meer. Dat is ook handig, want op het eind moeten toch alle puzzelstukjes in elkaar passen. Maar wat altijd gebeurt - en gelukkig maar, want dat is de magie van het schrijven– is dat gaandeweg het verhaal en personages een eigen wil krijgen. Jij zei het ook al en het klinkt natuurlijk gek, maar het gebeurt altijd: dat er opeens dingen gebeuren die je niet had voorzien. Die ga je gebruiken, want ze voegen altijd iets bijzonders toe aan het verhaal. Bij In de familie had ik die momenten ook. Een van die momenten was toen ik opeens – zonder dat ik dat had gepland – met een extra lijk zat ;-).


Joyce: Wat was de reden waarom je juist dit verhaal wilde vertellen in je boek?
Ika: Dat weet ik zelf niet eens, gek genoeg. Ik begon te schrijven over een geheimzinnig huis waar een moord gepleegd was en toen gebeurde er dit… het waren de personages die de beslissingen namen, niet ik. (Raar hé om zoiets in alle ernst te zeggen, maar je zult het waarschijnlijk herkennen.)

Ika: Heb je al een idee hoe je volgende boek eruit gaat zien? Ook weer een thriller?
Joyce: Het wordt zeker een thriller. Ik merk dat ik dat een heerlijk genre vind om in te schrijven, dus daar ga ik voorlopig graag in door. Welk verhaal het wordt dat ga ik de komende weken beslissen, er vechten er nu een paar om voorrang. Ik ga ze allemaal uitwerken en dan kijken welke het beste past: het wordt dus sowieso een spannend verhaal, maar welk, blijft – ook voor mij – nog even een verrassing.

Joyce: Hoe belangrijk is schrijven voor je, wat zijn je plannen en wat is je ultieme ambitie?
Schrijven is superbelangrijk voor me. Ik hoorde ooit iemand (weet niet meer wie) de term ‘omgekeerde honger’ gebruiken, de drang om er dingen uit te gooien, en dat heb ik nou eenmaal ook, dus ik kan niet anders dan daar wat mee doen. Ik denk dat jij dat wel herkent? En mijn ultieme ambitie… tja, een kaartje voor het Boekenbal zou heel leuk zijn! Nee zonder gekheid; een ultieme ambitie heb ik eigenlijk niet, als ik maar lekker kan blijven schrijven en iemand mijn boeken wil blijven uitgeven. Ik hoef niet beroemd te worden of zoiets, of 25 titels op mijn naam te hebben. Ik wil eigenlijk alleen dat mensen genieten van mijn boek(en), en daar verbind ik geen aantallen aan. Ik ben inmiddels een idee voor een tweede thriller aan het uitwerken, en daarvan hoop ik natuurlijk dat die net zo goed aanslaat als Beschadigd nu doet!

Ika: Ben je van plan om altijd door te gaan met schrijven of denk je dat er misschien ooit een nieuwe creatieve uitdaging op je weg komt?
Joyce: Ik hoop wel dat ik altijd blijf schrijven. Ik ben goed met woorden en een enorme leesfanaat, altijd al geweest. Ik hou erg van theater en film, dus wie weet komt er ook ooit een script – daar heb ik al een cursus in gevolgd – maar de woorden blijven in elk geval de basis. Met zo weinig middelen (26 letters) een hele wereld kunnen scheppen, is wat mij betreft het leukste wat er is!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen